*

Zoeken
  Zoeken met  
20.3 °C
NW 3
 
files 67
73 km.
euro95
diesel
1,801
1,469
 
 
wo 18 feb 2009, 14:19

Het ABC van ons belastingstelsel

AMSTERDAM - Er bestaan in ons land drie vormen van inkomsten waarover aparte tarieven gerekend worden. Dit heet het boxenstelsel.

In box 1 valt uw inkomen uit werk, uitkering en eigen huis. De redenatie van een eigen huis hebben is, dat het u geld uitspaart aan lasten die u anders aan huur kwijt zou zijn. bovendien kan het in waarde stijgen.

Box 1 wordt progressief belast. Dat wil zeggen, hoe hoger uw inkomen uit huis, werk en uitkering, hoe hoger het belastingpercentage. Dat loopt uiteen van 33,6% voor werkenden en 15,7% voor gepensioneerden, tot 52% voor de rijkeren onder ons.

In box 2 vallen inkomsten uit aandelen van mensen die tenminste 5% van de aandelen in een nv of bv hebben. Percentage is 25%.

In box 3 vallen uw inkomsten uit vermogen. Dit is onder andere spaargeld, effecten en beleggingen, vorderingen. In mindering worden de schulden van een persoon gebracht.

Om een hoop nodeloos rekenwerk uit te sparen, gaat de fiscus ervan uit dat u jaarlijks een rendement van 4% maakt. Dat is discutabel, gezien bijvoorbeeld de lage spaarrentes uit voorgaande jaren, en het rampzalige beleggingsjaar 2008.

Over dit denkbeeldige rendement betaalt u liefst 30% belasting. Feitelijk betaalt u dus 1,2% (30% van 4%) vermogensrendementheffing over uw hele vermogen. Dus ook, als u verlies heeft geleden.

Als u electronisch aangifte doet, berekent het computerprogramma automatisch de verschuldigde belasting in elke box. Heffinfskortingen moet u soms wel zelf aanvinken.

Pensioen en fiscus

Pensioen valt in de regel onder de fiscale omkeerregeling. Ingelegde premie is onbelast, maar over de uitkering betaalt u wel inkomstenbelasting. Deelnemen aan een als fiscaal aantrekkelijk aangeprezen pensioenregeling is dus feitelijk niets meer of minder dan het uitstel van belasting betaling.

Om staatspensioen of aow op te bouwen, moet u in Nederland wonen en bij de Gemeentelijke Basis Administratie ingeschreven staan. Over ieder jaar dat u in Nederland woont bouwt u 2% aow-rechten op.

Behalve deze eerste pijler, de aow, is er ook een tweede pijler. Als uw werkgever een pensioenregeling heeft, is deelname verplicht vanaf uw 21e. Dit zijn de bedrijfstakpensioenfondsen (voor een hele sector, bijvoorbeeld de metaal) en de bedrijfspensioenfondsen (van één, vaak omvangrijk bedrijf, bijvoorbeeld van de KLM). Zelfs voor uitzendkrachten is er een pensioenfonds, evenals voor werklozen.

Werknemers die ouder zijn dan 40 jaar en zonder baan zitten, kunnen nog tot 1 januari 2010 gebruik maken van de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP).

Omdat bedrijfspensioenuitkering bovenop de aow komt, mag over het eerste deel van uw loon geen pensioen worden opgebouwd. U graagt immers al aow-premie af. Dit wordt de franchise genoemd. De hoogte van deze franchise verschilt van bedrijfspensioen tot bedrijfspensioen. De fiscus benoemt wel elk jaar een minimumfranchise, in 2008 is dat 12.209 euro.

Het salaris boven de franchise heet de pensioengrondslag.

De fiscus stelt grenzen aan de maximum bedrijfspensioenopbouw per jaar, evenals het totaal.

Wie bij pensionering alleenstaand is, kan zijn opgebouwde partnerpensioen gebruiken om extra ouderdomspensioen aan te kopen. U mag daarbij niet boven de 100% uitkomen.

De derde pensioenpijler zijn particuliere verzekeringen. Bijvoorbeeld om de schade van het bedrijfspensioen op de beurs te compenseren. In de toekomst zal dit steeds belangrijker worden, menen experts.

Bijstorten in een pensioenregeling mag sinds 2003 alleen nog fiscaal vriendelijk als u aantoonbaar een pensioengat heeft. Vraag u personeelschef (pijler 2) of financieel adviseur (pijler 3)om de mogelijkheden.

Heeft u een deel van uw werkzame leven in het buitenland gewoond? Ook dan kunt u aow bijkopen. Dit kan alleen binnen een aantal jaar na terugkeer, en is prijzig. Alleen doen dus als u erg oud denkt te worden, lijkt het devies.


Weekendabonnement
Het EK-abonnement, 6 weken € 20,-!