De verhalen dat je voor groei voortaan in opkomende landen moet zijn, stoken het vuurtje extra op. Als belegger kun je je handen echter flink branden aan de hoge volatiliteit op deze markten.
Veel beurzen in de opkomende landen zijn razendsnel opgekrabbeld na hun bloedneus tijdens de kredietcrisis. De koersen zijn zo snel gestegen dat veel beleggers een graantje mee willen pikken. Experts waarschuwen echter voor zeepbellen én voor de grote verschillen tussen de landen onderling. De risico’s zijn groot. Beleggers doen er goed aan vóóraf hun strategie uit te stippelen, want er zijn diverse manieren om in opkomende landen te beleggen.
Voor avontuurlijke beleggers zullen beleggingsfondsen die hun mandje in één specifiek land vullen de grootste aantrekkingskracht uitoefenen. De aandelenkoersen in onder meer India, Indonesië en Rusland zijn de laatste twaalf maanden meer dan verdubbeld. Wat met meer dan 100% kan stijgen, kan echter ook weer hard dalen. Les één voor deze beleggers: steek slechts een beperkt deel van je vermogen in een landenfonds. Anders kun je net zo goed aan een roulettetafel aanschuiven.
Een landenfonds vereist aandacht. Kleine ontwikkelingen kunnen de markt stevig raken. Beleggers hoeven dan van de fondsbeheerder geen verkoopsignaal te verwachten. De beheerder heeft er belang bij zoveel mogelijk vermogen in het fonds te houden. Ook in slechte tijden. Die beheerder heeft bij een lokale crisis ook geen alternatief: hij moet in dat ene land beleggen, soms tegen heug en meug.
Gespreid
Daarmee is een landenfonds vooral geschikt voor langetermijnbeleggers, die niet wakker liggen van een koersval. Lichte slapers zijn meer gebaat met een fonds dat het risico over een groot aantal landen spreidt, in een bepaalde regio óf over alle emerging markets.
Die laatste groep heeft het afgelopen jaar echter wel minder gepresteerd dan uitschieters als India, stelt Ian McEvatt van het Himalayan Fund (India). „Omdat ze ook in markten als Thailand zaten, die het niet goed deden.” De fondsbeheerder pleit ervoor om emerging markets niet als één blok te zien, maar als verschillende landen met verschillende kansen en risico’s.
Het ene land zal het op momenten veel slechter doen dan het andere. Als gevolg van bijvoorbeeld sociale onrust, maar ook valutacrises, economische problemen of mislukte oogsten. De beheerder van een breed fonds kan zijn visie op bepaalde landen in de portefeuille vertalen. Door meer (overwogen) of minder (onderwogen) aandelen uit dat land in bezit te hebben dan de landenweging in de MSCI Emerging Markets-index, de graadmeter voor de beurzen van 22 opkomende landen. Veel fondsen blijven echter dichtbij die index. Voor de beheerkosten die je betaalt, zou je als belegger meer mogen verwachten. Al zullen beleggers in goedkope indexfondsen die aanpak weer prima vinden.
Fondsen als het BlackRock BGF Emerging Markets Fund zijn flexibeler. Volgens comanager Dan Tubbs kan het fonds maar liefst 8% van de index afwijken. Dat wil zeggen dat als een land voor 10% in de MSCI-index weegt, het voor 2 tot 18% in de BlackRock-portefeuille kan wegen. „Onze grootste afwijking is momenteel China, daarin zijn we 7,5% onderwogen. Dat is een zware correctieve beslissing.” Onder meer de dreigende vastgoedzeepbel in het land speelt daarbij een rol.
Tubbs: „Verder zijn we van de 22 opkomende markten slechts belegd in veertien.” De fondsbeheerder neemt daarmee de lastige beslissing van de landenverdeling uit handen van beleggers. Tubbs waarschuwt beleggers niet alleen naar de grote economieën te kijken: China, India, Brazilië en Rusland. „De kleinere achttien markten kunnen soms een even goed winstpotentieel bieden.”
De grote vier maken samen 48% van de index uit. Gezien de verhalen over de economische grootmachten China en India zou je meer verwachten. De aandelenmarkten van deze reuzen reflecteren echter niet hun economische omvang. Tubbs wijst onder meer op de lage free float: veel bedrijven zijn nog voor een deel in staatshanden en hebben daarmee slechts een deel van hun aandelen beursgenoteerd. „De beurzen van deze landen zijn ook inhoudelijk geen goede afspiegeling van hun economie. Zo wegen op de Russische beurs olieaandelen erg zwaar en is de Chinese aandelenmarkt topzwaar van banken.”
Indirect
Beleggers hebben nog steeds een kennisachterstand over opkomende markten. Dit in combinatie met de veelal lagere niveaus van corporate governance en transparantie, maakt dat Bob Doll, beheerder van de Amerikaanse aandelenportefeuilles van BlackRock, niet bang is de boot in emerging markets te missen. Het thema kan volgens hem net zo goed gespeeld worden door in Amerikaanse (of Europese) multinationals te beleggen die een groeiend aandeel van hun omzet uit opkomende landen halen. „Amerikaanse bedrijven halen 40% van hun omzet in het buitenland, de winstgroei komt zelfs voor 60 tot 70% uit het buitenland.”
Een andere indirecte manier om van de (bevolkings) groei in opkomende landen te profiteren is door te beleggen in grondstoffen. Olie, ijzererts, koper, maar ook landbouwproducten als graan en soja.
Plus- en minpunten per opkomend land:
China
Marktkapitalisatie (waarde alle beursgenoteerde aandelen) = $1232 miljard, koers-winstverhouding = 14,1
+ Sterke economische groei (11.9% in eerste kwartaal 2010)
+ Overheid stimuleert binnenlandse consumptie
+ Aantrekkende export +24.3% (jaar op jaar) in maart
- Dreigende vastgoedzeepbel
- Piekniveau economische groei
- Handelsfrictie over renminbi
- Kans op hogere inflatie en rente
Brazilië
Marktkapitalisatie = $924 miljard, koers-winstverhouding = 13,2
+ Hoge groeiprognose 2010 (6%)
+ Nauwelijks afhankelijk van export (slechts 15% van bnp), binnenlandse vraag groeit
+ Hoger consumentenvertrouwen, banengroei en loonstijging
- Onzekerheid door verkiezingen in oktober
- Stijgende rente en inflatie
- Markt krijgt veel beursintroducties te verwerken
- Afhankelijk van grondstofprijzen
India
Marktkapitalisatie = $736 miljard, koers-winstverhouding = 18,1
+ Stabiliteit na herverkiezing premier Singh, groeiprognose 9%
+ Aanpak hoge overheidstekorten door verkoop staatsbedrijven
+ Niet afhankelijk van export (slechts 15% van bnp)
- Hoge inflatie, onder meer door stijgende voedselprijzen
- Dure markt, maar goed geleide ondernemingen
Korea
Marktkapitalisatie = $707 miljard, koers-winstverhouding = 11,1
+ Profiteert van wereldwijd herstel, export 35% hoger in maart
+ Lage werkloosheid, stijgend consumentenvertrouwen
+ Groeiende wereldmerken (Hyundai, Samsung en LG)
- Spanningen Noord-Korea
- Veel beursintroducties aanstaande
Rusland
Marktkapitalisatie = $667 miljard, koers-winstverhouding = 8,2
+ Groei van -7,8% in 2009 naar 5 tot 6% in 2010 (prognose)
+ Goedkope aandelen
+ Dalende rente én inflatie
- Bureaucratie, veel overheidsinvloed, weinig hervormingen
- Erg afhankelijk van olie
- Beroepsbevolking krimpt elk jaar met 1 miljoen
Taiwan
Marktkapitalisatie = $513 miljard, koers-winstverhouding = 14,8
+ Profiteert van wereldwijd herstel, export 50,1% hoger in maart
+ Belastingverlaging aanstaande voor bedrijven, lage inflatie
- Gefragmenteerde bankensector
- Spanningen met China
- Technologie beslaat 60% van de aandelenmarkt: exportgevoelig
(bronnen: JP Morgan/BlackRock)

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer