Leren vallen in Valle d'Aosta
Top 5: Romantische Valentijnsbestemmingen
Winnetou leeft voort aan de Elbe
60 procent vliegers niet verzekerd
KLM topspeler in Latijns-Amerika
Royal Wedding doet toerisme Engeland stijgen
Pyramide van Austerlitz
Pimp je varken
Mode en business op de huishoudbeurs
Romantiek in het Zaans Museum
Cortina d’Ampezzo: chique wintersportbestemming...
Wellness in Zwitserland
Graveren van Valentijnsglas
Liefde in Noordwijk
Trouwen voor één dag
Wandelplezier
Kamermeisjes in New York krijgen alarmknop
Last minutes 11 & 12 februari: tips voor...
Anarchie bij vliegveld op Malediven
Vechten voor Aviodrome
Brazilië-vlucht strandt
Alles draait om kinderen in Zwitsers...
Toeristen tegen terroristen
Vakantie rondom activiteiten
Alle Airbus A380's gecheckt op scheurtjes
ESSEN — „Glück auf!”, zegt de oude man aan de balie van het goedbezochte mijnwerkersmuseum in Bochum met een zware stem. Deze traditionele groet van de kompels wordt in het Ruhrgebied nog in ere gehouden. Enerzijds duidt die gevleugelde spreuk op het geluk bij het vinden van het ‘zwarte goud’, de kolen dus. En anderzijds houdt de groet ook de wens in dat de mijnwerkers weer heelhuids naar boven komen.
Dan gaat het naar beneden. Het is koeltjes, zo’n twintig meter onder de bodem. Ongeveer elf graden. We zijn net met de lift in een kilometers lang labyrint onder de aarde terechtgekomen. „Sinds de tijden van Adolf Hitler in 1937 kan je hier een steenkolenmijn bezichtigen. De enige ter wereld”, zegt onze gids Kerstin Kraft. Donker is het, nat, en het stinkt. „Je ruikt de machines, en de vochtigheid”, legt ze uit.
Door geboogde gangen van slechts een kleine twee meter hoog lopen we langs stalen steunpilaren en houten palen. Op de grond liggen rails, waarmee de kolen vroeger vervoerd werden. Dan stuiten we op een stel fietsen, waarmee de mijnwerkers zich vroeger sneller door de gangen konden voortbewegen. „Kijk, daar staat Tobias”, zegt mevrouw Kraft. Ze wijst op de afbeelding van een paard, dat vroeger de karren met kolen door het gangenstelsel trok. Dan lopen we langs een boormachine van wel tien meter lang. „De gaten die dit ding maakt worden met kunststof dynamiet gevuld. Zo winnen we de kolen.”
Voor generaties oosterburen was deze omgeving vertrouwd. Vrijwel iedereen in het Ruhrgebied had wel een mijnwerker in de familie. „Wij Duitsers willen de kolen, onze eigen energiebronnen, behouden”, zegt Nicolas Twardy. De waterkundig ingenieur geeft toe dat elke arbeidsplek in de traditionele industrietak jaarlijks met vele tienduizenden euro’s gesubsidieerd wordt. „Maar als je de boel hier sluit dan verdwijnt de techniek en de know how. En dan worden we afhankelijk van de Chinezen. Nu zijn ze nog goedkoop, tot ze ons hun dure prijzen opdwingen en zich kapot lachen.”
Meer dan honderd mijnen waren er vroeger in het Ruhrgebied. Overal rookten de schoorstenen, de lucht was vol met uitlaatgassen. „Nu zijn het er nog maar vier. In 2018 moeten ze definitief dicht”, puft Twardy. De 42-jarige Duitser weet dat hij een uitstervend beroep heeft. „Maar ik ben tevreden. Ik doe alleen nachtdienst en krijg goed betaald.”
De mijnwerker zegt het in een notendop: ,„Staal en steenkolen vormen het hart van het Ruhrgebied.” Maar de industriële regio van tientallen aan elkaar vastgegroeide steden moest sinds de jaren tachtig radicaal omdenken. De kolen werden te duur en de subsidies werden afgebouwd. Toen moesten er andere plannen voor de toekomst gemaakt worden.
De nieuwe bestemmingen voor de oude gebouwen in de Ruhrpott mogen er zijn. Nemen we Duisburg, dat lange tijd vooral het plebejische imago droeg dat we kennen van Schimanski, de beroemde Tatort-commissaris. De binnenhaven van Duisburg met haar bakstenen pakhuizen is door toparchitect Sir Norman Forster prachtig opgeknapt. Het ademt de sfeer van de Kop van Zuid in Rotterdam en het KNSM-eiland in Amsterdam. Hippe restaurants en barretjes bevinden zich aan de kade, Legoland is er gekomen en moderne kantoren hebben een prachtig uitzicht over het water. Een grote hijskraan herinnert nog aan het verleden.
En in Landschaftspark Duisburg Nord lijken de ruïnes uit de negentiende eeuw op hippe nachtclubs, alleen al omdat ze ’s avonds prachtig worden verlicht. Waar een beetje licht al niet voor kan zorgen... Hier vind je trouwens ook de grootste outdoor klimmuur van Europa, waar uitgebluste managers, hippe jongeren en sportieve familievaders tussen bunkers omhoog kunnen klauteren. En er is een spectaculair parcours aan stalen draden hoog boven de grond. „We hebben hier vierhonderd klimrouten op zevenduizend vierkante meter”, zegt Horst Neuendorf van de Deutsche Alpinenverein, die in 1990 de bunkers omfunctioneerde. De routen luisteren naar gerechten als Leipziger Allerlei of Pfälzer Saumagen, het lievelingsgerecht van oud-kanselier Helmut Kohl.
Neuendorf, 61 jaar, is trots op wat er na twintig jaar bereikt is: „Toen de staalfabrieken en de hoogovens hier dicht gingen en vierduizend arbeiders vertrokken verloederde alles. Het werd een illegale vuilnisbelt. Nu komen mensen hier naar concerten, skatebanen en open air-filmvoorstellingen. En in de enorme gashouder op het terrein kunnen geïnteresseerden tegenwoordig op duikexpeditie, dertien meter in de diepte.”
In Oberhausen bevindt zich eveneens een oude gashouder, een tientallen meter hoog monument, dat na de stillegging in 1988 omgebouwd is tot een fenomenale tentoonstellingshal, waar je manen en het sterrenstelsel kunt bewonderen. Maar er vindt in de Gasometer ook theater en muziek plaats. Van bovenaf wordt een fantastisch panorama over de horizon geboden.
Overal in het Ruhrgebied worden trouwens spiksplinternieuwe musea voor moderne kunst gebouwd; in Duisburg verrijst Küppersmühle en in Essen is net door David Chipperfield het nieuwe Folkwang-museum neergezet. Het architectenbureau Benthem Crouwel uit Amsterdam kreeg de opdracht voor de nieuwbouw van het Bergbau Museum in Bochum.
Deze laatste stad heeft Keulen naar de kroon gestoken. Het veel kleinere Essen is uit naam van het Ruhrgebied de culturele hoofdstad van Europa in 2010. Het centrale bezoekerscentrum bevindt zich op Zeche Zollverein, een voormalig hoogovencomplex met een indrukwekkende schachtbok, dat ooit de modernste en grootste mijn ter wereld herbergde. Achtduizend arbeiders werkten hier vroeger. Nu komen er toeristen. Die zich eveneens erg klein voelen tussen de hoge, ongenaakbare baksteenmuren.
Al direct bij aankomst laat de Nederlandse bouwmeester Rem Koolhaas zien hoe met een minimale ingreep in de bouwsubstantie een hoop bereikt kan worden. Koolhaas, verantwoordelijk voor prachtige gebouwen in de hele wereld, ontwierp een lange zwarte roltrap, die van binnen oranje is, naar het hoofdgebouw van Zeche Zollverein. En, zoals het een Hollander betaamt, is ook de trap naar het nieuwe Ruhr Museum in hetzelfde gebouw knaloranje. Een sterk contrast met de zwarte muren. „Een perfect idee”, zegt oud-mijnwerker Rüdiger Steinborn: „Oranje is de kleur van de gloeiende kolen, die zelf zwartgeblakerd zijn.” Met 17 jaar begon de nu gepensioneerde meettechnicus (56) hier te werken. „De kou, het stof en de viezigheid maakte me niks uit. En om vier uur opstaan was ook geen probleem”, aldus Steinborn, kijkend naar een 360 graden panoramafilm over zijn oude werkplek.
„Ik ben zeer onder de indruk”, zegt Johan Boringa uit Amstelveen, die met zijn familie het culturele festival Ruhr 2010 bezoekt. „Ik hou van vervallen en verlaten plaatsen, waar de historische gebouwen door bomen overwoekerd zijn. Dit hier is gebouwd voor de eeuwigheid. In Nederland heb je alleen de terreinen van DSM, Shell en Hoogovens. Nu hebben we een weekje vakantie en ik kreeg een tip over deze plek waar je je kinderen vrij kunt laten rondlopen, waar niet overal bewaking staat en je op alles kunt klimmen.”
Samen met zijn vrouw Wies, met de dochters Anne en Jikke, zoon Wibe en grootvader Henk is Johan naar het stilgelegde mijnwerkerscomplex gekomen. „Vandaag ben ik jarig”, verklapt hij in het Kokerei Café, waarachter zich een reuzenrad verschuilt, dat op zonne-energie werkt. De ogen van Boringa gloeien op als hij over vergane tijden verhaalt. „Dit was ooit de kloppende motor van Duitsland, van de oorlogsindustrie in de wereldoorlogen en ook tijdens de wederopbouw in de jaren vijftig. Dat heeft een bepaalde romantiek. Van hardwerkende arbeiders, weet je wel. Daarentegen heb ik maar een suf kantoorbaantje.”
Voor meer informatie over de culturele hoofdstad ga naar www.ruhr2010.de
In het industrieel vormgegeven Kokerei Café op mijncomplex Zeche Zollverein in Essen krijg je nog het authentieke voedsel uit het Ruhrgebied - zoals ‘Himmel und Ääd’, een typische Keulse maaltijd met bloedworst en appeltjes. www.Zollverein.de
De Profi-Grill in Wattenscheid schotelt snacks van culinaire superioriteit voor. Een ooit met Michelin-sterren behangen kok verzorgt een ‘Schimanski-Teller’ - een bordje Currywurst en pommes frites met rode en witte saus. Precies wat commissaris Schimanski uit de Krimi-serie Tatort altijd eet. www.Profi-Grill.de
Overnachten kun je prima in een stilgelegde kolenmijn: www.Alte-Lohnhalle.de
Een andere tip is www.Margarethenhoehe.com, een monumentaal hotel met moderne kamers in Essen.
In de Jahrhunderthalle in Bochum zijn dit weekeinde op 6 en 7 maart historische kermisattracties te zien. Ruim tienduizend bezoekers, waaronder veel Nederlanders, worden in de monumentale hal verwacht. Deze ‘kathedraal van de industriecultuur’ werd meer dan honderd jaar geleden in Düsseldorf als tentoonstellingshal gebouwd en verhuisde daarna naar Bochum. Dit weekeinde kun je de ‘sterkste man’ en de ‘dikste vrouw’ bezichtigen, een guillotine, een paardencarrousel uit 1878, een Beierse kruisboogstand uit 1850, een reuzenrad uit 1884 en een spookhuis uit 1931.
www.jahrhunderthalle-bochum.de
Op de snelweg A40, een van de drukste Duitse verkeersaders, zal op 18 juli de langste picknicktafel ter wereld te zien zijn. Aan twintigduizend tafels, die allemaal een bühne vormen, zullen over een lengte van zestig kilometer gasten bijeen zitten, die allen een gerecht meebrengen. Op de autoloze dag zal er geen motorlawaai te horen zijn. Wel muziek, want rockbands tonen hun repertoire, (kerk)koren zullen zingen, skat wordt gespeeld en duiventilbezitters eten er naast rappers… Het doel is de bevordering van integratie.
www.ruhr2010.still-leben-ruhrschnellweg.de
Tot 1945 was Villa Hügel in Essen het woonhuis van de familie Krupp, indertijd de grootste kolen-, staal- en wapenproducent ter wereld. Het kasteel werd vanaf 1870 gebouwd en kent pompeuze afmetingen. Keizer Wilhelm II en Adolf Hiter kwamen geregeld op bezoek. Na de Tweede Wereldoorlog was het vermogen van Krupp enige tijd in beslag genomen, omdat de dynastie met de nazi’s had geheuld en honderdduizend dwangarbeiders te werk had gesteld. Later werd het wereldconcern in een nuts-stichting omgevormd. De indrukwekkende villa met haar 269 kamers en liefst 150 hectare park in Engelse tuinarchitectuur is open voor het publiek.
Trein: Vanuit Amsterdam ben je in drie uurtjes met de snelle ICE-trein in het Ruhrgebied. Vanaf Utrecht CS zelfs in twee uur. Kijk op www.ns.nl of www.bahn.de De Duitse spoorwegen hebben trouwens aanbiedingen op www.bahn.de/Ruhr2010 en ook het speciale NRW-ticket voor Noordrijn-Westfalen. Met het Schöner Tag-ticket kunnen vijf personen een dag reizen.
Auto: De auto is als vervoermiddel naar en in het Ruhrgebied aan te raden, omdat veel locaties in verschillende steden liggen. Er is wel een goed metrostelsel met de U- en S-Bahn, maar over het algemeen is de auto toch het handigste.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer