De meeste bedrijven vragen via het UWV Werkbedrijf (samengaan van het UWV en CWI) een vergunning voor ontslag aan voor hun werknemers. Als zij kunnen aantonen dat de financiële cijfers snel bergafwaarts gaan, zal het UWV Werkbedrijf de vergunning verlenen.
Maar de bedrijven moeten wel in een bepaalde volgorde mensen ontslaan. Zij mogen niet zeggen: „Jan en Piet functioneren niet goed genoeg, dus zet die maar als eerste buiten.” Hier geldt het afspiegelingsbeginsel. Het houdt grofweg in dat het UWV Werkbedrijf kijkt naar hoeveel gelijkwaardige functies er zijn binnen het bedrijf. Tevens wordt gekeken naar de leeftijdsopbouw. Na de ontslagronde moet de verdeling tussen de leeftijdsgroepen zo veel mogelijk gelijk zijn aan die van daarvoor.
„Stel je hebt een groep van 20 verkopers”, zegt arbeidsrechtadvocaat Maarten van Gelderen, medewerker van OverGeld en verbonden aan de website Ontslag.nl. „En de werkgever wil er vijf kwijt van wie hij vindt dat die slecht functioneren. De werkgever reorganiseert en heft daarbij de afdeling op waardoor de verkopers meteen boventallig zijn.”
„Vervolgens vraagt hij een ontslagvergunning voor hen aan bij het UWV Werkbedrijf. Intussen tuigt hij na de ’reorganisatie’ een nieuwe afdeling op met diezelfde mensen, nu accountmanagers geheten, die een iets ander takenpakket hebben. Voor die 20 mensen voor wie hij een ontslagvergunning verkrijgt, hoeft hij nu niet het afspiegelingsprincipe te hanteren. De vijf die hij al kwijt wilde, kan hij nu makkelijk ontslaan. De rest komt weer op de nieuwe afdeling te werken. Dit noemen we de stoelendansmethode. Dit zien we best veel langskomen.”
Een werknemer die daar niet in trapt, moet, voordat de ontslagvergunning is verleend, verweer voeren bij het UWV Werkbedrijf. „Hij moet eisen dat hij inzage krijgt in de oude en nieuwe functieomschrijvingen. Als blijkt dat zo’n 90 procent van de taken hetzelfde is, zal het UWV Werkbedrijf de zaak nog eens goed doorlichten”, aldus de advocaat.
Vaak is een ondernemer, zeker als het gaat om kleinere bedrijven, niet bereid een ontslagvergoeding of te weinig vergoeding te betalen. „Er komen bij ons veel mensen van wie de werkgever niet wil betalen, vooral in het midden- en kleinbedrijf. Een bedrijf geeft bijvoorbeeld een werknemer die 30 jaar in dienst is 10.000 euro mee terwijl hij recht heeft op veel meer”, aldus Van Gelderen. Het UWV Werkbedrijf mag niet toetsen of een werkgever naar behoren ontslagvergoedingen uitbetaalt.
Werknemers moeten zich bij ontslag veel assertiever opstellen, vindt de advocaat. „Een werkgever zegt bij boventalligheid tegen zijn werknemer dat hij maar naar huis moet gaan om zijn vakantiedagen op te maken. Dat hoef je niet te accepteren. Maak dat de werkgever duidelijk middels een briefje. Lever ook niet alvast pasjes en een laptop in. Bedenk dat het UWV Werkbedrijf de ontslagvergunning nog moet verlenen.”
Stel je in zo’n geval proactief op, is het advies van Van Gelderen. „Blijf zo lang mogelijk aan het werk. En dring bij je werkgever aan op mogelijk passend ander werk. Zo kun je bij het UWV Werkbedrijf zeggen dat je je best hebt gedaan om een andere passende functie te vinden.” Dat is van belang als je bijvoorbeeld in verweer gaat tegen het ontslag.
Werknemers moeten ook goed letten op een eventueel concurrentiebeding. „Dat wordt heel vaak over het hoofd gezien. Een concurrentiebeding vervalt niet zomaar. Een werknemer zou een voorstel kunnen doen waarin hij een hogere ontslagvergoeding zal eisen als het beding niet van tafel gaat. Een concurrentiebeding bemoeilijkt het zoeken naar een nieuwe baan of het beginnen van een eigen bedrijf”, aldus Van Gelderen.
Als het UWV Werkbedrijf een ontslagvergunning heeft afgegeven, kan een werknemer binnen zes maanden na afloop van het dienstverband naar de kantonrechter stappen om hem te vragen een ontslagvergoeding vast te stellen. Daar heeft een werknemer recht op als hij bijvoorbeeld lang in dienst is of als hij vindt dat de werkgever onzorgvuldig heeft gehandeld.
Een werknemer die meent dat er geen goede reden is voor zijn ontslag, kan bij de kantonrechter een procedure beginnen wegens kennelijk onredelijk ontslag. Die procedure kan soms wel een jaar duren. „Daar zit je als werknemer vaak niet op te wachten. Maar er is ook een ontbindingsprocedure. Een werknemer kan tijdens de ontslagprocedure bij het UWV Werkbedrijf al naar de rechter stappen om ontbinding van het contract aan te vragen en uitspraak te doen over een ontslagvergoeding. Veel werknemers kennen die mogelijkheid niet.”
Volgens Van Gelderen is de ontbindingsprocedure snel en relatief goedkoop. Hij schat in dat de kosten voor de ontbindingsprocedure tussen de E 1500 en E 3500 bedragen. „Als je recht hebt op E 25.000, is dat wel de moeite waard.”
Als het UWV Werkbedrijf een ontslagvergoeding afwijst, en partijen willen toch uit elkaar, kunnen ze dat onderling regelen waarbij de werknemer doorgaans wel een hogere ontslagvergoeding meekrijgt.
Ook kan een werkgever naar de kantonrechter stappen om alsnog ontslag af te dwingen. Een werknemer krijgt vervolgens de ontslagaanvraag thuisgestuurd. Daarna krijgt een werknemer de gelegenheid schriftelijk en mondeling (in de rechtszaal) bezwaar te maken en/of een ontslagvergoeding te eisen.
Als je net je baan hebt verloren, is een juridisch steekspel emotioneel en financieel zwaar. Een werknemer moet toch proberen zich daar overheen te zetten. Een financiële buffer zorgt voor veel gemoedsrust na ontslag.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer