Het is een beetje licht in mijn hoofd. Slaapgebrek? De elf uur durende vliegreis heeft zijn tol geëist, maar de Mexicaanse buitenlucht is ook niet al te frisjes. Toch komt het door iets anders, drukt mijn taxichauffeur me op het hart. Mexico Stad bevindt zich in een vallei omringd door bergen en ligt 2240 meter boven de zeespiegel. Kwestie van acclimatiseren dus.
Om het zekere voor het onzekere te nemen, heb ik een hotel geboekt in één van de duurste wijken van Mexico Stad, Polanco. Bij aankomst blijkt de buurt vergeven van zwaar bewapende, nors kijkende militairen. Mijn taxichauffeur ziet de twijfelende blik in mijn ogen en vertelt glimlachend dat de president zojuist is gearriveerd in een van de hotels verderop. Gezellig of niet, ik slaap vannacht gegarandeerd veilig.
Ciudad de Mexico, zoals de ruim twintig miljoen inwoners hun stad noemen, is druk, warm en uitgestrekt. Ik wil cultuur snuiven, dus ik begin mijn reis in het hart van het centrum; het Plaza de la Constitución, ook wel Zócalo genoemd. Direct maak ik een beginnersfout: ik laat me verleiden door een groenwitte kevertaxi en betaal voor een ritje van tien minuten 200 peso, een slordige twaalf euro. Toch heb ik nog geluk gehad, beweert de stewardess die ik later op de avond aan de bar ontmoet. Samen met haar collega’s werd ze in zo’n kever beroofd om ver buiten de stad te worden gedumpt. Vanaf nu rijd ik alleen nog maar in geautoriseerde taxi’s en spreek ik vooraf een tarief af.
Voorrangswegen, stoplichten en verkeersregels zijn aan Mexicanen niet besteed. Na een angstaanjagend, maar vreemd genoeg schadeloos, ritje, bereik ik Plaza de la Constitución. Beter bekend als Zócalo, één van de grootste pleinen ter wereld. Hieraan liggen onder meer de kathedraal van Mexico Stad, het Museo Nacional de Culturas en de Templo Mayor. Adembenemende gebouwen, veelal gratis te bezoeken, maar het zijn vooral de dansende, kleurrijk getooide Azteken die hier mijn blik vangen. Toeristisch of niet, het is prachtig om te zien. In 1325 stichtten hun voorouders Mexico Stad onder de naam Tenochtitlan. Volgens de legende zou hun stamgod Huitzilopochtli de plaats aanwijzen waar de nog nomadische Azteken zich moesten vestigen. Dit zou hij doen door een adelaar op een cactus een slang te laten verslinden. Een tafereel dat je nog steeds terugziet op de vlag van Mexico.
De Basiliek de Guadalupe mag niet op mijn dagtocht ontbreken: een bedevaartsoord waar gelovigen van over de hele wereld troost en steun vinden bij de maagd van Guadalupe, een donkere variant van onze Heilige Maagd Maria. De weg ernaartoe is minstens zo imponerend: een lange stoet mensen die grote Mariabeelden achter zich aan slepen. De laatste meters horen ze op hun knieën af te leggen. Omdat Mexico Stad op een voormalig meer is gebouwd, kampt de stad met verzakkingen. Zo ook de oude basiliek: het hele altaar staat schots en scheef. Uit voorzorg is er een extra basiliek bij gebouwd, maar nog steeds is het dringen geblazen. Niet alleen bij de entree, maar ook bij de vele schreeuwerige giftshops eromheen. Het Drie Dwaze Dagen-gevoel in de kerk: daar kunnen ze in Nederland alleen maar van dromen.
Je kunt Mexico eigenlijk niet verlaten zonder een echte tequila te drinken in een van de oude cantina’s, kunst te bekijken in het blauwe huis van de wereldberoemde kunstenares Frida Kahlo, te dansen op één van de dakterrassen aan het Zócalo, de drijvende tuinen van Xochimilco te bewonderen en je kennis van de Mexicaanse geschiedenis bij te spijkeren in het Museo Nacional de Antropoligica. Maar helaas, de tijd dringt.
En ik wil nog per se naar Teotihuacan, de stad waar mensen goden worden. Hier, op een uurtje rijden van Mexico City, bevinden zich de wereldberoemde piramides van de zon en de maan. Door wie ze zijn gebouwd is nog steeds een raadsel, want slechts twintig procent van de mysterieuze spookstad is opgegraven. Wellicht ligt het antwoord dus nog onder de grond. Ik arriveer niet, zoals geadviseerd, in de ochtend en dat is dom: het is niet alleen aardig heet op het open terrein, maar ook stervensdruk. En iedereen wil naar boven. Halverwege mijn beklimming van de 63 meter hoge zonnepiramide wordt het zo druk dat ik het liefst wil omdraaien. Met een trapleuning die bestaat uit een touwtje wordt het langzamerhand een wel erg spannende onderneming. Met gevaar voor eigen leven beland ik op de top, maar het legendarische uitzicht over de stad maakt alles goed.
Die avond, in een typisch Mexicaans restaurantje met taco’s, verse guacamole en een ijskoude Corona voor mijn neus, besef ik dat ik best wat langer had willen blijven. Je moet op je hoede zijn in Mexico Stad, maar voor welke metropool geldt dat eigenlijk niet? En ja, ‘s ochtends kijk ik vanaf mijn hotelkamer op de 31ste verdieping tegen die vreselijke smoglaag aan, maar de stad barst van de gezellige straatjes, prachtige patio’s en authentieke restaurantjes. Dat de meeste mensen de imposante hoofdstad slechts als tussenstop gebruiken op weg naar de tropische stranden, is dan ook doodzonde.
In Mexico City is het altijd lente, qua temperatuur dan. Verschillende vliegtuigmaatschappijen, waaronder KLM en Martinair, vliegen dan ook het hele jaar door op deze bestemming. Het centrum ligt op slechts vijf kilometer afstand van Mexico Airport National. Een ritje dat je voor nog geen kwartje met de metro kunt afleggen, maar waarvoor je uiteraard ook een taxi kunt nemen. In dat laatste geval betaal je ongeveer €15.
Culinaire fijnproevers halen hun hart op in de wijk Polanco, waar topchefs zich naar hartenlust uitleven. Voor een typisch Mexicaanse maaltijd van hoog niveau wordt Charro in Condesa, Vicente Suarez 38, vaak getipt, maar vergeet vooral de eettentjes op straat niet. Een lange rij is een goed teken en verder geldt de simpele regel: eet niets rauw.
Wie met een veilig gevoel wil slapen, kiest voor een hotel in de betere wijken, zoals Condesa en Polanco. Maar El Patio 77 in San Rafael is ook een aanrader: het eerste eco-vriendelijke bed & breakfast in Mexico City. Hier begin je de dag heerlijk rustig met een ontbijt op een van de twee binnenplaatsen. Kijk voor meer info op www.elpatio77.com.
Het is even wennen: de fietsende Mexicaan. Maar inmiddels klimmen ruim 10.000 Mexicanen dagelijks heldhaftig op de tweewieler. En dat allemaal dankzij de 51-jarige burgemeester van Mexico City, Marcelo Ebrard. Hij introduceerde het witte fietsenplan in de stad vanuit de gedachte dat de fiets niet alleen goedkoper en milieuvriendelijker, maar ook sneller dan de auto is. Met de fiets leg je 16,4 kilometer per uur af, tegenover slechts 12 kilometer met de auto. Zijn milieubeleid werpt zijn vruchten af: Mexico City staat niet langer in de top tien van steden met de slechtste luchtkwaliteit. Afgelopen jaar werd Ebrard dan ook uitgeroepen tot beste burgemeester van de wereld. En hij gaat nog iedere eerste maandag van de maand op zijn fiets naar zijn werk. Iemand moet het goede voorbeeld geven.


Mexico, grenzend aan de Verenigde Staten, Guatemala en Belize, ligt tussen de Grote Oceaan en de Golf van Mexico. Het...

In Noord-Amerika, grenzend in het noorden aan de Verenigde Staten en in het zuiden aan Guatemala en Belize

Met een bevolking van Maya's, Latino's, Mestiezen, Creolen en blanken is Mexico een kleurrijke mengeling van culturen....

Het klimaat verschilt per streek en hoogte. In de noordelijke steppen en woestijnen heerst een woestijnklimaat en in...

Reizen met de bus is goedkoop en goed georganiseerd. De spoorwegen worden vnl. voor goederenvervoer gebruikt. Er rijdt...
Mexico City staat bekend om haar drukte, smog en criminaliteit, maar wat merk je daar als bezoeker nu echt van? Onze verslaggeefster besluit de metropool 24 uur te doorkruisen. Met een extra slot op haar rugzak.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer