Nederland wordt zo grijs als de as van een sigaar. Nu de eerste babyboomers de pensioenleeftijd bereiken, passeert het aantal aow’ers voor het eerst de 3 miljoen. Deze mijlpaal inspireerde een landelijk dagblad tot de volgende kop: ‘Help! De babyboomers uit recordjaar 1946 gaan met pensioen’.
De aow-kwestie hakte er dit jaar in. Tussen de voortrekkers van de FNV werd een twistappel geworpen waarvoor een mythologische godin zich niet zou hoeven te schamen. De vakcentrale knalde bijna uit elkaar. Maar de eenheid werd gered. De FNV heft zich op en herrijst in een nieuwe vakbond. Agnes Jongerius en haar tegenstander in de pensioentwist, Henk van der Kolk, keren niet terug in wat voorlopig De Nieuwe Vakbeweging heet.
Lachen
Bijna 55 jaar geleden trad de aow in werking. Ik wil teruggaan naar dat begin. Dat vereist aandacht voor de periode rond het midden van de vorige eeuw, toen Nederland volop in wederopbouw was. Bij die wederopbouw werden de grondslagen gelegd voor de Nederlandse verzorgingsstaat. De totstandkoming van de aow was in dit verband een belangrijke stap vooruit.
De Algemene Ouderdomswet was het kindje van Ko Suurhoff. Als minister in een van de kabinetten-Drees loodste deze doorgewinterde sociaal-democraat de wet door het parlement.
De beslissende vergadering in de Tweede Kamer vond plaats op vrijdag 23 maart 1956. Suurhoff had een makkie; alleen de Staatkundig Gereformeerde Partij stemde tegen. SGP-fractievoorzitter ds. Pieter Zandt legde een stemverklaring af. "Onmiskenbaar", aldus Zandt, "vertoont de aow het karakter van staatssocialisme." Mede door deze wet, vond de dominee, "wordt de mens van de wieg tot het graf onder voogdij van de Staat geplaatst."
Bij het horen van het woord ‘staatssocialisme’ barstte de Kamer in lachen uit. Zandt bleef er stoïcijns onder.
Belastingambtenaar in ruste
Dinsdag 1 januari 1957 ging de aow in. De volgende dag overhandigde minister Suurhoff aan een dertigtal ‘bejaarden’ de eerste uitkeringen (zie de kranten uit die tijd). Dat gebeurde in het gebouw van de Raad van Arbeid in Amsterdam.
De allereerste die het pensioen ontving was een 70-jarige belastingambtenaar in ruste. Hij heette A. Bakker en woonde in de Amsterdamse Boterdiepstraat. Bakker was hoogstwaarschijnlijk alleenstaand. Dat betekende dat hij die 2e januari naar huis ging met ruim vijftien gulden.
Over Bakkers gevoelens tast de historicus in het duister.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
Gerard Borst (1951) is onderzoeker Geldcultuur bij het
Geldmuseum in Utrecht. Hij schrijft...
Lees meer