Het hiaat in de kennis van het bedrijfsleven wordt blootgelegd door Peter Conneman van Mercer, één van de grootste adviseurs op het gebied van personeelsbeleid in Nederland. „Op dit moment zie je dat oudere werknemers als gevolg van de crisis aangespoord worden om uit te treden. Door gebruik te maken van een vaak vergeten belastingmaatregel kan dit echter worden voorkomen”, stelt Conneman.
De vergeten seniorenregeling is daarmee een bruikbaar alternatief naast de werktijdverkorting die het ministerie van Sociale Zaken biedt. Deze is slechts nog tot 1 maart aan te vragen. Bovendien komen veel bedrijven, die wel mensen willen ontslaan, er niet voor in aanmerking, omdat ze op dit moment onvoldoende omzetdaling kennen. Werknemers (vooral ouderen) komen daardoor alsnog massaal op straat te staan.
„De werkgever moet worden gewezen op deze vaak vergeten fiscale regeling en die zo snel mogelijk toepassen om dit te verhinderen. Dat is zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid. Anders zitten straks vele oudere werknemers voorgoed achter de geraniums, terwijl ze nog zeer nuttig zijn op de werkvloer en goed gebruikt kunnen worden als de crisis eenmaal is overgewaaid.”
Conneman ziet in zijn praktijk het aantal afvloeiingsregelingen voor oudere werknemers dagelijks toenemen. Een trend waar bestuursvoorzitter Joop Linthorst van uitkeringsinstantie UWV eerder alarm over sloeg.
Hij constateerde dat bedrijven die moeten reorganiseren er toch weer aan denken om allerlei afvloeiingsregelingen op te tuigen voor hun oudere werknemers. Zij kunnen hun oudere personeel echter niet meer goedkoop laten afvloeien nu de VUT-regeling voor vervroegde uittreding is afgeschaft.
Maar deze ellende valt volgens Conneman voor een groot deel te vermijden. Hij doelt daarbij op de fiscale tegemoetkoming die in 2006 in het leven is geroepen om bedrijven tegemoet te komen die oudere werknemers juist aan het werk wilden houden.
Nu de economie snel verslechtert, biedt deze seniorenregeling echter ook mogelijkheden om oudere werknemers zoveel mogelijk voor de arbeidsmarkt te behouden met het oog op toekomstig economisch herstel. De wet verbiedt niet op enig moment de regeling geleidelijk weer af te bouwen, met als gevolg dat het aantal arbeidsuren van de oudere werknemers weer kan toenemen op het moment dat daaraan behoefte ontstaat.
„Werknemers kunnen vanaf maximaal tien jaar voorafgaand aan hun pensioen tot 50% vrijgesteld worden van werk. Ze moeten dan met hun baas afspraken maken over een gedeeltelijke of gehele loondoorbetaling en voortzetting van de pensioenopbouw. De werkgever hoeft dan geen extra belastingheffing van 26% tot 52% te betalen, wat normaal gesproken bij vervroegde uittreding wel het geval is, om vervroegd met pensioen gaan te ontmoedigen. Dat werkt als een boete op slecht gedrag van werkgevers”, legt Conneman uit.
„Ook de werknemers zelf willen graag aan de slag blijven. De dure afvloeiingsregelingen of zelfs een herintroductie van de VUT, zijn helemaal niet nodig. Je kan veel beter gebruikmaken van de bestaande fiscale regeling.”
Conneman pleit er wel voor om de periode waarin de oudere werknemer korter gaat werken vast te leggen. „Als dat niet gebeurt, bestaat de kans dat ze niet meer op de werkvloer willen terugkeren, terwijl jij ze nodig hebt. Een periode van een half jaar met een verlengingsoptielijkt me prima.”
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer