De Telegraaf
Zoeken
  Zoeken met  
 
14 °C
N 2
 
files 2
5 km.
euro95
diesel
1,535
1,211
 
 
Financieel product van de maand

SNELNIEUWS

Donderdag 2 september
zo 05 aug 2007, 18:47

Begrippenlijst: belastingen

AMSTERDAM -  Bij het zoeken naar informatie over belastingen komt u allerlei termen tegen waarvan u misschien nog nooit heeft gehoord. U zoekt ze op in de Begrippenlijst Belastingen van OverGeld.nl.

Inhoud

A - B - C- D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

A

Aangifte. Jaarlijks vraagt de Belastingdienst u voor 1 april aangifte inkomstenbelasting te doen over het vorige jaar. Zeker wanneer u een voorlopige teruggave ontvangt en/of toeslag (huur, zorg en/of kinderopvangtoeslag) bent u verplicht dit te doen. Op basis van uw persoonlijke situatie, uw inkomenssituatie en tal van mogelijke aftrekposten en bijtellingen zal de belastingdienst beoordelen of u geld terugkrijgt of belastinggeld moet bijbetalen.

Aftrekpost. Een aftrekpost is een uitgave die u kunt aftrekken van uw belastbaar inkomen. Niet te verwarren met een heffingskorting, dat is een bedrag dat in mindering komt op de belasting die u moet betalen. De kosten voor hypotheekrente, ziektekosten en schenkingen aan goede doelen zijn voorbeelden van uitgaven die u onder voorwaarden van uw inkomen mag aftrekken.

Algemene compensatieregeling. De algemene compensatieregeling is een financiële tegemoetkoming die u ontvangt van de Belastingdienst, als u over uw arbeidsinkomsten in België belasting betaalt. U heeft dan namelijk geen belastingvoordeel over aftrekposten, zoals de persoonsgebonden aftrek en de hypotheekrente van uw eigen woning.

Alleenstaande-ouderkorting. Combinatiekorting voor alleenstaande ouders die kinderen onder 27 onderhouden.

Arbeidskorting. Heffingskorting die iedereen toekomst die inkomen heeft uit loon, onderneming of overige werkzaamheden. Stijgt mee met het inkomen tot een maximum van €1357. Voor personen boven de 57 gelden andere tarieven. De arbeidskorting wordt geacht te compenseren voor alle onkosten die u moet maken om uw inkomen te behalen.

AWBZ. De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is in Nederland een verplichte, collectieve ziektekostenverzekering voor niet individueel verzekerbare ziektenkostenrisico's. Verzekerd voor de AWBZ zijn ingezetenen van Nederland en niet-ingezetenen van Nederland die bepaalde inkomsten in Nederland genieten. De AWBZ is één van de zogenoemde volksverzekeringen. Op grond van deze wet kan men bijzondere ziektekosten zoals kosten van langdurige opname in ziekenhuis of inrichting vergoed krijgen. Deze worden niet door de zorgverzekering vergoed.

B

Belasting. Belastingen zijn gedwongen betaling aan de overheid, waar geen individuele prestatie van die overheid tegenover staat, en die wordt geheven uit kracht van een wet (legaliteitsbeginsel). Wanneer tegenover de betaling wel een prestatie van de overheid staat, dan spreekt men over een retributie.

Belastingdienst/Toeslagen. De afdeling Toeslagen is een apart onderdeel van de Belastingdienst dat opgericht is om de toeslagregelingen uit te voeren. Het gaat om de huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag.

Belastingverdrag. Een belastingverdrag is een afspraak tussen twee landen over wie het recht van belastingheffing heeft over bepaalde inkomsten. Hierdoor wordt voorkomen dat u in twee landen over dezelfde inkomsten belasting moet betalen.

Bijdrage-inkomen. Het bijdrage-inkomen is het inkomen waarover de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet wordt berekend. Het is het gezamenlijk bedrag dat u ontvangt aan bijdrageloon, winst uit onderneming, resultaat uit overige werkzaamheden en periodieke uitkeringen en verstrekkingen. Inkomen uit vermogen maakt geen deel uit van het bijdrage-inkomen.

Bijdrageloon. Uw loon voorzover het onderdeel uitmaakt van het bijdrage-inkomen.

Bijtelling. Bedrag dat u bij uw inkomen moet optellen als u van uw werkgever een auto van de zaak krijgt en daar meer dan 500 km per jaar privé mee rijdt. Woon-werkverkeer telt als zakelijk. De bijtelling is 22 % van de cataloguswaarde van de auto.

Bloot eigendom. Bloot eigendom is het eigendom van een goed zonder dat u recht heeft op het gebruik ervan. Het gebruik ligt bij de vruchtgebruiker. Als u geld in bloot eigendom heeft op een spaarrekening, dan gaat de rente naar de vruchtgebruiker, terwijl u de vermogensrendementheffing betaalt. Bij een huis kan de vruchtbebruiker het huis bewonen. Een situatie met bloot eigendom ontstaat meestal uit een erfenis: het erfdeel van de kinderen wordt hun bloot eigendom, het vruchtgebruik gaat naar de echtgenoot van de overgeledene.

Box 1, 2 en 3. Box zijn namen voor verschillende categorieën inkomsten voor de inkomstenbelasting. Elke categorie wordt opgeven aan de belasting 'in' zijn eigen box. De verschillende boxen kennen verschillende tarieven. In Box 1 geeft u inkomsten uit arbeid op. In box 2 komen de inkomsten uit een 'aanmerkelijk belang' in een bedrijf of coöperatie. In box 3 geeft u het rendement op uw vermogen op.

Bruto inkomen. Uw inkomen voor aftrek van loonheffingen.

BTW. Voluit: Belasting Toegevoegde Waarde. Belasting die wordt betaald over de waarde die een verkoper van een product heeft toegevoegd aan de grondstoffen. Er wordt daadwerkelijk alleen belasting betaald over de toegevoegde waarde, omdat de ondernemer die iets verkoopt de BTW die hij heeft betaald over de inkoop van zijn grondstoffen mag aftrekken van het totale bedrag aan BTW dat hij betaalt. De belasting wordt door de verkoper geind en daarna afgedragen aan de Belastingdienst.

C

Conserverende aanslag. De conserverende aanslag is een aparte aanslag die de Belastingdienst u kan opleggen als u naar het buitenland vertrekt. Dit is het geval als er een of meer bijzondere regelingen op u van toepassing zijn die voor de inkomstenbelasting gelden.

Correctiebericht. U bent vanaf 2006 verplicht om onjuistheden in uw ingediende aangifte te corrigeren met een correctiebericht. Als u zelf onjuistheden ontdekt, moet u alle onjuiste gegevens die in de aangifte loonheffingen staan samen met de eerstvolgende aangifte of de daaropvolgende aangifte verbeteren. U moet deze gecorrigeerde gegevens op dezelfde manier aanleveren als de oorspronkelijke gegevens. Als de Belastingdienst fouten in de loonaangifte heeft ontdekt, kan hij u een correctieverplichting opleggen

Combinatiekorting. Heffingskorting voor wie kinderen onder de 12 onderhoudt. De minstverdienende partner en alleenstaanden krijgen ook aanvullende combinatiekorting.

D

Definitieve aanslag. Na afloop van het belastingjaar geeft u de daadwerkelijke inkomsten, aftrekposten en heffingen weer. De Belastingdienst maakt een verrekening met de voorlopige teruggave. Het kan zijn dat u – afhankelijk van uw opgave – geld terugkrijgt of bij moet betalen.

Definitieve toeslag. De toeslagen die u ontvangt, worden als voorschot uitbetaald. Na afloop van elk toeslagjaar wordt beoordeeld of het werkelijke inkomen overeenkomt met het geschatte inkomen en of voldaan is aan de overige voorwaarden. De aanvrager ontvangt dan een definitieve beschikking. In deze beschikking staat het definitieve bedrag aan toeslag(en) waarop de aanvrager in 2006 recht had.

Durfkapitaal. Beleggingen in durfkapitaal zijn geregistreerde achtergestelde geldleningen aan beginnende ondernemers en geldleningen aan, aandelen in of winstbewijzen van aangewezen participatiemaatschappijen. Ook gaat het hierbij om culturele beleggingen. Verliezen hierop zijn aftrekbaar van uw inkomstenbelasting.

E

Ecotax. Ecotax is de belasting op het energieverbruik. De Ecotax wordt ook wel Regulerende Energie Belasting genoemd. Op milieuonvriendelijke energiebronnen zoals kernenergie en energie opgewekt uit fossiele brandstoffen wordt de Ecotax geheven. De overheid probeert de scheve concurrentiepositie tussen de verschillende energiebronnen recht te trekken door de externe kosten te vertalen in prijs van de energiebedrijven door middel van de Ecotax. Ecotax hoeft niet betaalt te worden bij bijvoorbeeld groene energie omdat Groene Energie niets vervuilt. Groene energie wordt dus vrijgesteld van de Ecotax.

Eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait is het bedrag dat u bij uw inkomen moet tellen als u een eigen woning heeft. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde. Heette vroeger huurwaardeforfait.

F

Fiscaal loon. Fiscaal loon is het loon voor de berekening van de loonbelasting en de premie volksverzekeringen.

Fiscaal partner. Fiscale partners kunnen een aantal aftrekposten (soms deel) bij elkaars inkomen laten verreken. Dat kan in uw voordeel werken, als een post bij de een hoger tarief kan worden afgetrokken dan bij de ander. De Belastingdienst stelt wel dat wanneer u kiest voor fiscaal partnerschap, dit ook blijft gelden zolang de persoonlijke situatie niet verandert. Als u gehuwd bent of geregistreerd samenwoont, bent u voor de Belastingdienst fiscaal partner. Wanneer u samenwoont of een huisgenoot heeft, heeft u de keuze om fiscaal partners te zijn of niet.

G

H

Heffingskorting. Een heffingskorting is een bedrag dat in mindering komt op de belasting die u moet betalen. Niet te verwaaren met aftrekpost: een aftrekpost trekt u van uw bruto inkomen af, een heffingskorting van te betalen belasting. Elke Nederlander heeft recht op een algemene heffingskorting van zo'n €2000. Daarnaast zijn er nog kortingen voor mensen die loon uit arbeid ontvangen (arbeidskorting) en kortingen voor wie kinderen heeft (combinatiekorting).

Huurtoeslag. Inkomensafhankelijk toelage op de huur, uitbetaald door de Belastingdienst Toeslagen. De huurtoeslag is gebaseerd op een schatting van het inkomen in het betreffende jaar. Het wordt uitbetaald in maandelijkse voorschotten. Na afloop van het jaar vindt een eindafrekening plaats.

Huursubsidie. Inkomensafhankelijk toelage op de huur, uitbetaald door het ministerie van VROM. In 2006 vervangen door de huurtoeslag.

I

Inkomensbestanddelen. Gemeenschappelijke inkomensbestanddelen zijn die inkomensbestanddelen die de partners jaarlijks onderling kunnen verdelen bij het doen van aangifte. Het gaat om de volgende inkomensbestanddelen: - inkomsten uit eigen woning; - inkomen uit aanmerkelijk belang voor vermindering met de persoonsgebonden aftrek; - uitgaven voor levensonderhoud van kinderen; - buitengewone uitgaven; - weekenduitgaven voor gehandicapte kinderen; - scholingsuitgaven; - uitgaven voor rijksmonumentenpanden; - aftrekbare giften

Inkomstenbelasting. Belasting op het inkomen van natuurlijke personen. De inkomstenbelasting onderscheidt drie soorten inkomen: werk, aanmerkelijk belang (in een bedrijf) en vermogen. De drie soorten inkomen geeft u apart op drie boxen. Ze worden tegen verschillende tarieven belast.

>h2>J

Jonggehandicaptenkorting. Heffingkorting voor jong gehandicapten. Iedereen die recht heeft op een uitkering op grond van de wet Wajong, of hij die nu krijgt of niet, heeft recht op Jonggehandicaptenkorting.

Juridisch eigendom. Eigendom kan worden gesplitst in economische en juridische eigendom. Bij economische eigendom van een huis draagt men alle rechten en plichten over en kan de verkrijger er feitelijk over beschikken. De woning komt pas in juridische eigendom wanneer deze bij de notaris is overgedragen en d.m.v. de transportakte is ingeschreven bij het Kadaster.

K

Kinderbijslag. Via de sociale verzekeringsbank ontvangt u per kwartaal een bedrag voor de bijdrage aan levensonderhoud voor uw kind(eren). “voorzie ik grotendeels in het onderhoud van mijn kind”: wanneer u meer dan € 386,- bijdraagt aan de kosten van het levensonderhoud van uw kind(eren) (per kind), geldt dat u grotendeels voorziet in het onderhoud van het kind.

Kinderkorting. Heffingskorting voor wie kinderen onder de 18 onderhoudt.

Kinderopvangtoeslag. Sinds januari 2005 is de Wet op de Kinderopvang van kracht. De kosten van de kinderopvang worden betaald door ouders, (evt.) werkgevers en overheid. Het deel dat de overheid uitbetaald (de kinderopvangtoeslag) is inkomensafhankelijk; hoe meer iemand verdient, hoe lager de tegemoetkoming.

L

Loon. Loon is onder meer: loon of salaris, ziekengeld ontvangen van een uitvoeringsinstelling; - pensioen, VUT-uitkering, AOW en Anw; WW, wachtgeld, IOAW en IOAZ; - WAO, Waz en andere uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid; - bijstandsuitkering; - lijfrentetermijnen van een levensverzekeringsmaatschappij; - inkomsten in natura, zoals privé-gebruik auto en vrij wonen; - vervanging gederfd of te derven loon; - fooien; - uitkeringen in verband met staken of nalaten van werkzaamheden; - uitkeringen uit buitenlandse pensioenregelingen, tenzij elders belasting is betaald.

Loonbelasting. Belasting op inkomen uit loonarbeid. Wordt maandelijks ingehouden door de werkgever. De loonbelasting is een voorheffing die later bij de aangifte wordt verrekend met de inkomstenbelasting.

Loonheffing. Belastingheffingen op die maadelijks door de werkgever worden ingehouden. Bestaat uit premies werknemersverzekeringen, premie volksverzekeringen, loonbelasting en de werkgeversbijdrage inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet

M

Middelen. Het nemen van het gemiddelde van uw inkomen over een periode van drie jaar, en het herbereken over die drie met in elk jaar het gemiddelde jaarinkomen in die drie jaar, in plaats van het werkelijk inkomen in dat jaar. Kan voordelig zijn als u inkomen sterk wisselt. Een aanvraag kunt u indienen tot drie jaar na de definitieve aanslag van het laatste jaar van uw middelingsaanvraag.

N

Nabestaandenlijfrente. Lijfrenteverzekering waarvoor premie-aftrek mogelijk is. Voorwaarde is dat de verzekering recht geeft op een periodieke uitkering (lijfrente) die direct ingaat bij het overlijden van de verzekerde. Bij begunstiging aan een direct familielid (bijv. kind, klein- of pleegkind, broer, zuster) moet een tijdelijke lijfrente uiterlijk eindigen zodra de begunstigde 30 jaar wordt. Voor begunstiging aan de huwelijkspartner en anderen buiten de directe familiekring geldt deze beperking niet.

Nationale Hypotheek Garantie. Afgekort NHG. Borg- of garantstelling die door het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) wordt afgegeven voor een hypotheek. Voor het bedrag van de borgstelling kan de koper altijd een hypotheek afsluiten. Het inkomen van de koper, de lening en de woning moeten voldoen aan de norm en van het WEW. De aanvraag loopt via de geldverstrekker of de tussenpersoon waar de hypotheek wordt afgesloten.

Netto maandlasten. Het bedrag dat u maandelijks kwijt bent aan hypotheeklast minus de terug te ontvangen belasting. Lage netto maandlasten klik dan hier.

Netto werkelijke rente. Drukt de werkelijke kostprijs van een hypotheek uit, rekening houdend met o.a. alle kosten die de bank in rekening brengt, de verzekeringspremie en met het te verwachten fiscale effect.

Niet-wijzigingsbeding. Een hypotheekbeding waardoor de eigenaar de woning niet of niet zonder toestemming van de geldverstrekker mag wijzigen.

Niet-zuivering Een clausule in de hypotheekakte waarmee de geldverstrekker de vrijwillige verkoop van het onroerende goed kan tegenhouden wanneer de waarde waarschijnlijk niet voldoende is om de hypotheek af te lossen.

NHG. Afkorting voor Nationale Hypotheek Garantie.

Nominale rente. De feitelijke marktrente, die wordt gevormd door de reële rente en het verdisconteerde inflatiepercentage. Door het verwerken in de rente van dit percentage compenseert de kredietverlener de geldontwaarding van de middelen die hij tijdelijk afstaat.

O

Onroerendgoedbelasting. Gemeentelijke belasting die geheven wordt over de waarde uw bezittingen aan onroerend goed, zoals een eigen huis. De belasting is een percentage van de WOZ-waarde van het huis. Alleen de eigenaren betalen de belasting. De tarieven kunnen per gemeente verschillen.

Openbaarvervoerverklaring. Een openbaarvervoerverklaring is een verklaring van een OV-bedrijf die wordt afgegeven aan mensen die gebruikmaken van een maand-, traject- of jaarkaart voor het openbaar vervoer. Een openbaarvervoerverklaring is nodig om in aanmerking te komen voor de reisaftrek.

Ouderenkorting. Heffingskorting voor ouderen boven de 65. Heeft een inkomensgrens.

P

Persoonsgebonden aftrek. Verzamelnaam voor een aantal aftrekposten: alimentatie, verliezen op leningen aan beginnend eondernemers, levensonderhoud kinderen tot dertig, ziekte, scholing, giften aan het goede doel of onderhoud aan monumentale panden.

R

Regulerende Energie Belasting is de belasting op het energieverbruik. Op milieuonvriendelijke energiebronnen zoals kernenergie en energie opgewekt uit fossiele brandstoffen wordt de Ecotax geheven. De overheid probeert de scheve concurrentiepositie tussen de verschillende energiebronnen recht te trekken door de externe kosten te vertalen in prijs van de energiebedrijven door middel van de Ecotax. Ecotax hoeft niet betaalt te worden bij bijvoorbeeld groene energie omdat Groene Energie niets vervuilt. Groene energie wordt dus vrijgesteld van de Ecotax.

Reisaftrek. Aftrekpost voor woon-werkverkeer. Geldt alleen als u per openbaar vervoer reist, over een afstand van meer dan 10km. U mag een vast bedrag aftrekken afhankelijk van de afstand en het aantal dagen in de werk dat u werkt. U trekt dus niet de reele kosten af. Een eventuele vergoeding die u kreeg wordt in mindering gebracht op uw reisaftrek. Om te bewijzen dat u per openbaar vervoer reisde, hebt openbaarvervoerverklaring of reisverklaring nodig van de OV-bedrijven of uw werkgever.

Reisverklaring. Verklaring ondertekend door de werkgever over de reisafstand en het aantal dagen in de week dat een werknemer naar zijn werk reist en met welk vervoermiddel. Is nodig om reisaftrek te krijgen voor wie met het openbaar vervoer reist. Wordt door de werkgever verstrekt

S

Schijf (eerste, tweede, derde en vierde). De schijven van de inkomstenbelasting zijn verschillende tarieven van de inkomstenbelasting, die hoger zijn naarmate het inkomen stijgt. In 2006 werd de eerste 17.046 van uw inkomen tegen 2,45% belast, alles daarbovenop tot en met €30.631 tegen 9,75%, enzovoorts.

Schenking. De Belastingdienst spreekt van een schenking als een schenker iemand uit vrijgevigheid bevoordeelt ten koste van zijn eigen vermogen. De schenking kan bestaan uit het geven van een geldbedrag of een (waardevol) voorwerp, zoals een schilderij of een antieke kast. Maar voordeel dat iemand krijgt ui verkoop tegen te lage prijs, of lening verstrekken tegen een heel lage rente, telt als een schenking.

Studiefinanciering. Studiefinanciering is belastingvrij. De schuld die ermee opbouwt kunt u aftrekken van uw vermogen in box 3.

Successierecht. Successierecht is een belasting over verkrijgingen uit nalatenschappen.

SV-loon

T

Toeslagpartner. Gehuwden en geregistreerd partners gelden voor de toeslagregelingen automatisch als partners, tenzij zij niet bij elkaar op hetzelfde adres wonen. Wanneer u ongehuwd samenwoont of een huisgenoot (ouder dan 18 jaar) heeft, wordt deze als partner gezien in de toeslagenregelingen. Uw huisgenoot is familie Uw heeft meer huisgenoten U heeft met een van de huisgenoten een kind: dan wordt deze persoon als uw partner beschouwd. U heeft een van de huisgenoten als partner aangemeld voor een pensioenregeling: dan is dit uw partner.

Toetrederskorting. De toetrederskorting is een heffingskorting voor mensen die door het verrichten van niet gesubsidieerde arbeid uitstromen vanuit een uitkeringssituatie of gesubsidieerde arbeid. Let op! De toetrederskorting is met ingang van het belastingjaar 2003 vervallen. Wel geldt er nog een overgangsmaatregel.

Toetsingsinkomen. Inkomen op basis waarvan uw recht op zorgtoeslag wordt vastgesteld.

U

UWV. Voluit: Uitvoering Werknemersverzekeringen. Bedrijf dat de uitkeringen verstrekt van werknemersverzekeringen als WW, WAO, WIA en Ziektewet. In 2002 ontstaan uit een fusie van andere uitvoeringsinstanties als het Gak, GUO en Cadans.

V

Vervreemden. Algemene term voor het verliezen van het bezit van iets. Onder vervreemding van een zaak vallen bijvoorbeeld verkopen of wegschenken. Voor een eigen woning tellen ook permanent verhuren, niet meer als hoofdverblijf gebruiken om het omzetten van uw privé-woning in een bedrijfswoning. Tegenovergestelde: vewerven.

Verwerven. Algemene term voor het krijgen van het bezit. Onder verwerving vallen bijvoorbeeld kopen of als geschonken krijgen. Verwerving van een eigen woning treedt op indien u een tweede huis, een verhuurd huis of een bedrijfwoing als eigen hoofdverblijf gaan gebruiken.Het verkrijgen van een woning door het sluiten van een huwelijk of het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden wordt niet als verwerving aangemerkt.

Vermogensrendementheffing. Belasting over het rendement dat u haalt op uw vermogen. De heffing wordt geheven over de inkomsten die u opgeeft in box 3. Het rendement wordt tegen een vast tarief van 30% belast. Het rendement dat de belastingdienst als grondslag gebruikt, is fictief. Over uw hele vermogen wordt u geacht jaarlijks 4% rendement te halen.

Volksverzekering. Verzekering voor het hele volk, waar iedereen gebruik van maakt en waar iedereen premie voor afdraagt. De Nederlandse volksverzekeringen zijn de AOW (ouderdom), AWBZ (bijzonder ziektekosten) en Algemene Nabestaandenwet.

Vruchtgebruik. Het recht van vruchtgebruik is het recht om voordelen (vruchten) van een zaak van een ander te genieten alsof men zelf de eigenaar is. Een voorbeeld van recht van vruchtgebruik is het recht om een woning van een ander te bewonen.

W

WALVIS. Voluit: Wet Administratieve Lastenverlichting en Vereenvoudiging In Sociale verzekeringswetten. Moet voor administratieve lastenverlichting zorgen voor de belastingbetaler en de regelgeving voor de verplichte werknemersverzekeringen vereenvoudigen. WALVIS regelt namelijk een nieuw loonbegrip voor de werknemersverzekeringen. Ook worden de grondslag voor de premieheffing werknemersverzekeringen en de grondslag voor de heffing van loonbelasting gelijkgetrokken. Het fiscaal loon wordt leidend voor het loonbegrip sociale verzekeringen.

WAO. Voluit: Wet op de ArbeidsOngeschiktheidsverzekering. In 2006 vervangen door de WIA.

WAZ. Voluit: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

WIA. Voluit: wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen

Wfsv. De Wfsv is de Wet financiering sociale verzekeringen. Deze wet regelt de overgang van de heffing en inning van de premies werknemersverzekeringen naar de Belastingdienst.

Wijzigingen. Veranderingen in de persoonlijke situatie die van invloed zijn op het bedrag wat u terugkrijgt, dan wel als toeslag ontvangt van de Belastingdienst, dient u door te geven aan de Belastingdienst. De belangrijkste wijzigingen betreffen de woonsituatie (samenwonend, huisgenoot of alleenstaand), kinderen en veranderingen in het inkomen van u of uw partner. Bij de kinderopvangtoeslag vormt tevens het aantal opvanguren en de uurprijs van de opvang een belangrijke reden om een wijziging door te geven.

Winst uit onderneming. Winst uit onderneming is het positieve verschil tussen opbrengst en kosten van een onderneming.

WOZ. WOZ betekent Wet waardering Onroerende Zaken. Wet op basis waarvan de gemeente uw huis taxeert. Hieruit komt de WOZ-waarde van uw huis, op basis waarvan de gemeente de aanslag van de onroerendezaakbelasting berekend.

WW. Voluit: werkloosheidswet. Werknemersverzekering die na ontslag een beperkte tijd uitkeert. De uitkering is 70% van het laatste loon, de duur hangt af van hoe lang de uitkeringgerechtigde heeft gewerkt voor zijn ontslag.

Z

Zeedagenaftrek. De zeedagenaftrek is een vaste aftrek op het loon van € 4 per zeedag die uitsluitend voor zeevarenden geldt. De zeevarende moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen.

Ziektewet. Afgekort: ZW. Werknemersverzekering die uitkeert bij ziekte.

ZZP'er. Afkorting voor Zelfstandige Zonder Personeel.

Plaats op:      Facebook    Plaats op eKudos    Plaats op MSN reporter    Plaats op Delicious    Plaats op Twitter

Please Wait ...
loading ...
Button goede doelen