Een spaarkasovereenkomst als Koersplan komt er in grote lijnen op neer dat de opbrengst aan het eind van de rit wordt verdeeld door de deelnemers die dan nog in leven zijn. Het is dan ook normaal om daar een overlijdensrisicoverzekering aan te koppelen, maar klanten moeten hier vooraf wel over geïnformeerd worden. De premie gaat immers ten koste van het rendement dat met de inleg behaald wordt.
Op dit punt is Spaarbeleg volgens de rechtbank met name in de jaren 1989 en 1990 ernstig in de fout gegaan. Bij klanten die in die jaren bij het bedrijf aanklopten, ontbrak daardoor elke grond voor het inhouden van de overlijdensrisicopremie, die in sommige gevallen opliep tot 25% van de inleg. Dat zou door Spaarbeleg gerepareerd moeten worden, door het eindkapitaal alsnog aan te vullen tot de volle 100%.
"Er zitten voor ons heel positieve aspecten aan dit tussenvonnis", aldus advocaat Erik Lutjens namens de stichting 'Koersplan de weg kwijt', die de rechtszaak in oktober 2005 had aangespannen. "Het ziet ernaar uit dat op basis hiervan een groot gedeelte van onze vorderingen toegewezen gaat worden." De stichting vertegenwoordigt ongeveer 7000 ontevreden klanten, die gezamenlijk goed zijn voor zo'n 10.000 polissen. In totaal telt het product zo'n 600.000 klanten.
Bij klanten die na 1990 instapten, was het volgens de rechter wél duidelijk dat het product ook een overlijdensrisicoverzekering bevatte. Maar als klanten een hogere premie moesten betalen dan Spaarbeleg voorspiegelde, is er sprake van misleiding. Als er in feite geen overeenstemming is geweest tussen een klant en Spaarbeleg over de hoogte van de premie, moeten wellicht alle handelingen van de overeenkomst ongedaan worden gemaakt. Een andere mogelijkheid is dat de rechtbank de hoogte van de premie achteraf alsnog vaststelt. Op dat onderdeel - waarover de Raad van Toezicht Verzekeringen in maart een andere, niet nader genoemde verzekeraar al de oren waste - wordt de zaak vooruitgeschoven naar 18 juli.
Kapé Breukelaar, die Koersplan de weg kwijt adviseert, schat dat de afwikkeling van deze affaire Aegon wel eens maximaal €1 tot €1,5 miljard kan kosten, afhankelijk van het definitieve vonnis. "De beurskoersen zijn de laatste jaren flink gestegen, en hoe hoger de koersen hoe duurder het voor Aegon wordt om de schade volledig te repareren." Aegon heeft tot dusver steeds gezegd géén geld opzij te zetten voor deze affaire. Het concern vindt nog altijd niet dat beleggers zijn misleid. Een zegsman betitelt het genoemde bedrag als 'lariekoek'.
Wel geeft Aegon toe dat beleggers die in 1989 en 1990 met Spaarbeleg in zee gingen, betere voorlichting verdienden. "Maar dit betreft maar 15.400 polishouders. Dus dat gaat ons weinig kosten aan vergoedingen." Aegon denkt niet dat de stichting kan aantonen dat er bij de rest van de polissen een te hoge premie is betaald. Het concern wijst er op dat de premie van de levensverzekering in mei 2005 voor alle 'Spaarkassen' met terugwerkende kracht is verlaagd tot maximaal 17% en later 15,3%.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer