Hoe dichterbij de datum van zijn spaardoel, meestal zijn pensioen, des te meer hij kan overstappen op relatief veilige obligaties en zelfs spaarproducten om de behaalde winst vast te houden. Niet iedereen wil de moeite doen om zelf zijn beleggingsportefeuille voortdurend aan te passen, en daarom hebben Amerikaanse fondsaanbieders hier producten voor ontwikkeld: de levenscyclusfondsen.
De managers van deze fondsen, die vaak een horizon tot 40 jaar hebben, drukken dus het risico naarmate de eindstreep in zicht komt. Voor beleggers die weinig tijd en/of expertise hebben, is het een – in ieder geval op papier – alleraardigst alternatief. Niet voor niets brak Auke Plantinga (faculteit economie en bedrijfskunde van de RUG) er afgelopen maand in een van zijn columns nog een lans voor. Met name in de VS, waar jongeren bij gebrek aan een goed staatspensioen eerder gedwongen worden om aan een eigen pensioenvoorziening te denken, zijn de levenscyclusfondsen populair.
Ondanks het goede idee is de interesse van Europese beleggers en vermogensbeheerders echter zeer wisselend. J.P. Morgan sloot deze maand vijf levenscyclusfondsen met een looptijd tot 2035, omdat er te weinig geld mee werd opgehaald. De Amerikanen verwachtten niet dat de interesse aan onze kant van de oceaan nog gaat groeien in de toekomst en dus werd de handdoek geworpen. Ook de Duitsers van DWS sluiten in november drie ’Zukunftsfonds’.
In ons land sloot Robeco vijf van zijn in totaal zeven Life Cycle Funds in augustus, maar naar eigen zeggen omdat het maximaal aantal uit te geven aandelen was bereikt. „We gingen ten onder aan ons eigen succes”, lacht Ronald Florisson. „Sinds kort zijn de fondsen dan ook weer te koop, daar was alleen een kleine administratieve wijziging voor nodig, vandaar het oponthoud.” Eerlijkheid gebied wel te zeggen dat ook de Robecofondsen geen bizar grote omvang kennen, gezamenlijk bevatten ze €11 miljoen.
Andere Nederlandse levenscyclusfondsen zijn minder succesvol, heet het in de wandelgangen. De naar verluidt grootste aanbieder in Europa, Fidelity, spreekt juist zijn vertrouwen uit in dit product, dat volgens hoofd verkoop in ons land, Paul van Olst, naadloos aansluit op de groeiende individualisering van de pensioenwereld, waar mensen steeds meer zelf moeten, kunnen of willen regelen. Fidelity biedt in heel Europa en Azië 7 fondsen aan, met een gecombineerde omvang van €480 miljoen. U belegt dus in hetzelfde fonds als een Duitser, Spanjaard of Koreaan. Overigens is die paar honderd miljoen nog een peulenschil bij de bakermat van dit soort individuele pensioenfondsen, de VS, waar bijna een biljoen (Engels: trillion, 1 met 12 nullen) dollar in dit soort fondsen zit.
Wisselende ervaringen, op zijn zachtst gezegd. Minder succesvolle aanbieders klagen dat klanten geen horizon van 15 jaar willen hanteren en bovendien liever vertrouwen op het staatspensioen. De vraag is of dat de hele waarheid is. Particulieren gaan immers wel hypotheken voor dat soort termijnen aan. „Zeker een deel van de desinteresse moet bij de aanbieders zelf gezocht worden, die relatief weinig aan het product verdienen, maar wel lang omkijken hebben naar de klant”, luidt de opinie van de Frankfurter Algemeine Zeitung in deze.
Voor beleggers die onlangs hun centen in dit soort fondsen hebben gestoken, zijn de druiven zuur wanneer het fonds geliquideerd wordt. In de aanvangsfase wordt immers relatief risicovol belegd, vooral in aandelen. En laten dat nu net de beleggingen zijn die het afgelopen jaar over het algemeen het hardst van allemaal zijn afgeslacht.
De belegger krijgt bij het sluiten van een fonds in principe twee keuzes: cashen of de waarde overdragen naar een ander fonds. In het eerste geval ziet u weinig van uw inleg terug, in het tweede geval komt u in een fonds terecht waar u niet in eerste instantie voor hebt gekozen.
Wie toch, zoals Plantinga, voor een levenscyclusfonds kiest, kan er verstandig aan doen omvang van verschillende fondsen eerst te vergelijken. Hoe groter het fonds, des te kleiner de sluitingskans.
Ter vergelijking: de fondsen van J.P. Morgan schommelden rond de 7 miljoen beheerde euro’s, die van DWS tellen er gedrieën samen slechts 10 miljoen.
DWS biedt een alternatief voor levenscyclusfondsen: FlexPension (I en II). De maximale looptijd hiervan is ’slechts’ 15 of 16 jaar, maar met een doorrolsysteem is elke denkelijke horizon te realiseren, dus ook tot 40 jaar. Ook het idee uitermate agressief te beginnen en dan steeds defensiever te gaan beleggen, is niet losgelaten, laat de fondsbeheerder weten.
De kers op deze taart is een minimaal-uw-inleg-teruggarantie. Gezien de beheerde sommen geld (een paar miljard euro in totaal) zijn deze fondsen stukken populairder dan de levenscyclusfondsen. Zowel Fidelity als Robeco spreekt echter het vertrouwen uit in zijn bestaande fondsen. „Mensen hoeven niet bang te zijn dat we die moeten liquideren, want ze zijn niet verliesgevend, en we geloven in de langetermijnfilosofie”, stellen beide bedrijven.
Als reden waarom een aantal aanbieders de stekker er uittrekt, zegt Van Olst: „De kredietcrisis heeft bij veel aanbieders een kaalslag in hun aanbod veroorzaakt. Iedereen kiest zijn eigen speerpunten, wij kiezen hiervoor, anderen voor andere producten.”

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer