Of er soms munitie in de zojuist ingecheckte koffer zit, vraagt de beambte op het vliegveld van Ottawa tussen neus en lippen door. En dat op een toon alsof het de normaalste zaak van de wereld is om in de eenentwintigste eeuw, waarin terreurdreiging als een zwaard van Damocles boven de luchtvaart hangt, met jachtgeweer en scherpe patronen binnen handbereik per vliegtuig op reis te gaan.
De verbaasde blik aan deze zijde van de incheckbalie wordt beantwoord met al even gefronste wenkbrauwen. Het was toch een normale vraag?
Een vluchtige rondgang langs de overige 34 passagiers die er deze morgen één van de schaarse tickets naar Iqaluit hebben bemachtigd, bezorgt je al gauw de neiging te denken dat op die laatste vraag een volmondig ‘ja’ inderdaad het enige juiste antwoord is. Op de plaats van onze bestemming geldt nog altijd de wet van de sterkste, zoveel lijkt duidelijk bij een snelle monstering van een aantal tronies van onze medereizigers.
Aan boord van het toestel van Canadian North dat ons van Ottawa brengt naar Iqaluit, de hoofdstad van het noordelijke territorium Nunavut, bevindt zich een bont gezelschap Canadezen. Zij die ogenschijnlijk tegen de zelfkant van de maatschappij schurken, fervente jagers en Inuit die terugkeren naar hun geboortegrond. Het is reizen zoals reizen ooit bedoeld moet zijn geweest, hier in het vrachtvliegtuig waarin vanwege de herrie conversatie nauwelijks mogelijk blijkt.
Achter het vrachtruim, waarmee de dagelijkse levensbehoeften worden ingevlogen, zijn zes rijen stoelen geplaatst voor de passagiers. De twee Nederlanders die deze zaterdagochtend gebruik maken van de eenmaaldaagse pendeldienst tussen de bewoonde wereld en het verlaten noorden, worden lachend onthaald door hun medepassagiers. „Heeft jullie baas soms zo’n hekel aan jullie dat-ie een reis naar Iqaluit heeft geboekt?”
Het neerzetten van de bejaarde Boeing 737 op de landingsbaan x van gravel, ruim drie uur na vertrek, is als het leven in Iqaluit zelf: ruw en zeker niet voor bangeriken. Op dit gebied ter grootte van West-Europa wonen slechts 29.000 inwoners, zijn geen snelwegen en is zelfs niet één stoplicht te vinden. Vijfentachtig procent van de populatie bestaat nog uit Inuit, de oorspronkelijke bewoners die afstammen van de Mongolen en al ruim 4000 jaar de kunst verstaan te overleven in dit vaak onherbergzame gebied. Met een gemiddelde leeftijd van 22,1 jaar kent Nunavut demografisch gezien bovendien de jongste bevolking van Canada.
Iqaluit vormt een wonderlijke symbiose tussen oost en west – noord en zuid, in dit geval. Aan de ene kant zijn er de Canadese immigranten, een groep die grotendeels bestaat uit het type natuurliefhebber dat geen genoeg kan krijgen van het desolate karakter van de streek. Geheel van gevaar gespeend is de levenswijze van deze groep avonturiers overigens niet. Zo ontmoeten we in de enige echte bar die de regio rijk is Mark McCormack.
In april 2009 trok deze natuurvorser er op zijn sneeuwscooter op uit om nog één keer te genieten van de barre koude, alvorens het voorjaar zijn intrede zou doen. Op 65 kilometer van de bewoonde wereld hield zijn motor er echter mee op, waardoor hij bij temperaturen van tussen de veertig en vijftig graden onder nul normaliter was opgegeven.
Mark, type ‘survivor’ van de natuurprogramma’s van National Geographic, hanteerde vier dagen lang alle overlevingstechnieken die hij uit de boeken kende en werd uiteindelijk na bijna honderd uur zonder slaap gevonden door reddingswerkers. En toch kan Mark niet wachten tot hij weer op zijn favoriete vervoersmiddel stapt om de ultieme stilte op te zoeken. „Ik heb een satelliettelefoon gekregen voor mijn verjaardag”, lacht hij. „Alleen als ik die meeneem, mag ik er van mijn vrouw voortaan op uit trekken.”
Anderzijds zijn er de oorspronkelijke bewoners, die tevreden zijn met niets, een gegeven dat de Canadezen zelf maar moeilijk lijken te begrijpen. De hulp van de Canadese regering is grootschalig en geschiedt zonder twijfel met de beste intenties, maar veel geluk lijkt westerse welvaart in dit deel van het ondermaanse niet te brengen. Nunavut kent (met stip) ook het hoogste zelfmoordcijfer van Canada. Materiële rijkdom die van overheidswege wordt geboden, legt het voor de oorspronkelijke bewoners ruimschoots af tegen rust en ruimte, welvaart in de meest pure zin van het woord.
Want onze bestemming Iqaluit mag in de ogen van een westerse stedeling dan niet veel om het lijf hebben, het kan in Nunavut altijd primitiever. Omdat Iqaluit de enige Canadese hoofdstad is die niet per auto over land te bereiken is, biedt het vliegtuig uitkomst. Gezien het ontbreken van welke infrastructuur dan ook en de immense afstanden tussen de bewoonde gebieden (in een straal van 2000 kilometer rond Iqaluit is geen enkele stad te vinden) is vervoer door de lucht de enige wijze om in deze zeldzaam verlaten uithoek van de wereld te reizen.
Want hoe klein de gemeenschap ook mag zijn, er is altijd een landingsbaan beschikbaar. Of althans, wat daar vaak voor moet doorgaan. Of het nu gaat om Nanisivik (646 inwoners), Kimmirut (bevolkingsaantal: 433), Grise Fiord/Aujuittuq (163 zielen) danwel Umingmaktok (geschatte inwonertal: 20 tot 25), overal landen lokale luchtvaartmaatschappijen die veelal Yellowknife als vertrekpunt van hun (rond)reis kennen.
Niet dat Inuit om toerisme verlegen zitten, maar gasten zijn welkom onder de strikte voorwaarde dat zij zich aanpassen aan de oorspronkelijke cultuur. Van vier bovengenoemde bestemmingen is Aujuittuq (‘Plaats Die Nooit Ontdooit’) de meest oorspronkelijke. De globale opwarming ten spijt is er in Canada’s meest noordelijke bewoonde gebied 365 dagen per jaar sprake van een ijszee.
Vanwege de geografische ligging is het er tussen april en augustus ook nog eens 24 uur per dag licht. Toerisme, hoe miniem ook, is in dit gebied een belangrijke bron van inkomsten, met het spectaculaire landschap en de rijke fauna als trekpleister. Verdwijnt het vliegtuig dat u hier bracht weer aan de einder, dan rest voor de achterblijver op de grond weinig meer dan het absolute niets. Oorverdovende stilte, onbeschrijfelijk natuurschoon en diep respect voor de Inuit, die op veelal primitieve wijze in dit menselijke vacuüm hun levensgeluk vinden.
De oorspronkelijke bewoners leven al millennia van de jacht en voorzien nog altijd op dezelfde wijze in hun basisbehoeften zoals ook hun voorouders dat deden. Jagen is voor deze Aboriginals bittere noodzaak om niet te sterven en geschiedt bovendien volgens ongeschreven natuurwetten. Zo jagen de Inuit bijvoorbeeld op zeehonden door een groot gat in het ijs te hakken en vervolgens eindeloos geduldig te wachten.
Pas wanneer hun prooi door het gat naar boven komt om lucht te happen, slaat de jager toe. Volgens de overlevering is op deze wijze geen sprake van jacht, maar van een door hogere machten geschonken mogelijkheid om de mens te voeden. Het dier dient vervolgens in zijn geheel te worden gebruikt voor consumptie en het fabriceren van kleding. Het is voor de Inuit de enige wijze om zich geen indringer in de natuur te voelen.
Het is een innerlijk besef van goed en kwaad waar de blanke Canadezen in het Arctisch deel van hun land geenszin s onder lijden. Want naast de natuurvorsers die in opvallende harmonie met de Inuit leven (en hun bewondering voor de oorspronkelijke bewoners niet onder stoelen of banken steken), is in Nunavut ook georganiseerde, commerciële jacht mogelijk. Akkoord, het kost een aardige duit, maar dan heb je ook wel iets. Tenminste, wanneer je over een fikse dosis geluk en geen knagend geweten beschikt.
Jagen op een ijsbeer kost in dit gebied bijvoorbeeld 10.000 Canadese dollar, een slordige 6500 euro. Voor dat geld krijgt u eenmalig een zogeheten ‘tag’ toegewezen, een jachtbewijs waarmee u er aan de zijde van een ervaren jager één dag op uit mag trekken op een van de onmetelijke poolvlaktes. Heeft u mazzel (en de ijsbeer dus pech) en komt u deze dag daadwerkelijk oog in oog te staan met de ursus maritimus, voorheen ook wel bekend als de thalarctos maritimus, dan mag u met toestemming van de Canadese overheid de trekker van uw jachtgeweer overhalen.
Het is overigens aan te raden in dat onverhoopte geval naast een beer ook een plaatje te schieten. Het mee naar huis nemen van de jachttrofee is namelijk strikt uit den bozen en sterke verhalen rond het open haardvuur kunnen dientengevolge wel eens ernstig aan geloofwaardigheid inboeten. Het kadaver dient te worden afgeleverd bij een centraal punt, waar het door een overheidsfunctionaris van de pels wordt ontdaan. Komt u deze dag overigens zelfs geen spoor van een ijsbeer tegen, dan is naast moeder natuur ook de Canadese overheid spekkoper. Het jachtbewijs is zoals gezegd slechts één etmaal geldig en aldus – godzijdank - meestentijds weggegooid geld.
Natuurliefhebbers zonder aangeleerd jachtinstinct komen in dit gebied gelukkig aanzienlijk beter aan hun trekken. Het dierenrijk in noordelijk Canada biedt immers een ongekende variëteit. Zo zijn er vanaf april, wanneer de regio weer per boot begaanbaar is, expedities naar bijvoorbeeld beluga’s, (tand)walvissen, walrussen, zeerobben en jonge ijsberen, die overigens van ruime afstand worden bekeken. Wie aan land wil blijven, kan zonder gestoord te worden door buren met een toiletrol onder de arm vrij kamperen en daarbij stuiten op caribou’s, muskusossen, poolhazen, lemmingen, wolven en miljoenen vogels die in paartijd naar het noorden trekken.
Op culinair gebied verdient in deze regio, naast caribousteak en muskusburger, vooral arctic char (riddervis) bijzondere aanbeveling. Deze even verre als wilde neef van de zalm is geen met antibiotica gevoede bleke, smaakloze kweekvis, maar kent een stevige, unieke smaaksensatie die iedere visliefhebber ooit in zijn leven moet hebben ondergaan.
Maar zoals met zovele zaken het geval is, komt ook aan de kennismaking met de pure eenvoud van het leven en hartverwarmende koude een einde. Het klinkt beschamend, maar nauwelijks hoorbaar bespeur ik een kleine zucht van verlichting wanneer na een week in het Grote Niets de terugreis wordt aangevangen. Aan het einde van de terugreis, als vlak voor de landing in Ottawa een zee van neonlicht gloort, kan ik één gedachte niet onderdrukken: welkom terug in de westerse beschaving! Met een daverende klap zet het vliegtuig ons letterlijk en figuurlijk weer met beide benen in de vluchtige wegwerpmaatschappij. Ik zucht en weet dat het goed is. Eens een stedeling, altijd een stedeling.
Vanuit Londen en Frankfurt kunt u dagelijks met Air Canada vliegen naar Ottawa, het regeringscentrum van Canada. Air Canada Jazz verzorgt, met ingang van 28 maart, daarop aansluitend een rechtstreekse verbinding tussen Ottawa en Iqaluit vice versa.
Met die laatste service, uitgevoerd met een Bombardier CRJ 705, wordt de prijs-kwaliteitverhouding van de vluchten naar Iqaluit eindelijk in het redelijke getrokken. Er hoeft niet langer plaats te worden genomen in het achterste compartiment van een vrachtvliegtuig. Air Canada biedt naast de economy class namelijk zelfs een executive class. Zie voor meer www.aircanada.com
Voor meer informatie: www.nunavuttourism.com
Reizen naar Arctisch Canada vereist een grondige voorbereiding. De winterse temperaturen, veroorzaakt door een meestentijds stevig waaiende noordelijke poolwind, kunnen reiken tot vijftig graden onder nul. Om het in dergelijke koude buiten de deur uit te houden, is het dragen van een winddichte jas gevuld met ganzendons een absolute vereiste.
Kleed uzelf bovendien volgens het laagjesprincipe, waarbij thermische onderkleding van erkende merken als Craft en X-Bionic beslist geen overbodige luxe is. Neem bovendien een creditcard met ruime dekking mee.
Omdat de grond in het Arctische noorden vanwege de permafrost niet geschikt is voor welke vorm van landbouw dan ook, worden alle levensbehoeften ’s zomers over zee en ’s winters door de lucht aangevoerd. De prijzen zijn dientengevolge gemiddeld twee maal zo hoog als in de rest van Canada.
Rian van Bruggen is de enige Nederlandse die domicilie heeft in Iqaluit, de hoofdstad van Nunavut. De antropologe doet in het noorden van Canada onderzoek naar de levenswijze van Inuit. Zo maakte ze in het verleden bijvoorbeeld een studie van de positie van onderdrukte vrouwen in het gebied.
„Een belangrijk onderdeel van mijn baan is het focussen op de negatieve dingen”, duidt ze haar belangstelling voor de invloed van de Canadese overheid op de levenwijze van de Inuit. „Dat is belangrijk om te begrijpen hoe historische ontwikkelingen waar de Inuit geen controle over hadden zo’n enorme impact hebben op het leven hier.
Een positieve profilering van de Inuit tijdens de Olympische Spelen van Vancouver is belangrijk om tegenwicht te geven aan het beeld dat met name de Europese Unie heeft: onontwikkelde wilden die arme zeehondjes doodknuppelen voor de lol. Niets is minder waar.
Zeehonden zijn voor de Inuit wat koeien voor Nederlanders zijn, ware het dat Inuit veel respectvoller met dieren omgaan dan wij. Bovendien: zeehond smaakt heerlijk!”


Canada is het grootste land van het westelijk halfrond en is zeer geliefd bij natuurliefhebbers om zijn talloze meren,...

Op het noordelijk deel van Noord-Amerika. Aan de zuidkant wordt het begrensd door de Verenigde Staten van Amerika, aan...

De vlag van Canada is rood met een wit esdoornblad. Het esdoornblad is het nationale embleem sinds halverwege de 19e...

Door de enorme afmetingen van het land is het klimaat zeer gevarieerd. 's Zomers is het vooral in het binnenland erg...

De makkelijkste manier om de grote afstanden binnen het land te overbruggen is per vliegtuig. Er zijn tevens...
Nunavut (‘Ons Land’) is het jongste territorium dat Canada rijk is en bestaat officieel pas sinds 1 april 1999. Het beslaat een oppervlakte van maar liefst twee miljoen vierkante kilometer en neemt daarmee niet minder...
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer