Sparen bij de bank is een tak van sport waarin wij Nederlanders uitblinken. Volgens De Nederlandsche Bank heeft 89 procent van de bevolking een spaarrekening. Dit wettigt de veronderstelling dat het fenomeen sparen in de oude sok tot het verleden behoort. Maar als ik de kranten mag geloven, is niets minder waar.
Deze kop snelde ik in De Telegraaf: “Senioren zweren bij oude sok”. Citaat uit het bijbehorende artikel: “Senioren vullen op grote schaal liever hun oude sok met spaargeld, dan dat ze ermee naar de banken gaan. Het vertrouwen dat hun geld daar veilig is, is tot een dieptepunt gekelderd.”
De informatie in het artikel is ontleend aan het onderzoek dat het tijdschrift Plus Magazine verrichtte onder 50-plussers. Deugt dat onderzoek? Zijn de onderzoeksresultaten door De Telegraaf correct weergegeven? Interessante vragen, vinden u en ik.
Toch zal ik daarop nu niet ingaan. Dit stukje gaat over iets anders. Het radioprogramma Wekker-Wakker (omroep MAX) wijdde inmiddels een uitzending aan het onderzoek van Plus Magazine. Mij werd daarin gevraagd uit te leggen waar toch die Nederlandse spaarzaamheid vandaan komt. De tijd die ik kreeg toebedeeld was te kort om mijn verhaal goed uit de verf te laten komen. Daarom doe ik het hier dunnetjes over.
Snoeimes
Om te beginnen laat ik mijn snoeimes zijn werk doen. Ik wil af van het begrip spaarzaamheid. Het heeft, vind ik, een hoog kneuterigheidsgehalte. Ik ga de zaken breder trekken. Ik wil het hebben over een bepaalde levensstijl, namelijk over de manieren van doen en denken die samengebracht kunnen worden onder de noemer 'gedisciplineerde omgang met geld'.
Een interessante auteur in dit verband is de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama. Fukuyama schreef het boek Trust, dat in het Nederlands is vertaald als Welvaart. De auteur werpt daarin de vraag op welke factoren een rol hebben gespeeld bij het economische succes van Nederland in de Gouden Eeuw.
Fukuyama wijst op de invloed van het puriteins protestantisme. De vroege Puriteinen, zegt hij, ontwikkelden deugden als eerlijkheid en spaarzaamheid, die buitengewoon nuttig waren voor de verwerving van kapitaal. Die Puriteinen keurden economische activiteiten goed, ja, heiligden wereldse activiteiten zelfs, en maakten een handelsethiek tot gemeengoed. Die handelsethiek werkte gunstig op de economische groei.
Fukuyama speelt leentjebuur bij de klassieke socioloog Max Weber, die stelde dat de puriteins-protestante bewegingen een moraal verkondigden waarin de nadruk werd gelegd op vlijt, soberheid en zelfcontrole. Men werd geacht ter meerdere glorie Gods een actief leven te leiden binnen de wereld.
Gegoede burgers
Onder invloed van het puriteins protestantisme kwam in Nederland een disciplineringsproces op gang. Spitsen we dat toe op de omgang met geld, dan moeten we zeggen dat Nederlanders zich niet ontwikkelden tot losbandige geldverspillers. Zij werden mensen die gedisciplineerd, voorzichtig, weloverwogen met geld omgingen.
Met ‘Nederlanders’ doel ik hier op gegoede burgers. Hoe verging het de gewone werkmensen? Daarover een volgende keer.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
Gerard Borst (1951) is onderzoeker Geldcultuur bij het
Geldmuseum in Utrecht. Hij schrijft...
Lees meer