Na twaalf uur vliegen wordt de landing ingezet. We kijken uit het raam en kunnen onze ogen niet geloven. Dit kan niet waar zijn.
Al die honderden wolkenkrabbers langs het water... is dit Panama? Of heeft de piloot misschien de verkeerde kaart gepakt en zijn we bij Miami aangeland?
De stewardess stelt ons gerust. We zitten goed. En hoe imposant Panama City er vanuit de lucht ook uitziet, de rijen voor de paspoortcontrole zijn even langdradig als die van elke andere wereldstad.
Langzaam schuifelen we vooruit en raken in gesprek met een ’lotgenoot’, de Amerikaanse professor Dr. Maridel Andres (59); een klein maar dapper dametje uit Grand Junction, Colorado.
Zij is een van die mensen die Midden-Amerika als een apart werelddeel beschouwen en is speciaal naar Panama gereisd om een marathon te lopen.
„Tweeënveertig kilometer in die hitte hier. Meent u dat echt?”, vragen we. „Absoluut, ik wil op alle zeven continenten een marathon lopen en dit is m’n laatste, glimlacht de ’prof’, die tijdens haar wereldreizen ook nog de Mount Everest en de Kilimanjaro heeft beklommen…
Terwijl zij twee dagen later haar marathon loopt, zitten wij in een taxi op weg naar Casco Viejo. Deze historische wijk is een van de leukste bezienswaardigheden van de stad.
De huizen doen sterk aan die in de Cubaanse hoofdstad Havana denken. De buurt wordt helemaal in oude staat teruggebracht. In klederdracht gestoken Kuna-indianen verkopen er hun zelfgemaakte sieraden en wandkleden. En Panamahoeden niet te vergeten.
Een beetje pingelen kan geen kwaad. Restaurantjes zijn er in overvloed, net als musea. Interessant is het ’Museo del Canal Interoceanico de Panama’, oftewel het Panama Kanaal Museum.Alle feiten van het kanaal op een rij. Een goede voorbereiding op ons bezoek aan het beroemde kanaal zelf, waarvoor we deze keer de bus pakken.
Die busrit is een attractie op zich. De voertuigen zijn rijk versierde afgedankte Amerikaanse schoolbussen en een rit kost maar een kwartje, te betalen aan het einde van de tocht, als je de bus uitstapt. Deze ’Diablo Rosso’ (rode duivels) stoppen overal waar mensen hun hand opsteken en zitten meestal behoorlijk vol.
Net als bij taxi’s geldt ook hier: geen meters, geen tickets, geen uniform voor de chauffeur en de bijrijder (dat is de jongeman die altijd in de deuropening hangt), maar wel een geweldige sfeer en een fantastische manier om wat van stad en land te zien.
De grootste attractie van het land is het Panama kanaal, dat tevens de grootste bron van inkomsten is. Voor acht dollar per persoon kun je een halve dag doorbrengen bij de Miraflores-sluizen, een reusachtig complex waar dag en nacht aan een stuk de vrachtschepen doorheen varen.
Er wordt hard gewerkt aan een flinke uitbreiding van dit wereldwonder, zodat nog grotere schepen van de Stille Oceaan naar de Caribische Golf en andersom kunnen varen.
Evenwijdig aan het kanaal rijdt een trein, waaraan speciaal voor de verwende toerist een galarijtuig met glazen plafond is gekoppeld. Het uitzicht is grandioos.
Comfortabel weggezakt in de kussens, is het moeilijk je te realiseren dat de aanleg van deze spoorlijn in de 19e eeuw (nog voordat het kanaal er was) maar liefst 12.000 mensenlevens heeft gekost. Arbeiders stierven massaal ten gevolge van gele koorts en malaria.
De trein rijdt ’s morgens van Panama City naar Colon, een tocht van een uur. Een retourtje kost 40 dollar. Pas ’s avonds gaat dezelfde trein weer terug hetgeen betekent dat je een halve dag door moet brengen in het stadje, waar niet bijster veel te zien is maar wel veel gespuis op de loer ligt.
Een optie is om een enkeltje te nemen naar Colon en van daaruit met de bus terug te rijden naar Panama City. Dat kost maar vier dollar en je kunt onderweg een stop maken bij het Soberania Nationaal Park, een 22.000 hectare groot regenwoud met een zeer rijke flora en fauna.
Wij laten de trein links liggen en huren een auto voor een tocht naar het bergstadje Boquete.
Panama beschikt over een voor Midden-Amerikaanse begrippen uitstekend wegennet. Het land is ongeveer twee keer zo groot als Nederland en een stuk minder dicht bevolkt.
Er wonen pakweg 3,5 miljoen mensen, waarvan zo’n half miljoen in de hoofdstad. Met name in de buitengebieden is het toerisme (nog) niet erg ontwikkeld.
Dat betekent dat je als toerist een beetje moet ’pionieren’ en dat de prijzen zeer laag zijn. Een hotelkamer voor 15 dollar per nacht is heel gewoon en de bedden zullen zeker niet tegenvallen.
In de hoofdstad ligt dat een stuk hoger. Hotelkamers doen daar al gauw tussen de 55 en 95 dollar per nacht en uiteraard zijn er ook super-de-luxe hotels die daar ver boven zitten.
Boquete blijkt een zeer toeristisch stadje. Het stikt er van de restaurantjes en reisbureautjes waar je avontuurlijke excursies zoals wildwatervaren, mountainbiken of afdalen in de krater van een vulkaan kunt boeken.
Er wonen nogal wat buitenlanders, die het langs de kust te warm vinden. Een van die expats is Louis Santos, een gepensioneerde Amerikaanse generaal der mariniers.
Hij hielp ons uit de brand met een taalprobleempje toen we aan de balie van een hotel stonden. De helft van het jaar woont de generaal in Florida, de andere helft in Panama. Santos: „Hier kregen onze mariniers vroeger hun jungletraining, Panama is een prachtig land, ook om te wonen.”
De duurste tijd voor toeristen is december tot april. Angst voor inflatie is onnodig want de munteenheid voor Panama is de Amerikaanse dollar.
Naast Panama City, de regenwouden en Boquete zijn de archipel van Bocas del Toro met tal van watersportmogelijkheden en de Kuna- indianen archipel van San Blas, beiden in de Caribische Golf, een bezoek meer dan waard.
Om in Panama te komen is niet moeilijk want sinds 2008 vliegt de KLM nonstop van Amsterdam naar Panama City, aanvankelijk 3 keer per week en sinds 2009 zelfs 5 keer, een tocht van ongeveer 12 uur. Behalve KLM vliegen alle Amerikaanse maatschappijen op Panama. De vlucht naar Miami is maar 2,5 uur.
Meer informatie over reizen naar Panama: www.sawadee.nl
Je kunt in Panama alle kanten op. De kuststreken zijn tropisch met het hele jaar dezelfde temperatuur. In de bergen is het een stuk koeler en heb je geen airco maar ook geen kachel nodig.
Er zijn in Nederland zo’n tien reisbureaus die Panama-reizen, al dan niet volledig verzorgd, aanbieden. Zelf een vliegticket kopen en op eigen houtje het land ontdekken is ook goed te doen.
Autorijden blijkt geen probleem. Het verkeer in Panama, vooral in de metropool doet wat chaotisch aan, maar als je er eenmaal tussen zit valt het reuze mee.De taal kan een barrière zijn.
Men spreekt vrijwel uitsluitend Spaans. Gelukkig troffen we onderweg Rudy Smits, een in Nederland geboren Amerikaan die met een tot camper omgebouwd busje helemaal van Californië naar Panama was gereden.
Dwars door Mexico, Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica. „Is dat niet reuze gevaarlijk?”, vroegen we. „Geen problemen gehad. Zolang je maar niet met je rijkdom te koop loopt”, vertelt Smits. Zijn Spaans is perfect.
Geen wonder, want als kind heeft hij een aantal jaren in Argentinië gewoond.
De beste stranden in Panama liggen langs de Carretera Interamericana tussen Chamé en Rio Hato aan de Stille Oceaan, een dik uur rijden ten oosten van Panama City.
Hier zijn de afgelopen jaren tientallen badplaatsen uit de grond gestampt en men bouwt nog steeds door. Appartementen, villa’s en hotels zijn er in overvloed.
De temperatuur van het zeewater is met 26 graden verrassend koel. Een stuk warmer is het water van de Caribische Golf aan de noordkant van Panama. Daar zijn de mooiste stranden in de eilandenarchipel van Bocas del Toro. Te bereiken na een binnenlandse vlucht van ongeveer een uur.
Het water is hier glashelder, een eldorado voor duikers en watersportliefhebbers. Minder toeristisch maar wel adembenemend mooi is de Kuna-indianenarchipel van San Blas, eveneens aan de Caribische kant van Panama.
Een bezoek waard is verder de stad Chitré in de provincie Herrera. De tijd heeft hier zeker veertig jaar stil gestaan zoals op zoveel plekken die wat verder landinwaarts liggen. Een unieke kans om nog wat van het oude, niet toeristische Panama te zien.


Panama is het meest zuidelijk gelegen land van Centraal-Amerika. Het is ca. 2x zo groot als Nederland. Ondanks dat er...

Panama is het meest zuidelijke land van Centraal- Amerika, grenzend aan Costa Rica en Colombia. Ten noorden van het...

De oudste bewoners van Panama zijn de indianen. Er zijn 5 verschillende stammen, die nog steeds volgens de gewoonten...

Panama heeft een tropisch klimaat, variërend van een tropisch regenwoudklimaat langs de grensgebieden met Costa Rica...

Het openbaar vervoer in Panama is goed geregeld. Er is een uitgebreid netwerk van busverbindingen. Naar vrijwel elk...
Ton Vermaak deed mee aan onze Reiskrantreporter-actie naar Panama en met succes! Hij schreef ons een enthousiaste, lieve mail waarin hij uitlegde dat hij dolgraag met zijn 18-jarige dochter Anouk voor ons op pad...
Nog niet zo populair als buurland Costa Rica, maar stijgend met stip op de toeristische ladder: Panama. Een land met een enorme potentie; prachtige stranden, interessante fauna en flora, rijke historie en een...
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer