Risico betekent voor elke belegger iets anders. Zo kreeg een Britse fondsbeheerder de wind van voren toen hij aan een zaal met rijke Chinese beleggers de voordelen van risicospreiding probeerde uit te leggen. „Als je toch zeker weet dat een aandeel in waarde zal stijgen, dan stop je daar toch alles in wat je hebt”, stelde een verongelijkte Chinese zestiger. Alles in één aandeel stoppen, kan inderdaad enorme winsten opleveren. Maar als je het mis hebt, ook een enorm verlies.
Glazen bol
Voor de meeste beleggers – zij die weten dat een glazen bol op de beurs niet werkt – zijn zulke verliezen niet acceptabel. Uit die overweging is het traditionele beleggingsadvies geboren om te spreiden. Beleggingsfondsen spelen hierop in door al vanaf lage instapbedragen deelname aan een gespreide portefeuille te bieden. Dat levert een meer gemiddeld rendement op, omdat er winnaars én verliezers in de portefeuille zitten. Al hoopt iedereen natuurlijk op meer winnaars dan verliezers.
De wijsheid van spreiding wordt de laatste tijd echter betwijfeld. Bij een crisis, juist het moment waarop een belegger van spreiding hoopt te profiteren, gaat doorgaans namelijk vrijwel alles omlaag. Dat geldt niet alleen voor aandelen, maar ook voor gemengde portefeuilles met aandelen, obligaties, vastgoed en andere beleggingen. Zo’n gemengde portefeuille zou juist redelijk crisisbestendig moeten zijn, omdat verschillende beleggingen uiteenlopend reageren op macro-economische bewegingen: ze hebben een lage correlatie.
Correlatie
Zo hebben obligaties en aandelen standaard een lage correlatie. Het idee is dat als aandelen wegzakken, beleggers in obligaties nog wel rendement maken, en omgekeerd. Bij de crisis in 2008 bleek echter toch dat zowel aandelen als obligaties het zwaar voor de kiezen kregen: de correlatie liep fors op. Nu bleek dat een tijdelijke ontwikkeling, maar wel een die tijdens crises vaker voorkomt. Portefeuillespreiding heeft daarmee zijn beperkingen. Er is echter nog een manier van spreiding, een die de pijn van een crisis wel kan verzachten.
Een van de belangrijkste oorzaken van verliezen zijn aankopen op het verkeerde moment. Timing is moeilijk. Door niet op één moment met een paar duizend euro te beleggen, maar maandelijks een veel lager bedrag in een beleggingsfonds – traditionele spreiding blijft verstandig – te steken, beperkt u het risico van een verkeerd instapmoment. Dat verlaagt immers de kans dat u net vol inzet tijdens een beurshoogtepunt. U blijft maandelijks kopen, zodat u tegen hoge maar ook bij lage koersen instapt. Tijdens een crisis koopt u zelfs voor een prikkie. Uiteindelijk leidt dat tot een gemiddelde aankoopkoers.
Natuurlijk middelt die strategie ook de opbrengst, maar het biedt de belegger wel meer uitzicht op een positief rendement. Een ander punt is wel of ook de verkoop in tijd gespreid moet plaatsvinden. Vaak is dat niet mogelijk omdat de opbrengst op één moment nodig is, bijvoorbeeld voor de aankoop van een aanvullend pensioen. Mensen zitten waarschijnlijk ook niet te wachten op een fluctuerende opbrengst uit de maandelijkse verkoop van beleggingen.
Opbouw
Periodieke aankopen zorgen bovendien voor een gestage en stabiele opbouw van vermogen. Een maandelijkse inleg in een fonds – dit kunt u bij een bank automatisch laten regelen – zal vermoedelijk zelfs meer bijdragen aan de aangroei van het kapitaal dan koerswinst, dividend of obligatierente.
Elke maand 200 euro in een beleggingsfonds steken, levert na 20 jaar bij een gemiddeld jaarrendement van 6 procent 91.129 euro op. Wilt u nu een bedrag ineens inleggen om hetzelfde resultaat te bereiken, dan is er 28.414 euro nodig voor hetzelfde resultaat. Daarbij kan een verkeerd gekozen aankoopmoment ook nog eens zorgen voor een flink tegenvallend rendement.
© 1996-2013 TMG Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Gebruiksvoorwaarden | Privacy | Cookies | Cookie-voorkeuren | Disclaimer