• Home
  • Er Op Uit
  • Verre reizen
  • Stedentrip
  • Weekje weg
  • Cruises
  • Kamperen
  • Fietsen en wandelen
  • Prijsvraag
  • Wintersport
  • Vliegtickets
  • Specials
    • Corendon
 
 
Exclusieve artikelen van de Telegraaf redactie
vr 15 jan 2010, 07:00

Ryanair-topman Michael O’Leary

Voor tien euro naar Amerika

door RONALD VEERMAN
Dublin - Een spijkerbroek en een paar spierwitte joggingschoenen. Luchtvaartbazen verplaatsen zich doorgaans in fraaie pakken in de business class, maar Ryanair-baas Michael O’Leary zal het een zorg zijn.
Foto: Ryanair

„Sorry voor de vertraging, kom maar mee naar boven. Koffie?”, verontschuldigt hij zich, wanneer hij me iets te laat in de piepkleine receptie oppikt.

Het sobere kantoor op het bedrijventerrein in Dublin is die naam nauwelijks waard, maar toch zetelt hier Europa’s grootste luchtvaartmaatschappij. In 25 jaar tijd lukte het de Ierse prijsvechter giganten als KLM en Lufthansa qua passagiers te overvleugelen.

„Crisis in de luchtvaart? Niets van gemerkt. We zijn vorig jaar weer fors gegroeid. Van 58 naar 66 miljoen passagiers en onze winst verdubbeld”, lacht hij wanneer hij zich onderuit vleit, een bekertje koffie neerzet en nog net niet zijn voeten op tafel legt.

Aan de muur in zijn werkkamer hangen pin-up kalenders en door het glas heeft hij zicht op de werkvloer. Nog geen vijfhonderd vierkante meter waar verkoop, commercie, personeelszaken en de website van Ryanair opeengepakt zitten. „Niemand stuurt hier mail naar elkaar. Is ook niet nodig.”

Twintig jaar geleden maakte de nu 48-jarige O’Leary de overstap naar de luchtvaart en groeide uit tot fenomeen. „Ik was accountant. Kende de sector totaal niet”, aldus de Ier, die de aanstichter van de enorme prijsval van Europese vliegtickets werd.

„We waren niet de eerste prijsvechter, maar wel degene die echt ging stunten.” Bijna duizend Europese routes worden inmiddels bevlogen met tweehonderd Boeings. „De komende jaren komen er nog eens honderd vliegtuigen bij. Het liefst zouden we er daarna nog tweehonderd bestellen.”

Zakentickets

Het zijn cijfers die andere vliegbazen doen duizelen, nadat ze vorig jaar de capaciteit noodgedwongen terugschroefden en forse verliezen boekten. „Bij ons niet nodig. Vooral omdat we geen dure zakentickets verkopen. Bovendien wilden veel ondernemers plots wel met ons vliegen omdat hun reisbudget fors was beperkt.”

Hoe Ryanair, dat jaarlijks honderdduizenden tickets voor een euro of minder verkoopt,

er in slaagt winst te boeken is velen een raadsel. „Gemiddeld betalen passagiers 28 euro voor een stoel, al daalt die prijs nog steeds. We verdienen geld doordat we vanaf goedkope regionale luchthavens vliegen en daar zeer scherpe deals maken. Verder benutten we de vliegtuigen optimaal en koop je louter een zitplaats. De rest is helder: voor al het andere moet je betalen.”

De koffie aan boord, het broodje en de koffer zijn bekende voorbeelden, maar Ryanair komt vooral veelvuldig in het nieuws door opmerkelijke heffingen, zoals een forse boete voor niet thuis inchecken en betalen voor een plasbeurt aan boord.

„Ik snap al die ophef niet. Het is echt niet om aandacht te trekken. Nu heeft elk vliegtuig drie wc’s. We willen er twee weg en extra stoelen neerzetten. De tickets kunnen dan nog eens een tot twee euro goedkoper, maar niet iedereen kan dan naar die ene wc. Daarom dat tarief. Ook onze wens om staand vliegen te lanceren is bloedserieus.”

Dat zijn aanvallende en felle stijl Ryanair een agressief imago heeft gegeven weet hij. „Dat was nodig, maar ik vraag me af of dit zo moet blijven. Ik denk dat het beter is dat we een tijdje iets minder hard groeien en zorgen dat we een goedkope maar tegelijk ook degelijke en betrouwbare maatschappij gaan worden”, stelt de Ier.

„Een stijl die minder bij mij past. Daarom zal ik over twee tot drie jaar vertrekken. Voor mij staat dat vast”, aldus O’Leary, die geen nacht wakker zal liggen van een vertrek uit de luchtvaart. „Eigenlijk is het helemaal geen leuke sector. Er is sinds jaar en dag nauwelijks geld aan te verdienen. De marges zijn lager dan in de supermarkt.”

Toch wordt O’Leary steevast in verband gebracht met plannen om een trans-Atlantische prijsvechter op te zetten. „Ja, ik denk daar over na. Het zal iets moeten zijn dat losstaat van Ryanair. Grotere vliegtuigen met een kleine businessclass, maar waar de meeste passagiers spotgoedkoop naar de VS en Canada vliegen. Voor tien euro moet dat al kunnen.”

„Maar het is niet iets dat zomaar gelanceerd kan worden. Je moet het in één keer uitrollen, met enkele tientallen vliegtuigen en zeker dertig bestemmingen. Best lastig dus”, aldus O’Leary, die de kans klein acht dat ons land daarbij een rol kan spelen.

„We zouden ook met Ryanair veel meer in Nederland willen doen. In Eindhoven, dat nu achttien bestemmingen telt, wil ik minstens verdubbelen. Maar de lokale milieuregels laten het niet toe. Schiphol valt ook af. Daar is voor ons niets te verdienen. Een veel te dure luchthaven.”