„Je had geen beter begin voor je reis kunnen uitkiezen”, zegt Gan stellig,
terwijl hij de curry van zijn bananenblad schraapt. „Hier werd de basis
gelegd voor de ontwikkeling van Maleisië.” We zitten aan de rivier in het
centrum van Melaka, een vriendelijke kustplaats ten zuiden van Kuala Lumpur.
Het historische centrum van de stad staat op de werelderfgoedlijst van
UNESCO en wordt druk bezocht door toeristen. Gan verdient zijn brood door
dagjesmensen rond te trappen in een minikermis op wielen. „Als het meezit
maak ik in drie dagen drieduizend ringgit (730 euro), maar dan moet ik niet
te lang pauzeren.” Hij lacht en sprint weg op zijn kitscherige trishaw.
Het is slechts enkele uren geleden dat het vliegtuig ons afzette op de chique
luchthaven van Kuala Lumpur, maar Maleisië voelt al een beetje als thuis.
Het land, dat verdeeld wordt door de Zuid-Chinese zee in een oostelijk
(Borneo) en een westelijk deel (het Maleisisch schiereiland), is vermaard om
haar paradijselijke eilanden zoals we die uit expeditie Robinson kennen. Na
een korte tussenstop op het vasteland, spreiden de meeste toeristen zo snel
mogelijk hun handdoek uit op de stranden van Langkawi, Penang of de om hun
onderwaterwereld nog hoger gewaardeerde equivalenten aan de oostkust: Pulau
Redang, Pulau Tioman of de Pulau Perhentian.
Deels gedwongen door de noordoost-moesson - die veel eilanden in december en januari moeilijk toegankelijk maakt - en deels uit nieuwsgierigheid naar de mysterieuze binnenlanden van het schiereiland, kiezen we voor een alternatieve route. Eentje die loopt van het multiculturele Melaka naar het als conservatief bekend staande Kota Bharu. Op de route treffen we één van de oudste regenwouden ter wereld.
Maar eerst is er tijd om te acclimatiseren in Melaka, waar de
trishaw-chauffeur het bij het rechte eind bleek te hebben. Niet alleen biedt
de overzichtelijke stad een prettige omgeving om je zintuigen aan het
prikkelende Maleisische leven te laten wennen, ook haar geschiedenis zorgt
voor een subtiele overgang tussen Nederland en de tropen. Tussen 1641 en
1795 zwaaiden Nederlanders de scepter in dit voormalige centrum van de
wereldhandel. De sporen daarvan zijn nog altijd goed zichtbaar.
Het is een vreemde gewaarwording om aan de andere kant van de wereld voor het ‘Stadhuys’ af te spreken en in een hotel te slapen aan de Jonkerstraat. De koloniale architectuur, het middeleeuwse stratenplan en de Chinese, Indische en Arabische bevolkingsgroepen die hun winkeltjes bestieren in de voormalige Nederlandse wijk, maken dat je er met gemak een dag kunt rondstruinen.
„Veel mensen van het platteland werken in de stad, maar de rest verdient hier
zijn brood op de rubber- en palmolieplantages”, vertelt Alias, wanneer deze
fietsgids ons meeneemt op een tocht langs de kleine kampongs onder de rook
van Melaka. Overal trekt de latex witte strepen in de bruine boomschors.
„Maleisië is één van ’s werelds grootste rubberexporteurs. Om de dag maakt
men een nieuwe snee in de boom om verse latex op te vangen.” Naast
rubberbomen en oliepalmen, zien we langs de weg een wereld aan exotische
planten en specerijen voorbijkomen: cacao, kruidnagel, ananas, papaja,
doerian, pepers in vele kleuren… Het bleek echter nog maar een klein
voorproefje van de fascinerende flora die we zouden aantreffen op onze
volgende stop: het Taman Negara Nationaal Park.
De boot vanuit Kuala Tembeling klieft soepel door de snelstromende rivier op weg naar de ingang van het beroemde reservaat. Wolkpluimen stijgen op uit het broeierige bladerdek, waar af en toe een ranke stam bovenuit uitsteekt. Een leguaan zit als versteend langs de waterkant, het puntje van zijn staart beroert het bruine water.
„De leeftijd van het oerwoud wordt geschat op zo’n 130 miljoen jaar”, vertelt
een parkbeheerder bij aankomst. „De beste manier om kennis te maken met de
jungle, is door deel te nemen aan één van de meerdaagse trekkingen. Er leven
hier onder andere olifanten, tijgers en neushoorns, maar door de grootte van
het park is het moeilijk om de dieren in het wild te zien. Let vooral op de
planten, vogels en insecten.”
Een nachtelijke wandeling is een goede manier om beestjes uit die laatste categorie te lokaliseren. Met een zaklamp zoeken we naar reflecterende oogjes, die duiden op een al dan niet harig aanhangsel met nader te bepalen aantal pootjes, schubben of angels. Gids Ahmed schiet het struikgewas in als hij een schorpioen in het vizier krijgt. „Ik ga nu een insect nadoen, om hem uit zijn hol te lokken”, fluistert hij op samenzweerderige toon. Het lukt. In volle glorie zit het kleine monster even later op de boomstam.
Vanuit Jerantut, de meest gangbare toegangspoort tot Taman Negara, nemen we de
volgende dag de trein naar het noorden van de staat Kelantan, vlakbij de
grens met Thailand. Een zes uur durende rit dwars door de jungle, met vele
stops bij kleine kampongs op de route. Het uitzicht is schitterend, vooral
in de rotsachtige omgeving van het bij avonturiers en natuurliefhebbers
populaire plaatsje Gua Musang.
De hoofdstad van Kelantan is Kota Bharu. In tegenstelling tot steden aan de zuid- en westkust, zijn de westerse invloeden hier minimaal. De bevolkingsmeerderheid is streng islamitisch, waar de stad een conservatief imago aan te danken heeft. Net als elders geniet je hier echter evenveel van de kleine geneugten die een verblijf in Zuidoost-Azië zo veraangenamen: een heerlijke curry voor een habbekrats, behulpzame mensen op straat en marktjes waar de meest exotische etenswaren te koop zijn.
De bazaar van Kota Bharu is een absolute attractie in deze laatste categorie.
Gefrituurde vissenoogjes, ingemaakte koeienmaag, ondefinieerbare
vloeistoffen in plastic zakjes, vers geplukte kippen… Het nu eens
appetijtelijke, dan weer weerzinwekkende voedsel ligt kris kras door elkaar
uitgestald. Als ik nog een stuk varkenshart wil kopen, is het opschieten
geblazen, weet de slager. „We gaan zo dicht voor het gebed.” Uit de
luidsprekers klinkt reeds gezang en geprevel.
Buiten de bazaar staat het verkeer compleet vast. Alleen brommertjes met soms hele gezinnen erop, slalommen tussen de auto’s door. „Elke dag hetzelfde liedje”, verzucht de taxichauffeur. „Geen doorkomen aan.” Het begint te plenzen. Op een poster buiten prijken de schitterende zandstranden van de Perhentian Islands, slechts een paar uur reizen vanuit Kota Bharu. „Moet je dat nu serieus missen”, leest een taxichauffeur mijn gedachten. „Kom in april of mei nog eens terug. De vissen lopen niet weg weet je”, lacht hij. Gelukkig maar. Dat beloven we!
|
Reiswijzer:Malaysian Airlines en KLM vliegen rechtstreeks vanuit Amsterdam op Kuala Lumpur International Airport. Binnen Maleisië zorgt een uitgebreid busnetwerk voor vervoer over land naar alle grote en middelgrote steden. Kuala Lumpur heeft een goede verbinding per trein naar Perils en een minder snelle, maar zeer mooie connectie met Tumpat (de zogenaamde jungletrein). Binnenlandse vluchten worden verzorgd door Malaysian Airlines en prijsvechter Air Asia. Tijdverschil met Nederland: 7 uur vooruit. |
Zowel backpackers als de aan comfort gehechte reiziger kunnen in Maleisië
prima terecht. Vrijwel alle steden, eilanden en parken beschikken over een
uitgebreid aanbod van budgetaccommodatie, waarbij prijzen van vijf tot acht
euro per nacht (voor een bed in een slaapzaal) geen uitzondering zijn.
Reizen per bus en trein is tevens niet duur (tien euro voor een rit van acht
uur). Voor meer Europese prijzen, maar nog steeds relatief goedkoop, bieden
vele exclusieve hotels, van paradijselijke bountyresorts tot junglelodges,
een hoge mate van comfort. Kijk voor meer info op www.tourism.gov.my
Een leuke manier om kennis te maken met de Maleisische cultuur, is door een
paar nachten bij een familie thuis te verblijven. Een zogenaamde ‘homestay’
is bijna overal te vinden. Vaak worden er pakketen aangeboden van twee of
meer dagen, waarbij toeristen meedraaien in het leven van de locals. Meer
info op www.go2homestay.com
Reizen naar Maleisië kan het hele jaar door, maar houd rekening met de noordoost-moesson als je de eilanden langs de oostkust wilt bezoeken. Door de hevige regens sluiten bijna alle resorts hun deuren gedurende november, december en januari. Ook het Endau-Rompin Nationaal Park is beperkt of niet toegankelijk. Langkawi en Penang zijn wel het hele jaar goed bereikbaar.


Maleisië bestaat uit twee verschillende continenten. Het oosten, dat onderdeel uitmaakt van het eiland Borneo met de...

Maleisië ligt in Zuidoost-Azië en bestaat uit 2 delen. Het welvarendste en dichtstbevolkte deel is West-Maleisië of...

Door de verschillende religies in Maleisië, kent het land een diverse cultuur. Zo staan er kleurig gedecoreerde...

Maleisië kent een tropisch klimaat. De temperaturen variëren tussen de 21°C en 32°C. De luchtvochtigheid is hoog

Het spoorwegennet reikt van het noorden tot het zuiden aan de oostzijde van het schiereiland. De Jungletrein en...
Enerverende steden, een sublieme onderwaterwereld, hypermoderne winkelcentra en ’s werelds oudste primaire regenwoud. In de strijd om de gunst van de vakantieganger heeft West-Maleisië de nodige troeven uit te...
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer