• Privé TV
    • Privé TV
    • Bubbels
  • Abonnement Weekblad
    • Voorwaarden
  • iPad
  • Column Evert

SNELNIEUWS

Zaterdag 2 augustus
 
 
Exclusieve artikelen van de Telegraaf redactie
zo 21 jun 2009, 08:00

Josine van Dalsum 'Over de uitvaart zijn we het niet eens'

door Mariët Oosterwijk
Josine van Dalsum mag dan ongeneeslijk ziek zijn, nog altijd heeft de 60-jarige actrice van alles om naar uit te kijken. Naar de kroegbezoekjes met haar vriendin, naar de uitstapjes met haar verpleger en vooral naar de opening van haar galerie, donderdag a.s."
Foto: AB BLAUW

Sinds haar laatste ziekenhuisopname, nu een maand geleden, dient de bank in de woonkamer als bed. Echtgenoot John: „Ik wilde haar zonder zorg niet meer thuis hebben. Nu hebben we drie verzorgers. Ze heeft een euthanasieverklaring ondertekend. Criterium blijft kwaliteit van leven.”

De lange slopende weg duurt inmiddels al zes jaar. Echtgenoot John somt op: „Hersentumoren, bestraling, twee operaties… Josine kan niet meer worden geopereerd, niet meer bestraald, de medicijnen slopen haar lichaam… Hoe lang is dit nog dragelijk? Lichamelijk gaat het slecht door de nieuwe medicijnen die ze slikt. Die houden het vocht uit de hersenen, maar halen ook alle kracht uit haar spieren. Het is heel erg dat ze ‘oorlogsbeentjes’ heeft, en niet meer kan lopen.”

„Ze zwemt weliswaar elke woensdag, zit op de hometrainer… Toch heb ik het gevoel dat ze zich langzaam in haar eigen wereldje terugtrekt.” Josine beaamt: „Om het af te houden. Dan maak ik mij zorgen over de toekomst van John en onze zoon Aram. Daarmee heb ik het meeste moeite, om dat op een goede manier los te laten. Maar ik zal wel moeten… Dat zij niet te veel moeite met de hele situatie krijgen. Ook zíj moeten afscheid nemen.”

„En als het me allemaal teveel wordt, dan ga ik naar de markt.” Wuivend met haar hand: „En dan koop ik een heleboel ringen. Ik moet mezelf toch een beetje optuigen. En ik heb sinds een maand ook een engelbevlieging.” Ze wijst: „Ik heb iedereen gevraagd een engel mee te nemen. Al is ie gevallen, dat maakt niet uit.”

„Ik heb hele goede vriendinnen die me rondrijden in mijn rolstoel. Dat is super. Zij zijn nergens te beroerd voor. Met één van hen ga ik altijd naar een café op het Spui, en daar drinken we dan een heerlijk Kriekbiertje. Dat is plezier hebben. Kanker betekent niet het einde van genieten, althans dat hoop ik altijd maar.”

Beetje verbitterd: „’Oh daar heb je haar weer met haar kanker’ wordt soms daadwerkelijk gezegd. Voor zo’n opmerking ben ik heel gevoelig. Ik begrijp best dat mensen zich niet veilig voelen, bij een terminaal persoon als ik. Dat is angst. Daarmee worden we opgevoed. Maar je móet niet opvoeden met angst!” vertelt Josine, wiens zoon inmiddels 33 jaar is. „Al gá je een keer op je snufferd. Nee, ik heb niets met dat angstregime.”

John: „De ziekte vereenzaamt enorm. De vraag ‘hoe gaat het met je?’ is in deze situatie natuurlijk een beetje een domme vraag. Ze kan amper meer lopen, maar ervaart het bestaan nog steeds als aangenaam. Daar hoort ook uitgaan met vrienden bij. Ik vind het prachtig dat ze die ringen heeft gekocht, net als die galerieopening op de 25ste. Als ze die aankan…” Josine bromt: „Natuurlijk kan ik die aan! Ik kan het toch ook aan dat de geraniums in bloei staan?”

Trots: „John wil in Amsterdam een ontmoetingsplek creëren, waar mensen elkaar kunnen blijven ontmoeten. Ook als hun geliefde is overleden. Een ruimte waar je met elkaar kunt zijn, en mijn kunst kunt kijken.” Bescheiden: „Of wat daar voor doorgaat.”

Ze vervolgt: „Ik zit met veel onbeantwoorde vragen die we daar met elkaar kunnen proberen te beantwoorden. Ik ken inmiddels heel veel inloophuizen voor kankerpatiënten. Maar Amsterdam heeft er geen één. Heel veel mensen willen het niet, maar kanker zou ieders sores moeten zijn.”

John enthousiast: „Het betreffende pand, schuin onder onze woning, wordt ons vier maanden geschonken. Een sociale, hartelijke ruimte tegenover het Concertgebouw, met een binnentuin. Om Josine’s werk tentoon te stellen. Later hopen we, een paar pandjes verder, een ‘graag-verblijfruimte’ voor lot-en deelgenoten te openen.” Hij knikt heftig: „Ook ik ben inmiddels toe aan geestelijke steun. Het ís natuurlijk ook niet normaal wat hier gebeurd; ik ben al zes jaar mantelzorger! Dat is loodzwaar en dan is het goed om te weten dat je niet alleen staat. Als Josine doodgaat, leeft ze in de galerie voort.”

Josine, hevig verontwaardigd: „Pas zijn we nog belazerd. De man die we 120000 euro hebben geleend, is er gewoon mee vandoor! Van mij mag je zijn naam en woonplaats publiceren. Hak zijn kop er maar af. We zijn opgelicht waar we bij stonden. Van ons ook stom natuurlijk. De één verleent zorg, de ander licht je op. Dat is écht pijnlijk.”

John verandert snel van onderwerp. Benadrukt: „Er mogen dan foto’s, affiches en dvd’s te zien zijn, het is niet bedoeld om Josine in de spotlights te zetten. Het is ook niet Jos die hier om vraagt. Ze heeft veel applaus gekregen maar er nooit naar gestreefd. Degene die erachter zit ben ík. Het is fijn om al tijdens haar leven te werken aan haar nagedachtenis.”

Poppenkast

John, aarzelend: „Nee, we hebben het niet over de uitvaart, omdat we daarover van mening verschillen. Ik wil het klein, Jos en Aram willen het de ruimte geven. Maar ik wil geen poppenkast. Met alle respect, maar ik wil geen ‘Jos Brink-gedoe’. Mensen zien Josine als zusje, moeder, dochter… Zij zullen afscheid van haar willen nemen. Dat is prima, maar dan wel tijdens een herdenkingsdienst ná de crematie.” Hij zucht diep: „Ik zal toch moeten doen wat Jos wil. Als het moment daar is, maar ik herhaal zover zijn we nog niet.”

Want wat haar levensverwachting is, is niet bekend. John: „Ik krijg alleen maar te horen dat ik het tegen die tijd klinisch zal waarnemen. Dat zie ik dan aan uitvalsverschijnselen.” Hoopvol: „Aan de andere kant, dit zijn medicijnen tot nu toe. Wie weet wat ze binnenkort nog uitvinden.”


Dochtertje voor Nicolette van Dam
Nicolette van Dam is vanochtend bevallen van een dochtertje, Kiki-Kate. In Privé TV vertellen...