Dat doen ze door gebruik te maken van vrijstellingen. Maar ook door via een verzekering te beleggen. Al is dat laatste niet zonder kosten én is de fiscale aantrekkelijkheid daarvan de laatste jaren flink uitgehold.
De bekendste manier van belastingvrij beleggen zijn de groenfondsen. Deze beleggingsfondsen steken hun geld in milieuprojecten zoals bijvoorbeeld in de aanleg van windmolenparken. Maar ook beleggen in cultuur, lenen aan een startende ondernemer of beleggen in schepen levert fiscaal voordeel op. Maar staar u niet blind op het fiscale voordeel alleen.
Het goede nieuws is dat de koerswinst op aandelen en obligaties – waar u het als belegger van moet hebben – niet is belast. Net als bij spaargeld gaat de fiscus uit van een fictief rendement van 4% dat voor 30% wordt belast: de 1,2% heffing in box 3.
Ook dividend – de winstuitkering op aandelen – is daarmee belastingvrij, al krijgt u die nog steeds ná aftrek van een voorheffing. De ingehouden dividendbelasting kunt u echter opgeven bij uw aangifte en de fiscus brengt deze in mindering op uw aanslag.
Wilt u als belegger echt belasting besparen, dan lukt dat vooral door het belegde vermogen in box 3 zo laag mogelijk te houden.
Gelukkig zijn er vrijstellingen. Allereerst voor iedereen de algemene vrijstelling: over de eerste €20.661 aan vermogen bent u geen belasting verschuldigd, voor partners geldt samen het dubbele bedrag (€41.322). Ouders mogen per minderjarig kind daar nog eens €2762 bij optellen. En ten slotte hebben 65-plussers een extra vrijstelling (zie tabel). De hoogte hangt af van het inkomen en het belastbare vermogen mag niet meer dan €273.391 bedragen.
Het maakt ook uit waarin u belegt. Beleggers met een duurzame inslag kunnen maximaal €55.145 per persoon (€110.290 voor partners) belastingvrij in een groenfonds steken. Dit valt onder maatschappelijke beleggingen, waar ook sociaalethische fondsen onder vallen. Beleggingen in deze fondsen zijn tot het maximum vrijgesteld van de 1,2% heffing, maar leveren ook nog eens een extra voordeel op: een heffingskorting van 1,3% in box 1. Het fiscale rendement is daarmee 2,5%. Dat is een voordeel van €2757 voor partners die de gezamelijke maximale vrijstelling benutten. Het vinden van een groenfonds is niet moeilijk, vrijwel elke Nederlandse bank heeft er een. Sociaalethische fondsen zijn dunner gezaaid en beperken zich vooralsnog tot microkrediet voor ontwikkelingslanden. Controleer wel of uw groenfonds ook als zodanig door de fiscus erkend is.
Ook de zogeheten beleggingen in durfkapitaal (vroeger Tante Agaath-beleggingen) zijn een nichemarkt. U verstrekt daarbij een achtergestelde lening aan een startende ondernemer. De vrijgestelde bedragen zijn dezelfde als die voor groene en sociaalethische fondsen. Met één grote uitzondering. Alleen een directe lening aan een ondernemer levert naast de vrijstelling in box 3 nog de extra heffingskorting van 1,3% op.
In 2003 besloot Den Haag dat fondsen in durfkapitaal alleen nog van de vrijstelling konden genieten. Daarmee trok men in feite het vloerkleed onder deze fondsen vandaan: de meeste fondsen werden gestaakt omdat het fiscale voordeel te klein werd. Dat is jammer, want het lenen van een halve ton aan één startende ondernemer, hoe veelbelovend ook, is niet zonder risico. Een durfkapitaalfonds kan dat risico spreiden door leningen aan een grote pool van ondernemers te verstrekken.
Beleggingen in cultuur vallen ook binnen de vrijstelling voor durfkapitaal. Hoe dat werkt? Via een beleggingsfonds dat bijvoorbeeld de bouw of renovatie van theaters, musea of ateliers financiert. Pionier is Triodos Bank met het Triodos Cultuurfonds.
Een belastingplichtige kan zo €110.290 beleggen, met een fiscaal rendement van 2,5%, even afgezien dat u met durfkapitaalfondsen minder fiscaal cadeau krijgt. De beleggingen renderen zelf ook, al is dat met een gemiddelde tussen de 2 en 4% geen vetpot. U moet afwegen dat u met andere beleggingen in potentie meer rendement kunt halen. Al zal daar vaak ook een hoger risico tegenover staan. Met fiscaal vriendelijke beleggingen heeft u althans één zekerheid: het fiscale rendement. Dat betekent niet dat u nooit geld kunt verliezen, de beleggingen zelf kunnen wel degelijk in waarde dalen.
De tijd dat verzekeringen onbeperkte aftrekposten opleverden, is voorbij. Premies voor een lijfrenteverzekering zijn nog wel aftrekbaar, maar u moet wel een pensioentekort aantonen. Bovendien worden de uitkeringen te zijner tijd belast zodat de aftrek alleen voordelig is als je nú tegen een hoger belastingtarief kunt aftrekken, dan waartegen de uitkeringen worden belast. Het saldo van een nieuwe lijfrentepolis, waarvan de premie is afgetrokken, is wel vrijgesteld van de heffing in box 3.
Dat voordeel biedt ook een andere beleggingsverzekering: de kapitaalverzekering waarbij je niet de inleg als aftrekpost kunt opvoeren, maar waarbij onder voorwaarden juist het eindkapitaal onbelast is. Een nieuwe kapitaalverzekering waarvoor 15 tot en met 19 jaar premie is betaald, kent een vrijstelling van €34.100. Bij 20 jaar of meer premiebetaling is de vrijstelling €150.500. Het enige fiscale voordeel boven zelf sparen en beleggen is dat de kapitaalopbouw onbelast is in box 3. Maar dat geldt alleen nog voor kapitaalverzekeringen die gebruikt gaan worden om de hypotheekschuld op de eigen woning af te lossen.
Voordat u in een van beide beleggingsverzekeringen duikt, louter om fiscale redenen, bedenk dan wel dat ze al jarenlang onder vuur liggen vanwege de hoge kosten.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer