De huidige turbulentie op de beurzen raakt vooral beleggers met een langetermijnstrategie. Actieve beleggers zien in de grillige koersbewegingen juist een kans om geld te verdienen. Dat deden ze vroeger vooral met opties, maar tegenwoordig ook met zogeheten turbo’s. Met een relatief klein bedrag liften beleggers mee met een stijgende beurs, of verdienen ze aan verliezen.
Turbo’s worden uitgegeven door de Royal Bank of Scotland (daarvóór door ABN Amro). Andere banken hebben soortgelijke producten als speeders of sprinters . Beleggers kunnen hiermee goed aanhaken bij de huidige hectische beurzen. Ze liften mee op de koersbeweging van een aandeel en vergroten deze. Opties doen dat ook, maar zijn iets minder geschikt als de koersen erg op en neer flitsen.
Alleen ervaren beleggers zouden in turbo’s moeten stappen. Je kunt er namelijk niet alleen veel mee verdienen, maar de hele inleg ook in één klap verliezen. Eigenlijk net als met opties. Er zijn echter belangrijke verschillen: soms is een turbo een betere keus, soms een optie, stelt Jim Tehupuring, voormalig beleggingstrainer van Alex Academy, inmiddels werkzaam bij RBS.
Het voordeel van turbo’s én opties is dat beleggers die verwachten dat een aandeel of index gaat stijgen, hier met een kleine inleg van kunnen profiteren. Met een turbo long of een call optie, op dat aandeel of die index.
De call optie is een kooprecht om een aandeel gedurende de looptijd van de call te mogen kopen tegen een vaste prijs. Het verschil tussen die uitoefenprijs en de aandelenkoers is de intrinsieke waarde.
Verwachtingswaarde
Voor een optie betaal je echter ook verwachtingswaarde. Zelfs als er geen intrinsieke waarde is – de uitoefenprijs is dan hoger dan de aandelenkoers op de beurs – blijft er immers een kans dat tijdens de looptijd van de optie de aandelenkoers stijgt. Hoe langer de looptijd en des te grilliger het koersverloop van het aandeel, des te hoger die kans. En des te groter de verwachtingswaarde.
We gaan uit van een aandeel dat € 20 kost. U koopt dan bijvoorbeeld een Call Dec 2014 16 , waarbij Dec 2014 het einde van de looptijd aangeeft en € 16 de uitoefenprijs is. Voor die optie betaalt u niet € 4 (de intrinsieke waarde) maar bijvoorbeeld € 6. De extra € 2 is de verwachtingswaarde die naarmate het einde van de looptijd nadert tot nul daalt.
Een turbo kent alleen intrinsieke waarde, zie ook Rente en dividend . Het gaat hier namelijk niet om een recht, maar om de daadwerkelijke aankoop van het aandeel. Waarbij de uitgevende bank, RBS, u € 16 leent en u zelf nog eens € 4 bijlegt. In beurstermen: Aandeel X Turbo Long 17 . De intrinsieke waarde van de turbo ( € 4) beweegt vervolgens mee met het aandeel. Stijgt de koers daarvan van € 20 naar € 24 dan is de waarde van de turbo € 8 en heeft u dus een winst gemaakt van 100%. De call optie zal ook stijgen maar waarschijnlijk met minder dan € 4 omdat de verwachtingswaarde de prijs vervormt.
Transparant
Tehupuring: „Dat de waarde van een turbo een-op-een meebeweegt met het onderliggende aandeel, maakt de prijsvorming transparant. Bij een optie is dat minder duidelijk.” Zo beweegt een optie waarvan de uitoefenprijs ver boven de aandelenkoers ligt, slechts voor een klein deel mee met dat aandeel. Zo’n out of the money optie kent een lage premie, in feite alleen een lage verwachtingswaarde. Zodra de aandelenkoers de uitoefenprijs van de optie nadert of eroverheen schiet, loopt de verwachtingswaarde echter snel op én krijgt het contract ook intrinsieke waarde. „Dat levert een enorme leverage op, waarvan ervaren beleggers gebruik kunnen maken”, aldus Tehupuring. Dat de optie verwachtingswaarde heeft, biedt beleggers niet alleen extra mogelijkheden, maar betekent ook dat een optie nog waarde heeft als de intrinsieke waarde nul is. De optie loopt door en blijft uitzicht bieden op een sterke winststijging.
Een turbo wordt daarentegen bij een lage intrinsieke waarde afgewikkeld, de belegger is dan zijn inleg grotendeels kwijt. De turbo kent namelijk een stop loss. In ons voorbeeld van Aandeel X Turbo Long 17 is dat € 17. Raakt in ons voorbeeld de koers van het aandeel die stop loss, dan ontbindt de bank het contract, lost de lening af en betaalt het restant (hier maximaal € 1) aan de belegger.
Stel u verwacht dat aandeel X fors gaat stijgen. Koopt u een turbo, dan moet u er dus rekening mee houden dat de aandelenkoers door het stop loss niveau zakt en de turbo met verlies wordt afgewikkeld. „Dat is natuurlijk zuur als daarna de aandelenkoers weer stijgt”, stelt Tehupuring. Hij adviseert daarom niet te dicht op de bal te spelen. „Neem geen turbo met een stop loss dicht tegen de aandelenkoers. Zo’n contract heeft een lage prijs, maar bij een grillig koersverloop zul je de inleg snel verliezen.”
Een optie heeft dat nadeel niet, omdat het contract doorloopt tot de expiratiedatum. Toch vindt Tehupuring turbo’s vooral in volatiele markten geschikter. Allereerst omdat dan de verwachtingswaarde van opties erg hoog is, wat ze duur maakt. „Hoe beweeglijker de onderliggende waarde, hoe duurder de optie. Dat betekent ook dat de waarde van de optie hard zal dalen als de stijging van het onderliggende aandeel op zich laat wachten. De verwachtingswaarde ebt dan snel weg.”
Zowel de call als de turbo long vereist wel dat het onderliggende aandeel uiteindelijk wel stijgt. Een volatiele markt die alleen zijwaarts beweegt, is de dood in de pot.
Tijd
Ook bij opties is het zaak niet te dicht op de bal te spelen. Kortlopende opties zijn verleidelijk goedkoop omdat er weinig verwachtingswaarde in zit, maar het nadeel is dat de stijging van een aandeel zich in een korte periode moet voordoen. Vóórdat de optie waardeloos afloopt.
„In de huidige markt waar stijgingen en dalingen elkaar snel afwisselen, zou ik als ik in wil spelen op een kortetermijnstijging daarom eerder kiezen voor een turbo long dan voor een call optie. Een call zou ik overwegen als ik over een langere termijn, zeg twee jaar, een stijging verwacht”, stelt Tehupuring. Daarbij speelt mee dat de rentecomponent van een turbo (zie Rente en dividend) op langere termijn zwaarder gaat wegen.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer