Beleggers kunnen tegenwoordig kiezen uit honderden trackers. Het gemak waarmee ze aan- en verkocht worden, maken ze een geliefd beleggingsinstrument voor actieve beleggers.
In een tracker beleggen is indexbeleggen. De tracker of de etf (exchange traded fund) volgt nauwgezet het spoor van een specifieke index, zoals de S&P500, de AEX of de Eurostoxx 50, zodat beleggers de waardeontwikkeling, plus vaak het dividendrendement, van dat indexmandje krijgen. Dat heet passief beleggen. Gezien de vele beleggingstrategieën die we kunnen uitvoeren met trackers, is passief echter al lang niet meer een juiste typering.
Volgens Bradley Kay, etfstrateeg bij Morningstar, zit de bulk van het vermogen dat beleggers in trackers hebben belegd in gewone landenindices, waaronder bekende beursindices als in Nederland de AEX. Ook zit er veel geld in sector-etf’s die zich op specifieke sectoren als technologie of farmacie richten. Meer recentelijk ziet hij echter vooral instroom in indexaandelen op emerging markets, bedrijfsobligaties (in euro’s) en ook overheidsobligaties.
Trackers zijn ’hot’, hun groei is sterker dan die van beleggingsfondsen en volgens de topman van etf-aanbieder Lyxor, Leon Seyer, gaat die groei de volgende vijf jaar met zeker 25% per jaar door, zowel in de VS als in Europa waar trackers nog in de kinderschoenen staan en vooral door institutionele partijen worden gebruikt.
Spreiding
Trackers zijn (doorgaans) makkelijk te kopen en verkopen tegen redelijke kosten, bieden spreiding en zijn duidelijk afgebakend tot een bepaalde index. Daarom kan iedere belegger met deze indexaandelen zijn eigen beleggingsstrategie uitdenken en uitvoeren. Wordt een belegger optimistisch over Japan nu de economie aldaar in het laatste kwartaal met 4% is gegroeid? Een iShares MSCI Japan is in een handomdraai gekocht op de Amsterdamse beurs terwijl in Parijs de Lyxor ETF op de Japanse Topix genoteerd staat.
Zoals Arthur van Slooten, strateeg bij Société Générale, het onlangs tijdens een congres over etf’s stelde: „Iedereen is nu strateeg geworden.” Waar bij actieve beleggingsfondsen de aandacht de laatste jaren naar fundamenteel onderzoek naar beursgenoteerde bedrijven is verschoven, kunnen amateureconomen en doe-het-zelfbeleggingsstrategen met behulp van etf’s hun hart ophalen. En zij niet alleen. Het succesvolle ING Global Opportunity’s Fonds bijvoorbeeld heeft als een van zijn grootste posities de SPDR S&P Biotech, een tracker.
Beheerder Dirk-Jan Verzuu: „We willen profiteren van de toegenomen fusies en overnames in deze sector, maar analisten kunnen niet aangeven welke bedrijven succesvolle medicijnen zullen ontwikkelen. Simpelweg omdat het management van deze biotechbedrijven dat zelf ook niet weet.” In zo’n geval is een tracker op de hele sector de aangewezen mogelijkheid.
Risico
Actief handelen met trackers vraagt wel tijd. De krant goed lezen en zelf nadenken over de toekomst en daarnaar handelen is niet simpel én niet zonder risico. De goedkoop geldpolitiek van centrale banken in Europa en vooral in de VS zorgt ervoor dat het nemen van risico’s wordt aangemoedigd en dat aandelen verder kunnen stijgen zonder al te duur te worden. Maar op termijn moeten er echt structurele hervormingen komen, moet er bezuinigd worden en moet blijken of de eurozone kan blijven bestaan. Allemaal ingrediënten voor rare sprongen in rente, aandelen- en wisselkoersen en hoofdbrekens voor beleggers.
ETF-strateeg Kay wijst beleggers daarbij op andere typen strategieën, namelijk momentum en value . Twee strategieën die in versimpelde vorm door iedereen uitgevoerd kunnen worden en in het verleden volgens Kay voor resultaat zorgden. Een valuestrategie is bijvoorbeeld om uit een groep van tien, vijftien landen een paar van de laagst gewaardeerde te identificeren en daarin te beleggen. Wie niet kan bepalen welk land het laagst gewaardeerd is, kan ook de etf’s nemen van twee of drie beursindices die de laatste jaren het minst gestegen zijn, fundamentele data is dan niet eens meer nodig.
Een momentumstrategie is om die landen of sectoren te kopen die in de laatste weken of maanden het sterkste stegen, in de verwachting dat de stijging vaak nog even aanhoudt. Dit kunnen succesvolle strategieën zijn die ook gecombineerd kunnen worden. Beleggers moeten ze wel gedisciplineerd uitvoeren en een lange adem hebben.
Niet alle trackers steken goed in elkaar en onderzoek naar operationele zaken blijft geboden. Sommige trackers op moeilijk na te bouwen indices zijn illiquide en tegen grote spreads verhandelbaar. Voor agrarische grondstoffen geldt dat de onderliggende termijnmarkt niet iedere dag open is of pas open gaat als het in Europa al lunchtijd is. En als de onderliggende markt niet open is, dan zullen marketmakers in Europa een ongunstige prijsstelling geven voor het betreffende indexaandeel.
Onderpand
Een groot onderscheid is er tussen etf’s die daadwerkelijk alle of bijna alle aandelen uit een index kopen (iShares en alle Amerikaanse etf’s) en synthetische etf’s die met derivaten (swaps) werken (de rest). De laatste hebben als voordeel dat ze voor professionele marketmakers veel makkelijker zijn samen te stellen wat de liquiditeit ten goede komt. Maar ze kennen wel tegenpartijrisico, want een swap is niets anders dan een afspraak met een tegenpartij. Het onderpand kan in kwaliteit variëren.
Volgens Kay gaat het echter de goede kant uit met de beheersing van dit risico en de transparantie van trackers. Daarbij wordt de markt geholpen door enerzijds de Europese regelgeving over beleggingsfondsen (Ucits IV) die volgend jaar effectief moet worden en anderzijds Europese regelgeving voor alternatieve beleggingen, waaronder veel etf’s ook geschaard kunnen worden.
Het hebben van een visie of ontwikkelen van een beleggingsstrategie is voor actieve indexbeleggers geen overbodige luxe meer. Maar één ding is zeker. De instrumenten om deze uit te voeren zijn ruim voor handen.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer