We zijn in Tripolitanië, ooit Tripolitana, wat letterlijk ’drie steden’ betekent. De hoofdstad van dit gebied was Leptis Magna, de andere steden waren Oea (nu in de hoofdstad van Libië Tripoli) en Sabratha.
Ze werden ooit door de Feniciërs gesticht, maakten deel uit van het Carthaagse Rijk, maar vielen later enkele eeuwenlang onder het bestuur van de Romeinen, die het gebied sterk ontwikkelden.
Vanuit Tripoli kun je een auto huren of met een taxi gaan richting oosten. Twee uurtjes later ben je in Leptis Magna. Je koopt een entreekaartje, loopt over een oud Romeins pad en ziet even later een grote indrukwekkende triomfboog. Deze is van de Romeinse keizer Septimius Severus, die hier in Leptis Magna was geboren.
De grote boog doet wat denken aan de beroemde overwinningsboog van dezelfde keizer in het Forum Romanum. Hij werd in dezelfde tijd, rond 203 na Christus, gemaakt. Binnen de boog staat een tekst in het Arabisch en in het Italiaans. Een Italiaans team blijkt in 1966 te hebben meegeholpen aan de restauratie van de boog.
Maar we zijn nog maar aan het begin van de stad van de Oudheid. Natuurlijk heeft Spetimius Severus een grote stempel op de plaats gedrukt. Maar hier heb je ook overblijfselen van eerdere keizers zoals Augustus, Tiberius, Nero, Hadrianus en Marcus Aurelius.
Er blijkt nog opvallend veel goed bewaard te zijn, zoals een enorm amfitheater. Als we er heen gaan zien we plotseling een hele hoop giechelende dames met hoofddoekjes die dolle pret hebben met elkaar. Mijn chauffeur begrijpt uit het Arabisch dat ze spreken dat ze uit Libië zelf komen.
Verder zijn hier overblijfselen van vele tempels, baden, zuilen en een markt. Enkele Italianen blijken Leptis Magna ook te hebben ontdekt. „Dit is allemaal van mijn overgrootvaders. Dit is allemaal door de Italianen gemaakt! We moeten het weer terugnemen, maar dan moeten we oorlog tegen Ghadaffi voeren, dat is misschien niet de moeite waard”, roept een breed gebarende Italiaan uit Florence.
Je kunt lang vertoeven in Leptis Magna, maar het wordt tijd om terug te keren naar Tripoli. Van daaruit rijden we dit keer naar het westen, richting Tunesië. Na een uurtje , op gelijke afstand tussen de grens en Tripoli, komen we aan in Sabratha, de derde stad van Tripolitana.
Een man komt op ons af en biedt zich aan als gids. Hij vraagt veel geld, omgerekend dertig euro. Maar Abdulmajid El Hindi blijkt goed te zijn. Hij laat eerst een schitterend intact gebleven Romeins theater zien, die door keizer Commodus in de eerste eeuw na Christus was aangelegd.
In 365 werd het theater door een aardbeving vernietigd, maar de Italiaanse fascisten, die toen Libië hadden gekoloniseerd, hebben het tussen 1926 en 1936 herbouwd, omdat Mussolini er wilde spreken.
Het 108 meter hoge theater heeft drie niveaus en bood plaats voor 5000 mensen. Nu is het de Libische leider Ghadaffi die er elk jaar op 1 september spreekt om de revolutie van 1969 te vieren, toen de kolonel aan de macht kwam.
Alle Afrikaanse vertegenwoordigers komen dan samen. Maar het aantal plaatsen is na de wederopbouw van het theater gereduceerd tot ’slechts’ 2000 mensen.
El Hindi vindt dat we verder moeten en hij heeft gelijk. Er is nog veel meer te zien in Sabratha. We lopen richting de helderblauwe zee, die trouwens pal voor ons ligt. Rechts achter is een tempel die aan Isis is gewijd, de Egyptische godin. El Hindi vertelt de verschillen tussen Griekse, Romeine en Egyptische tempels.
Dan neemt hij me mee naar alle uithoeken van Sabratha. Hij laat me de baden van Poseidon zien, die toepasselijk uitmonden in de zee, hij toont de resten van Byzantijnse kerken ten tijde van keizer Justinianus, we lopen door de Romeinse straat die ooit Carthago (nu in Tunesië) en Alexandrië (Egypte) met elkaar verbond, dan zijn er kamers waar olijfolie werd gemaakt en lopen we langs plekken waar wijn werd gemaakt en bordelen waren.
Het is duidelijk dat de Islam nog niet had toegeslagen op het gebied. Op een gegeven moment zien we tussen de aan Griekse en Romeinse Goden gewijde tempels door zelfs een mozaïek van een penis die de richting opwijst waar de bordelen zijn. De Romeinen waren niet bepaald preuts.
Dat er echter niet alleen Romeinse invloed is op Sabratha, maar ook neo-Punisch, blijkt uit het mausoleum dat we op het laatst bekijken. Het is gewijd aan de Egyptische god Bes.
Volgens de gids El Hindi was Bes een lelijke god, een klein gedrocht dat zijn tong uit zijn mond stak. Maar daardoor wist hij juist het boze oog te verdrijven en werd hij gebruikt om zwangere vrouwen te laten baren.
Die werden volgens de gids zo kwaad als ze hem zagen dat het baren makkelijker werd. El Hindi toont me nog even het museum van Sabratha, maar het is laat geworden en het museum is gesloten.
Voordat we de naar de uitgang gaan vraag ik de geduldige gids om nog even terug te gaan naar het theater. Leptis Magna is beroemder, maar eigenlijk is mede dankzij dit theater Sabratha het mooist.
KLM biedt vanuit Amsterdam een rechtstreekse vlucht aan. Met tussenstops kan het ook, kijk dan naar AlItalia, Air France en Lufthansa.
Libië is voor toeristen lange tijd niet toegankelijk geweest, maar is dat inmiddels weer wel. Het paspoort dient nog zes maanden na thuiskomst geldig te zijn en er mag geen stempel van Israël in staan.
Voor reizen naar Libië is een visum vereist. Voor informatie over de actuele officiële Libische paspoort- en visumvereisten dient u zich te wenden tot de Libische vertegenwoordiging in Den Haag (Parkweg 15, tel. 070-3558886/7).
In vergelijking met andere Noord-Afrikaanse landen zoals Egypte en Marokko, waar de toeristische sector goed is ontwikkeld, is Libië een stuk authentieker.
De voormalige Italiaanse kolonie staat bekend om haar cultuurschatten uit het begin van onze jaartelling. Recentelijk zijn er Romeinse en Griekse steden uitgegraven die behoren tot de best bewaarde van het Mediterrane gebied. Behalve in Leptis Magma en Sabratha zijn er indrukwekkende archeologische bezienswaardigheden te bewonderen in plaatsen als Ghadames en Cyrene.
Het uitgestrekte woestijnlandschap in Libië, met haar hoge zandduinen en fraai geërodeerde bergen is een belangrijke toeristische trekpleister. Per landcruiser of kameel kun je een woestijnexpeditie door de Sahara ondernemen.
Libië staat vanwege spanningen in de Arabische wereld en het dictatoriale bewind van Ghadaffi niet te boek als toeristische bestemming. Pas sinds enkele jaren komt daar langzaam verandering in.
In grote delen van het land kan prima worden gereisd; Libië is een veiig land. Wel wordt aangeraden buiten de grote steden in groepsverband te reizen.
Wegens toenemende terreurdreiging en een daarmee samenhangend ontvoeringsgevaar, raadt het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken momenteel alle reizen naar de plaatsen Ghadames en Ghat af.
De beste periode om naar Libië te reizen is in het voor- of het najaar. Het grootste deel van Libië kent een woestijnklimaat, waardoor het overdag bloedheet kan worden en 's nachts extreem koud. April, mei, oktober en november kennen de minste uitersten qua temperatuur en vormen daarom de de meest aangename periode om te reizen. Alleen het noorden kent een Middellandse Zeeklimaat.
Kijk hier voor meer actuele reisinformatie.

Wie aan Libië denkt zou het misschien niet zeggen, maar in het land dat sinds 1969 wordt geleid door kolonel Ghadaffi heb je plaatsen met de meest interessante archeologische overblijfselen uit de Romeinse oudheid. Ook...
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer