*

Zoeken
  Zoeken met  
21.4 °C
NW 3
 
files 67
89 km.
euro95
diesel
1,801
1,469
 
 
zo 02 aug 2009, 21:51

Racen op de beurs

Turbo's, sprinters, speeders

AMSTERDAM - Voor actieve beleggers zijn Turbo's (Royal Bank of Scotland) inmiddels niet meer weg te denken. Deze producten die sterk aan opties doen denken zijn zo populair dat ook andere banken dit hefboomproduct aanbieden, als Sprinters (ING) en Speeders (Commerzbank). Ze vereisen wel enige beleggingskennis.

Het rendement kan heel hard omhoog gaan. Maar ook kan de hele inleg verdampen. Belangrijk is dan ook om richting beleggers de verwachtingen te temperen. En eerlijk is eerlijk, banken geven veel duidelijke informatie over Turbo's en aanverwante producten. Al is dat natuurlijk ook in het voordeel van de financiële instellingen zelf: er valt goed aan hefboomproducten te verdienen.

Zelfs de kredietcrisis kon geen deuk slaan in de opmars van dit hefboomproduct, uitgedacht op de burelen van ABN Amro en inmiddels onder de vleugels van Royal Bank of Scotland beland. De kracht is dat beleggers met een kleine investering zowel op een stijging (long) als daling (short) van een aandeel, obligatie, grondstof, index of andere belegging kunnen meeliften. Mét hefboomeffect. "Het aantal transacties op Euronext is met bijna 60% gestegen in het eerste halfjaar van 2009 ten opzichte van dezelfde periode in 2008. Bij fors lagere beurzen is er dus meer in hefboomproducten gehandeld. Beleggers kozen vooral de shortcontracten", aldus Turbo-bedenker Jean-Paul van Oudheusden. "Waar andere beleggers 30 tot 40% verloren, is dat voor deze beleggers zeker niet het geval." Inmiddels heeft de Turbo zijn vijfde verjaardag gevierd en heeft het succes nieuwkomers aangetrokken. Zo is ING eind vorig jaar met vergelijkbare Sprinters begonnen. Volgens Leen Verdonk van ING Wholesale Banking niet alleen interessant voor actieve beleggers die het risico niet schuwen, maar ook voor defensieve beleggers die de shortvariant gebruiken om bestaande aandelenportefeuilles tegen koersdalingen af te dekken. Zowel Van Oudheusden als Verdonk benadrukt dat de hefboomproducten alleen geschikt zijn voor ervaren beleggers. De gemiddelde belegger zal de combinatie hoge winsten en hoog risico wel doorhebben. Maar weet u ook dat het hoofdbestanddeel van deze producten een lening is?

Lening

Het raamwerk waar een Turbo of Sprinter op steunt, is dat u als belegger een aandeel (of andere belegging) slechts deels betaalt. De rest wordt voorgeschoten door de bank die het contract uitgeeft. Ter illustratie: het aandeel ArcelorMittal doet op de beurs circa €25, de belegger betaalt voor een Turbo €5, de bank legt €20 bij. Die €20 wordt het financieringsniveau genoemd, in feite de lening. De belegger profiteert wel volledig als het aandeel stijgt. Gaat het aandeel €2,50 omhoog, stijgt de waarde van de Turbo €2,50 mee. Op een investering van €5 is dat een winst van 50%. De versterking van de winst noemen we het hefboomeffect. In dit geval is die hefboom 5 (de koers van het aandeel gedeeld door de eigen inleg). Dat houdt dus in dat elke procent koersstijging van het aandeel leidt tot een winst van 5%. Hoe groter de hefboom, hoe hoger het risico: als het aandeel daalt, wordt ook die daling versterkt.

Risico

Beleggen met geleend geld is risicovol. Een belegger kan niet alleen zijn inleg verliezen, maar ook met een schuld aan de bank achterblijven. Volgens Van Oudheusden was dat risico - "we hebben onder derivatenbeleggers schrijnende gevallen gezien" - de reden om de Turbo op te tuigen met een zogeheten stop loss. Als het onderliggende aandeel deze koers bereikt, ook al is het maar heel even, wordt de Turbo afgewikkeld. De onderliggende stukken worden verkocht. De stop loss ligt bij een Turbo long enkele procenten boven het financieringsniveau. Dat is om wat kosten op te kunnen vangen en het risico dat de bank niet precies op dat niveau kan verkopen, maar lager. Moet de bank ónder het financieringsniveau verkopen, is dat voor risico van de bank. "De belegger heeft nooit een restschuld", aldus Van Oudheusden. Die veiligheidspal beperkt het risico, maar stelt de belegger ook voor een voldongen feit: als het aandeel het stop loss-niveau even heeft aangetikt en vervolgens weer stijgt, is een belegger to ch zijn belegging kwijt. Door het verschil tussen stop loss en financieringsniveau is er veelal wel een kleine restwaarde. Shortcontracten werken in spiegelbeeld hetzelfde als de longcontracten. De bank verkoopt een aandeel zonder het te hebben. Dat levert nu een opbrengst op, waardoor de belegger in feite dat bedrag aan de bank leent. Deze constructie levert geld op als het aandeel daalt. Als het aandeel stijgt, wordt er verloren. Het contract wordt afgerond als het aandeel naar een bepaalde koers stijgt; de stop loss.

Belegger betaalt rente over leningdeel

Over een lening betaal je rente. Bij de lening in de Turbo's is dat de marktrente plus een 2%-opslag, stelt Van Oudheusden. Bij Turbo's short leent de belegger als het ware aan de bank en heeft hij dus recht op een rentevergoeding, minus een afslag van 2%. Los van aan- en verkoopkosten op de beurs zijn dit de belangrijkste kosten. Volgens Van Oudheusden valt de rentelast mee. "Je betaalt het percentage per jaar, maar de meeste beleggers houden een Turbo niet zo lang aan. Het gaat om enkele centen per dag." Bij de Sprinters gelden identieke op- en afslagen. Al baseert ING deze op een interne rekenrente, nu volgens Verdonk 0,46%. Dat houdt in dat een belegger in een shortcontract nu geen rente krijgt, maar moet betalen - en wel zo'n 1,5% (bij Turbo's circa 1,7%). "De rente is de laatste tijd sterk gedaald", verklaart Verdonk. De rente betaal je niet apart, maar deze wordt dagelijks in de prijs van de Turbo/Sprinter (de aan- en verkoopprijs van het contract op de beurs) verwerkt, via verhoging van het financieringsniveau. De lening groeit als het ware. Eventueel dividend verlaagt de schuld weer iets. Periodiek wordt ook de stop loss aan het schuivende financieringsniveau aangepast.


Weekendabonnement
Het EK-abonnement, 6 weken € 20,-!
Gerelateerde artikelen