A - B - C- D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z
Aanhangsel. Document waarin een wijziging in de oorspronkelijke verzekeringsovereenkomst wordt vastgelegd. Het aanhangsel is een aanvulling op het polisblad.
Aansprakelijkheidsverzekering. Dekt vergoedingen die u moet betalen aan anderen voor schade waar u wettelijk aansprakelijk voor bent. De verzekeringen dekt alleen ongelukjes, geen schade die u expres hebt aangericht. Een aansprakelijkheidsverzekering - ook wel WA-verzekering genoemd - is verplicht voor wie als een auto of motor koopt.
Aanvullende verzekering. Een aanvullende verzekering dekt zorg die niet wordt gedekt door het basispakket van de zorgverzekering, zoals bijvoorbeeld alternatieve geneeswijzen en (uitgebreide) tandartshulp. Denk ook aan een aanvullende reisverzekering en een aanvullende autoverzekering.
Acceptatieplicht. Verzekeraars hebben de plicht mensen als verzekerden te accepteren voor de basisverzekering ziektekosten. In andere gevallen mag een verzekeraar klanten afwijzen als hij bijvoorbeeld het risico te hoog vindt.
Afkoopwaarde. Het bedrag dat wordt uitgekeerd als een levensverzekering voortijdig wordt beëindigd. Meestal gaat het om de reeds gestorte premiebedragen, verminderd met gemaakte kosten.
Aflopende risicoverzekering. Een levensverzekering die alleen het maximumbedrag uitkeert als de verzekerde binnen een bepaalde termijn komt te overlijden. Daarna geldt dat hoe later de persoon overlijdt, des te lager de uitkering wordt.
Afsluitprovisie. De beloning die een tussenpersoon ontvangt voor het onderbrengen van een verzekering bij een verzekeringsmaatschappij. De provisie is meestal een percentage van het verzekerd kapitaal of van de premie. Dit wordt ook 'courtage' genoemd.
All-risk verzekering. Een verzekeringstype dat dekking biedt tegen verlies van of schade aan een verzekerd object als gevolg van bijna alle risico's. Ondanks de naam is niet elk risico gedekt. Zorg daarom dat je vooraf goed weet wat de uitzonderingen zijn.
Annuleringsverzekering. Deze verzekering vergoedt (geheel of gedeeltelijk) de reissom, annulerings- of verblijfskosten als je je vakantie moet afzeggen of onderbreken.
Assurantiebelasting. Bij de meeste verzekeringen moet je boven op het premiebedrag 7% belasting betalen. De verzekeraar brengt de belasting bij u in rekening. Uitzonderingen zijn levensverzekeringen, zorgverzekeringen en invaliditeits-, arbeidsongeschiktheids- en ongevallenverzekeringen.
Autoverzekering. Verzekering voor de auto. Er zijn drie gebruikelijke dekkingsvormen. Verpicht is de WA-verzekering. Daarbovenop kan de casco-verzekering komen, die andere schades dekt. Bepekt casco of mini-casco dekt schade doro diefstal, brand, en dergelijk. Volledige casco of all-risk dekt daarbovenop ook nog een schade door aanrijdingen, ook wanneer die uw eigen schuld zijn.
Basispakket. nieuwe zorgverzekering kent een wettelijk vastgesteld basispakket voor noodzakelijke zorg. De inhoud hiervan is gelijk aan het vroegere ziekenfondspakket. Je bent verplicht je voor dit basispakket te verzekeren bij een zorgverzekeraar. Zorgverzekeraars zijn verplicht je zonder medische keuring voor dit basispakket te accepteren.
Basisverzekering. Een zorgverzekering die het basispakket dekt. Er wordt ook wel gesproken over een standaardverzekering.
Begunstigde. Degene die volgens de verzekeringspolis gerechtigd is de verzekeringsuitkering in ontvangst te nemen. Behalve bij een overlijdensverzekering is dit meestal de verzekerde zelf.
Beleggingsverzekering. Een vorm van levensverzekering waarbij (een deel van) de premie wordt belegd in aandelen. De hoogte van het uitgekeerde bedrag hangt af van hoe goed de aandelen het doen.
Bijverzekeren. Het afsluiten van een aanvullende verzekering.
Bonus/malus-systeem. Het vooral van autoverzekeringen bekende systeem waarbij de premie daalt (no-claim korting) naarmate u langer schadevrij hebt gereden en stijgt als u schade worden meldt.
Caravanverzekering. Een dergelijke verzekering dekt schade aan of verlies van je caravan en de vaste inventaris hiervan, zolang deze niet door jouzelf is veroorzaakt.
Cascoverzekering. Vorm van een autoverzekering. Dekt schade aan je auto, motor of boot zelf. Accessoires of spullen in het voer- of vaartuig die zijn beschadigd, worden niet gedekt. Bestaat in de vorm van een beperkte casco- of een volledige cascoverzekering.
Claim. Een verzoek aan de verzekeraar tot het vergoeden van een schade die door de verzekering wordt gedekt.
Dagwaarde. De waarde van een verzekerd object op het moment van schade. Vrijwel altijd minder dan de nieuwprijs van het object.
Dekking. Wat er verzekerd is en voor welk bedrag.
Diefstalverzekering. Een verzekering die de schade dekt die het gevolg is van diefstal van het verzekerde object.
Direct writer. Een verzekeraar die werkt zonder bemiddeling door tussenpersonen, en dus rechtstreeks contact met zijn verzekerden heeft.
Eigen risico. Het deel van de kosten dat je zelf moet betalen als er zich een omstandigheid voordoet waartegen je verzekerd bent. Vaak kun je het eigen risico tot op zekere hoogte zelf bepalen. Een hoger eigen risico betekent een lagere verzekeringspremie.
Gemengde verzekering. Een verzekering waarbij in één polis zowel het overlijdensrisico wordt afgedekt als vermogen wordt opgebouwd. Er wordt uitgekeerd als de verzekering afloopt of als de verzekerde komt te overlijden, afhankelijk van wat het eerst gebeurt. Een gemende verzekering wordt vaak afgesloten in combinatie met een leven- of spaarhypotheek.
Glasverzekering. Een verzekering die de schade dekt van het stukgaan van spiegels, glazen, ruiten, etc.
Groene kaart. Internationaal bewijs van uw WA-verzekering.
Hoofdverzekerde. Degene op wiens naam de verzekering is afgesloten. Ieder ander die ook door de verzekering wordt gedekt (partner, kinderen) wordt meeverzekerde genoemd.
Inboedelverzekering. Een verzekering tegen schade aan of diefstal van je bezittingen, voor zover deze zich los in je huis bevinden of zonder schade weggenomen kunnen worden. Denk hierbij behalve meubilair en kleding aan een losse vaatwasmachine, tapijt, los gelegd parket of laminaat, de telefooncentrale en een schotelantenne. De polissen wisselen in wat voor schade ze dekken (brand en schroeien, diefstal na inbraak, overstroming.)
Intermediair. Zie tussenpersoon.
Kapitaalverzekering. Een kapitaalverzekering geeft aan het eind van de looptijd of bij overlijden van de verzekerde(n) recht op een eenmalige kapitaaluitkering. Het meest bekend is de zogenoemde 'kapitaalverzekering eigen woning' waarmee vermogen wordt opgebouwt waarmee een hypotheek aan het einde van de looptijd wordt afgelost.
Klachteninstituut Verzekeringen. Het Klachteninstituut Verzekeringen is bedoeld om consumenten één loket te bieden voor de beslechting van (dreigende) conflicten met verzekeraars of tussenpersonen en voor informatie over verzekeringszaken.
Koopsompolis. Een populair soort verzekering om je pensioen aan te vullen. Op jongere leeftijd stort je in één keer een (groot) bedrag, waarmee vervolgens gespaard wordt. Na je pensionering ontvang je met behulp van het bijeen gespaarde bedrag periodiek een uitkering.
Levensverzekering. Een verzekering die uitkeert bij het overlijden van de verzekerde persoon. Een levensverzekering wordt vaak afgesloten in combinatie met een hypotheek, zodat de nabestaanden niet met een grote (hypotheek)schuld achterblijven als de hypotheekgever komt te overlijden.
Lijfrentepolis. Een verzekeringstype waarmee je door periodieke stortingen kapitaal bijeenspaart om later je pensioen mee aan te kunnen vullen.
Naturaverzekering. Een verzekering die geen geld uitkeert, maar recht geeft op bepaalde diensten. In geval van een zorgverzekering geeft een naturaverzekering je recht op zorg, in plaats van dat je een vergoeding ontvangt voor de door jou gemaakte zorgkosten. Ook veel uitvaartverzekeringen keren uit in natura: er wordt geen geld uitgekeerd, maar de verzekeraar regelt de begrafenis of crematie.
Nieuwwaarde. Het bedrag dat nodig is om eenzelfde soort artikel als het verzekerde object nieuw aan te kunnen schaffen.
Nominale premie. Een vast premiebedrag dat je periodiek aan je zorgverzekeraar betaalt. Bij dezelfde verzekeraar betaalt iedereen dezelfde nominale premie, onafhankelijk van bijvoorbeeld zijn of haar leeftijd of gezondheid. Iedereen vanaf 18 jaar moet een nominale premie betalen.
Onderverzekering. Er is sprake van onderverzekering als het bedrag waarvoor men verzekerd is lager ligt dan de werkelijke waarde van het verzekerde object. Er wordt in dat geval dus altijd minder schadevergoeding uitbetaald dan de daadwerkelijk geleden schade.
Ongevallenverzekering. Een verzekering die uitkeert als de verzekerde door een ongeval wordt getroffen. Het gaat hier meestal om een uitkering bij overlijden en blijvende invaliditeit of een vergoeding van medische kosten die niet worden gedekt door de zorgverzekering.
Opstalverzekering. Een verzekering van je huis en alle dingen die daar vast in zitten tegen risico's als brand, storm, inbraak en andere schade. Een opstalverzekering is verplicht bij het afsluiten van een hypotheek.
Overlijdensrisicoverzekering. Een vorm van levensverzekering met een vooraf bepaalde maximumduur. Komt in die periode de verzekerde persoon te overlijden, dan keert de verzekering een bedrag ineens uit aan de nabestaande(n). Dit wordt ook wel een 'kapitaalverzekering bij overlijden' genoemd. Bij sommige hypotheken is het afsluiten van een overlijdensverzekering verplicht.
Oververzekering. Je bent oververzekerd als het verzekerde bedrag hoger ligt dan de werkelijke waarde van het verzekerde object. Aangezien nooit meer zal worden uitbetaald dan de werkelijk geleden schade, betaal je dus een hogere premie dan nodig is.
Pakketpolis. Een polis waarin meerdere verschillende risico's zijn verzekerd. Dit is dus eigenlijk een combinatie van diverse polissen en wordt daarom ook wel een combinatiepolis genoemd.
Pleziervaartuigverzekering. Een verzekering die dekking biedt bij verlies van of schade aan pleziervaartuigen, inclusief inboedel, aansprakelijkheid en bijkomende kosten.
Polis. De polis is een schriftelijke bevestiging van de verzekeringsovereenkomst, ondertekend door de verzekeraar. De verzekeraar is wettelijk verplicht voor elke afgesloten verzekering een polis op te stellen en toe te sturen.
Polisblad. Het polisblad, dat onderdeel van de polis is, vermeldt de gegevens die voor de betreffende verzekering gelden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het polisnummer, naam en adres van de verzekerde, het verzekerd bedrag, het eigen risico, en de aanvangs- en einddatum van de verzekering.
Premie. Het bedrag dat de verzekerde aan de verzekeraar moet betalen om verzekerd te zijn. De premie wordt meestal periodiek (per maand, kwartaal of jaar) betaald.
Rechtsbijstandsverzekering. Een verzekering die voor juridische ondersteuning zorgt als de verzekerde in een conflict terechtkomt. De kosten komen van de procedure komen ook voor rekening van de verzekeraar.
Reisverzekering. Een verzekering die dekking biedt tegen diverse zaken wanneer je op reis of vakantie bent. Hieronder vallen meestal verlies van of schade aan bagage, medische hulp en repatriëringskosten. Vele verzekeraars bieden ook een zogenoemde doorlopende reisverzekering, waarmee je in één keer het hele jaar door op al je reizen bent verzekerd.
Restitutieverzekering. Een verzekering die gemaakte kosten geheel of gedeeltelijk achteraf vergoedt op basis van ingediende nota's. Deze term wordt meestal gebruikt in verband met zorgverzekeringen. De tegenhanger is de naturaverzekering.
Schadeverzekering. Verzekering die het risico op een eventuele schade afdekt. Dit kan schade zijn aan je bezittingen, maar ook financiële schade die ontstaat als je bijvoorbeeld niet meer zou kunnen werken. Hieronder vallen onder meer de woonhuis-, opstal en inboedelverzekering, de aansprakelijkheidsverzekering, de rechtsbijstandsverzekering en de autoverzekering.
Tussenpersoon. Een tussenpersoon adviseert mensen over eventueel af te sluiten verzekeringen en brengt deze vervolgens onder bij een verzekeraar. De tussenpersoon werkt meestal op provisiebasis: hij krijgt een vergoeding van de verzekeraar waarbij hij een verzekering onderbrengt. Ook wel: verzekeringsadviseur, intermediair.
Uitsluiting. De term uitsluiting heeft betrekking op situaties waarin een verzekering niet geldig is. Dat kan zijn omdat bepaalde zaken niet door de verzekering worden gedekt, maar bijvoorbeeld ook omdat ze al door een andere verzekering worden gedekt.
Uitvaartverzekering. Dit type verzekering, ook wel begrafenisverzekering genoemd, dekt de kosten van de begrafenis of crematie van de verzekerde persoon. Vaak gaat het hier om een naturaverzekering: er wordt geen geld uitgekeerd, maar de verzekeraar regelt de begrafenis of crematie.
Universal-life verzekering. De Universal-life verzekering is een flexibele vorm van levensverzekering die bedoeld is om continu aan te blijven sluiten bij de (wijzigende) verzekeringsbehoeften van de verzekerde. Het principe is dat de premie voor het overlijdensrisico iedere maand opnieuw wordt berekend op basis van het reeds opgebouwde kapitaal en de leeftijd van de verzekerde.
Verzekeraar. Een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt en uitkeert volgens een in een polis gespecificeerde dekking. Een ander woord hiervoor is verzekeringsmaatschappij.
Verzekerd kapitaal. De hoogte van de verzekeringsuitkering of het (maximum)bedrag waarvoor iets verzekerd is.
Verzekerde. Degene die zich tegen bepaalde risico's, gespecificeerd in de verzekeringspolis, heeft laten verzekeren bij een verzekeraar.
Verzekeringsadviseur. Zie tussenpersoon.
Verzekeringsverplichting. De verplichting zich voor een bepaalde zaak te laten verzekeren. In Nederland zijn twee verzekeringen verplicht: de basisverzekering tegen ziektekosten en een Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering (WA-verzekering) voor wie een auto, motor, brommer of snorfiets heeft.
Verzekeringsvoorwaarden. In de verzekeringsvoorwaarden wordt onder meer bepaald onder welke condities de verzekering geldig is en wat de rechten en plichten van de verzekeraar en verzekerde zijn.
WA-verzekering. Zie aansprakelijkheidsverzekering. WA staat voor Wettelijke Aansprakelijkheid.
Woonverzekering. Deze term wordt meestal gebruikt voor een verzekering tegen schade aan je huis en/of de inhoud daarvan. De opstalverzekering en inboedelverzekering zijn de bekendste soorten woonverzekeringen.
Zorgtoeslag. Een door de Belastingdienst maandelijks uitbetaalde tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering. De toeslag is bedoeld om de zorgverzekering voor iedereen betaalbaar te houden. Het inkomen en de gezinssituatie van iemand bepalen of hij of zij in aanmerking komt voor een zorgtoeslag en hoe hoog deze is.
Zorgverzekering. Een verzekering die de kosten dekt van een bezoek aan dokter, specialist of ziekenhuis. Dit type verzekering staat ook wel bekend als ziektekostenverzekering. Elke zorgverzekering biedt verplicht dekking tegen een zogenoemd basispakket aan zorgbehoeften. Dit is gelijk aan het vroegere ziekenfondspakket.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer