Pssst! De Telegraaf krijgt een nieuwe website. Nieuwsgierig? Bekijk ‘m hier!
Dit is het laatste Premium artikel dat u gratis kunt lezen. Tijd voor een abonnement!
premium
Foto: TMG Natives

De huisarts en de patiënt moeten het samen doen

Een benauwd gevoel en licht in het hoofd? Het klinkt misschien niet meteen alarmerend, maar het kunnen symptomen van trombose zijn. Toch gebeurt het dat zowel huisarts als patiënt hier niet op ‘aanslaan’ en het van kwaad tot erger gaat. Signalen leren herkennen is dus essentieel, zegt huisarts en wetenschapper Geert-Jan Geersing.

Een benauwd gevoel en licht in het hoofd? Het klinkt misschien niet meteen alarmerend, maar het kunnen symptomen van trombose zijn. Toch gebeurt het dat zowel huisarts als patiënt hier niet op ‘aanslaan’ en het van kwaad tot erger gaat. Signalen leren herkennen is dus essentieel, zegt huisarts en wetenschapper Geert-Jan Geersing.

Krijgen huisartsen vaak te maken met trombose in hun praktijk?
“In de gemiddelde huisartsenpraktijk valt het best mee: zo’n twee tot drie keer per jaar een trombosebeen en één tot twee keer per jaar een longembolie. Maar er zijn veel meer momenten waarop het vermoeden bestaat dat het om trombose gaat. Dat maakt het lastig voor een huisarts: het komt niet vaak voor, maar je moet die piranha wel uit die vijver met al die kleine visjes weten te vissen.”

Welke tools heeft een huisarts daarvoor?

“Gezond verstand en verder vooral zijn blote handen en wat instrumenten. Een stethoscoop om naar de ademhaling te luisteren bijvoorbeeld. Een huisarts kan helaas geen scans maken, zoals men dat in het ziekenhuis wel kan. Er zijn wel steeds meer slimme bloedtesten op de markt, waarmee de huisarts binnen een kwartier kan meten of een patiënt wel of geen stolsels heeft. Die testen worden in een op de drie à vier praktijken gebruikt, dat aantal moet gaan groeien.”

Wat zijn de symptomen van trombose in de aderen?


“Mensen kunnen eerst kramp in hun benen krijgen. Ze denken dan misschien dat ze een spiertje verrekt hebben bij het sporten. Als er niets met
dit signaal wordt gedaan, kan er na een tijdje een bloedstolsel loslaten en in de longen terechtkomen. Zo’n longembolie kan zorgen voor een benauwd gevoel. Maar dan is er meestal al wat tijd overheen gegaan en legt de patiënt de link niet meer tussen de kramp en de benauwdheid. Zo kan het gebeuren dat de patiënt wel met benauwdheidsklachten bij de huisarts komt, maar niets zegt over het been. Of niet noemt dat er trombose in de familie voorkomt, terwijl het erfelijk kan zijn. Mensen weten het niet, dus het is belangrijk dat zij over de symptomen leren en dat de huisarts doorvraagt. Huisarts en patiënt moeten het samen doen.”

Welke aspecten spelen, naast erfelijkheid, een rol bij het ontstaan van trombose?


“De Duitse arts Rudolf Virchow heeft in de
19e eeuw een beschrijving gemaakt van de drie belangrijkste hoofdoorzaken voor trombose. Ten eerste is dat stilstaand of traagstromend bloed, na bijvoorbeeld een ongeluk of ziekenhuisopname. Ten tweede zijn het afwijkingen in het bloed die de stolling bevorderen. En tot slot gaat het om beschadigingen van de binnenkant van het bloedvat. Een ziekenhuisopname is een grote risicofactor. Als mensen worden geopereerd, wordt hun bloed- stollingssysteem geactiveerd en dat betekent een hoger risico op trombose.”

Komt het voor bij jong en oud?

“Ja, al is bij ouderen wel de kans het grootst dat de diagnose wordt gemist, omdat bij hen de klachten onduidelijker zijn. Ze hebben al last van ouderdomskwalen en gebruiken meer medicijnen. Bij een op de drie patiënten wordt de trombose net wat te laat ontdekt, waardoor al blijvende schade kan zijn ontstaan. Een longembolie is een van de meest gemiste diagnoses. Dat was in 1900 al zo, dus we moeten niet de illusie hebben dat we het probleem helemaal kunnen oplossen. Maar we kunnen wellicht het aantal te laat ontdekte vormen van trombose wel verminderen.”

Hoe ziet de behandeling van patiënten met trombose eruit?

“Mensen krijgen bloedverdunners en de huisarts checkt hoe het gaat. Als het om een ernstige vorm gaat of om een jong persoon, wordt gezocht naar een oorzaak. Bij een groot deel van de patiënten is de kans klein dat de trombose terugkomt. De bloedverdunners hebben bijwerkingen, dus in de meeste gevallen is het niet verstandig en ook niet nodig om ze te blijven gebruiken.”

Boezemfibreren

De hartritmestoornis boezembrilleren verhoogt de kans op het ontstaan van trombose. Het is dus belangrijk dat deze aandoening wordt ontdekt, maar de symptomen zijn vaak niet heel duidelijk. Het is een typische ouderdomskwaal, die vooral voorkomt bij mensen van boven de 75 jaar. In de gemiddelde huisartsenpraktijk heeft men zo’n dertig tot vijftig gevallen per jaar. Patiënten hebben er vaak niet veel last van, zijn hooguit een beetje benauwd. De huisarts kan een indruk krijgen of het om boezem brilleren gaat door bij iedere oudere die langskomt om zijn of haar bloeddruk te laten meten de pols te voelen.

Arteriële trombose

Bij veneuze trombose raakt een ader verstopt door een bloedstolsel, maar bij arteriële trombose sluit het stolsel een slagader af. Organen als longen, hart en hersenen kunnen (gedeeltelijk) afsterven als ze geen bloed krijgen vanwege een bloedprop in de slagader. Arteriële trombose komt vooral voor in de kransslagaderen, de bloedvaten naar het hart. Hierdoor ontstaat een hartinfarct. Als het bloedstolsel in de halsslagaderen zit, kan het leiden tot een herseninfarct.

Verder lezen?
Elke maand 15 premium artikelen gratis
Ik heb al een account / ik ben abonnee
Verder lezen?
U heeft deze maand 15 Premium artikelen gratis gelezen.
Tijd voor een abonnement!
9.7 °C
ZZO1
Beurs AEX
AEX 528.03
+ / - -0.08%
Meer Premium