Problemen dus, maar vlak onder de Afsluitdijk, bij Makkum, zijn ganzen wel van harte welkom. Daar krijgen de boeren een vergoeding voor eventueel geleden schade en er zijn ook fraaie rietvelden ontwikkeld waar het niet alleen goed toeven is voor ganzen, maar ook voor vele soorten riet-, moeras- en weidevogels.
Ook de mens komt hier volop aan zijn trekken. Er zijn een jachthaven en groot bungalowpark aangelegd en omdat er hier bijna altijd wind is, is het voor surfers een echt walhalla. Een van basaltblokken gemaakte dam zorgt er voor dat zij de natuur niet te veel verstoren.
Ook de wandelaar kan in deze streek lekker uitwaaien. We lopen eerst langs de Nederlands Hervormde Kerk die dateert uit 1660 en nog steeds in uitstekende conditie is. Voorbij de kerk beklimmen we de dijk met erachter de oude haven, waar de enorme werfloods van De Vries Feadship het zicht grotendeels bepaalt. De Friese ’Ondernemer van het jaar 2008’ bouwt hier jachten met een lengte vanaf 75 meter. In de haven dobberen een flink aantal bruine vlootschepen en vissersboten. Als we de grasdijk richting de Zuidwaard opgaan, zien we rechts de uitgebreide rietvelden liggen, terwijl links in de weilanden grote aantallen brandganzen bezig zijn met hun lunch. We passeren leuke bankjes en zien bij Piaam levensgrote beelden van een koe, paard en rendier. Gelukkig zijn de schapen in het weiland ernaast wel echt.
Vogelkijkhut
Piaam voorbij verlaten we de dijk en gaan over een mooi pad richting vogelkijkhut De Ral. Vanuit de ronde houten hut heeft u een riant uitzicht over het IJsselmeer en de vele in het water spetterende vogels.
Via dezelfde grasdijk wandelen we terug naar Makkum dat we binnenkomen via een rotonde die is betegeld met Makkumer aardewerk. Wat Wedgwood is voor Stoke-on-Trent en Villeroy&Boch voor Mettlach is de aardewerkfabriek van Tichelaar voor Makkum. Het oudste bedrijf van Nederland (ruim 400 jaar oud!) mag zich terecht koninklijk noemen en heeft een mooi eigen museum.
Maar niet alleen daarom is Makkum een bezoek waard. In de middeleeuwen voer de hele, toen nog veel kleinere, wereld hier langs, waardoor het de bijnaam ’Poort naar de Zuiderzee’ kreeg. De grootste rijkdom bracht de schelpenvisserij. Het plaatsje had op een gegeven moment liefst honderd schelpkalkbranderijen. In de kalkovens werden schelpen met behulp van turf verhit tot een temperatuur van 1200 graden Celsius. De kalk werd onder andere gebruikt bij de huizenbouw in Amsterdam. Makkum leefde daardoor in welvaart en dat is nog altijd te zien als we door de oude straatjes en steegjes dwalen. We komen langs de mooie waag (1698), waar vroeger boter, kaas en vlees werd gewogen en passeren fraaie koopmanshuizen, voorzien van indrukwekkende gevels en ornamenten.
Door het verzanden van de Zuiderzee kon de haven van Makkum later niet meer goed worden bereikt. Gelukkig was er nog wel de aardewerkfabriek en het water van het IJsselmeer. Want deze regio is niet alleen geliefd bij de ganzen uit het hoge noorden, maar ook bij de watersportliefhebbers waardoor de middenstand en restaurants weer goede zaken doen.
En dat trekt, zodat er in Makkum inmiddels horecamensen van diverse pluimage zijn neergestreken. We zien Italiaanse en Chinese restaurants en de snackbar heet Sultan Grilhuis. Niet alleen ganzen, iedereen is welkom in Makkum!
Reacties: reiskrant@telegraaf.nl

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer