Volgens belangenbehartigers is Aegon "kansloos", omdat het voor 3 september tientallen details schriftelijk moet melden terwijl die er niet meer zijn. Aegon denkt de zaak te winnen. Klanten zeggen gemiddeld 30% aan rendement te hebben verloren door de te hoge premie voor een meeverkochte overlijdensrisicoverzekering. Die premie drukte rendementen, aldus de Stichting Koersplandewegkwijt. In de premie zouden ten onrechte extra kosten zijn opgenomen die twee tot drie keer hoger liggen dan in een losse overlijdensrisicopolis, zonder dit aan klanten te melden.
De foldertekst voor klanten zou bovendien misleidende berekeningen bevatten.
De verzekeraar ontkent de hoge kosten en zegt die "vrij eenvoudig te kunnen onderbouwen", zo reageert de woordvoerder, die vervolgens verwacht dat Aegon geen compensatie zal hoeven te betalen. "We zijn beursgenoteerd, met alle strenge eisen aan Aegon voor rapportage van cijfers kunnen wij die gegevens uiteraard accuraat onderbouwen. Geen probleem."
De uitspraak lijkt echter toch een tegenvaller voor Aegon: de verzekeraar hield in april tijdens de rechtszaak vol dat de kosten in zijn folders volledig werden vermeld.
Financieel expert Kapé Breukelaar, adviseur van de Stichting Koersplandewegkwijt, is uiterst positief over het tussenvonnis. "De bewijslast wordt nu omgekeerd. Aegon zal met berekeningen over de brug moeten komen. Daar zullen ze een hele kluif aan hebben. In het verleden hebben ze namelijk steeds verklaard de gegevens, waar de rechtbank nu om vraagt, niet te hebben."
Breukelaar toont zich daarom sceptisch over de bewering van Aegon dat de informatie nu wél kan worden verstrekt. "Als dat zo is, is dat prachtig nieuws. Dan ga ik ervan uit dat de informatie 3 september bij de rechter ligt en dat we vanaf nu geen uitstel meer hebben. Ik geef je echter op een briefje dat Aegon verder uitstel zal aanvragen."
Een winstpunt voor de gedupeerden is volgens Breukelaar dat de rechter de uitwerking van het kostenplaatje in de eindkapitalen van Koersplan wil zien, niet louter in de jaarrendementen. "Een verschil van een procent rendement ziet er per jaar wellicht niet drastisch uit, over de gehele looptijd kan dat flink in het eindkapitaal schelen."
Op 6 juni oordeelde de rechtbank in een tussenvonnis al dat Aegon klanten met het spaarkasproduct heeft misleid.
Honderdduizenden Nederlanders stapten tijdens de beurseuforie van de jaren negentig in Koersplan. Een maandelijks bedrag zou in 15 tot 20 jaar een aardig kapitaal opleveren. De eerste afschriften van de beleggingswaarde stelden echter flink teleur. Wegens de beursmalaise in 2001, maar ook doordat een fors deel van de inleg, tot wel 25%, opging aan een overlijdensrisicoverzekering.
Aegon toonde zich gevoelig voor de kritiek en beperkte in 2005 de overlijdenspremie met terugwerkende kracht tot 17%. Vanaf 1 januari 2006 bedraagt deze premie maximaal 15,3% van de inleg.
Stichting 'Koersplan de weg kwijt' ging dat niet ver genoeg en startte een procedure, met als insteek dat Aegon nooit duidelijk het bestaan van een overlijdensverzekering in de brochures had vermeld.
Inmiddels lopen er nog zo'n 400.000 Koersplan-contracten. Een deel is afgelopen, een deel - Aegon zegt niet hoeveel - afgekocht. Bij afkoop kunt u aangeven dat u niet afziet van uw rechten, door een paragraaf daarover in het afkoopformulier door te strepen.
De vraag die beleggers in Koersplan zich moeten stellen is of ze blij zijn met een belegging waarbij op de maandelijkse inleg tot 15,3% aan overlijdenspremie wordt ingehouden. Dat leidt tot een fors lager eindkapitaal, dan wanneer u zelf de volle inleg zou beleggen. Bij een beursrendement van 6% per jaar en een maandinleg van € 100 groeit er dan in 20 jaar een kapitaal aan van € 45,564,58. Een inhouding van 15% op de inleg leidt tot € 38.729,89. Een verschil van bijna € 7000.
Volgens Aegon betalen beleggers na de aanpassing in 2005 gemiddeld 7,2% van hun inleg aan overlijdenspremie. Dit voor producten die na 1995 zijn afgesloten. Van elke € 100 inleg rendeert dus € 7,20 niet mee. In tien jaar tijd scheelt dat € 1175,50 aan vermogensopbouw. Hierbij laten we de kosten van zelf beleggen buiten beschouwing, maar die wegen niet op tegen de kosten die Aegon - bovenop de overlijdenspremie! - berekent en ook die tellen we niet mee. Dit omdat ze lastig per maand te berekenen zijn. Aegon zelf stelt de totale kosten exclusief de overlijdenspremie op gemiddeld 18,7% van de totale inleg in Koersplan. Een extra argument om zelf te beleggen.
Kapé Breukelaar, adviseur van de stichting 'Koersplan de weg kwijt' en tevens columnist van deze krant, gaf in 2007 als vuistregel: "Iedereen die nog meer dan vijf jaar looptijd in Koersplan voor de boeg heeft, kan in de regel beter afkopen en de afkoopsom én de toekomstige betalingen zelf beleggen. Dan ben je direct van de kostenpost van de overlijdenspremie af." De uitgespaarde overlijdenspremies wegen dan op tegen de kosten van afkoop. Bij een polis van vóór 1996 is afkoop ook bij kortere resterende looptijden te overwegen, stelt Breukelaar. Op die polis drukt een hogere overlijdenspremie.
Spaarbeleg geeft op zijn website weinig ruchtbaarheid aan afkoop. Aegon stelt dat Koersplan een product voor de lange termijn is, waarbij vooral in de eerste jaren administratiekosten worden ingehouden. Die kosten beslaan bij afkoop of premievrij maken een groter deel van de inleg dan bij ongewijzigde voortzetting, aldus het concern. Ergo, afkoop is veelal onvoordelig.
"Je moet echter niet kijken naar kosten die je al hebt gemaakt, maar naar kosten die je nog gaat maken", stelt Breukelaar. En dan is het volgens de adviseur simpelweg een kwestie van vergelijken tussen zelf beleggen en Koersplan.
Bij afkoop krijgt u de beleggingswaarde minus verkoopkosten. Die bedragen volgens de verzekeraar 0,3%. Het concern waarschuwt daarbij dat de overlevingswinst komt te vervallen. Die winst is een gevolg van het feit dat als deelnemers overlijden hun kapitaal aan de andere deelnemers toevalt. Voor Aegon was dit precies de reden om een overlijdensdekking ten behoeve van de nabestaanden in te bouwen.
Breukelaar: "Uit contracten die eerder zijn afgelopen, blijkt dat die sterftewinst zo'n 2 tot 3% bij de uitkering optelt. Dat staat echter in geen verhouding tot het percentage van de overlijdenspremie."
U kunt ook premievrij maken. Dat houdt in dat u niets meer aan Spaarbeleg overmaakt. Daarmee bent u dus af van de overlijdenspremie. Wél brengt Aegon 0,8% beheerkosten per jaar op het belegde vermogen in mindering. Bovendien hanteert het beleggingsfonds waarin Aegon de gelden belegt een beheervergoeding van 0,36%. Bij afkoop kan de fiscus aankloppen, maar in de regel valt dat mee. Bedraagt de afkoopsom meer dan de som van de inleg, dan is het meerdere belast. Gezien de opmars van de beurs kan dat voorkomen, al zal de inleg bij veel contracten uitsteken boven de belegde waarde. Ook bij premievrij maken zijn er fiscale consequenties voor zover de beleggingswaarde de inleg overstijgt.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer