Sneeuw fotograferen is tricky. Waarom? Omdat onze camera's niet van sneeuw houden. Het is te wit. Daar raken ze van in de war. De automatische belichtingsprogramma's waar camera’s gebruik van maken, gaan er vanuit dat een foto gemiddeld grijs is. Sneeuwfoto’s zijn daarom donkerder dan de werkelijkheid.
Het goede nieuws? Wij zijn slimmer dan onze camera’s. Om grauwe foto's te voorkomen moeten we overbelichten. Als vuistregel geldt bij zonnig weer 2 stops, bij bewolkt weer 1 stop. Zorg dat je camera niet op spotmeting staat. Bij zonnig weer kun je bovendien de camera op de blauwe lucht richten, de belichting meten en met die belichting een sneeuwfoto maken. Want een blauwe lucht is gemiddeld grijs, dat snapt onze camera wel...
Okay, de belichting hebben we onder controle, maar een goede foto bestaat uit veel meer dan een goede belichting. Zoek bijvoorbeeld op de voorgrond kleuren die mooi contrasteren met de witte achtergrond, bij voorkeur felrood, geel of groen. Vermijd grijs, zwart of pastelkleuren, dat levert soepige foto's op.
Gebruik een invulflits. Felle zon veroorzaakt harde schaduwen met name op gezichten en zeker als je model ook nog een helm of petje draagt. Een flits heeft nog twee voordelen: het veroorzaakt kleine lichtjes in de ogen waardoor een portret levendiger wordt, en het gefotografeerde komt een beetje los van de achtergrond, waardoor meer diepte ontstaat.
Nu hebben we wat we willen: sneeuw die wit is en een felgekleurd onderwerp. Maar kijk je goed, dan zie je dat de foto's wel wat vlak zijn. Sneeuw kan zo wit zijn dat structuur en details ontbreken. We moeten het ermee doen, maar aan het einde van de dag keren onze kansen. Dan staat de zon laag, neemt de lichtintensiteit af en verandert het licht van kleur, of van temperatuur, zoals fotografen dat noemen.
De lange schaduwen brengen reliëf en diepte in de piste waar die eerder op de dag onzichtbaar was. IJskristalletjes reflecteren het lage zonlicht, de omgeving is gehuld in een warme oranje gloed. Grijp je kans. Dit is ook het moment om weidse omgevingsfoto’s te maken.
In tegenstelling tot wat voor volkswijsheid doorgaat, kun je heel goed fotograferen met tegenlicht, zeker op wintersport vakantie. Het is de combinatie van strijklicht met opstuivende sneeuw die geweldige foto's oplevert. Strijklicht ontstaat als het zonlicht over een oppervlakte heen scheert, iets dat op berghellingen op elk moment van de dag kan gebeuren.
Als je het goed doet, vormt de skiër een door licht omrand silhouet terwijl de opstuivende sneeuw door het strijklicht wordt uitgelicht. Probeer wel de zon uit beeld te houden, omdat anders de belichting in de war raakt en handmatig moet worden ingesteld.
Hoe brengen we skiërs scherp in beeld zonder dat we zelf overhoop geskied worden? Een manier is om een plek op te zoeken waar we dicht op de actie zitten, een snowpark bijvoorbeeld. Kies een sluiterrtijd van 1/500 of veel sneller, of stel het voorkeuze menu sport in dat op sommige camera’s zit.
Zet je camera op continu scherpstellen als dit op je camera kan, en volg het onderwerp zodat het in focus blijft. Als je niet continu kan scherpstellen kun je van te voren scherpstellen op een bepaald punt, maar zelfs dan moet je met je bewegende onderwerp meebewegen, want dat moet scherp op de foto.
Met sommige camera's kun je meerdere foto's per seconde maken, dat is een functie die bij actiefoto's goed van pas komt. Een laag standpunt kan een klein sprongetje al indrukwekkend maken. Als je een zoomlens gebruikt en je wilt de snelheid van een skiër in beeld brengen, dan kan dat door een langzame sluitertijd van bijvoorbeeld 1/125 of 1/60 te kiezen en de skiër onder een hoek van 90 graden met je lens te volgen. Het effect is een vrijwel scherpe skiër tegen een bewogen achtergrond.
Camera's kunnen best tegen een beetje sneeuw en een sneeuwbui kan hele ongebruikelijke en fantastische beelden opleveren. Om het maximale uit zo’n situatie te halen moet je met een paar zaken rekening houden. Houd je lens droog/schoon. Dus niet je camera omhoog richten. Bij een zware sneeuwbui is het heel mooi om een flits te gebruiken. Dat heeft als effect dat sneeuwvlokjes bevroren worden tegen de achtergrond.
Dit effect wordt nog groter bij een donkere achtergrond, bijvoorbeeld een bos. Bij lichte sneeuw is het mooier om een lange sluitertijd te gebruiken, waardoor de sneeuwvlokken vegen worden op het beeld. Stop een doekje in je zak om de camera na gebruik even droog te vegen. Als je het niet vertrouwd met al die natte sneeuw kun je ook je camera in een boterham- of pedaalemmerzakje stoppen en je lens door een gat steken. Een natte camera moet je in je hotelkamer of chalet meteen uit de camera tas halen en laten drogen.
Bij temperaturen onder nul heeft je camera wat extra aandacht nodig. Batterijen functioneren dan slecht en kunnen er plotseling mee uitscheiden. Dit voorkom je door nieuwe batterijen te gebruiken en als het even kan ze op een warme plaats te bewaren en pas in je camera te stoppen als je gaat fotograferen.
Je kunt natuurlijk ook proberen om je hele camera warm te houden door hem
onder je jas te stoppen. Vocht kan ook een probleem vormen als het op je
camera bevriest. Zelfs je eigen adem kan daar debet aan zijn, maar als je
camera warm is zal dat niet zo snel gebeuren.
|
Over JochemFotograaf Jochem Wijnands publiceert in Nederland in o.m. National Geographic Magazine, maar levert ook reportages aan tijdschriften in het buitenland. Namens NIKON Nederland verzorgt hij workshops en lezingen over (zijn) fotografie. |
Kijk voor meer wintersportnieuws op Wintersport.nl

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer