Er is voor werknemers namelijk een belangrijk nadeel van deze regeling: zij dragen het beleggingsrisico. Dat wil zeggen dat hun pensioen daalt of stijgt met de ontwikkelingen op de beurs. Een PPI hoeft daarom geen kostbaar vangnet tegen beleggingsrisico’s te spannen; vandaar de lagere kosten. De werkgever hoeft niets bij te storten in slechte tijden.
De drie verzekeraars zijn niet de eerste met een PPI-vergunning. Eerder kregen Brand New Day, Robeco en BeFrank een vergunning. De nieuwe premie pensioeninstellingen bieden een collectief pensioen aan in die zin dat een werkgever een contract afsluit voor zijn personeel. Ook zaken als administratie en beleggingsproces worden gedeeld. De pensioenpot is echter individueel. Zulke pure, individuele beleggingspensioenen bestaan overigens al een tijdje, met name in kleinere bedrijven. Uit de statistieken valt te herleiden dat circa 400.000 werknemers het beleggingsrisico zelf helemaal individueel dragen. De komst van de PPI zal dat aantal inmiddels ongetwijfeld al hebben verhoogd.
Beurscrash
Het grote risico is dat als de deelnemer vlak voor zijn pensionering wordt geconfronteerd met een beurscrash, hij een groot deel van zijn pensioen zal zien verdampen. De andere deelnemers en de werkgever hoeven dan niet bij te springen.
Werknemers die met de invoering van een beleggingspensioen worden geconfronteerd, zullen daarom even moeten doorvragen om welke vorm het precies gaat. Welke risico’s lopen ze? Zijn die risico’s groot, dan hoort een werknemer daarvoor gecompenseerd te worden. Bijvoorbeeld met een hogere pensioeninleg door de werkgever. Ook ligt het bij een individuele pensioenpot voor de hand dat de werknemer inspraak krijgt in de beleggingen.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer