Verrassend is de keuze voor een traditionele vluchtheuvel niet, zo erkent beleggingsfondsanalist Rolf Hermans. Maar als de beurzen rood kleuren is er simpelweg niet zoveel keus. Te laat om nu nog voor de defensieve consumentensector te kiezen, is het evenmin, zo stelt de Iris-analist. „Het klopt dat beleggers de waarderingen van deze aandelen al omhoog hebben gedreven, maar we houden er rekening mee dat de ellende nog niet over is. We vinden de koers-winstverhouding van de sector ’consumenten defensief’ nog steeds gerechtvaardigd.”
Iris onderscheidt drie industriegroepen. Allereerst de voedingsdetailhandel. Deze bedrijven leveren rechtstreeks aan consumenten, zoals bijvoorbeeld Ahold, Tesco en WalMart. Maar ook de leveranciers van deze supermarktketens, de producenten van levensmiddelen, horen in de defensieve beleggingshoek. Denk aan Unilever, Nestlé, maar ook British American Tobacco. Want ook rookwaar blijft over de toonbank rollen, misschien nog wel meer dan in economisch betere tijden. Tot slot zijn er huishoudelijke en persoonlijke producten waar mensen niet snel op bezuinigen: zeep, wasmiddel, shampoo en dergelijke. Unilever en Procter & Gamble zijn hier bekende namen.
Waarom Iris positief is over deze sector? „Je moet dit wel relatief zien”, nuanceert Hermans. „We zijn neutraal over aandelen als geheel, deze sector steekt daar positief bij af.” Collega-analist Rob den Exter: „Een halfjaar geleden waren we nog negatief over de sector. Dit door de twijfel of de hoge grondstofprijzen wel aan de consument konden worden doorberekend. De kwartaalcijfers van de bedrijven vielen echter mee, de bedrijven bleken kennelijk toch in staat om de gestegen kosten door te berekenen”, aldus Den Exter.
„Ze boffen wel dat de grondstofprijzen weer zijn gaan dalen, want je kunt niet blijven doorberekenen.”
Overigens verwacht Iris niet dat de prijzen van grondstoffen de komende tijd weer snel zullen stijgen, al heeft het analistenhuis die visie wél voor de lange termijn. Hermans: „De huidige crisis zal die trend op lange termijn zelfs versterken doordat er nu weinig investeringen in de uitbreiding van de productiecapaciteit worden gedaan.”
Voor de korte termijn – in de optiek van Iris tot 6 maanden – maakt de verlaging van de kostendruk in combinatie met de desastreuze ontwikkeling van de aandelenmarkt als geheel de defensieve consumentensector voor beleggers interessant, weet Den Exter. „Voeg daaraan toe dat deze bedrijven op een constante kasstroom kunnen rekenen. In het huidige klimaat is dat een sterk punt.”
Beleggers dienen volgens Iris wel te beseffen dat de sector niet immuun is voor de crisis. Ook deze aandelen dalen bij een verdere verslechtering van het aandelenklimaat. Het idee is echter dat ze dat minder snel zullen doen. Neerwaarts risico is er echter zeker voor de tegenpool van de defensieve consumententak. Producenten en verkopers van cyclische consumentenproducten zitten namelijk in de hoek waar de klappen vallen. „Denk aan Beter Bed, Reed Elsevier en TomTom”, stelt Den Exter. Door de aard van hun producten zullen zij meer last van economische tegenwind hebben. „Consumenten kunnen hier namelijk kiezen om pas op de plaats te maken.” In de auto-industrie tekent zich zelfs een drama af nu producenten tijdelijke sluiting van fabrieken overwegen.
Aan de andere kant: dergelijke cyclische consumentenaandelen zijn zó in koers gedaald, dat het juist aantrekkelijk lijkt om hierin te stappen in afwachting van het economisch herstel. Het defensieve consumentensegment zal bij herstel juist minder profiteren. „We raden beleggers echter niet aan om nu op dit moment anticyclisch te beleggen. Het is te vroeg”, aldus Hermans. „We denken namelijk dat de economische malaise nog wel even aanhoudt.”
Als het herstel doorzet, is defensief geen goede strategie, erkent ook Hermans. „Dat is de reden dat je nu niet al je geld hierin moet inzetten. We zeggen: zet alleen een sterker accent bij deze sector.” Treedt herstel op, dan zullen beleggers hun positie weer moeten afbouwen. „Houd de vinger aan de pols.”
De sector consument defensief is niet de enige vluchtheuvel in bange tijden. Ook bijvoorbeeld de nutsbedrijven en farmaciesector vertonen soortgelijke trekken. Al zijn er volgens Den Exter wel verschillen. „Nutsbedrijven kenmerken zich door een vrij starre opstelling: er gebeurt niet veel. Anders dan bijvoorbeeld voor supermarktketens lonken er weinig buitenlandse groeikansen, in profijtelijke opkomende markten. Energiebedrijven zitten relatief vast, al proberen ze lokaal klanten van elkaar af te snoepen. Bovendien sturen renteontwikkelingen en overheidsregels in hoge mate deze sector.” Met name de laatste zijn voor beleggers lastig voorspelbaar.
De accentverschuiving naar defensieve waarden moeten beleggers niet verwarren met de jacht naar een zo hoog mogelijk dividendrendement. „Als je dat had gedaan, had je de hele portefeuille nu met financiele waarden gevuld.” Niet echt een goed plan volgens Hermans. „Je moet ook naar de vooruitzichten van een sector kijken.”
Waar Iris bij een thema doorgaans drie beleggingsfondsen uitzoekt, komen de analisten dit keer niet verder dan twee. „Bij veel fondsen blijft de prestatie achter. Daarbij speelt ook dat slechts een deel puur defensief in de sector belegt. Veel fondsen nemen er toch wat farmacie bij, richten zich slechts op één segment of omvatten ook het cyclische deel van de consumentenindustrie.”
Beide fondsen staan sinds begin dit jaar wel 20% in de min. „Niet best. Maar een stuk beter dan andere fondsen én beter dan het wereldwijde marktgemiddelde. Sinds afgelopen juli klopt de sector namelijk de wereldindex.”

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer