Nieuws/Binnenland

’CSI’-lab vindt ’match’ met Michael P. in mini-spoortje

Huidschilfer al genoeg

Door Mick van Wely

In witte pakken gehuld zoeken politiemensen in de buurt van de plaats waar zij vermoeden dat het lichaam van Anne is.

In witte pakken gehuld zoeken politiemensen in de buurt van de plaats waar zij vermoeden dat het lichaam van Anne is.

Foto ANP

Den Haag - Een minuscuul ’aanraakspoor’ is voor het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) genoeg geweest om een verdachte aan te wijzen. Zeer geavanceerde dna-techniek heeft daarmee geleid tot een doorbraak in de moordzaak van Anne Faber.

In witte pakken gehuld zoeken politiemensen in de buurt van de plaats waar zij vermoeden dat het lichaam van Anne is.

In witte pakken gehuld zoeken politiemensen in de buurt van de plaats waar zij vermoeden dat het lichaam van Anne is.

Foto ANP

„We hebben echt de meest gevoelige dna-technologie moeten toepassen om uit het spoortje een dna-profiel te halen. Het was een ontzettend complex onderzoek”, zegt Suzan Demirhan van het NFI over het bijzondere en sterk staaltje ’CSI’-werk in een lab van het instituut in Den Haag.

Het ’spoortje’ waarnaar Demirhan verwijst, was celmateriaal van Michael P., de verdachte van de moord op Anne Faber. Waarschijnlijk gaat het om een huidschilfertje, dat P. op haar jas heeft achtergelaten door Anne aan te raken.

Op de jas die Anne Faber droeg toen ze verdween, vond het NFI een ’aanraakspoor’.

Op de jas die Anne Faber droeg toen ze verdween, vond het NFI een ’aanraakspoor’.

Politie

Dat een verdachte tegen de lamp loopt door een dna-match op basis van een minuscuul contactspoor is niet voor het eerst, maar wel bijzonder. Een profiel maken op basis van een haar, bloed of sperma is doorgaans een stuk eenvoudiger. Het forensische succes laat zien hoe vergevorderd de dna-techniek is en welke rol het kan spelen bij de opsporing.

Lees meer over

Misdaadverslaggever