*

Zoeken
  Zoeken met  
21.4 °C
NW 3
 
files 69
91 km.
euro95
diesel
1,801
1,469
 
 
ma 10 aug 2009, 12:10

SPRINTERS EN TURBO’S BIEDEN EENZELFDE WINSTHEFBOOM ALS OPTIEBEURS

Optie versus bankproduct

AMSTERDAM - Vorige week hadden we het over Turbo’s en Sprinters. Met een klein bedrag kunnen beleggers volledig meeliften op een stijging of daling van een aandeel, obligatie of index. Op de optiemarkt doen beleggers al dertig jaar niet anders. Bent u een optiefan of zet u een turbo op uw belegging met een Sprinter?

Turbo’s (Royal Bank of Scotland; RBS) en Sprinters (ING) mogen dan veel op opties lijken, het zijn heel andere producten. Met specifieke voor- en nadelen. Kort door de bocht zijn de gestructureerde producten die banken aanbieden eenvoudiger in het gebruik, maar daar staan wel hogere kosten tegenover. „Wij zien vooral aandelenbeleggers naar Sprinters of Turbo’s overstappen, optiebeleggers houden het bij opties”, vertelt Nick Bortot, bestuurder bij BinckBank.

Vrijwel nergens ter wereld is het gebruik van opties onder particuliere beleggers zo wijd verbreid als in Nederland. Tijdens financiële crises handelen optiebeleggers door. Ook de komst van Turbo’s en Sprinters lijkt vooralsnog weinig gevolgen voor de optiemarkt te hebben. De producten lijken elk een eigen schare fans te trekken. De specifieke kenmerken van opties vragen iets meer inzicht en kunde. De eenvoud van een Sprinter/Turbo trekt weer een ander slag belegger, die wel iets meer risico wil lopen, maar toch terugschrikt voor opties, veronderstelt Bortot.

Bij beide beleggingstypen profiteren beleggers met een relatief kleine investering van het wel en wee van een effect. Dat heet hefboomeffect. Een Turbo/Sprinter bereikt dit doordat de bank een groot deel van het aankoopbedrag van een aandeel voorschiet (het financieringsniveau), de belegger betaalt de rest. Om te voorkomen dat de belegger bij verlies daardoor een restschuld oploopt, hanteert de bank een stop loss niveau. Dit ligt veelal dicht bij het leenbedrag.

Een optie is een recht om een aandeel (of andere belegging) tegen een bepaalde koers (de uitoefenprijs) te verkopen (put) of kopen (call). De belegger kan de inleg, de optiepremie, verliezen. Dat is dus net zoals bij de nieuwere hefboomproducten, al zorgt hier het verschil tussen het stop loss niveau en het financieringsniveau vaak voor een kleine restwaarde.

Bij een optie bepaalt niet een stop loss het einde van het contract, maar is er een duidelijke einddatum. Zakt een aandeelkoers fors weg, kan de waarde van de optie op een later tijdstip door koersherstel toch nog omslaan. Een Sprinter/Turbo wordt beëindigd als de stop loss koers wordt bereikt. Toch een pijnpunt als enkele dagen later het aandeel weer een opmars maakt. De optiebelegger kan dan nog wel profiteren.

De vaste afloopdatum zorgt er ook voor dat de waardeontwikkeling van een optie ondoorzichtiger is dan die van een Turbo/Sprinter. Daar is de waarde simpelweg het verschil tussen het financieringsniveau (de lening) en de aandeelkoers. Een optie heeft naast deze intrinsieke waarde ook een verwachtingswaarde. Kort gezegd is dit de waarde die beleggers toekennen aan de kans dat het onderliggende aandeel in de toekomst zodanig beweegt dat de optie in waarde stijgt. Ook de volatiliteit op de beurs – de beweeglijkheid van de koersen – speelt daarbij een rol. Is de volatiliteit hoog, dan stijgt de verwachtingswaarde van opties. Hoe dichter een optie bij de afloopdatum komt, des te lager is de verwachtingswaarde. Optiefans zien in die variabele extra winstkansen.

Complex

Voor Turbo-beleggers is het echter een extra complexiteit, meent Turbo-bedenker Jean-Paul van Oudheusden (RBS). Is de volatiliteit op de aandelenmarkt hoog, zorgt de oplopende verwachtingswaarde van een optie er bovendien voor dat optiepremies stijgen. Opties worden duurder. „Met een Turbo heb je daar geen last van”, aldus Van Oudheusden. En dat vinden veel beleggers volgens hem prettig. „Zij hebben een mening over de richting van een bepaald aandeel of index. Daarom stappen ze in een hefboomproduct. Ze hebben geen visie over de volatiliteit op een beurs.” Leen Verdonk van ING Wholesale Banking noemt als voordeel van Sprinters hun diversiteit. Hefboomproducten zijn niet alleen aan aandelen te koppelen, maar ook aan indices, obligaties, grondstoffen, eigenlijk aan alle goed verhandelbare beleggingen. „Een bank kan vrij snel en gemakkelijk aanhaken bij een thema, index of ander aandelenmandje. Bij opties ben je als belegger toch afhankelijk van een meer beperkt aanbod.”


Weekendabonnement
Het EK-abonnement, 6 weken € 20,-!
Gerelateerde artikelen