De aanbiedingen zijn vaak nauwelijks met elkaar te vergelijken, laat staan dat beleggers altijd een even goed beeld krijgen van waar ze precies in stappen. Veel belangrijke informatie wordt verstopt onder loze marketingpraat.
Waarom belegt u? Voor pensioen, studie of een mooie aankoop? Zeker als u de beleggingsopbrengst op een bepaald moment nodig heeft is dat belangrijk. Op basis van uw antwoord kunt u al direct bepaalde beleggingscategorieën schrappen.
Belegt u bijvoorbeeld in aandelen, dan kunnen de koersen immers net onderuitgaan op het moment dat u het geld vrij wilt maken. Dan had u misschien beter in obligaties kunnen zitten of, nog veiliger, het geld aan een spaarrekening moeten toevertrouwen.
Om dezelfde reden is het nooit verstandig om met geld te beleggen dat u wel eens nodig zou kunnen hebben, bijvoorbeeld om de kosten van een kapotte auto op te vangen. Financiële planners raden daarom doorgaans aan altijd enkele maandsalarissen aan cash op een spaarrekening als buffer aan te houden.
Uw beleggingsdoel bepaalt ook hoe lang u het geld kunt missen. Als stelregel geldt: hoe eerder u de beleggingsopbrengst nodig heeft, des te minder risicovolle beleggingen u zich kunt permitteren. Dat geldt ook als u een specifiek bedrag echt op een bepaald moment nodig heeft, bijvoorbeeld als aanvulling op uw pensioen. Zo zijn er nogal wat beleggers die met teakhoutfondsen een oudedagsvoorziening wilden regelen. Maar als er iets risicovol is...
Met alle ophef over de hoge kosten van beleggingsverzekeringen, zouden kosten nu scherp op het netvlies van de belegger moeten staan. Kosten hebben een grotere invloed dan vaak gedacht: ze kunnen het rendement fors drukken. Analyseer daarom de kosten, voordat u in een belegging stapt.
Bij beleggingsproducten die buiten de beurs om worden aangeboden, denk aan vastgoed-cv's, garantieproducten en beleggingsverzekeringen, horen de kosten in de opgave van de aanbieder te staan. Deze kosten moeten worden verwerkt in het eindkapitaal en het rendement.
Bij rechtstreekse beleggingen op de beurs moeten beleggers het zelf bijhouden. Allereerst brengt de bank kosten in rekening voor het bewaren van uw aandelen en obligaties. Dit bewaarloon bedraagt doorgaans circa 0,2% per jaar, per belegging wordt vaak daarnaast nog een vast bedrag in rekening gebracht.
Een belangrijkere component zijn de transactiekosten. Die liggen tussen 0,5 en 1,5% bij aankoop en nog eens 0,5 tot 1,5% bij verkoop, al kunnen de kosten op internet veel lager zijn. Vooral beleggers die vaak aan- en verkopen, voelen deze kosten. Beleggers in een beleggingsfonds hebben ten slotte te maken met de beheerskosten die het fonds elk jaar inhoudt. De kunnen flink variëren, van 1% tot wel 3%. Een gemiddelde belegger in een beleggingsfonds die zijn positie gemiddeld eens per jaar sluit, kan al snel een kostenlast van 2 tot 3% per jaar hebben. Dat wil zeggen dat het beursrendement al snel minstens 5 tot 6% moet zijn om de spaarrekening voor te kunnen blijven.
Weinig transacties doen drukt de kosten, maar vermindert ook de kortetermijnrisico's van de aandelenmarkt. Dat risico breekt beleggers vaak op omdat beleggen niet zelden een psychologisch spel is, waarbij beleggers instappen op hoogtepunten en uitstappen als het karretje op de achtbaan omlaag dendert. Dat levert verlies op. Aandelen over een langere periode aanhouden, vermindert het risico dat u op een ongelukkig moment instapt. Onderzoeken hebben aangetoond dat deze factor, plus de kostencomponent, de langetermijnbeleggers doorgaans belonen met een hoger rendement.
Eén nadeel van de 'buy and hold'-strategie is wellicht dat deze sommige beleggers wat te saai is. Het is immers een uitdagend spel om aandelen goedkoop te kopen en duur weer te verkopen. En als dat lukt, leidt het inderdaad tot hoge winsten. Vervelend is echter dat het lastig te voorspellen is of u een aandeel tegen een aantrekkelijke koers koopt. De koers kan stijgen, maar ook dalen. In dat laatste geval blijven beleggers vaak jarenlang aan fors gedaalde stukken vasthouden omdat ze hun verlies niet willen nemen. Dat geldt in mindere mate ook voor een succesvol aandeel in portefeuille. Zo'n aandeel verkopen is lastig, omdat men vreest toekomstige winst mis te lopen. De belegger zit gevangen tussen angst en hebberigheid.
Om deze emoties buitenspel te zetten is het verstandig om vooraf met uzelf af te spreken wanneer u afscheid neemt van een aandeel. Als een aandeel bijvoorbeeld 15 of 20% koerswinst heeft geboekt, verkoopt u. Hetzelfde doet u bij een koersverlies van 10 of 15%. Zo verzilvert u af en toe winst én beperkt u de verliezen.
Een niet te onderschatten deel van het rendement op aandelen is dividend. Tijdens de beurshausse in aanloop naar 2000 wilden beleggers dat nog wel eens vergeten. Door de hoge koersen lag in dat jaar het gemiddelde dividendrendement in Amsterdam onder de 2%, inmiddels is dat weer opgeklommen naar boven de 3%. Anders dan koerswinst is dividend redelijk voorspelbaar. Veel ondernemingen volgen namelijk een vast dividendbeleid. Kijk daarom bij het selecteren van aandelen altijd naar het dividendrendement.
Let er bij indirecte beleggingsproducten die een mandje aandelen volgen wel op of de aanbieder het dividend van de onderliggende aandelen aan u uitkeert of zelf in de zak steekt. Over een periode van tien jaar kan dat tientallen procenten aan rendement schelen.
Beleggen brengt risico met zich mee. Bedrijven kunnen failliet gaan, beurzen kunnen ineenstorten. Om te voorkomen dat uw belegde vermogen van het succes van enkele bedrijven afhangt, is het traditionele advies om de beleggingen over diverse aandelen en andere beleggingscategorieën te spreiden. Dat beperkt het risico. Echter, bij beleggen behelst risico ook de kans op positieve uitschieters. Ook die worden door een brede spreiding gemiddeld. Een erg brede spreiding kan uw rendement daarmee ook drukken.
Veel percentages waarmee beleggers naar aandelen, beleggingsfondsen of andere beleggingen worden getrokken, zijn gebaseerd op statistische gemiddelden. De laatste tien jaar een gemiddeld rendement van 20% lijkt prachtig, maar dat wil niet zeggen dat elk jaar die 20% ook werd gehaald. Waarschijnlijk zaten er ook heel slechte jaren tussen, en die kunnen er in de toekomst evenzeer tussen zitten.
Beleggen in bijvoorbeeld een Amerikaans aandeel of Amerikaans vastgoed betekent ook beleggen in de dollar. Daalt deze ten opzichte van de euro, dan verliest de Europese belegger geld. Zo hebben veel Europese beleggers weinig verdiend aan de opmars van de Amerikaanse beurzen vanwege de sterk dalende dollar. Weet dus in welke munt u belegt.
De grootste vijand van elke belegger is de inflatie. Elk jaar wordt een euro minder waard, zodat een euro nú in koopkracht niet hetzelfde is als een euro over tien of twintig jaar. Iedereen die ooit in zijn kindertijd voor vijf cent snoep heeft gekocht, voelt dit feilloos aan. Voor elke belegging geldt dan ook dat ze ten minste de jaarlijkse geldontwaarding, de inflatie, voor moeten blijven. Anders verliest u in reële termen geld.
Hoe goed is bijvoorbeeld product X dat een eindkapitaal uitkeert van €11.000 na tien jaar, maar daarvoor nu een inleg van €10.000 vraagt? De contante waarde, waarbij toekomstige euro's naar die van nu worden omgerekend, biedt uitkomst. De contante waarde kan uitgaan van wat u op een spaarrekening kunt ontvangen, zo'n 3 tot 4%.
Welk bedrag moet er dus nu gestort worden om over tien jaar €11.000 in handen te hebben? Uitgaande van 3% per jaar is dat €8.185,03, zijnde de contante waarde van die €11.000. Dat is dus veel minder dan de €10.000 die de aanbieder van product X daarvoor nodig heeft. Die €10.000 kunt u beter op een spaarrekening zetten, zeker als u een hogere rente dan 3% kunt krijgen.
De contante waarde wordt ook wel uitgerekend met de inflatieverwachting (de korte rente volgt deze doorgaans) om zo een beeld te krijgen van de reële waarde van een belegging.
Beleg niet met geleend geld. Mocht u ooit in de verleiding komen door de lage rente, denk dan even terug aan de aandelenleaseaffaire. Mocht het op de beurs tegenzitten, dan wil vaak ook de kredietverstrekker zijn geld terug, zodat u tegen lage koersen moet verkopen. Als u uiteindelijk de aandelen heeft verkocht, zit u nog steeds opgezadeld met een deel van de lening. En als de rente dan ook nog eens stijgt...

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer