*

Zoeken
  Zoeken met  
20.3 °C
NW 3
 
files 69
72 km.
euro95
diesel
1,801
1,469
 
 
do 01 apr 2010, 17:10

Begrippenlijst: arbeid(srecht)

AMSTERDAM - Bij het zoeken naar informatie over arbeid(srecht) komt u allerlei termen tegen waarvan u misschien nog nooit heeft gehoord. U zoekt ze op in de Begrippenlijst arbeid(srecht) van OverGeld.nl.

Inhoud

A - B - C- D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

A

Arbeidsintensief. Om het werk uit te voeren zijn veel arbeiders nodig. Dit in tegenstelling tot arbeidsextensief.

Adviesrecht. De ondernemingsraad heeft het recht om over een flink aantal bedrijfsorganisatorische of -economische beslissingen te adviseren. Als de ondernemer het advies niet vraagt, of een gegeven advies niet opvolgt, dan kan de ondernemingsraad in beroep bij de Ondernemingskamer, die het besluit van de ondernemer kan vernietigen.

Arbeidsongeschiktheid. De eerste twee jaren mogen werknemers in principe bij ziekte niet worden ontslagen. De werkgever moet het loon in de eerste twee ziektejaren doorbetalen. Hoeveel dat is, hangt af van wat er in de cao is afgesproken. De werkgever moet in het eerste jaar minimaal 70% van het loon betalen. De werknemer krijgt dan minstens het minimumloon. Over de 2 jaar betaalt u nooit meer dan 170% van het loon. Na 2 jaar kan de werknemer mogelijk een wia-uitkering (oude wao) krijgen.

Arbeidsovereenkomst. De overeenkomst, of afspraak, tussen twee partijen, waarbij de ene partij, de werknemer zich verbindt om arbeid te verrichten en de andere partij, de werkgever, zich verbindt om loon te betalen. Een arbeidsovereenkomst komt tot stand op het moment dat een aanbod van de ene partij door de ander is aanvaard. Dat wil zeggen dat deze niet pas ontstaat op het moment dat een en ander op papier is gezet of is ondertekend.

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Een werkgever en een werknemer kunnen afspreken hoe lang de werknemer gaat werken, bijvoorbeeld voor een paar maanden of een paar dagen. Er is dan een tijdelijk contract. Dit contract eindigt automatisch. Dit wordt ’van rechtswege’ genoemd. Soms is de precieze einddatum niet bekend, maar stopt het contract bijvoorbeeld na afloop van een project.

B

Beroepsbevolking. Iedereen tussen 15 en 65 jaar die werk heeft of zoekt voor 12 of meer uur per week.

Bijdrage-inkomen. Het bijdrage-inkomen is het inkomen waarover de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet wordt berekend. Het is het gezamenlijk bedrag dat u ontvangt aan bijdrageloon, winst uit onderneming, resultaat uit overige werkzaamheden en periodieke uitkeringen en verstrekkingen. Inkomen uit vermogen maakt geen deel uit van het bijdrage-inkomen.

Bijdrageloon. Uw loon voorzover het onderdeel uitmaakt van het bijdrage-inkomen.

Bijtelling. Bedrag dat u bij uw inkomen moet optellen als u van uw werkgever een auto van de zaak krijgt en daar meer dan 500 km per jaar privé mee rijdt. Woon-werkverkeer telt als zakelijk. De bijtelling is 22 % van de cataloguswaarde van de auto.

Bruto inkomen. Uw inkomen voor aftrek van loonheffingen.

C

Collectieve arbeidsovereenkomst. Een cao is een overeenkomst tussen werkgever(s) en vakbonden, waarin voor een of meerdere groepen werkgevers is vastgelegd, onder welke voorwaarden arbeid wordt verricht. Als zowel de werkgever als de werknemer gebonden zijn aan de cao (doordat ze lid zijn van de werkgeversorganisatie en vakbond, de cao algemeen verbindend is verklaard of doordat de cao in de individuele arbeidsovereenkomst van toepassing is verklaard) dan gelden de cao-afspraken alsof de partijen ze zelf zijn overeengekomen.

Combinatiekorting. Heffingskorting voor wie kinderen onder de 12 onderhoudt. De minstverdienende partner en alleenstaanden krijgen ook aanvullende combinatiekorting.

Concurrentiebeding. Een concurrentiebeding is een afspraak tussen werkgever en werknemer waarbij de werknemer een verbod krijgt opgelegd om na het dienstverband bepaalde werkzaamheden te verrichten. Doorgaans gaat het om werken voor de concurrent. Ook wanneer de ex-werknemer voor zichzelf is begonnen, moet hij zich houden aan het concurrentiebeding dat met de ex-werkgever is afgesloten.

D

Durfkapitaal. Beleggingen in durfkapitaal zijn geregistreerde achtergestelde geldleningen aan beginnende ondernemers en geldleningen aan, aandelen in of winstbewijzen van aangewezen participatiemaatschappijen. Ook gaat het hierbij om culturele beleggingen. Verliezen hierop zijn aftrekbaar van uw inkomstenbelasting.

E

Ecotax. Ecotax is de belasting op het energieverbruik. De Ecotax wordt ook wel Regulerende Energie Belasting genoemd. Op milieuonvriendelijke energiebronnen zoals kernenergie en energie opgewekt uit fossiele brandstoffen wordt de Ecotax geheven. De overheid probeert de scheve concurrentiepositie tussen de verschillende energiebronnen recht te trekken door de externe kosten te vertalen in prijs van de energiebedrijven door middel van de Ecotax. Ecotax hoeft niet betaalt te worden bij bijvoorbeeld groene energie omdat Groene Energie niets vervuilt. Groene energie wordt dus vrijgesteld van de Ecotax.

F

Fiscaal loon. Fiscaal loon is het loon voor de berekening van de loonbelasting en de premie volksverzekeringen.

Flexwerker. Een flexwerker is een werknemer met een flexibel arbeidscontract, te weten: een uitzendkracht, een gedetacheerde, een seizoensarbeider en een freelancer. Voornaamste kenmerken zijn het ontbreken van een vast arbeidscontract met de werkgever.

G

Geheimhoudingsbeding legt aan de werknemer de plicht op om tijdens en na afloop van de arbeidsovereenkomst geen vertrouwelijke of concurrentiegevoelige informatie naar buiten te brengen.

H

Handdruk / Gouden handdruk. De gangbare term voor een ontslagvergoeding. De opbouw bestaat uit een of enkele bruto-jaarsalarissen (afhankelijk van het aantal dienstjaren), aangevuld met een bedrag dat partijen afspreken om imagoschade te compenseren en juridische procedures te vermijden.

I

Incidentele loonstijging. De stijging van het loon door bijvoorbeeld promotie.

Inkomensbestanddelen. Gemeenschappelijke inkomensbestanddelen zijn die inkomensbestanddelen die de partners jaarlijks onderling kunnen verdelen bij het doen van aangifte. Het gaat om de volgende inkomensbestanddelen: - inkomsten uit eigen woning; - inkomen uit aanmerkelijk belang voor vermindering met de persoonsgebonden aftrek; - uitgaven voor levensonderhoud van kinderen; - buitengewone uitgaven; - weekenduitgaven voor gehandicapte kinderen; - scholingsuitgaven; - uitgaven voor rijksmonumentenpanden; - aftrekbare giften

Inkomstenbelasting. Belasting op het inkomen van natuurlijke personen. De inkomstenbelasting onderscheidt drie soorten inkomen: werk, aanmerkelijk belang (in een bedrijf) en vermogen. De drie soorten inkomen geeft u apart op drie boxen. Ze worden tegen verschillende tarieven belast.

>h2>J

Jonggehandicaptenkorting. Heffingkorting voor jong gehandicapten. Iedereen die recht heeft op een uitkering op grond van de wet Wajong, of hij die nu krijgt of niet, heeft recht op Jonggehandicaptenkorting.

K

Kantonrechtersformule. De kantonrechtersformule is de basis waarop kantonrechters bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst bepalen of een ontslagvergoeding wordt toegekend. Als de werknemer zelf ontslag neemt of bij ontbinding met wederzijds goedvinden hoeft de werkgever geen ontslaguitkering te vergoeden. U heeft als werknemer recht op een ontslagvergoeding als uw werkgever de kantonrechter verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechtersformule is ontwikkeld als berekeningsformule bij individueel ontslag bij de kantonrechter. Collectief ontslag loopt via het UWV Werkbedrijf.

Kapitaalintensief. Als een bedrijf in vergelijking met andere bedrijven of bedrijfstakken per werknemer meer investeert in kapitaalgoederen, zoals machines.

L

Loon. Loon is onder meer: loon of salaris, ziekengeld ontvangen van een uitvoeringsinstelling; - pensioen, VUT-uitkering, AOW en Anw; WW, wachtgeld, IOAW en IOAZ; - WAO, Waz en andere uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid; - bijstandsuitkering; - lijfrentetermijnen van een levensverzekeringsmaatschappij; - inkomsten in natura, zoals privé-gebruik auto en vrij wonen; - vervanging gederfd of te derven loon; - fooien; - uitkeringen in verband met staken of nalaten van werkzaamheden; - uitkeringen uit buitenlandse pensioenregelingen, tenzij elders belasting is betaald.

Loonbelasting. Belasting op inkomen uit loonarbeid. Wordt maandelijks ingehouden door de werkgever. De loonbelasting is een voorheffing die later bij de aangifte wordt verrekend met de inkomstenbelasting.

Loonheffing. Belastingheffingen op die maadelijks door de werkgever worden ingehouden. Bestaat uit premies werknemersverzekeringen, premie volksverzekeringen, loonbelasting en de werkgeversbijdrage inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

M

Minimumloon. Iedere werknemer tot 65 jaar heeft recht op een minimuminkomen. Voor werknemers van 23 tot 65 jaar geldt het wettelijk minimumloon. Voor werknemers onder de 23 jaar geldt het minimumjeugdloon.

N

Non-actief (op non-actief gesteld worden) is een fase waarin men een bepaalde functie, vaak zonder er zelf voor gekozen te hebben, tijdelijk niet kan vervullen. In de arbeidswereld wordt deze term vaak gebruikt bij een persoon die op papier nog wel in dienst is bij een bedrijf, maar feitelijk de werkzaamheden voor onbepaalde tijd niet verricht. Dit in tegenstelling tot ontslag, waarin het contract wordt ontbonden en men geen deel meer uitmaakt van het werkende personeel. Over het algemeen wordt iemand op non-actief gesteld als er sprake is van (vermeende) misdrijven of gedrag dat niet getolereerd wordt. In de periode voorafgaand aan strafrechtelijke of disciplinaire maatregelen wordt een persoon dan op non-actief gezet.

O

Ontslagprocedure. Niemand kan zomaar worden ontslagen. Als de werkgever tegen de wens in van de werknemer de arbeidsovereenkomst wil beëindigen, dan moet hij een strikte procedure opvolgen. De werkgever kan een ontslagvergunning aanvragen bij UWV Werkbedrijf (voorheen het CWI) of de kantonrechter vragen om de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden. Het verloop van het ontslag hangt grotendeels af van de reden van het ontslag.

Ontslagvergoeding. Een ontslagvergoeding is een schadeloosstelling bij ontslagen wordt ook wel gouden handdruk genoemd.

Oproepcontract. Een oproepcontract is een arbeidsovereenkomst waarbij soms wel is geregeld dat er arbeid zal worden verricht, maar niet wanneer. Er zijn verschillende vormen denkbaar.

Opzegtermijn. Opzegging dient tegen het eind van de maand te geschieden; sedert 1 januari 1999 zijn de opzegtermijnen voor arbeidsovereenkomsten korter en eenvoudiger.

Voor de werkgever gelden dan minimaal de volgende termijnen, waarvan overigens kan worden afgeweken bij cao:

  • 1 maand bij arbeidsovereenkomsten die korter hebben geduurd dan 5 jaar;
  • 2 maanden bij arbeidsovereenkomsten van 5 t/m 9 jaar;
  • 3 maanden voor arbeidsovereenkomsten van 10 t/m 14 jaar;
  • 4 maanden voor arbeidsovereenkomsten van 15 jaar en meer contracten;

* Sinds 1 januari 1999 mag een werknemer steeds op een termijn van 1 maand opzeggen, tenzij een langere termijn (maximaal 6 maanden) schriftelijk is overeengekomen én de opzegtermijn voor de werkgever niet korter is dan het dubbele van die voor de werknemer. Van deze dubbele termijn kan in de cao worden afgeweken, maar de opzegtermijn moet dan ten minste even lang zijn als uw opzegtermijn.

Ouderschapsverlof. Werknemers hebben recht op ouderschapsverlof als zij zorgen voor een kind jonger dan acht jaar. Zij moeten dan minimaal één jaar bij een werkgever in dienst zijn. Hoe lang het verlof duurt, hangt af van het aantal uur dat een werknemer werkt. De verlofuren worden niet uitbetaald. In een cao of in aanvullende arbeidsvoorwaarden kunnen hierover andere afspraken staan.

P

Persoonsgebonden aftrek. Verzamelnaam voor een aantal aftrekposten: alimentatie, verliezen op leningen aan beginnend eondernemers, levensonderhoud kinderen tot dertig, ziekte, scholing, giften aan het goede doel of onderhoud aan monumentale panden.

R

Reisaftrek. Aftrekpost voor woon-werkverkeer. Geldt alleen als u per openbaar vervoer reist, over een afstand van meer dan 10km. U mag een vast bedrag aftrekken afhankelijk van de afstand en het aantal dagen in de werk dat u werkt. U trekt dus niet de reele kosten af. Een eventuele vergoeding die u kreeg wordt in mindering gebracht op uw reisaftrek. Om te bewijzen dat u per openbaar vervoer reisde, hebt openbaarvervoerverklaring of reisverklaring nodig van de OV-bedrijven of uw werkgever.

Reisverklaring. Verklaring ondertekend door de werkgever over de reisafstand en het aantal dagen in de week dat een werknemer naar zijn werk reist en met welk vervoermiddel. Is nodig om reisaftrek te krijgen voor wie met het openbaar vervoer reist. Wordt door de werkgever verstrekt

S

Stamrecht. Letterlijk: recht op periodieke uitkering. De werknemer kan ervoor kiezen om de ontslagvergoeding niet netto te laten uitkeren, maar de vergoeding bruto en onbelast bij een verzekeringsmaatschappij of bij een zelf op te richten BV onder te laten brengen. Dit kan fiscaal voordeliger zijn dan direct progressief belasting te betalen over de ontslagvergoeding.

T

Toetsingsinkomen. Inkomen op basis waarvan uw recht op zorgtoeslag wordt vastgesteld.

U

UWV. Voluit: Uitvoering Werknemersverzekeringen. Bedrijf dat de uitkeringen verstrekt van werknemersverzekeringen als WW, WAO, WIA en Ziektewet. In 2002 ontstaan uit een fusie van andere uitvoeringsinstanties als het Gak, GUO en Cadans.

V

Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers (VCA). Een certificeerbare norm voor aannemers waarmee zij aan kunnen tonen dat zij onder andere aan de wet- en regelgeving zoals de ARBO-wet voldoen. Tevens bevat deze norm aanvullende eisen om het veiligheidsbewustzijn tijdens het werk te verhogen.

W

WALVIS. Voluit: Wet Administratieve Lastenverlichting en Vereenvoudiging In Sociale verzekeringswetten. Moet voor administratieve lastenverlichting zorgen voor de belastingbetaler en de regelgeving voor de verplichte werknemersverzekeringen vereenvoudigen. WALVIS regelt namelijk een nieuw loonbegrip voor de werknemersverzekeringen. Ook worden de grondslag voor de premieheffing werknemersverzekeringen en de grondslag voor de heffing van loonbelasting gelijkgetrokken. Het fiscaal loon wordt leidend voor het loonbegrip sociale verzekeringen.

WAO. Voluit: Wet op de ArbeidsOngeschiktheidsverzekering. In 2006 vervangen door de WIA.

WAZ. Voluit: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

WIA. Voluit: wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen

Wfsv. De Wfsv is de Wet financiering sociale verzekeringen. Deze wet regelt de overgang van de heffing en inning van de premies werknemersverzekeringen naar de Belastingdienst.

Winst uit onderneming. Winst uit onderneming is het positieve verschil tussen opbrengst en kosten van een onderneming.

WOZ. WOZ betekent Wet waardering Onroerende Zaken. Wet op basis waarvan de gemeente uw huis taxeert. Hieruit komt de WOZ-waarde van uw huis, op basis waarvan de gemeente de aanslag van de onroerendezaakbelasting berekend.

WW. Voluit: werkloosheidswet. Werknemersverzekering die na ontslag een beperkte tijd uitkeert. De uitkering is 70% van het laatste loon, de duur hangt af van hoe lang de uitkeringgerechtigde heeft gewerkt voor zijn ontslag.

Z

Ziektewet. Afgekort: ZW. Werknemersverzekering die uitkeert bij ziekte.

ZZP'er. Afkorting voor Zelfstandige Zonder Personeel.


Weekendabonnement
Het EK-abonnement, 6 weken € 20,-!