Nieuws/Binnenland

Vooral spaarders dupe van 'oneerlijke' vermogenstaks

Door door Manno van den Berg

Belasting op spaargeld is al niet populair in Nederland, maar het rendement van 4% waar de fiscus van uitgaat, vinden veel spaarders absurd hoog. Beleggers zullen daarentegen minder problemen hebben met dit fictieve rendement. „Maar je kunt spaarders niet straffen omdat ze niet beleggen”, stelt fiscalist Cor Overduin van Grant Thornton. Wat is een eerlijker systeem?

Nu belastingadviesorganisatie Grant Thornton en de Bond voor Belastingbetalers de hoogte van de vermogensbelasting door de belastingrechter in een procedure laten toetsen, rijst de vraag in hoeverre het stelsel eerlijker kan.

De Belastingdienst heeft al een drempel voor heffing ingebouwd zodat de eerste €21.139 aan vermogen per persoon vrijgesteld is van de zogeheten vermogensrendementsheffing.

Een andere verzachtende factor is dat 4% voor spaarders weliswaar inmiddels onhaalbaar is – enkele spaardeposito’s wellicht uitgezonderd – maar beleggers minder reden tot klagen hebben. Hun gemiddelde rendement door de jaren heen zou immers hoger moeten liggen.

Buffer

Jurgen de Vries, bestuurslid van de Bond voor Belastingbetalers, stelt dat de vrijstelling bij veel mensen snel kan ’vollopen’. Als iemand bijvoorbeeld spaart voor extra aflossing van de hypotheek, een financiële buffer of voor een hoger pensioen. Ook beleggingen tellen mee als vermogen. De Vries: „Er zijn in Nederland bijna twee miljoen huishoudens die last hebben van deze heffing, goed voor een jaarlijkse belastingopbrengst van zo’n €3,7 miljard. Circa 800.000 huishoudens hebben hiermee alleen maar vanwege hun spaargeld mee te maken.”

Overduin, fiscalist bij Grant Thornton, erkent dat beleggers minder moeite hebben met een fictief rendement van 4%. „Maar gaat dan de overheid voor mij bepalen dat ik zou moeten gaan beleggen om op die manier de heffing te rechtvaardigen? Dat lijkt me toch niet. Aan beleggen kleven risico’s. Veel Nederlanders kiezen er daarom voor om te sparen. Zij mogen daarvoor niet fiscaal worden gestraft.”

Negatief

Overduin wijst er verder op dat ook beleggers jaren kennen dat ze zelfs negatieve rendementen maken. „Dan zal het ook voor hen zuur zijn dat de fiscus in die jaren toch aanklopt met een heffing op rendement uit vermogen.”

Gevraagd naar een eerlijker systeem verwijst Overduin naar de commissie-Van Dijkhuizen, die zich eveneens uiterst kritisch heeft uitgelaten over de vermogensrendementsheffing in box 3. Deze door de Tweede Kamer aangestelde commissie om het belastingsysteem door te lichten, adviseerde om de 4% te verlagen. Als alternatief noemde de commissie de werkelijke spaarrente, gemiddeld over vijf jaar genomen. Overduin: „Maak daar het gemiddelde rendement op een pakket staatsobligaties van, met verschillende looptijden, en je hebt een alternatief dat je voor spaarders en beleggers kunt rechtvaardigen.”

Constructies

De vermogensrendementsheffing is in 2001 ingevoerd onder toenmalig staatssecretaris Willem Vermeend, vooral om slimme fiscale constructies in het oude regime te voorkomen. Dat regime ging uit van een heffing op vermogen van 0,7% met een vrijstelling van 200.000 gulden (€90.756) plus inkomstenbelasting over inkomsten zoals rente en dividend. Vooral beleggers verwelkomden het stelsel waarbij er ongeacht hun echte rendement ’slechts 1,2%’ (30% van 4% fictief rendement) werd geheven. De beurscrises temperden dat enthousiasme wel wat.

Volgens Overduin is de komende procedure kansrijk omdat de belasting inmiddels vaak hoger ligt dan de sterk gedaalde spaarrente. „Europese rechters zijn zeer kritisch over een heffing van meer dan 100%. Ook de Nederlandse rechter heeft sinds kort oog voor belastingheffing die onredelijk uitpakt.”