Dat stuwmeer aan polissen keert elk jaar miljarden uit. De fiscus eist dat we dat geld laten omzetten in uitkeringen, via een direct ingaande lijfrente bij een bank of verzekeraar. Shoppen loont, want dezelfde zak geld levert niet overal hetzelfde op. MoneyView onderzocht de verschillen.
Shoppen deden we vroeger tussen verzekeraars, maar ook met banksparen kun je tegenwoordig een lijfrentekapitaal opbouwen én laten uitkeren. De fiscale behandeling is gelijk. Bij de bank zijn er bij uitkering wel wat beperkingen, maar groot zijn die niet. Banksparen is daarom vaak een goedkoper alternatief. „De direct ingaande lijfrente is echt een prijsproduct.”
Aan het woord is Dion van der Mooren, onderzoeker bij MoneyView. Anders dan bijvoorbeeld hypotheken waar de voorwaarden een grote rol spelen, is de direct ingaande lijfrente volgens hem meer een rechttoe rechtaan product. De hoogste uitkering is vaak doorslaggevend.
De direct ingaande lijfrente is in feite een pot geld waaruit uitkeringen vloeien. In feite geeft u een aanbieder uw spaarvarken en een hamer. Diegene die na de klap het kapitaal in de hoogste uitkeringen weet om te zetten, is uw keus.
Die uitkeringen zijn samen meer dan wat er in het spaarvarken zat, omdat er ook tijdens de uitkeringfase nog rendement over het geld wordt behaald. Hoeveel u krijgt, hangt af van dat rendement en de kosten die in mindering worden gebracht. Het rendement is afhankelijk van de rentestand.
Opbouw
Voordat u een lijfrentekapitaal heeft, moet u jaren sparen of beleggen in een lijfrenteverzekering of op een geblokkeerde bankrekening (banksparen). Dat is de opbouwfase. De direct ingaande lijfrente betreft enkel de uitkeringsfase. Sinds banksparen op 1 januari 2008 mogelijk werd, kiezen veel mensen in de opbouwfase voor een lijfrenterekening, vanwege de lagere kosten. Bij de uitkeringsfase zijn ze nog wat voorzichtig met banksparen. Bij een verzekeraar is namelijk in de uitkeringsfase iets meer mogelijk.
De fiscus stelt de omzetting van een lijfrentekapitaal in uitkeringen verplicht, op straffe van een forse fiscale heffing en boete. Over de periodieke uitkeringen betaalt u gewoon inkomstenbelasting.
Alleenstaande
Uit het onderzoek van MoneyView blijkt dat direct ingaande lijfrentes op één leven doorgaans de hoogste uitkeringen bieden. „Bij een verzekering op één leven vervalt namelijk de waarde bij overlijden van de verzekerde aan de verzekeraar. Die verzekerde krijgt bij leven daarvoor wel een hogere uitkering”, aldus Van der Mooren. Dit is dus bij uitstek een product voor alleenstaanden, zonder nabestaanden. De aanbieders met de hoogste uitkering zijn hier volgens MoneyView ABN Amro Verzekeringen, Robein en Ohra.
De uitkeringen van een direct ingaande lijfrente op twee levens zijn lager, omdat daarin het restkapitaal juist niet aan de verzekeraar toevalt. Als de eerste begunstigde komt te overlijden, worden de afgesproken uitkeringen doorbetaald aan de andere begunstigde. Over het algemeen bedraagt de uitkering 70% van het oorspronkelijke bedrag. De producten met de hoogste uitkering zijn hier bankspaarproducten van ABN Amro, Friesland Bank en Reaal/SNS.
Van der Mooren: „Bij banksparen heb je het onderscheid van een of twee levens niet, de nabestaanden krijgen altijd het resterende kapitaal uitgekeerd.” De bankspaarproducten zijn daarom het beste te vergeleken met polissen op twee levens. De bancaire lijfrente kent hogere uitkeringen dan zo’n polis op twee levens, al zijn ze doorgaans wel weer lager dan bij de lijfrentepolis voor een alleenstaande. De voorsprong van de verzekeraars is hier echter nipt, stelt MoneyView.
Voorwaarden
Anders dan bij een verzekeraar is een levenslange uitbetaling bij de bank niet mogelijk. De uitkeringstijd spreekt u vooraf af. Gaat de uitkeringsperiode in voor het 65e levensjaar, dan moet deze minimaal tot de 85-jarige leeftijd duren. Na 65 geldt een minimum van vijf jaar. „Maar ook bij een verzekering heb je soortgelijke bepalingen, het belangrijkste verschil is dat je geen levenslange uitkering kunt krijgen”, aldus Van der Mooren. Echt een groot nadeel vindt hij dat niet. Iemand die heel lang een uitkering wil, kan immers een periode van 30 jaar met de bank afspreken. In geval van overlijden gaat dan het restant naar de nabestaanden.
Alleen bij een verzekeraar is een overbruggingslijfrente mogelijk, voor tussen de 60 en 65. De uitkeringen kunnen verder per maand, kwartaal of jaar plaatsvinden, bij banksparen vaak alleen per maand. De lijfrenteverzekering blijkt dus iets flexibeler dan banksparen.
De hoogte van de uitkeringen hangt grotendeels af van de rekenrente. Nu die historisch laag is, zijn ook de uitkeringen laag. Moet u dus nu wel een direct ingaande lijfrente nemen? Van der Mooren. „Het kan interessant zijn om het geld nog even te laten staan, door de uitkeringsdatum uit te stellen of het bedrag in een tussentijdse, kortlopende koopsomverzekering of op een lijfrenterekening te parkeren. In de hoop dat over enkele jaren de rekenrente hoger is.”
Banken gaan voor de rekenrente uit van de kapitaalmarktrente, verzekeraars van het zogeheten U-rendement, dat zich baseert op een mandje staatsleningen. De kapitaalmarktrente ligt momenteel hoger, in 2008 zelfs flink hoger. Hierdoor wisten sommige bankspaarproducten in 2008 zelfs even beter te scoren dan polissen op één leven.
ONDERZOEK
MoneyView heeft 30 direct ingaande lijfrentes onderzocht, waarvan 20 verzekeringen en 10 bankspaarproducten. Die zijn doorgerekend op veertien klantprofielen. Er is gekeken naar prijs – de hoogte van de uitkeringen – en naar flexibiliteit. Daarbij is voor de verzekeringsvariant onderscheid gemaakt tussen alleenstaanden en gehuwden. Indien een alleenstaande tijdens de uitkeringsperiode overlijdt, vervalt het resterende kapitaal namelijk aan de verzekeraar. Die betaalt in ruil daarvoor een hogere uitkering dan bij een polis op twee levens, waarbij het restkapitaal (deels) aan de nabestaande vervalt. Beide polissen zijn dus lastig met elkaar te vergelijken op de hoogte van de uitkering.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer