Van Lanschot zegde de relatie met de coffeeshopuitbater op, omdat de bank niet kon controleren of door acceptatie van de maandelijkse storting van 50.000 tot 70.000 euro aan contanten werd meegewerkt aan strafbare handelingen zoals bijvoorbeeld witwassen. De bank sprak van een onaanvaardbaar risico voor haar integriteit en reputatie.
De exploitant heeft niet gelogen door horeca als activiteit aan Van Lanschot op te geven. De rechter oordeelde verder dat de rol van Van Lanschot beperkt is, dat de mogelijkheid bestaat om ongebruikelijke transacties te melden en dat door de betaalrekening de geldstroom van de coffeeshop juist meer in het daglicht staat.
De bank heeft volgens de rechtbank een belangrijke maatschappelijke functie. Dreigende reputatieschade noemt de rechter niet aannemelijk.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer