Deze gevolgen moet ik opsplitsen voor drie verschillende groepen.
Allereerst degenen voor 1955 geboren. Zij hebben geluk en krijgen gewoon aow bij 65 jaar. Ook profiteren zij van de verhoging van de aow met 0,6% per jaar vanaf 2013 en kunnen zij blijven meedoen aan de levensloopregeling. Kortom, zij worden niet geraakt. Deze groep vindt dat overigens terecht, want deze babyboomers hebben Nederland na de oorlog opgebouwd, zijn op hun 16e begonnen met werken etc.
Dan groep 2, die na 2020 65 jaar wordt. Zij krijgen pas aow (en aanvullend) pensioen vanaf 66 (en vanaf 2025 zelfs 67). Zij mogen alleen een ‘lullige’ 20.000 euro sparen in de nieuwe vitaliteitsregeling (geen levensloop én geen spaarloon meer). Hun pensioen is afhankelijk van rendement en levensverwachting. Tegen die tijd zal er redelijk afgestempeld zijn, dus de huidige opgaven volgens het UniformPensioenOverzicht en/of via www.mijnpensioenoverzicht.nl kunnen ze beter met (minimaal) 20 procent verlagen. Als ze al eerder dan 66/67 jaar met pensioen gaan, dan wordt de aow gekort (met 6,5 procent) en het pensioen met een procent of 10 lager per jaar dat men eerder gaat. Dat wordt dus of genoegen nemen met minder, langer doorwerken (vooral in deeltijd) of heel hard zelf gaan sparen (maar ja, dan moet je nu ‘armer’ leven).
Tot slot groep 3, die (ruim) na 2030 met pensioen gaat. De aow is dan écht een absoluut sociaal minimum (de jaarlijkse verhoging gaat maar tot 2028). Het werkgeverpensioen is volop afhankelijk van levensverwachting en rendement. Concreet: je krijgt niet de beloofde 10.000 euro vanaf 66 of 67 jaar, maar slechts 8000 euro vanaf 68 jaar (of nog minder en nog later).
Advies
Mijn advies aan deze laatste groep móet dan ook zijn: stap uit het systeem, wordt ZZP-er en regel het zelf. Zo niet, wordt dan in ieder geval bestuurder van jouw pensioenfonds, dan kun je in ieder geval meebesturen. Los daarvan, lees alinea 6 op pagina 17 van het Uitwerkingsmemorandum van het pensioenakkoord eens goed. Daar staat – vrij vertaald - reken niet te veel op je pensioen, regel zelf iets!
Tot slot heeft het pensioenakkoord – maar dat zit eigenlijk nog meer besloten in ons hele pensioensysteem – het volgende versnelde effect. Nu er geen echte keuzes/innovaties zijn gemaakt, heeft dat als gevolg dat we op de huidige voet verder gaan.
Toen ik deze column schreef, was de gemiddelde dekkingsgraad van de pensioenfondsen 95 procent. Dit betekent dat er iedere maand 100 miljoen euro wordt uitgekeerd, terwijl dat geld er domweg niet is. Dat wordt uitgekeerd aan groep 1 (voor 1955 geboren).
Het gevolg zal zijn – tenzij de economie enorm gaat aantrekken, de marktrente stijgt en de rendementen de pan uit rijzen – dat als groep 2 aan bod komt vanaf 2020, niet het volledige pensioen uitgekeerd kan worden, maar slechts 70 à 80 procent. Dit is geen doemdenken maar inmiddels realiteit. Als pensioenfondsen dit willen ontlopen en alvast anticiperen hierop – door te blijven uitkeren, niet af te stempelen en meer rendementsrisico te accepteren -, dan zal (wederom tenzij alles vanzelf ‘goed komt’) de pot redelijk leeg zijn als groep 3, vanaf 2030 aan bod komt.
Eerlijk?
Dít zijn de gevolgen van het pensioenakkoord. Of dat goed is en vooral eerlijk (laat staan solidair en/of slim) is de vraag.
Hebt u vragen over het pensioenakkoord of andere pensioenvragen? Stelt u ze dan gerust via www.pensioenSOS.nl.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
Theo Gommer (1966) is als managing-partner van de Akkermans & Partners
Groep in Tilburg, verantwoordelijk voor de adviestak...
Lees meer