• Home
  • Er Op Uit
  • Verre reizen
  • Stedentrip
  • Weekje weg
  • Cruises
  • Kamperen
  • Fietsen en wandelen
  • Prijsvraag
  • Wintersport
  • Specials
    • Corendon
    • Wintersport
 
 
Exclusieve artikelen van de Telegraaf redactie
Frank van Nimwegen Foto: Eigen foto
vr 24 mei 2013, 12:04 | 0 reacties

Het kan weer!

De camper van stal

door Rob Hammink

Een zelf geknutseld tafeltje op het motorblok, bloempotten als verwarming of een flatscreen tussen wit leer. De ene camper is de andere niet. Toch hebben de trotse eigenaars één ding gemeen: hun enorme vrijheidsdrang. Het is dat gevoel dat deze mensen elk jaar weer vol verlangen laat uitkijken naar de eerste lenterit in hun eigen huisje op wielen: de camper.    

Frank van Nimwegen (48)

Zelden zagen we iemand zo liefdevol mosgroen gespoten blik strelen. De stille adoratie wordt afgerond met een speelse tik op de koplamp, die uitsteekt als een nieuwsgierig oog. “Allemaal ijzer. Ik hou niet van polyester.” In de hal, met een lente die buiten langzaam aan de koude horizon oprukt, voltrekt zich bijna een liefdesscène. De band tussen deze 48-jarige man en zijn Peugeot J7 uit 1973 is op zijn zachts gezegd uniek en voor niets inwisselbaar. “Wat er ook gebeurt, deze camper gaat nooit meer weg. Ze heeft wielen om me te brengen waar ik wil. Ze heeft een bed waarin ik rust. In Frankrijk wordt ze escargot genoemd, slak.”

Frank van Nimwegen heeft alles wat een mens zich kan wensen. Luxe en het goede leven. “Toch leert de Peus (koosnaampje voor de vierwieler, red) me wat eenvoud is en dat eenvoud bevrijdt. Misschien snappen mensen het niet, maar ik voel me zo ontzettend vrij in deze auto. Bovendien een goedkope manier om vakantie te vieren. Geen wegenbelasting en een oldtimerverzekering is voldoende. Hoe goedkoop kan je tweede huis zijn?”

De camper van van Nimwegen kocht hij van een ouder echtpaar uit Almere. “Het was een liefdescamper, lieten ze me weten,” aldus de boomlange man. “Ik heb maar niet gevraagd waarom, maar duidelijk werd in ieder geval dat ze ongelooflijk veel avonturen hadden beleefd met de Peus. Toen ik de straat uitreed, stonden ze me na te zwaaien. Volgens mij werd er ook een traan weggepinkt.”

De liefde heeft hij niet beschaamd. Dat wil zeggen: de slak wordt nog steeds gekoesterd. Voor het gemak vergeten we de technische, hardhandige mangeling om er een andere versnellingsbak in te zetten, omdat pruttelen met 90 km per uur toch iets aan de lage kant was op snelwegen.

“Kom even naar de achterkant.” Het commando levert een Honda NX250 op, een lichte off the road motorfiets. Het ding staat netjes op een rail en de rail is vastgemaakt op de trekhaak. “Als ik geen zin heb om de camper te verplaatsen, dan tuf ik in het buitenland vrolijk rond op de motor.”

Hij kruipt achter het stuur en vertelt met weer die technische trots over het tafeltje dat hij met een vleugelmoer tussen de twee voorstoelen kan vastzetten. Dat schijnt noodzaak te zijn omdat het tafeltje bovenop het motorblok staat. Ook de oude radio boven zijn hoofd kan rekenen op extatisch plezier der eenvoud. “Voel me net een trucker. We zijn al naar Normandië en Terschelling geweest.” Er is maar één moment van stille bedenking. “De banden worden niet meer gemaakt. Ik heb nog één reserveset, maar als die versleten is, heb ik toch een probleem. Dan moet ik een mal en daarna banden met de hand laten maken.”

Henry de Lepper Henry de Lepper Foto: Henry de Lepper
 

Henry de Lepper (43)

‘Wild kamperen op een dorpsplein of bij een boer is het leukst’

Het volk der reizenden kent vele soorten en maten. Zo eenvoudig de slak was, zo luxe is de 7.60 meter lange ’Fiat’ met Niesmann + Bischoff op de zijkant. De gigantische camper staat op een parkeerplaats van de NKC (Nederlandse Kampeerauto Club) in Soesterberg. Een elektrisch trapje komt licht zoemend naar beneden. In de salon maken Henry de Lepper (43) en zijn Franka hun opwachting op grote lederen stoelen, wit van kleur. Met een druk op een knop verschijnt een flatscreen tv. Naar de andere knoppen vragen we maar niet. “Ja best luxe,” zegt Franka. Ze lacht als we vragen of de vierkoppige familie op al zijn reizen aardappelen en pindakaas meenemen. “Nee. Wel eigen koffie.”

Ook in deze rijdende salon staat het gevoel van vrijheid centraal. “En dat gevoel heb ik nodig,” aldus de man die een eigen installatiebedrijf in Leende heeft en honderd uur per week werkt. “Deze camper heeft wel onze relatie in zekere zin gered,” vult de vrouw des campers aan. “Henry werkte veel te hard en had ontspanning nodig. Werd het een boot, een tweede huis of een stacaravan? Ik wilde niet kamperen en zag mezelf niet met een wc-rol onder de arm rondlopen. Dus dit werd het alternatief.” In rust zegt Henry: Niets mooier dan op een rotonde iedere richting te kunnen bepalen.”

Dat kan met een caravan toch ook?

Verkeerde opmerking.

Unaniem stellen de twee: „”Dan sta je op een camping en daar sta je dan drie weken. Je kunt geen kant op.” Dan koppel je toch je auto los en ga je erop uit?

Weer een verkeerde opmerking.

“Je gebied is dan klein.” Henry neem het nu echt over, zoveel domheid moet tot inkeer komen. “Kijk, wij zijn trekkers, vrije vogels. Drie dagen op een vaste plek is genoeg.”

Natuurlijk is de investering van deze ondernemers niet te vergelijken met die van Van Nimwegen. Het wonderlijke apparaat op zes wielen zou net zo goed een leuk appartementje in Zandvoort of Brugge hebben gefinancierd. “De aanschaf is pittig,” zegt Henry. “Maar daarna verdient zo’n camper zich dubbel en dwars terug. Ons gezin gaat er veel op uit en we hebben dan geen hotelkosten. Met de camper gaan we naar de wintersport en tijdens alle schoolvakanties zijn we op pad. Op deze teller staat nu 44.000 kilometer in drie jaar. Op onze luxe auto van elf jaar staat slechts 115.000. Kun je nagaan waarin ik het liefste rijd... Wild kamperen, ergens op een dorpsplein of bij een boer, is het leukst.” Vannacht bij de NKC voor de deur ook wild gekampeerd?” Een lachsalvo trekt door de ruimte. “Ja en dat mag eigenlijk niet in Nederland. Maar ach, als meneer agent komt, dan ben je gewoon even in slaap gevallen.”

Jan en Jet Meester Jan en Jet Meester Foto: Eigen foto

Jan (84) en Jet Meester (82)

‘Vrijheid is niet te koop’

Opvallend tijdens onze rondgang door camperland is dat steeds terugkerende gevoel van vrijheid. Maar ook de vergroeiing met de auto, die vaak als een tweede jas om hun eigenaren heen zit. Hoe oud of lelijk ook, er wordt altijd een eigen touch gegeven aan het tijdelijke huis. Daarbij spannen Jan en Jet Meester uit Veenhuizen de kroon. Hij is 84 en zij 82. Oude rotten in het camperen.

Ze zitten vol met verhalen die teruggaan naar hun eerste kilometers in hun oude trouwe (alhoewel het ding regelmatig de geest gaf) Citroën HY. We schrijven 1978. Het oud-hoofd van de school: “Daarna kwamen er Peugeot’s, maar de liefde voor de HY ging nooit weg. ondanks dat sommige mensen dachten dat het een patatkraam was. Iedere keer als ik er een zag, moest en zou ik naar de eigenaar om een praatje te maken. Dat leverde ooit op een nudistenstrand een moeizaam gesprek op. Praat toch lastig met al die naakte mensen om je heen.”

De sfeer in hun huidige Boxter, waarmee ze morgen naar Portugal vertrekken, is sober. “We zijn nu eenmaal Protestants,” grapt Jet. Jan corrigeert: “We houden van eenvoud en simpele oplossingen.” Dan vertelt hij over het lepeltje dat hij naast het deurknopje plaats 'tegen inbrekers' en legt droog uit dat hun kleine wc helemaal geen ingewikkelde chemicaliën nodig heeft omdat een paar druppeltjes wasmiddel ook werken. Om de warmte vast te houden, zet de oude padvinder wat bloempotten omgekeerd op het gasstelletje. “Die dingen houden de warmte heel goed vast.”

Soms maken ze weleens een foto van heel grote en dure campers als ze ergens een nachtje doorbrengen, maar jaloezie is er nooit in het spel. “Vrijheid is niet te koop en zeker niet afhankelijk van elektrische kranen of chique douches.”

 

Marretje Jelmersma, manager NKC: ‘Er zijn 82.0000 campers in Nederland’

 

Marretje Jelmersma, manager Verenigingszaken NKC, wil één boodschap de wereld in hebben: camperen is hot! “Iedere maand hebben we er weer nieuwe leden bij. Het aantal mensen met een caravan neemt af, met een camper toe. We hebben nu 82.000 campers in Nederland, op kenteken. De vele vrijwilligers van de NKC staan hen graag met raad en daad bij, brengen nieuwe camperplekken in kaart en beoordelen ze.”

 

Lees hier CAMPERFEITEN

  

 

 

 

GERELATEERDE ARTIKELEN
18-04: 
18-04: 

Schrijf een reactie
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.