Een nieuwe belasting op vermogen, een voor velen welkome verlaging van de tariefschijven inkomstenbelasting, een inkrimping en standaardisering van aftrekposten, een stille gestage afbouw van de hypotheekrenteaftrek en een uitholling van fiscaal vriendelijke manieren waarop mensen iets extra kunnen sparen voor hun oude dag of als spaarbuffer. Het is een kleine greep uit de koerswijzigingen in de afgelopen tien jaar.
Begin 2002 zat Nederland te zweten boven een aangifte inkomstenbelasting die fors anders was dan die uit de jaren ervoor. Fijn was dat de fiscale toptarieven omlaag gingen; van 60% en 52% naar respectievelijk 52% en 42%. Lagere inkomens profiteerden van een lager begintarief.
Het Belastingplan 2001 bracht ons echter ook een beperking van allerlei aftrekposten. Die werden deels vervangen door een pakket van nieuwe heffingskortingen, voor veelal specifieke groepen. Van een korting voor 65-plussers tot een korting voor alleenstaande ouders. Je zou kunnen zeggen dat veel aftrekposten werden gestandaardiseerd. Van individueel maatwerk naar fiscale eenheidsworst.
Standaard
Een voorbeeld is de aftrek voor beroepskosten. In principe kon je vroeger alle kosten die met de uitvoering van je werk verband hielden vrijwel onbeperkt aftrekken. In 2001 werd dat vervangen door de arbeidskorting. Voor het fiscale jaar 2011 bedraagt die maximaal € 2362, afhankelijk van inkomen en leeftijd. De arbeidskorting wordt door de werkgever verrekend met de afdracht aan loonbelasting.
Ook het boxenstelsel stamt uit 2001. Inkomsten uit werk en bijverdiensten worden belast in box 1, een aanmerkelijk belang (meer dan 5% van de aandelen in een bv) in box 2 en het saldo van bezittingen en schulden in box 3. Het saldo in box 3 wordt belast met de vermogensrendementsheffing, een ander voorbeeld van fiscale eenheidsworst. Die heffing veronderstelt namelijk dat iedereen 4% op zijn spaargeld en/of beleggingen verdient. Een belasting van 30% over dat fictieve rendement brengt de belastingdruk vervolgens op 1,2%.
De heffing leidt keer op keer tot verhitte discussies. Vooral als mensen minder rendement kunnen behalen dan waarmee de Haagse rekenaars rekenen. Op de pagina hiernaast schrijft Reinout van der Heijden, hoofdredacteur van de Geldgids, over dat debat.
Voor iedereen is de eerste €20.785 (2011) in box 3 vrijgesteld. Fiscale partners mogen die vrijstelling aan elkaar overdragen. Ouderen vanaf 65 hebben een extra vrijstelling, afhankelijk van hun inkomen tot maximaal € 27.516. Ook voor elk minderjarig kind kunnen ouders €2779 belastingvrij sparen, althans dit jaar nog, want het kabinet wil dit in 2012 schrappen. Ook zogeheten maatschappelijke beleggingen – bijvoorbeeld de groenfondsen – tellen niet mee in box 3, ze zijn tot €55.476 per persoon vrijgesteld. De extra heffingskorting hiervoor in box 1, wordt afgebouwd.
Bijna nergens ter wereld wordt zoveel gespaard als in Nederland. Vooral voor het pensioen. Collectief, maar ook via lijfrenteverzekeringen. De inleg in die individuele pensioenpotjes was ooit vrijwel onbeperkt aftrekbaar. In het hoogste belastingtarief betaalde de fiscus tot 60 cent van elke gulden inleg. Die aftrek is gestaag beperkt, tot in 2003 ook de resterende magere basisaftrek van € 1069 sneuvelde.
De inleg is nu enkel aftrekbaar bij een pensioentekort. Het ’goede’ nieuws is dat veel Nederlanders zo’n pensioengat hebben: als je minder dan 17% van het totale inkomen in een jaar opzijzet in een pensioenregeling. Zo’n tekort betekent dat er fiscale ruimte is voor aftrek. Ook als die ruimte vrijwel opgebruikt lijkt, is er vaak nog iets mogelijk. Zo bouw je geen pensioen op over de bijtelling voor een leaseauto, 17% van die bijtelling is daarmee beschikbaar voor een aftrekbare storting in een lijfrenteverzekering. Inmiddels kan dat geld ook worden gestort in een bankspaarproduct, waarvan de kosten meestal lager liggen.
Vroegpensioen
Dit jaar is het mes nog dieper gezet in de ruimte om fiscaal vriendelijk te sparen. Spaarloon en levensloop sneuvelen in 2012 en worden vervangen door de vitaliteitsregeling, waarvan het fiscale profijt meestal veel lager ligt. Iedereen die eind dit jaar een saldo van € 3000 op een levenslooprekening heeft, kan de regeling vooralsnog wel voortzetten.
Bij levensloop kun je tot 210% van je salaris sparen, direct van je brutoloon. Dat scheelt loonbelasting. De uitkeringen zijn wel belast, al levert elk deelgenomen jaar (tot 2012) een belastingkorting op. Het saldo kan ook vlak voor de pensioendatum voor verlof worden opgenomen, zodat vroegpensioen mogelijk is. Iedereen die niet deelneemt, kan dit jaar nog storten, in overleg met de werkgever, om zo’n vroegpensioen te creëren. U moet wel € 3000 van het brutoloon kunnen missen. Tegelijkertijd deelnemen aan de spaarloonregeling mag niet.
Spaarloon is al jarenlang gemaximeerd op € 613 inleg per jaar. Die inleg gaat van het brutoloon af en kon na vier jaar geblokkeerd op een rekening weer netto worden opgenomen. Dat levert een hoog fiscaal rendement op. Iemand die niet deelneemt, kan dit jaar nog snel € 613 storten. Het bedrag valt op 1 januari 2012 direct netto vrij. Snelle winst, waar wel de medewerking van de werkgever voor nodig is.
Aan dit artikel werkte mee: Monique Ligtenberg, hoofdredacteur van Fiscaal up to Date.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer