De Begrippen van de Kredietcrisis
Dit financieel woordenboek wordt u aangeboden door De Financiële Begrippenlijst - www.dfbonline.nl . De Financiële Begrippenlijst is het meest uitgebreide en diepgravende financieel-economische lexicon in het Nederlandse taalgebied. Een financieel woordenboek met meer dan 7.700 begrippen op het gebied van economie, financiële markten, beurs en beleggen, onderling verbonden door meer dan 45.000 verwijzingen.
Welke begrippen worden hier uitgelegd?
De redactie heeft getracht een zo goed mogelijk beeld te geven van de begrippen die te maken hebben met de kredietcrisis. Aangezien de crisis met veel facetten van de economie te maken heeft is het uiteraard onmogelijk de kredietcrisis in enkele begrippen te ‘vangen’.
Een Klein Woordenboek van de Kredietcrisis
Zie: stimuleren van de economie.
Een Amerikaans fenomeen. 'Alt-A loans' - ook 'alternative documentation loans' genoemd - zijn leningen (vaak hypotheekleningen, ook wel 'Alt-A mortgages' genoemd) waaraan qua zekerheden minder stringente eisen worden gesteld dan aan traditionele leningen (geen controle op inkomen, minder zwaar gedocumenteerd); de toekenning van de leningen is afhankelijk is van de 'credit score', (kredietscore). Het is dus niet zozeer een specifiek type lening, alswel een typering, een categorisering van de kredietwaardigheid. Van oorsprong staat Alt-A voor een 'A-' (A minus) beoordeling, maar de laatste jaren steeds meer voor een lening met een kredietwaardigheid net onder A-. Door de wat lagere zekerheid ten opzichte van traditionele, zwaar(der) gedocumenteerde leningen zal ook het rentetarief waartegen de lening verstrekt wordt wat hoger liggen; vaak mag deze rente na 5 tot 7 jaar verhoogd worden. De Alt-A leningen staan echter als minder risicovol te boek dan zogenaamde 'subprime' leningen, doordat bij de Alt-A leningen wel een kredietscoring beschikbaar is. Alt-A leningen worden in de VS vaak verstrekt aan startende ondernemers, mensen die gescheiden zijn, werknemers die op commissiebasis worden beloond en dergelijke.
Zie: asset backed security.
Een beleid van de centrale bank dat gericht is op bevordering van de economische groei. Dit beleid kenmerkt zich door het streven naar een lage rente en een ruime verstrekking van kredieten (hetgeen ook weer wordt bevorderd door de lage rente). Dit beleid kan echter weer leiden tot een hogere inflatie, hetgeen (uiteindelijk) juist weer niet past binnen het streven van centrale banken naar financiële stabiliteit; een stijgende inflatie dient vervolgens weer met (restrictief (monetair) beleid te worden bestreden. Tegenovergestelde van: restrictief beleid (restrictief monetair beleid).
Waardevermindering van bezittingen.
Afgekort: ABS. Bestaande financiële producten die omgebouwd zijn tot nieuwe, herverpakte producten; het gaat hier in wezen om het herverpakken van het kredietrisico door de bundeling (zie: pooling) van bestaande financiële waarden tot nieuwe producten met andere risico-rendementsprofielen. De inkomsten uit de bundel - bijvoorbeeld hypotheekleningen - wordt weer gebruikt als onderpand van uit te geven, verhandelbare effecten, een proces dat bekend staat als securitisatie. Bekende voorbeelden hiervan zijn de mortgage backed security (MBS) en de collateralized debt obligation (CDO).
'Slechte bank'; speciaal (vaak door een overheid) opgerichte bankholding waarin de 'slechte' leningen (zie: toxic paper) van een aantal bestaande banken worden verzameld. Hierdoor verbetert de kredietkwaliteit van de betrokken banken. Ook: collection bank. Voorbeeld België maakt zich op voor een nieuwe ronde van overheidssteun aan de in grote problemen verkerende banksector. Daarbij kijken onze zuiderburen zeer serieus naar de oprichting van een zogenoemde 'bad bank', waarin alle probleemkredieten van KBC, Fortis, Dexia en verzekeraar Ethias onder zouden worden gebracht. Bron: DFT.nl - 22-01-2009
Ook: bail-out plan.
(Langere) periode van koersdaling. bankendomino
Risico dat een bank waarmee men zaken doet of waar men nog niet afgewikkelde transacties heeft uitstaan niet aan haar verplichtingen zal kunnen voldoen. Zie ook: tegenpartijrisico; kredietrisico.
Zie: run op een bank.
Een combinatie van financiële c.q. economische theorie en psychologie, die wordt gebruikt om het gedrag van beleggers te verklaren (hoe, waarom, wanneer?), en te analyseren welke invloed dit heeft op de financiële markten. Er wordt dus niet alleen uitgegaan van strikt rationeel gedrag, maar ook gekeken naar gedragsverklaringen op basis van het feit dat mensen handelen op basis van angst, hebzucht, zoeken naar veiligheid, zelfoverschatting, kuddegedrag, beïnvloeding door anderen, beperkt perceptievermogen, enzovoorts. Het wegvallen van vertrouwen in financiële instellingen door spaarders en beleggers in september en oktober 2008, als gevolg van de kredietcrisis, zal zeker mooie casuïstiek opleveren voor degenen die zich bezighouden met 'behavioral finance'. De theorie staat haaks op de efficiënte markt theorie. Technische analyse leunt bijvoorbeeld sterk op het gedachtengoed van 'behavioral finance'.
In de economie: het overslaan van een crisis (een schok) in een land naar een ander land of andere lande of van een instelling naar een andere instelling of instellingen.
Een significante toename van de onderlinge verwevenheid (afhankelijkheid) van markten na een idiosyncratische schok. Noot: wanneer de binnenlandse schok zich internationaal verspreidt in een tempo dat hoger is dan normaal (in meer stabiele perioden), wordt van besmetting gesproken; is het tempo identiek aan dat in meer stabiele perioden, dan wordt van onderlinge afhankelijkheid gesproken (Forbes en Rigobon).
Engels: contagion.
Aanduiding voor een volstrekt onverwachte gebeurtenis met een zeer grote invloed, waarbij de gebeurtenis achteraf verklaarbaar is. De gebeurtenis kan zowel positieve als negatieve gevolgen hebben, al maken de negatieve uiteraard het meeste indruk. Tot in de 17e eeuw werd in het Westen als vaststaand aangenomen dat zwanen zonder uitzondering wit zijn. Toen er in Australië zwarte zwanen werden aangetroffen werd deze 'waarheid' ontmaskerd. Door verschillende invloedrijke filosofen (Hume, Mill en Karl Popper) is dit voorbeeld aangehaald om aan te tonen dat men voorzichtig moet zijn met conclusies op basis van 'algemene waarheden'. Door Nassim Taleb werd de zwarte zwaan als metafoor gebruikt voor onwaarschijnlijk geachte gebeurtenissen met grote gevolgen in de economie en de financiële wereld, buiten het bereik van de normale kansverdeling. De aanslag op het World Trade Centre op 9/11, de subprime- en kredietcrisis van 2007/2008, het ineenstorten van Fortis en vele andere banken, worden vaak als 'zwarte zwanen' gezien. Nederlands: zwarte zwaan.
Ook: Bos-Bank, Bos Bank. Gekscherende benaming voor de nieuwe bank die ontstaat door de per 21 november 2008 aangekondigde samenvoeging van de in 2008 genationaliseerde ABN-AMRO Bank en de eveneens genationaliseerde Nederlandse tak van Fortis Bank. Tot deze samenvoeging werd besloten door minister van Financiën Wouter Bos, vandaar uiteraard ook de naam. Oud-minister Gerrit Zalm moet de integratie leiden en hiermee een grote nationale bank creëren, die in verscheidene financiële sectoren een gezonde, sterke positie heeft. ABN-AMRO wordt het ’leidende merk’ van de combinatie.
Een begrip dat in de media wordt gebruikt om een belangrijke topconferentie van de Groep van 20 (G20) op 15-16 november 2008 in Washington DC te beschrijven. Dit was een eerste top in een reeks, die moet leiden tot een ingrijpende herstructurering van het internationale financiële systeem, dit alles naar aanleiding van de kredietcrisis en de hierdoor wereldwijd ontstane financiële crisis. De naam refereert aan de Bretton Woods conferentie in 1944 die leidde tot de oprichting van de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en het opnieuw invoeren van de gouden standaard. De naam 'Bretton Woods II' illustreert dan ook de hooggespannen verwachtingen; de reeks G20-conferenties zou moeten leiden tot een nieuw financieel stelsel.
Een op sterke speculatiedrift gedreven economie, die als een zeepbel uit elkaar kan spatten.
Ook: casino-kapitalisme. Grote, ongebreidelde mondiale kapitaalstromen die (flitskapitaal dat) voortdurend onderweg zijn (is) naar plekken waar het hoogst mogelijke rendement te behalen valt, zonder rekening te houden met de negatieve neveneffecten voor de samenleving. Als gevolg hiervan kunnen markten zeer beweeglijk en instabiel worden, en leiden tot een economische crisis. Alles staat hierbij ten dienste van efficiëntie en winst, er is weinig tot geen aandacht voor het algemeen belang en dat van mensen in de samenleving. Begrippen als rechtvaardigheid, solidariteit, gelijkheid, waardigheid, ontwikkeling en respect voor mens en milieu komen in het woordenboek van het casinokapitalisme niet voor. Deze vorm van kapitalisme staat in schril contract met bijvoorbeeld de sociale markteconomie en duurzaam ondernemen.
Zie: collateralized debt obligation.
Engels: 'squared' = kwadraat, dus CDO (collateralized debt obligation) op een CDO. Constructie die in 2003 werd ontwikkeld met een snel groeiende markt in de jaren daarna (tot medio 2008). Geven hoger rendement (en dus hoger risisco) dan gewone CDO's, maar zijn ook meer complex en dus nog minder transparant.
Zie: credit default swap.
collateralized bond obligation
Afgekort: CBO. Zie: collateralized debt obligation
collateralized debt obligation
Afgekort: CDO. Een vorm van een asset backed security; hierbij worden obligaties en/of andere vastrentende waarden gebundeld ('pooled'). De 'pool' wordt verdeeld in tranches van obligaties, van zeer riskant (maar daardoor hoogrentend) tot minder riskant (en daardoor laagrentend) papier. Die tranches vormen het onderpand (collateral) voor nieuwe obligaties die worden doorverkocht aan beleggers; rente en hoofdsom worden betaald uit de onderliggende portefeuille. De collateralized debt obligation is een voorbeeld van securisatie. Als de onderliggende portefeuille uit obligaties bestaat, wordt de CDO vaak ook collateralized bond obligation (CBO) genoemd. In het geval de onderliggende portefeuille uit leningen bestaat wordt de CDO vaak collateralized loan obligation (CLO) genoemd. CLO's omvatten vaak leningen aan bedrijven.
collateralized loan obligation
Afgekort: CLO. Zie: collateralized debt obligation.
Van collectief debiteurenrisico is sprake als een groot aantal debiteuren in een land niet aan de verplichtingen kan voldoen als gevolg van dezelfde oorzaak, zoals politieke en sociale onrust, natuurrampen, oorlog, maar bijvoorbeeld ook overheidsbeleid dat er niet in slaagt macro-economische en financiële stabiliteit te realiseren. Collectief debiteurenrisico is evenals transferrisico een vorm van landenrisico.
Zie: bad bank.
Een door een financiële instelling opgericht beleggingsvehikel waarin (hypotheek-)leningen worden ondergebracht en dus van de balans worden gehaald. Een conduit wordt gefinancierd met commercial paper dat bij grote beleggers die een overschot aan kasmiddelen hebben wordt geplaatst. In feite is er dus sprake van de financiering van langlopende leningen met kortlopende leningen, met alle risico's van dien. Zo kan het verschil tussen de korte rente en lange rente sterk wijzigen of de belangstelling voor commercial paper om andere redenen (bijvoorbeeld angst voor de kwaliteit van de aan de conduit onderliggende waarden) opdrogen. Als de bank geen commercial paper meer kan plaatsen (althans tegen redelijke tarieven) zal zij de desbetreffende effecten weer met eigen vermogen moeten gaan financieren, hetgeen ten koste kan gaat van andere activiteiten. Bovendien is het in die situatie waarschijnlijk dat de waarde van de leningen (veel) lager is geworden. Vergelijk: special purpose vehicle. Zie ook: subprime (lening).
Versnellingen en vertragingen in het groeitempo van het nationaal inkomen door veranderingen in de bestedingen (effectieve vraag) wordt de conjunctuur genoemd. De vraag naar de producten van een onderneming bepaalt op korte termijn de productieomvang van dat bedrijf. Een toenemende vraag zal, afgezien van voorraadveranderingen, ertoe leiden dat op korte termijn de bezettingsgraad toeneemt, dat wil zeggen dat de productiecapaciteit beter wordt benut. De productieomvang van een land als geheel wordt door de totale effectieve vraag bepaald. De bestedingen bepalen daarom de groei van het nationaal inkomen. We onderscheiden hoogconjunctuur en laagconjunctuur. Bij een hoogconjunctuur is de groei van de vraag sterker dan de groei van de productiecapaciteit. De productiecapaciteit draait steeds meer op volle toeren en de conjunctureel werklozen worden in dienst genomen. De vraag kan zo sterk toenemen dat de productiecapaciteit tekort dreigt te schieten. Van een periode van onderbesteding geraakt de economie in een situatie van overbesteding. De prijzen zullen bij een gebrek aan productiecapaciteit oplopen, en na verloop van tijd neemt de vraag weer af: er breekt weer een periode van laagconjunctuur aan, waarbij de productiecapaciteit groter is (sterker groeit) dan de (groei van de) vraag.
De mate waarin huishoudens / consumenten vinden dat het economisch gezien beter of slechter gaat. In Nederland wordt het consumentenvertrouwen gemeten door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); het zogenaamde Consumenten Conjunctuuronderzoek (CCO) peilt de mening van huishoudens over het algemene economisch klimaat en over de eigen financiële situatie. Maandelijks worden hierover in het CCO vijf vragen gesteld aan ongeveer duizend huishoudens. Daarnaast bevat het CCO onder andere vragen over de verwachtingen voor de werkloosheid en de inflatie en over het spaargedrag en aankoopplannen van huishoudens. De geïnterviewden kunnen vinden dat het beter gaat (de ‘optimisten’), dat het slechter gaat (de ‘pessimisten’) of dat de situatie gelijk blijft. De indicatoren worden berekend door het percentage optimisten te verminderen met het percentage pessimisten. Er zijn overigens veel verschillende manieren om het consumentenvertrouwen te meten. Zie bijvoorbeeld ook onder lipstick indicator.
Afgekort: CDS. Een financieel contract waarmee het kredietrisico (niet nakomen van betalingsverplichting) afgedekt kan worden, een soort verzekering. Het kredietrisico op leningen aan bedrijven of financiële instellingen wordt met behulp van de credit default swap los van de eigenlijke lening verhandeld. De koper van credit default swap krijgt het recht een obligatie à pari (tegen 100%) te verkopen wanneer er betalingsproblemen ontstaan; dit recht verwerft de koper door periodiek betalingen aan verkoper van de credit default swap.
Zie: kredietscore.
Mededeling van een credit rating instituut dat zij de credit rating van een bedrijf, overheidsorgaan, land of beleggingsfonds heroverweegt (lees: dat deze mogelijk verlaagd zal worden).
Situatie waarin een overheid overmatig veel geld leent waardoor bedrijven moeilijker en slechts tegen hogere tarieven kunnen lenen. Zij worden als het ware uit de markt gedrukt.
Tijdelijke opleving in een dalende markt, waarna de eerdere koersdaling weer wordt hervat.
In gebreke blijven, het niet nakomen van verplichtingen. Situatie waarin een partij de betalingsverplichtingen niet kan nakomen (in gebreke blijft) c.q voorwaarden van een financieringsarrangement niet kan nakomen. Denk bijvoorbeeld aan het niet terug kunnen betalen van een lening of het niet kunnen betalen van de coupon van een obligatie.
Economische situatie waarbij de prijzen van goederen en diensten gedurende een langere periode dalen (algemene en aanhoudende prijsdaling). Deflatie zal normaal gesproken ontstaan als de hoeveelheid geproduceerde goederen en diensten toeneemt en de vraag achterblijft, waarna een prijsdaling zal optreden (er is immers meer aanbod dan vraag). Een andere, maar minder gezonde oorzaak is als er in de markt een enorme liquiditeit is ontstaan, die wordt gebruikt voor de financiering van beleggingen (dit leidt tot een enorme groei van de aandelenmarkt, de obligatiemarkt de huizenmarkt, de goederenmarkt, enzovoorts); als de economie vervolgens begint de stagneren (een recessie dreigt), de productie afneemt en ook de prijzen zakken (bijvoorbeeld dalende beurskoersen als gevolg van de kredietcrisis), dan kan ook deflatie onstaan. Deze vorm van deflatie heeft feitelijk niets van doen met de echte economie (reële economie), maar ontstaat als gevolg van een parallelle, financieel gedreven economie (het knappen van een zeepbel na een onstuimige periode van groei). In een periode van deflatie zullen consumenten geneigd zijn hun bestedingen uit te stellen (minder consumeren) en zullen ondernemingen hun investeringen uitstellen, omdat de prijzen dalen (morgen is bij wijze van spreken alles goedkoper, wachten loont). Tegenovergestelde: inflatie.
Verhouding tussen het vermogen van een pensioenfondsen (beleggingen ) en de aanspraken van alle deelnemers (pensioenverplichtingen ofwel pensioentoezeggingen). Deze verhouding vormt een indicatie voor de solvabiliteitspositie van pensioenfondsen. Nederlandse Pensioenfondsen dienen zowel hun beleggingen als hun pensioentoezeggingen tegen de actuele waarde in hun boeken op te nemen. Voor beleggingen is dit relatief eenvoudig, omdat de meeste beleggingsproducten actief worden verhandeld op financiële markten; voor veel producten is dus een marktprijs beschikbaar. Het waarderen van pensioentoezeggingen is een complexere zaak. Hierbij speelt de rentestand een zeer belangrijke rol; hoe hoger de rente, hoe lager de huidige waarde (contante waarde) van de pensioentoezeggingen.
Een situatie waarin koersen niet geleidelijk stijgen of dalen, maar zich plotseling (grote) koerssprongen voordoen. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij plotselinge geruchten in de markt over een bepaald fonds, een beurskrach, een devaluatie van een valuta (munt) en dergelijke.
Discount Window (Federal Reserve System)
Kredieten en noodkredieten van de Fed aan financiële instellingen, bedoeld om extra liquiditeit binnen de financiële markt te genereren ten tijde van 'systemic stress', marktsituaties waarin er sprake is van een verhoogd systeemrisico (bijzonder krappe geldmarkt). De Discount Window wordt als aanvullend instument gebruikt naast open markt interventies/operaties; ten tijde van de oprichting van het Federal Reserve System in 1913 was de Discount Window het belangrijkste instrument van het Amerikaanse stelsel van centrale banken bij het handhaven van monetaire stabiliteit; vandaag de dag is dat niet meer het geval. Internet: www.frbdiscountwindow.org.
Zie ook: distressed debt firms, distressed securities-strategie (hedge funds), high-yield bond, junk bond; kredietcrisis; rommelobligaties.
Ondernemingen die beleggen in distressed debt, meestal door die obligaties tegen een zeer lage prijs op te kopen. Zij hopen op een herstructurering, zodat het desbetreffende bedrijf weer levensvatbaar wordt en (gedeeltelijke) betaling van rente en hoofdsom mogelijk wordt. Maar ook in geval van een definitief faillissement slagen zij er (als grote partij met voldoende middelen voor juridische ondersteuning) vaak in om een veelvoud van hun investering terug te krijgen omdat zij bij een uitbetaling uit de boedel voorrang hebben op bijvoorbeeld aandeelhouders. Vergelijk: distressed securities-strategie (hedge funds).
distressed securities-strategie (hedge funds)
Deze hedge fund-strategie behoort tot de categorie event driven-strategieën. Deze strategie richt zich op bedrijven die in grote financiële moeilijkheden verkeren. De beheerder tracht een inschatting te maken van de herstructureringsmogelijkheden en het toekomstperspectief van dergelijke bedrijven. Indien deze bedrijven uit de financiële problemen raken, zal de beurskoers sterk herstellen. Zie: event driven-strategieën (hedge funds).
Het verlagen van de status of waarde van iets, een object, een onderneming, een belegging, enzovoort. Bijvoorbeeld:
Voorbeeld Fitch downgrades four emerging markets - The threat of global recession prompted ratings agency Fitch to cut its sovereign ratings on four emerging market countries on Monday, including Romania, which was lowered to ”junk” status. Bron: FT.com - 10-11-2008. Tegenovergestelde: upgrade.
Een negatieve omslag van de economie of financiële markt, bijvoorbeeld van economische groei naar een recessie.
Het (meestal snel) massaal en ver beneden de gangbare prijs in een bepaald land of een bepaalde markt verkopen ('dumpen') van producten, bijvoorbeeld effecten. Dit heeft vaak een sterke prijsdaling tot gevolg. Deze praktijk wordt door ondernemingen, bedrijfstakken of landen soms ook gebezigd om het marktaandeel te vergroten; men accepteert dan een tijdelijk verlies in ruil voor mogelijk grotere winsten in de toekomst. Voorbeeld ‘Hedgefondsen hebben long posities op olie massaal gedumpt’ Bron: FD.nl - 02-06-2008.
Een entiteit waarin (waaraan) financiële instellingen hun illiquide (moeilijk te waarderen, moeilijk te verkopen) bezittingen kunnen deponeren (kunnen verkopen), met als doel de balans op te schonen. Zie verder: noodfonds.
Een markt waarin qua volume weinig omgezet wordt, waardoor de spread tussen bied- en laatprijzen ('quotes') in omvang toeneemt en de liquiditeit in de betreffende financiële waarde gering is. In een dunne markt is het lastig een bezit (bijvoorbeeld een effectenportefeuille) te gelde te maken.
Het economisch kapitaal is een intern voorgeschreven minimum aan kapitaal, dat een bank of verzekeraar moet aanhouden om de risico's die worden gelopen op te vangen. Anders gezegd is het economisch kapitaal het deel van het eigen vermogen dat op het spel staat als alle bekende risico's zich tegelijkertijd (of in een vastgelegde periode) en maximaal manifesteren. Die risico's moeten dus in geld worden uitgedrukt op basis van een afgesproken mate van waarschijnlijkheid. Ook: bufferkapitaal. Engels: economic capital. Vergelijk: VAR.
Emergency Economic Stabilization Act of 2008
Uitgebreide versie van een reddingsplan - het 'troubled asset relief program' - voor de door de huizen- en kredietcrisis in problemen geraakte Amerikaanse financiële instellingen. Op 29 september 2008 is dit 110 pagina's tellende plan (voorstel voor wetgeving) niet bekrachtigd door het Amerikaanse Congres (dat wordt gevormd door de Senaat en Huis van Afgevaardigden), hetgeen mede aanleiding was voor een grote koersdaling op de wereldwijde financiële markten (zie ook: zwarte maandag, betekenis 2). Een nogmaals aangepaste versie van het plan werd op 1 oktober 2008 door de Senaat en op 3 oktober 2008 het Huis van Afgevaardigden goedgekeurd. Zie verder: noodfonds (voorbeeld 2).
Zie: noodfonds.
emergency liquidity funding (centrale banken)
Afgekort: ELF. Soms ook wel 'lender of last resort (LOLR) financing' genoemd. In het Nederlands ook wel noodleningen of noodkredieten genoemd. Leningen of garanties (borgstelling) van de centrale bank aan financiële instellingen die in liquiditeitsmoeilijkheden zijn gekomen als gevolg van twijfels bij het publiek (de klanten) over de solvabiliteit van deze instellingen of in het geval deze instellingen te maken hebben met systeemrisico. Het verstrekken van ELF gebeurt doorgaans op verzoek van de financiële instelling die te maken heeft met een grote aantallen klanten die hun tegoeden opnemen. Banken houden doorgaans slechts een fractie van de direct opeisbare tegoeden aan in de vorm van liquide middelen. De lange termijn activa kunnen bij een 'run' op die tegoeden niet snel genoeg worden omgezet in liquide middelen, die vervolgens gebruikt kunnen worden om de schulden op korte termijn - zoals rekening courant tegoeden van klanten - af te lossen. De liquide middelen nemen dan snel af en andere banken zullen dan doorgaans niet staan te popelen om geld uit te lenen; de centrale bank zal dan te hulp moeten schieten met een noodlening. Een voorbeeld van ELF is de noodlening van de Bank of England aan de grootste hypotheekbank in het Verenigd Koninkrijk, Northern Rock op 14 september 2007; Northern Rock had zijn hypotheekleningen kortlopend gefinancierd, en kwam door het opdrogen van kortlopend commercieel krediet als gevolg van de hypotheekcrisis in de VS (en de hierdoor onstane onrust op financiële markten) in liquiditeitsproblemen.
Federal Deposit Insurance Corporation
Afgekort: FDIC. De Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC) is een in federale overheidsorganisatie in de Verenigde Staten. De FDIC heeft als taak de veiligheid van en vertrouwen van het publiek in het Amerikaanse financiële systeem te bewaken en te vergroten. De FDIC vervult een belangrijke rol in het bewaren en bevorderen van financiële stabiliteit. Deposito's bij Amerikaanse financiële instellingen zijn tot een bedrag van 100.000 Amerikaanse dollars verzekerd door de FDIC. In het geval een financiële instelling wankelt zal de FDIC inspringen om het effect ervan op de economie en het financiële systeem te minimaliseren. De FDIC werd in 1933 opgericht, naar aanleiding van de vele faillissementen onder Amerikaanse banken in de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw. De 'funding' is afkomstig uit verzekeringspremies die Amerikaanse financiële instellingen afdragen en uit beleggingen in Amerikaanse staatsleningen. Als gevolg van de kredietcrisis in de VS (2007-2009) wordt een grotere rol van de FDIC bepleit, waarbij financiële instellingen verplicht zouden worden grotere tegoeden bij de FDIC aan te houden, als buffer bij liquiditeitsproblemen. Tegoeden worden aangehouden bij het zogenaamde Deposit Insurance Fund (DIF) van de FDIC; voor 2008 moeten financiële instellingen 1,25% van de geschatte omvang van verzekerde deposito's aanhouden bij de FDIC; dit percentage staat bekend als de Designated Reserve Ratio (DRR). Internet: www.fdic.gov.
Federal Home Loan Mortgage Corporation
Afgekort: FHLMC. Meestal Freddie Mac (of, nog korter, Freddie) genoemd, een benaming die is afgeleid van de eerste en de laatste twee letters van de afkorting van de naam van deze organisatie. Semi-overheinstelling in de VS die hypothecaire lening van spaarbanken koopt. Mensen die huizen (willen) kopen kloppen voor hypotheken aan bij hypotheekverstrekkers, zoals banken en spaarbanken (‘savings and loan associations’ en ‘savings banks’). Indien en nadat de hypotheek is verstrekt kan de hypotheekverstrekker de hypotheek in portefeuille houden of – en dit gebeurt veel vaker – deze lening doorverkopen aan instellingen als Freddie Mac; de opbrengsten uit de verkoop van de hypotheeklening worden door de hypotheekverstrekker weer aangewend om nieuwe leningen te verstrekken aan huizenkopers c.q. huiseigenaren. Vervolgens worden de door Freddie Mac gekochte hypotheekleningen ‘gepoold’ ofwel samengebracht in een zogenoemd 'special purpose vehicle' (SPV), waarbij de SPV ter financiering verhandelbare effecten uitgeeft die door deze activa worden gedekt (hypotheken vormen het collateral of onderpand); in het Engels worden deze effecten aangeduid met 'asset backed securities'. De effecten worden ter beurze verhandeld. Samen met de Federal National Mortgage Association (Fannie Mae) is de FHLMC betrokken bij ongeveer de helft (medio 2008 ongeveer $ 5.000 miljard ) van alle afgesloten hypothecaire leningen in de VS. Als gevolg van de in 2007/2009 ingestorte huizen- en kredietmarkt (kredietcrisis) is Freddie Mac in grote problemen geraakt; op 7 september 2008 heeft de Amerikaanse minister van financiën besloten het bewind van over te nemen van Freddie Mac en Fannie Mae. Internet: www.freddiemac.com.
Federal National Mortgage Association
Afgekort: FNMA. Meestal Fannie Mae (of nog korter, Fannie) genoemd, een naam die is afgeleid van de eerste letters van de volledige naam. Van oorsprong een (in 1938) door de regering van F.D. Roosevelt als onderdeel van diens 'New Deal' opgerichte entiteit, maar sinds 1968 een private, beursgenoteerde onderneming. De functie en werking lijkt zeer sterk op die van de Federal Home Loan Mortgage Corporation (FreddieMac).
Samen met de Federal Home Loan Mortgage Corporation (Freddie Mac) is de FNMA betrokken bij ongeveer de helft (medio 2008 ongeveer $ 5.000 miljard) van alle afgesloten hypothecaire leningen in de VS. Als gevolg van de in 2007/2008 ingestorte huizen- en kredietmarkt (kredietcrisis) is de FNMA in grote problemen geraakt; op 7 september 2008 heeft de Amerikaanse minister van financiën besloten het bewind van over te nemen van Fannie Mae en Freddie Mac (vaak gebruikte naam van de Federal Home Loan Mortgage Corporation). Zie ook: securisatie; Government National Mortgage Association. Internet: www.fanniemae.com.
Afgekort: FRB. Ook kortweg 'Board' genoemd, maar meestal aangeduid als de 'Fed'. De in Washington D.C. zetelende raad van gouverneurs, het hoogste bestuursorgaan van de Amerikaanse centrale bank, bestaande uit twaalf over de Verenigde Staten verspreide Federal Reserve Banks (die samen het Federal Reserve System vormen). De Federal Reserve Board bestaat uit 7 door de Amerikaanse president benoemde leden. De Federal Reserve Board legt verantwoording af aan het Amerikaanse Congres. De huidige voorzitter van de Federal Reserve Board is de macro-econooom Ben Bernanke; hij werd op 1 februari 2006 benoemd en is de opvolger van Alan Greenspan. Het Federal Reserve System heeft ten behoeve van haar monetaire beleid 3 instrumenten tot haar beschikking: de rente, de geldhoeveelheid en de open-marktoperaties ('open market operations').
De Federal Reserve Board bepaalt de eerste twee zaken, het Federal Open Market Committee is verantwoordelijk voor de open-marktoperaties. Door de ernstige hypotheek- en kredietcrisis die zich in de tweede helft van 2007 openbaarde is er twijfel ontstaan of er voldoende toezicht plaatsvindt op het Amerikaanse financiële systeem. Naar verwachting zal de taak van de FRB in de toekomst dan ook fors worden uitgebreid.
Afkorting: Fed. De Fed of Federal Reserve is opgericht op 23 december 1913, en is het stelsel van federale centrale banken in de VS. De vier hoofdtaken van de Fed zijn:
De Fed is te vergelijken met de ECB in Europa en bepaalt onder meer de hoogte van de rente (Federal funds rate). De Fed wordt als onafhankelijke centrale bank gezien omdat haar beslissingen niet behoeven te worden goedgekeurd door de Amerikaanse president of eender welk overheidsorgaan in de VS. Bovendien is de Fed voor haar financiering niet afhankelijk van het Amerikaanse congres, en beslaat de zittingstermijn van de leden van de Board of Governors meerdere presidentiële termijnen en termijnen van congresleden. Wel vinden er periodiek evaluaties door het congres plaats en is er een economisch en financieel beleidskader van de Amerikaanse overheid waarbinnen de Fed dient te opereren. Internet: www.federalreserve.gov.
Een gestandaardiseerde vorm van een beoordeling van de kredietwaardigheid van consumenten- anders gezegd: een kredietscore - die is genoemd naar de bedenkers ervan, de Fair Isaac Credit Organization (internet: www.fairisaac.com). Via een mathematisch model wordt de kredietwaardigheid berekend. Invoervariabelen zijn gegevens met betrekking tot het betalingsgedrag, het huidige schuldenniveau, de kredietvormen die worden gebruikt, de krediethistorie en gegevens over het nieuwe krediet. De FICO-score wordt veel gebruikt door onder meer banken, credit card-maatschappijen, telecombedrijven, grootwinkelbedrijven, postorderbedrijven en ook overheidsorganisaties. Ook kunnen consumenten zelf hun kredietwaardigheid scoren via onderstaande website. Internet: www.myfico.com .
Zie: meltdown.
financieel gedreven bedrijfcultuur
Omschrijving voor de cultuur in een bedrijf waarin de maximalisatie van aandeelhouderswaarde centraal staat. Zie: shareholder value benadering.
Engels: finance-based economy. Het verschijnsel dat een steeds groter deel van de economische groei gedomineerd wordt door de financiële sector. Een fenomeen dat vooral in de Verenigde Staten - veel meer dan in Japan en Europa - optreedt; een combinatie van zeer lage rentes en sterk gestegen schulden van overheid en huishoudens wordt door velen gezien als een tijdbom onder de financiële stabiliteit. De vrees is dat de koppeling tussen financiële economie en reële economie steeds minder aanwezig is; men is bevreesd voor zeepbellen ('bubbles') als de Azië crisis, de Dot.com-hype en - zeer recent - de hypotheekcrisis in de VS, die de opmaat was voor de kredietcrisis in 2007/8.
Vergelijk: reële economie.
Zie: kredietwaardigheid.
Zie: hefboomwerking.
financiële massavernietigingswapens
Het begrip 'financiële massavernietigingswapens' is een term van superbelegger Warren Buffett; hij gebruikte deze uitdrukking om te wijzen op de risico's van 'derivaten' (zie: afgeleide instrumenten).
Buffett doelde hiermee met name op onoordeelkundig gebruik van deze financiële producten, en ook op de de enorme proliferatie en het massale gebruik van derivaten, onder meer in complexe financiële constructies zoals gestructureerde producten; als gevolg hiervan kunnen bij 'ongelukken' met deze producten ook kettingreacties kunnen ontstaan in financiële markten.
Een solide, goed lopend financieel stelsel; een stelsel dat een goede werking van de economie faciliteert en krachtig genoeg is om financiele schokken als gevolg van tegenvallende en onverwachte gebeurtenissen op te vangen en tegen te gaan. In de praktijk betekent dit dat gezorgd dient te worden voor:
Zie: kwaliteitsvlucht.
Ongebreidelde internationale kapitaalbewegingen met een sterk speculatief karakter. Vaak ook geassocieerd met speculatieve hedge funds of met speculatieve koop- en verkooptransacties van financiële instellingen in het algemeen.
Zie: Federal Home Loan Mortgage Corporation. Ook: Freddie Mac.
Zie: Federal Home Loan Mortgage Corporation. Freddy Mac is afgeleid van de eerste en de laatste twee letters van de afkorting van deze organisatie: FHLMC.
Zie: injectie.
Jargon voor beschikbare financiering. Een denkbeeldige kraan waar geld doorheen stroomt. Het begrip 'geldkraan' suggereert dat er sprake is van een continue stroom van geld. Voorbeeld ‘De Europese Centrale Bank (ECB) moet opnieuw stevig aan de bak. Omdat commerciele banken weer zeer terughoudend worden om elkaar van liquiditeit te voorzien, valt de geldmarkt net als afgelopen zomer droog. De centrale bank zet de geldkraan weer ver open om rampen te voorkomen, zo schrijft Het Financieele Dagblad maandag.’ Bron: www.rtl.nl, 26-11-2007.
Het begrip wordt vaak gebruikt als er sprake is van het stoppen van de verstrekking van geld; gesproken wordt dan over 'het dichtdraaien van de geldkraan'. Voorbeelden
Financieel producten met een eindige looptijd, vaak met behulp van exotische opties opgezet, die op een complexe wijze in één of meerdere asset-categorieën beleggen. Zij zijn meestal voor een specifieke doelgroep van beleggers of voor een specifiek doel gecreëerd. Gestructureerde producten reageren anders op marktbewegingen dan traditionele beleggingsproducten; een gestructureerd product volgt niet getrouw de koersontwikkeling van de onderliggende waarde maar dempt of versterkt juist koersbewegingen; ze veranderen de verhouding tussen risico en rendement. Gestructureerde producten kenmerken zich ook door een beperkte looptijd en bijna altijd wordt niet direct in de onderliggende waarde belegd, maar juist indirect, bijvoorbeeld via afgeleide producten. Intuïtief zijn deze producten (en hun risico's!) voor beleggers niet altijd eenvoudig te begrijpen. Daar komt bij dat de verscheidenheid aan gestructureerde producten enorm is, zowel in de keuze van de onderliggende waarde als de manier van structurering. Ook de naamgevingen variëren enorm. Voorbeelden - om maar een paar smaken te noemen - zijn de 'klikfondsen', 'asset backed securities' (ABS), 'guaranteed return bonds' (GRB), 'steepeners', en reverse exchangeables'. Vaak wordt aan deze producten de naam note meegegeven. Door de complexiteit van deze producten zijn soms ook voor de uitgevende financiële instellingen risico's minder eenvoudig te volgen en te beheersen. De ontwikkeling van deze producten valt binnen het domein van de zogenaamde 'financial engineers'. Engels: structured products.
Illiquide producten, die moeilijk te verkopen zijn en waarvan de waarde niet of nauwelijks vast te stellen is.
Letterlijk betekent globalisering: 'verspreid raken over de hele wereld, een mondiaal karakter krijgen'. Het begrip duidt op de toenemende onderlinge verwevenheid van de nationale economieën. De Belgische Italiaan Riccardo Petrella, auteur van het boek 'Grenzen aan de concurrentie' omschrijft globalisering als volgt: "Globalisering is de toename van het aantal verbindingen tussen de staten en de samenlevingen van de wereld. Op die manier krijgen gebeurtenissen, beslissingen en activiteiten in één deel van de wereld, belangrijke gevolgen voor individuen en gemeenschappen in een andere uithoek van de wereld. Deze trend situeert zich op tal van domeinen van het maatschappelijk leven: economie en financiën, technologie, cultuur, politiek, mentaliteit,?" Globalisering speelt zich dus niet alleen af op economisch vlak, maar ook daarbuiten, op tal van terreinen. Ook op economisch en financieel vlak zijn er veel voorbeelden te geven van globalisering. Voorbeeld. Er is een sterke verwevenheid tussen internationale financiële markten; de Amerikaanse hypotheekcrisis in 2007-2009 heeft niet alleen in de VS maar wereldwijd gevolgen; als gevolg van de kredietcrisis worden ook veel financiële instellingën in Europa en Azië geraakt, hetgeen ook weer gevolgen kan hebben voor het bedrijfsleven (duurdere kredieten, steeds stringentere voorwaarden voor kredietverlening). De begrippen globalisering, internationalisering en mondialisering worden vaak door elkaar gebruikt.
Een clausule in het contract van een topman of topvrouw van een onderneming, waarin is opgenomen dat deze grote financiële vergoedingen ontvangt in het geval de bestuurder de onderneming verlaat of het bedrijf wordt overgenomen. Het kan onder meer om een vergoeding in geld gaan of een vergoeding aandelen of aandelenopties. Engels: golden parachute. Voorbeeld 'No Windfalls for Executives - Executives who made bad decisions should not be allowed to dump their bad assets on the government, and then walk away with millions of dollars in bonuses. In order to participate in this program, companies will lose certain tax benefits and, in some cases, must limit executive pay. In addition, the bill limits 'golden parachutes' and requires that unearned bonuses be returned.' Bron: toelichting bij wetsvoorstel voor het Amerikaanse Congres, de Emergency Economic Stabilization Act of 2008, september 2008. Zie verder: vertrekbonus.
Aanduiding voor de actie van de Federal Reserve Board (Fed) om de aandelenmarkten bij grotere koersdalingen te ondersteunen door het verlagen van de officiële rentetarieven en daardoor meer geld naar de markt te leiden. Dit wordt door veel (grote) beleggers gezien als een put optie op hun (vaak te grote) aandelenbezit, dat wil zeggen dat zij zonder zelf geld te betalen in staat zijn om bij koersdalingen het verlies te beperken. Zo genoemd omdat de vorige voorzitter van de Fed, Alan Greenspan, veelvuldig van dit middel gebruik maakte. Zie ook: moral hazard; Working Group on Financiel Markets.
Kort: G20. Volledige naam: The Group of Twenty Finance Ministers and Central Bank Governors. In 1999 opgericht informeel forum van 20 belangrijke geÏndustrialiseerde en opkomende landen die een snelle groei doormaken. Doel is om periodiek open discussies te voeren over de stabiliteit van de economische systemen, versterking van de financiële structuur en onderwerpen als internationale samenwerking en het functioneren van internationale financiële instellingen. Dit alles ter versterking van wereldwijde economische groei en ontwikkeling. Tijdens de bijeenkomst van 15 en 16 november 2008 ging de meeste aandacht uit naar de gevolgen van de kredietcrisis en een vernieuwing van het internationale financiële systeem. Internet: www. g20.org.
Frans leenwoord in de Nederlandse taal.
Voorbeelden
Engels: high finance.
In het Nederlands soms ook wel hefboomfonds genoemd. Een verzamelbegrip voor alternatieve beleggingsfondsen met als kenmerken: een ongereguleerde organisatorische structuur, een brede waaier aan toegestane beleggingsinstrumenten (zoals derivaten), niet-traditionele beleggingsstrategieën en een zeer actief beleggingsbeleid, en sterke gedragsprikkels voor de managers. Een hedge fund kent minder restricties dan traditionele beleggingsfondsen en -strategieën: men mag short gaan, gebruik maken van vreemd vermogen (leverage) en derivaten inzetten. Daarbij maken hedge funds geen gebruik van benchmarks; ze zijn meer gericht op absoluut dan op relatief rendement. Hedge funds waren de afgelopen jaren zeer populair, omdat zij aantrekkelijke rendementen realiseerden en een lage correlatie met traditionele beleggingsstrategieën boden. De belangrijkste categorieën hedge fund-strategieën zijn: relative value-strategieën, market directional-strategieën en event driven-strategieën. Anders dan private equity partijen, die meestal meerderheidsaandeelhouders zijn en een lange termijn relatie met een onderneming aangaan, zijn hedge funds vaak minderheidsaandeelhouder en is hun beleggingshorizon vrij kort. Vergelijk: traditionele beleggingsstrategieën, private equity.
Beleggen c.q. investeren in een financieel instrument of een andere belegging met een hefboomwerking ('leverage'). Voorbeelden van het creëren van die hefboom met beleggingen zijn:
Soms in het Nederlands gebruikte naam voor 'hedge funds'. Zie: hedge fund.
Bijnaam voor Ben Bernanke (voorzitter van de Federal Reserve Board in de VS) nadat hij opmerkte dat hij in het uiterste geval altijd nog geld uit een helicopter over de VS kon uitstrooien om de particuliere bestedingen te vergroten.
Een opleving van de beurs, een herstel van de koersen, op basis van positieve reacties c.q. verwachtingen onder beleggers. Voorbeeld ‘AEX hervat herstelrally - De Europese beurzen zullen vanochtend fors hoger handelen in reactie op een hoger gesloten Wall Street afgelopen vrijdag en fors hogere koersen in Azië waar de markten zeer positief reageren op het afgelopen weekeind aangekondigde stimuleringspakket van de Chinese overheid ter waarde van $ 586 miljard. ‘ Bron: DFT.nl - 10-11-2008. Zie: opluchtingsrally.
Een ingrijpende aanpassing ten aanzien van de structuur, de operatie of de balans (met name het vreemd vermogen) van een onderneming. Dit gaat vaak gepaard met reorganisaties en saneringen, verkoop van activa en het doorvoeren van substantiële kostenbesparingen (bijvoorbeeld door ontslagen). Herstructurering is meestal aan de orde wanneer een onderneming in zwaar weer zit en het voortbestaan in gevaar is; de herstructurering heeft dan als hoofddoel de onderneming te laten overleven en in aangepaste vorm voort te laten bestaan c.q. weer levensvatbaar te maken. Engels: restructuring. Ook wordt bij de herstructurering van bedrijven vaak het begrip turn-around gebruikt. Indien het vreemd vermogen wordt geherstructureerd, wordt in het Engels gesproken over debt restructuring.
Afgekort: HLI. Een grote financiële instelling die niet of nauwelijks is onderworpen aan directe supervisie door toezichthouders voor de financiële sector, die slechts in zeer beperkte mate een openbare financiële verslaglegging voert en die gebruik maakt van een grote financiële hefboom. Deze hefboom(-werking) of 'leverage' kan worden gedefinieerd als de verhouding tussen risico (bijvoorbeeld de marktwaarde van de beleggingen) en eigen vermogen. Hedge funds vormen momenteel het meest bekende voorbeeld van HLI's, maar daarbij dient te worden aangetekend dat de meeste hedge funds een 'leverage ratio' van minder dan 2 : 1 hanteren (bron: DNB).
De niet-transparante wereld van zeer complexe financiële transacties (zoals het opzetten en verhandelen van gestructureerde producten). In wezen de overtreffende trap van ' high finance (zie: haute finance ad 2).
Aanduiding voor de grote onrust op de internationale financiële markten in 2007 en 2008 als gevolg van problemen met zogenaamde 'subprime' hypotheken in de Verenigde Staten, mede waardoor ook een kredietcrisis (liquiditeitscrisis) en grote volatiliteit op de kredietmarkten is ontstaan. Tijdens deze crisis zijn - behalve diverse sterk met vreemd vermogen gefinancierde hedge funds - ook diverse financiële instellingen in de problemen geraakt. De centrale banken, zoals de Europese Centrale Bank en De Nederlandsche Bank (DNB), hebben extra maatregelen genomen om de financiële stabiliteit te waarborgen.
Het risico van een prijsverandering van een bepaald aandeel(effecten)) als gevolg van unieke omstandigheden voor dat ene specifieke aandeel. Ofwel, een ander woord voor specifiek risico of onsystematisch risico (in tegenstelling tot systematisch risico). Dit specifieke of onsystematische risico kan geëlimineerd worden door te diversificeren(verschillende aandelen in portefeuille op te nemen) Engels: idiosyncratic risk.
Een schok (plotselinge, heftige beweging of verandering) die optreedt bij een specifiek individu/geval of voor een specifieke groep. Dit begrip wordt ook in de economie gebruikt, bijvoorbeeld in het geval van een economische schok in een specifiek land of voor een specifieke groep van aandelen (bijvoorbeeld bankaandelen) of voor een specifiek aandeel (zie ook: idiosyncratisch risico). Engels: idiosyncratic shock.
Het afschrijven van goodwill, omdat de waarde lager wordt geschat dan aanvankelijk gedacht. Voorbeeld ‘EBay, an internet auctioneer, admitted that it had paid too much for Skype, an internet phone service that it acquired for $2.6 billion in 2005. EBay announced that it would take an impairment charge of $900m in the light of Skype's disappointing performance.’ Bron: The Economist - 04-10-2007. Zie verder: impairment, goodwill impairment.
Obligaties met een kredietwaardigheidsrating (zie: credit rating) van AAA tot BBB (ofwel: met een rating van minimaal BBB ). Hiermee wordt dus aangegeven dat het om een gematigd risico gaat in verhouding tot het rendement. Een lagere rating wordt non-investment grade genoemd en heeft dus betrekking op een speculatieve belegging. Veel institutionele beleggers mogen uitsluitend in leningen beleggen van instellingen met een hoge kredietwaardigheid. Zie ook: credit rating.
Hoogrentende, zeer risicovolle obligatie. Wordt zo genoemd omdat de kwaliteit beneden de waarderingsstandaard van de credit rating agencies investment grade ('BBB') voor obligaties ligt. Vanwege het hoge risico wordt ook een hoge couponrente betaald. Ook: high-yield bond; hoogrentende obligatie; rommelobligaties.
Zeer sterke koersdaling binnen een handelsdag of korte periode. 'De kelder' geeft niet alleen de richting aan, niets (ook de vloer niet) lijkt de koersdaling tegen te kunnen houden. Vergelijk ook de zegswijze: 'naar de kelder gaan'. Voorbeeld 1 "De koers (van het Britse pond) kelderde tegenover de euro en zijn voorgangers tot onder het niveau in de nasleep van de EMS-crisis in 1992." Bron: FD - 13-11-2008. Voorbeeld 2 'Fortis deelde gisteren mee dat er een nieuwe aandelenemissie komt. De koers van de bank-verzekeraar kelderde gisteren met bijna 20%.' Bron: FD - 29-06-2008. Tegenovergesteld: door het dak gaan.
'Der grosse Kladderadatsch' of 'de grote kladderadatsch' is een totale omwenteling of ineenstorting. Van oorsprong een woord uit het Berlijns dialect, dat met kracht in scherven vallen, ineenstorting of rommel betekent. Kladderadatsch is ook de titel van een in de periode 1848–1944 in Berlijn verschenen politiek-satirisch weekblad. De uitdrukking 'de grote kladderadatsch' wordt ook gebruikt in de context van een ineenstorting van het financiële systeem (zie ook: meltdown).
Kort voor beurskrach, een plotselinge, zeer grote koersval. Voorbeelden: de beurskrach in 1929, Black Monday, Terrible Tuesday. Vaak wordt een koersdaling met 20% in een korte tijd een krach genoemd. Ook: crash.
Situatie waarin er weinig geld beschikbaar (weinig aanbod) is op de geldmarkt (looptijd tot 1 jaar). Dit leidt dan tot een hogere rente in dit segment van de markt. Tegenovergesteld: ruime geldmarkt.
Bepaling van het kredietrisico. Dit kan gebeuren op basis van een concrete kredietaanvraag of op basis van onderzoek (bijvoorbeeld door kredietregistratiebureaus of 'credit rating agencies'). Binnen het bankbedrijf is de beheersing van het kredietrisico gebaseerd op strenge controleprocedures binnen een volledig onafhankelijk kredietgoedkeuringsproces en een kredietbeleid dat in wezen gericht is op het spreiden van risico’s over verschillende sectoren, landen en markten. De beoordeling van kredietaanvragen geschiedt door een kredietbeoordelaar.
Situatie waarin banken geen of weinig krediet willen verstrekken waardoor er een tekort aan geld ontstaat en geen investeringen meer kunnen plaatsvinden, meestal omdat financiële instellingen risico-avers zijn geworden. In de interbancaire geldmarkt heerst er dan weinig vertrouwen tussen de banken onderling. De rente waartegen geleend kan worden zal in een dergelijke situatie hoog zijn en/of (vaak snel) stijgen. Engels: credit crunch.
Situatie waarin (alle) banken in een land, regio of zelfs de wereld zeer terughoudend zijn met het verstrekken van krediet aan bedrijven. Nieuwe investeringen moeten dan worden dan vaak worden uitgesteld, maar ook het verlengen van bestaande kredieten is moeilijk en alleen mogelijk tegen een aanzienlijk hogere rentevergoeding en strengere voorwaarden.
Afspraak dat een partij (meestal een onderneming) gedurende een bepaalde periode tegen vastgestelde voorwaarden geld zal mogen lenen van een bank. Maar ook banken zelf maken gebruik van kredietfaciliteiten, zie bijvoorbeeld: marginale beleningsfaciliteit (ECB). Ook: leenfaciliteit, kredietlijn.
Het leen- en aflosgedrag van consumenten nauwkeurig inzichtelijk maken; dit gebeurt door diverse organisaties, zogenaamde kredietregistratiebureaus, zoals het Bureau Krediet Registratie (BKR) in Nederland en de Centrale voor kredieten aan particulieren in België. Deze organisaties verlenen zelf geen kredieten, maar zorgen alleen voor een zuiver en betrouwbaar beeld van alle ingeschreven verplichtingen; ze dragen bij aan maatschappelijk verantwoorde dienstverlening op financieel gebied, enerzijds door overkreditering van consumenten te voorkomen, anderzijds door bij te dragen aan beperking van de risico's voor kredietverleners. Onderscheiden worden negatieve kredietregistratie ('black list') en positieve kredietregistratie ('white list').
Het risico dat een debiteur (tegenpartij) niet aan zijn financiële verplichting zal kunnen voldoen, zoals de terugbetaling van een lening. Binnen het bankbedrijf zijn er in wezen drie bronnen van kredietrisico: het risico dat een tegenpartij zijn verplichtingen niet kan nakomen (oftewel: tegenpartijrisico), het transferrisico, en het settlementrisico.
Een risicomaatstaf op het gebied van kredietbeoordeling, waarbij op basis van een gestandaardiseerde formule c.q. een standaard mathematisch model de mate van kredietwaardigheid van een individu of instelling wordt beoordeeld. Kredietbureaus of kredietregistratiebureaus verkopen dit soort informatie aan ondernemingen en instellingen, op basis waarvan deze partijen kunnen besluiten of ze aan individuele klanten leningen (krediet) willen verlenen.
Een voorbeeld is de FICO score.
Engels: credit score.
De soliditeit van een debiteur; een historie van punctueel voldoen aan verplichtingen of een hoge credit rating zullen tot een hoge kredietwaardigheid leiden. Ook: financiële gegoedheid.
Zie: kredietscore.
Een spread gebaseerd op kwaliteitsverschillen tussen debiteuren in de rentemarkt; 'kwaliteit' heeft betrekking op de mate van kredietwaardigheid; een hoge kwaliteit betekent dat de kredietwaardigheid hoog is en omgekeerd. Een voorbeeld van een dergelijke spread is de zogenaamde TED-spread. Zie verder: credit rating.
Een vlucht van kapitaal naar een relatief veilige beleggingscategorie (meestal staatsleningen) als gevolg van marktturbulentie, meestal als gevolg van plotselinge externe schokken. Engels: flight to quality.
Een voorbeeld van Fedspeak. Eufemisme voor het aanzwengelen van de geldpers (geldschepping). Engels: quantitative easing.
Zie: low-documentation loans.
Situatie waarin het rendement op beleggingen of andere investeringen (bijvoorbeeld in fabrieken en machines) laag is, een recessie begint en de ingelegde spaargelden (de spaartegoeden) in omvang toenemen. In een dergelijke situatie zullen zowel burgers als ondernemers spaarzaam zijn en weinig uitgeven en investeren, men houdt liquiditeiten aan, geld wordt inactief. Banken zijn in deze situatie ook niet erg scheutig met kredieten, want de rentevergoeding die zij ontvangen is zeer laag. Zo ontstaat een zelfbevestigende voorspelling. De liquiditeitsval ontstaat als de nominale rente nul of bijna nul is, en de monetaire autoriteiten de economie niet met de traditionele middelen kunnen stimuleren (accommoderend monetair beleid); bij een rente van ongeveer nul is het onmogelijk deze verder te verlagen; het vergroten van de geldhoeveelheid werkt ook niet, want financiële instellingen zijn niet bereid tegen lage rentetarieven uit te lenen (het geld blijft bij de banken 'hangen'). De theorie van de liquiditeitsval is geformuleerd door John Maynard Keynes.
Ook wordt het begrip in andere contexten gebruikt:
Engels: liquidity trap.
Getal dat de verhouding aangeeft tussen uitstaande schulden en de omvang van de gelden op deposito. Vaak wordt 100% als een veilige ratio aangehouden: de uitstaande schulden zijn dan gelijk aan de deposito's.
Afgekort: LTV. Begrip uit de kredietverlening. Een kengetal dat wordt gevonden door de waarde van een lening (bijvoorbeeld: hypotheek) te delen door de waarde van het onderpand (bijvoorbeeld: onroerend goed); het getal wordt uitgedrukt als percentage.
Zie: low-documentation loans.
Afgekort: low-doc loans. Leningen die worden verstrekt op basis van een aanvraagformulier en enige (vrij weinig) documentatie. De kredietbeoordeling vindt plaats op basis van de weinige documentatie en gegevens van kredietbeoordelaars (zoals een FICO score). Hoe meer documentatie (belastingaangiften, bankafschriften, eigendomsakten, enz.) men kan overleggen, hoe beter het is voor de kredietbeoordeling. Een voorbeeld zijn de zogenaamde 'SISA loans' Deze leningen worden ook wel eens gekscherend 'liar loans' genoemd. Zie verder: Alt-A loans.
Een obligatie met een credit
rating van B of
lager, dus met een zeer slechte kredietwaardigheid-
Zie: loan-to-value ratio.
De hoofdstraat van een kleinere Amerikaanse stad of de gemiddelde bewoners van zo'n stad. Ook een aanduiding van de gewone burger, de kleine middenstand en kleinere ondernemingen; vaak wordt het begrip Main Street gebruikt ter onderscheid van, of om zich af te zetten tegen de financiële wereld van Wall Street, met haar investment banks en andere partijen uit de 'haute finance'. Voorbeeld 'Maar hoe gerechtvaardigd de kritiek op de handel en wandel van de financiële sector ook is, ze krijgt een verkeerde wending als het vervolgens wordt voorgesteld alsof de belangen van Wall Street diametraal tegenover die van Main Street staan. Dat is een gevaarlijk populisme. Een vergaande ontregeling van de geldmarkt is op afzienbare termijn een gevaar voor het hele economische verkeer.' Bron: columnist Paul Brill, Volkskrant.nl - 03-10-2008.
Oververhitting van de kern van een nucleaire reactor, waardoor de kern smelt en straling vrijkomt. Naar analogie hiervan wordt ook in financiële markten van een 'meltdown' of 'financial meltdown' gesproken, en wel in het geval van een financiële catastrofe, een situatie waarin het financiële systeem ontwricht raakt c.q. instort en volledig tot stilstand komt. Er is dan sprake van een systeemcrisis van het ergste soort.
Amerikaans econoom (Hyman Minsky, 1919-1996) die een theorie ontwikkelde over de kwetsbaarheid van markten voor speculatie. In goede tijden hebben beleggers steeds de neiging om te gaan speculeren; hoe langer de goede tijden, hoe groter de (vaak gefinancierde) speculatie. Uiteindelijk komt er een moment dat de opbrengsten van de bezittingen onvoldoende zijn voor het aflossen van de leningen en gaan kredietverschaffers hun leningen opeisen (en verstrekken geen nieuwe leningen meer). Door de verkoop van de onderliggende waarden dalen de prijzen, waardoor het probleem verder wordt vergroot. Zie ook: Minsky moment.
Het moment dat financiële markten door overspeculatie in een crisis raken. Genoemd naar de econoom Minsky die daarover een theorie ontwikkelde. Vaak trachten monetaire autoriteiten het Minsky-moment te vermijden of uit te stellen door verlaging van de rente en verruiming van de geldmarkt. Als dat niet lukt (of het moment niet tijdig werd voorzien) kunnen er zeer ernstige verstoringen (zelfs leidend tot een systeemrisico) van de financiële markten optreden met grote gevolgen voor de economie als geheel. Zie ook: kredietcrisis; hypotheekcrisis.
Het deel van de economische politiek dat ervoor moet zorgen dat de geldhoeveelheid zich in het juiste tempo ontwikkelt. De procentuele groei van de geldhoeveelheid moet ongeveer gelijk zijn aan de procentuele groei van de productie. We onderscheiden accommoderend monetair beleid en restrictief monetair beleid.
Naam voor (her)verzekeraars op een bepaald specialistisch en complex gebied, bijvoorbeeld obligaties en complexe kredietproducten, zoals asset backed securities. Zij beschikken op dat gebied over een grote expertise; beleggers gaan er van uit dat van een door hen gegarandeerde lening hoofdsom en rente ook volledig en op tijd terugbetaald zullen worden. In het Nederlands ook wel aangeduid als obligatieverzekeraar(s). Ook: monoliners.
Moreel risico (noot: meestal wordt het Engelse begrip gebruikt in publicaties). Een economisch begrip dat refereert aan de mogelijkheid dat herverdeling van risico het gedrag van mensen kan veranderen, in de zin dat mensen zich onverantwoordelijk c.q. onverantwoordelijker gaan gedragen als ze weten dat de schade die ze veroorzaken waarschijnlijk vergoed zal worden door derden. Bij herverdeling van risico kunnen we bijvoorbeeld denken aan de verzekeringsmarkt; bij iemand met een reisverzekering zou het begrip 'moral hazard' slaan op de kans dat deze persoon achterlozer met zijn bagage en kostbaarheden zou kunnen omspringen dan iemand zonder reisverzekering (dit gedrag pogen verzekeraars tegen te gaan door een eigen risico). Ook in andere financiële markten dan de verzekeringsmarkt wordt het begrip gebruikt. Als centrale banken in economisch moeilijkere tijden c.q. op moeilijke momenten extra geld in omloop brengen en de rente verlagen, en als zij telkens in problemen rakende financiële instellingen de helpende hand bieden (noodkrediet, emergency liquidity funding), dan zou bij financiële instellingen de verleiding kunnen ontstaan risicovoller (minder voorzichtig) te opereren; onverantwoord gedrag zou dan juist beloond in plaats van afgestraft worden. Een ander voorbeeld van 'moral hazard' is de reddingsoperatie van de Amerikaanse hypoteekverstrekkers Federal Home Loan Mortgage Corporation (Freddie Mac) en de Federal National Mortgage Association (Fannie Mae) op 7 september 2008. Econoom Den Butter zegt daarover in De Telegraaf: ‘Er is geen enkele prikkel voor banken om hun financiën op orde te brengen. De impliciete garantie van de Amerikaanse overheid aan Fannie en Freddie heeft ertoe geleid dat de banken hun boekje ver te buiten zijn gaan.” Op de korte termijn ziet ook Den Butter in de reddingsactie de enige mogelijkheid om de wereldeconomie te behoeden voor een nog diepere crisis. “De hypotheken in de pakketjes zijn gered, de kredietcrisis is hiermee een beetje bezworen.” Voor de langere termijn ziet hij echter alleen maar nadelen. “Het slechte gedrag drijft goed gedrag de markt uit. Als slecht gedrag wordt beloond, zullen steeds meer mensen zich slecht gaan gedragen.’ Bron: DFT.nl - 07-09-2008.
Afgekort: MBS. Obligatielening waarvan rente en hoofdsom worden betaald en afgelost uit de opbrengst van een portefeuille aan onderliggende hypothecaire leningen. Zie ook: securisatie.
Ook: safe bank. Zie: smalle bank.
Particulier bezit tot staatsbezit/overheidsbezit maken; het door de staat/overheid onteigenen van particuliere bezittingen; het toekennen van het eigendomsrecht of beheer van natuurlijke grondstoffen, industriële ondernemingen en dergelijke, aan de staat/overheid; het ontnemen van productiemiddelen aan de private sector. Voorbeelden
Het risico van een verlies als gevolg van dalende koersen op een positie. Long posities in onderliggende waarden, termijncontracten of call opties en short posities in put opties zijn bijvoorbeeld kwetsbaar voor koersdalingen van de onderliggende waarde. Ook gebruikt voor het neerwaartse risico op gecombineerde posities zoals in VAR-berekeningen en Monte Carlo simulaties.
Engels: downside risk. Zie ook: koersrisico; opwaarts risico.
Het verschil tussen rente die banken moeten betalen voor 3-maands leningen en de rente die de overheid daarvoor betaalt. Zo bedroeg in Duitsland dat verschil begin 2007 ongeveer 15 basispunten en was dat tijdens de kredietcrisis in oktober 2008 gestegen tot 340 basispunten. Bij beleggers was de nervositeit toen zeer hoog. Het woord werd voor het eerst gebruikt door Ronald Reagan, de 40e president van de VS tussen 1981 en 1989.
Geldgevers die geen eigen funding hebben en die het geld voor de door hen verstrekte leningen volledig bij derden moeten aantrekken. Zij zijn dus erg gevoelig voor de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Zo moeten zij soms opeens (zoals bij de kredietcrisis in de tweede helft van 2007) een aanzienlijk hogere renteopslag (boven euribor) betalen.
NINA is de afkorting van 'income/no asset', dus geen inkomen, geen bezittingen; een 'NINA loan' is een lening (bijvoorbeeld een hypotheek) aan iemand die noch een vast inkomen, noch noemenswaardige bezittingen heeft. Het gaat hier vaak om mensen die ten prooi vallen aan agressieve kredietverleners. Voor het verkrijgen van de lening is behalve een ingevulde leningaanvraag (een formulier) vrij weinig documentatie nodig; de kredietverlener moet voornamelijk afgaan op wat er is ingevuld. Deze leningen worden daarom ook wel 'liar loans' genoemd. Deze leningen vallen in de categorie low-documentation loans, ook wel Alt-A loans genoemd. Ook: liar loans. Vergelijk: SISA loans. Zie verder: Alt-A loans.
In de financiële wereld: een fonds dat speciaal in het leven wordt geroepen om een dreigend of acuut probleem in de financiële sector het hoofd te kunnen bieden. Het gaat meestal om aanzienlijke bedragen die bijeen worden gebracht door overheidsinstanties en/of commerciële banken.
Voorbeeld 1 - Een bekend voorbeeld van een noodfonds is de Resolution Trust Corporation (RTC); dit fonds werd opgezet door de Amerikaanse overheid naar aanleiding van de Savings & Loans Crisis.
Voorbeeld 2 - Fonds dat slechte leningen en andere onverhandelbare financiële producten overneemt, ook wel eens een 'dumpfonds' genoemd (zie: dumpen). Door de kredietcrisis in 2007/2008 zijn nogal wat financiële instellingen zwaar in de problemen geraakt; in september 2008 is de Amerikaanse overheid ingesprongen om de Federal National Mortgage Association (FNMA of Fannie Mae), de Government National Mortgage Association (GNMA of Ginnie Mae) en de American International Group (AIG) te redden. Als onderdeel van een grootscheepse reddingsoperatie wordt overwogen een noodfonds op te zetten, dat zogenaamd 'toxic paper' (slechte activa, slechte leningen, onverhandelbare financiële producten) van in moeilijkheden geraakte financiële instellingen zou kunnen overnemen. Deze constructie biedt financiële instellingen de mogelijkheid hun balans op te schonen, door de verkoop of overdracht van moeilijk te waarderen, moeilijk te verkopen activa, en wordt ook wel als 'dumpfonds' aangeduid. De officiële naam van dit noodfonds is nog niet bekend, maar in een toespraak van minister Paulson van 19 september 2008 wordt gesproken van het 'troubled asset relief program' (TARP). Het gaat hier vooral om aan hypotheken en aan vastgoed gerelateerde beleggingen (mortgage backed securities). De totale kosten voor de Amerikaanse staat kunnen daarbij oplopen tot maximaal 700 miljard dollar.
Engels: emergency fund, bail-out fund.
Zie: noodkrediet; emergency liquidity funding (centrale banken).
Obligatie waarvan de uitgevende instelling (vrijwel zeker) niet in staat is om de rente en aflossingsverplichtingen geheel na te komen.
Regeling die door De Nederlandsche Bank (DNB) kan worden afgekondigd met betrekking tot een onder haar toezicht vallende instelling. Het gaat dan om situaties waarbij die instelling in grote problemen is geraakt. De noodregeling lijkt op een surseance van betaling. Voorbeeld Rechtbank stelt noodregeling in voor De Indover Bank N.V. - Bij vonnis van 6 oktober 2008 heeft de Arrondissementsrechtbank Amsterdam de noodregeling van toepassing verklaard op De Indonesische Overzeese Bank N.V. (Indover) te Amsterdam. .... Indover, een dochter van Bank Indonesia, is met name actief op de professionele en interbancaire markt. Bron: persbericht DNB, 07-10-2008. Toepassing van de noodregeling leidt er toe dat de rechtbank een bewindvoerder benoemt, die belast wordt met het saneren en/of liquideren van een kredietinstelling of verzekeraar. De noodregeling kan dus ook zowel een sanerings- als een liquidatieprocedure zijn. De noodregeling heeft tot gevolg dat de bevoegdheden van de organen van de financiële onderneming toekomen aan de bewindvoerder. Het uitspreken van de noodregeling heeft verder tot gevolg dat, met enkele uitzonderingen, de financiële onderneming niet langer zijn verplichtingen hoeft na te komen die vóór het uitspreken van de noodregeling zijn ontstaan. Tenslotte geldt dat de noodregeling bij een vergunninghoudende kredietinstelling tot gevolg heeft dat DNB besluit tot toepassing van het depositogarantiestelsel en het beleggerscompensatiestelsel. Zie ook: www.dnb.nl
Ook: inverse rentestructuur. Situatie waarbij de lange rente lager is dan de korte rente. Bij een 'gewone' rentestructuur is dat andersom (lange rente hoger dan de korte rente); dat is meestal het geval en ook logisch omdat degene die geld uitleent meer risico loopt als hij dat voor een langere periode doet, en dus een hoger rendement zal willen ontvangen. Voorbeeld 'Nu staat door de kredietcrisis de markt op zijn kop. De afgelopen week is de korte rente (1 maands EURIBOR) gestegen van 4,5 naar 5,2%, terwijl in diezelfde periode het effectief rendement op Europese staatsleningen met een looptijd van 10 jaar gedaald is van 4,35 naar 4,2%.' Bron: FD.nl - 09-10-2008.
In financiële markten: failliet gaan. Bijvoorbeeld: 'De wereldwijde financiële crisis is nog niet voorbij en er zouden nog meer banken om kunnen vallen.' Zie: faillissement.
Situatie waarin met nauwelijks meer geld kan lenen in de geldmarkt, als gevolg van het wegvallen van onderling vertrouwen bij geldgevers, zoals overheden, bedrijven, institutionele beleggers en banken. In een dergelijke situatie zullen banken voor hun financiering zeer sterk of volledig afhankelijk worden van de het open zetten van de geldkraan door de centrale banken. De geldmarkt wordt gezien als de bloedsomloop van het financiële stelsel. Het 'opdrogen van de geldmarkt' is in feite de overtreffende trap van een krappe geldmarkt.
Een (meestal kortstondige) opleving van de beurs, na een periode van dalende koersen of in een nerveuze markt als gevolg van meevallend nieuws; dit meevallende nieuws zorgt voor opluchting onder beleggers, als gevolg waarvan kopers zich weer melden. Het is uiteraard zeer de vraag hoe lang een dergelijke rally stand zal houden. Engels: relief rally.
Ook: regeringscommissaris, commissaris van overheidswege. Door de overheid c.q. regering benoemde commissaris, die namens de overheid toeziet op het correct functioneren van een - geheel of deels in handen van de overheid zijnde - organisatie, overeenkomstig het algemeen belang. De overheidscommissaris is naast toezichthouder vaak ook de verbindingsschakel tussen regering en de organisatie in kwestie. Soms hebben ook volledig geprivatiseerde bedrijven nog ‘commissarissen van overheidswege’. Een overheidscommissaris kan, maar hoeft niet, een ambtenaar zijn. Overheidscommissarissen hebben doorgaans een vetorecht met betrekking tot strategische beslissingen of belangrijke kwesties (bijvoorbeeld het beloningsbeleid van de bestuurders). Voorbeeld
Zie ook: raad van commissarissen.
Staatsfonds. Zie: sovereign wealth fund.
Statistische term voor het samenvallen van verschillende ontwikkelingen die ieder een negatief effect hebben op de waarde van een bezit of de economische ontwikkeling. Voorbeeld 'De Russische economie staat op instorten, waarschuwen analisten. .... De economie is momenteel in de greep van een 'perfecte storm', waarbij alle mogelijke negatieve factoren bij elkaar komen.' FD.nl - 07-01-2009.
Foute prikkels, foute stimulansen, foute beloningsmechanismen, financiële verleidingen; financiële prikkels die risicovol gedrag wel belonen bij succes, maar deze niet afstraffen bij mislukking; financiële prikkels (bijvoorbeeld bonussen) die aanzetten tot het nemen van te hoge risico's.
Riskante beleggingsstrategie waarbij wordt belegd met geleend geld en het bedrag van de lening wordt verhoogd als de waarde van de portefeuille toeneemt; de niet-gerealiseerde winst op een portefeuille wordt gebruikt om geld te lenen en daarmee de portefeuille uit te breiden.
Ook: Ponzi-fraude. Frauduleuze beleggingsconstructie waarbij meestal een zeer hoog rendement op de korte termijn wordt voorgeschoteld. De eerste rendementen worden dan betaald met de inleg van volgende beleggers. In een stijgende markt kan dit een tijd goed gaan. Hoe dan ook, het systeem is gedoemd om vroeg of laat in te storten: er wordt niet of nauwelijks belegd en er zijn dus geen inkomsten. Op den duur zullen er ook onvoldoende nieuwe beleggers kunnen worden aangetrokken om de beloofde rendementen uit te betalen. Wel kan het bestaan gerekt worden door de deelnemers te bewegen hun opbrengsten te herbeleggen in de constructie. Engels: : Ponzi scheme (genoemd naar Charles Ponzi).
Zie: piramideconstructie of Ponzi-fraude.
Een beoordeling van de kredietwaardigheid, afgegeven door gespecialiseerde organisaties (rating agencies), zoals Standard & Poor's en Moody's. Een 'rating' wordt pas verkregen na een grondig onderzoek aan de hand van een 'rating'-profiel van de te onderzoeken organisatie. Gekeken wordt onder meer naar het landenrisico, positie van de onderneming ten opzichte van andere ondernemingen, sectorrisico, marktpositie, bedrijfsvoering, kwaliteit van het management, kwaliteit van het financiële beheer, rentabiliteit, balansverhoudingen en financiële flexibiliteit. De 'rating' is onder meer van invloed op de tarieven waartegen de onderneming, instelling of overheid geld kan lenen in de geld- en kapitaalmarkt: een hogere kredietwaardigheid betekent dat voordeliger (in-)geleend kan worden. Op basis van de beoordeling van de kredietwaardigheid kan een 'downgrade' of 'upgrade' van de kredietwaardigheidsstatus plaatsvinden. Zie ook: credit rating.
Ook: rating shopping. Een praktijk onder emittenten van - vaak complexe - financiële producten, zoals gestructureerde producten, om te kiezen voor de meest gunstige kredietbeoordeling ('rating') van een 'credit rating agency', een kredietbeoordelaar. Dit werkt als volgt. Vaak worden financiële constructies kosteloos beoordeeld op kredietwaardigheid door kredietbeoordelaars als Fitch, Moody's en Standard & Poor's Corp.. De emittenten (meestal banken) kiezen vervolgens voor de partij die de meest positieve 'rating' afgeeft en betalen deze partij dan ook. In de Verenigde Staten wordt naar aanleiding van de kredietcrisis gekeken naar het aan banden leggen van dergelijke praktijken; door de hiervoor beschreven werkwijze onstaan voor kredietbeoordelaars 'perverse prikkels' bepaalde constructies gunstig te beoordelen, om vervolgens ook de waarderingsopdrachten in de wacht te slepen.
De 'vernederlandsing' van het Engelse begrip 'rating(s) shopping'. Zie: ratings shopping.
Krimp van de economie, een negatieve economische groei, een aanzienlijke terugval in de economische ontwikkeling.
Vergelijk: depressie.
Algemeen: waarschuwingssignaal. In de financiële bedrijfstak bijvoorbeeld een signaal dat er ergens in een boekhouding of cijferpresentatie van een onderneming mogelijk iets niet klopt, zodat het verstandig is om een belegging in die onderneming te vermijden of (in het geval van een onder toezicht staande instelling) een onderzoek te starten. Nederlands: rode vlag. Voorbeeld 'Het Amerikaanse congres gaf gisteren het startschot voor een reeks hoorzittingen over de Madoff-fraudeaffaire. ...... Meerdere congresleden verwezen naar de 'rode vlaggen' die de SEC genegeerd heeft, zoals het feit dat een klein accountantsbedrijfje met amper drie medewerkers een gigantisch miljardenfonds als dat van Madoff controleerde.' Bron: FD.nl - 06-01-20009.
Financiële en andere ondersteuning voor ondernemingen en instellingen die in de problemen zijn geraakt. Financiële ondersteuning bijvoorbeeld in de vorm van cash, leningen (noodkredieten), obligaties, of aandelen (vaak tegen gunstige voorwaarden). Ook andere - niet financiële - vormen van ondersteuning zijn mogelijk, bijvoorbeeld assistentie bij het zoeken van een overnamepartner. In het verleden was de overheid vaak betrokken bij dergelijke reddingsoperaties. Ook bij financiële instellingen zijn reddingsoperaties veelvuldig voorgekomen, bijvoorbeeld na een run op een bank. Voorbeelden
Engels: bail-out, bailout.
Plan voor een reddingsoperatie. Zie: reddingsoperatie.
Het domein binnen de de economie waar met behulp van productiemiddelen goederen en diensten worden geproduceerd, inkomen wordt gegenereerd en vervolgens ook weer geld wordt besteed (investeringen, consumentenbestedingen). Overigens is niet heel zuiver afgebakend wat het begrip reële economie nu allemaal omvat. Voorbeeld Malaise duikt in veel sectoren op - De effecten van de financiële crisis op de reële economie beginnen overal zichtbaar te worden. Steeds meer bedrijven geven winstwaarschuwingen en uit de bouw en de industriële technologie komen signalen dat de orders en omzetten teruglopen. Bron: DFT.nl - 27-10-2008. Engels: real economy. Vergelijk: financiële economie.
Acties van de overheid of centrale bank gericht op het tegengaan van deflatie door:
Het verschil tussen de (gemiddelde) rente die een bank aan haar cliënten berekent op debetstanden of kredieten en de (gemiddelde) rente die zij betaalt op de aangetrokken gelden. Voorbeeld 'Het gevecht om de Nederlandse spaarder zal voor banken leiden tot ’structureel lagere rentemarges’." "Als gevolg van de wereldwijde kredietcrisis is het voor banken een stuk lastiger geworden om geld aan te trekken en daarom storten steeds meer banken zich op de spaarmarkt. De felle concurrentie zal – net als eerder bij hypotheken – leiden tot aantrekkelijkere tarieven voor de consument, maar lagere marges voor de banken.' Bron: DFT.nl - 17-04-2008.
De centrale banken hebben geen directe invloed op de prijzen van goederen en diensten (en dus de inflatie); deze worden namelijk bepaald door vraag en aanbod. Wel hebben de centrale banken het zogenaamde 'rentewapen'. Door het verhogen of verlagen van de rente kan vraag en aanbod - en dus de inflatie - indirect beïnvloed worden.
De rente wordt ook wel eens omschreven als het 'gas- en rempedaal' van de economie. Rentewijzigingen worden nauwlettend gevolgd door beleggers en andere marktpartijen. Voorbeeld 'De Amsterdamse beurs vertoonde maandagmiddag een fors herstel na de paniekgolf tijdens de ochtenduren. De renteverlagingen van de diverse centrale banken zorgde voor enige opluchting bij beleggers. Met name de zwaargetroffen financiële waarden leefden sterk op.' Bron: DFT.nl - 08-10-2008. Bij renteverhogingen of -verlagingen gaat het doorgaans om kleine rentewijzigingen. Soms echter gaat het om grotere of zelfs vrij extreme renteveranderingen, zoals onderstaande voorbeelden laten zien: Voorbeeld
In Europees verband wordt de prijsstabiliteit bewaakt en bevorderd door de Europese Centrale Bank samen met de centrale banken van de eurolanden (die samen het Eurosysteem vormen).
Een afkorting van 'resecuritisation of real estate mortgage investment conduits'. In het kort een mandje hypotheekobligaties; feitelijk zijn re-remics een verschijningsvorm van collateralized debt obligations (CDO's), de gestructureerde producten die een belangrijke rol speelden in de kredietcrisis van 2007-2008. Anders dan de CDO's zijn de re-remics niet gebaseerd op de hypotheekobligaties met de laagste kredietwaardigheid (subprime leningen), maar op obligaties met een hogere kredietstatus ('credit rating'), ook wel aangeduid als Alt-A leningen.
Extra rente die een geldverstrekker vraagt als het gaat om een debiteur met een hoger risicoprofiel dan op eersteklas (staats-)leningen met een zogeheten risicovrije rentevoet. In de loop van de tijd kan de risico-opslag sterk wijzigen, afhankelijk van de risicoperceptie van investeerders en beleggers. De risico-opslag is zowel van groot belang voor bedrijfsobligaties als voor staatsleningen. De renteverschillen tussen bedrijven en landen kunnen sterk toenemen bij een wijziging van de credit rating. Hoe lager de kwaliteit van de desbetreffende debiteur, hoe hoger de risico-opslag. Ook: risicopremie.
Ook: risicovolle hypotheek, risicohypotheek, niet-standaard hypotheek.
Ook: paniekopvragingen, bankrun. Situatie waarbij de rekeninghouders van een bank - meestal door berichten over grote verliezen c.q. slechte of vermeend slechte solvabiliteit) - ernstig zijn gaan twijfelen aan het voortbestaan van die bank en zich haasten om hun geldsaldi op te nemen. Er kunnen dan lange rijen voor de kantoren of verstoppingen op het internetkanaal van die bank ontstaan, waardoor nog meer mensen in paniek raken. Meestal is een bankrun het begin van het einde omdat de bank onvoldoende liquiditeiten heeft om alle tegoeden uit te kunnen betalen. Er dreigt faillissement en de desbetreffende bank zal failliet gaan of overgenomen worden. Omdat een faillissement tot een kettingreactie bij andere banken zou kunnen leiden (zie: systeemcrisis), stellen andere banken (vaak ook de centrale bank) noodkredieten ter beschikking waarmee zij hopen dat de crisis bezworen zal kunnen worden.
Een onofficiële indicator van het weekblad The Economist (www.economist.com); gemeten wordt in hoeveel artikelen van de Washington Post (www.washingtonpost.com) en The New York Times (www.nytimes.com) het 'R-word' - dat wil zeggen het woord 'recession' (recessie) - wordt gebruikt. Door het gebruik van deze toch simpele index werd in 1981 en later ook in 1990 en 2001 de aankomende recessie accuraat voorspeld. In de afgelopen jaren stond de R-word index erg laag, maar sinds de eerste helft van 2007 is de index weer gaan stijgen.
Ook: narrow bank. Zie: smalle bank.
De overdracht van activa aan een speciaal daartoe opgerichte vennootschap - een special purpose vehicle (SPV) - waarbij de SPV ter financiering verhandelbare effecten uitgeeft die door deze activa worden gedekt; in het Engels worden deze effecten aangeduid met 'asset backed securities'. De geschiedenis van securitisatie gaat terug tot de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen gestart werd met gestructureerde producten rond bundels ('pools') van hypotheken; doel hiervan was het opzetten van een secundaire markt in hypotheken om zodoende de liquiditeit van hypotheekverschaffers - zoals de Government National Mortgage Association - te vergroten. Door de securitisatie ontstaan verhandelbare effecten. Die zijn er in vele soorten en maten. Voorbeeld is een 'pool' van hypotheken van verschillende looptijden, die dient als onderpand (collateral) voor aandelen die op deze 'pool' worden uitgegeven. Bij securitisatie-pools kan het gaan om allerlei soorten onderpand, zoals credit card leningen, royalties op filmopbrengsten, platenverkopen of kaartverkoop (zie: future flow-transactie). Sinds het midden van de jaren tachtig heeft de securisatie-markt een grote vlucht genomen. Het Kwartaalbericht DNB september 2007 meldt bijvoorbeeld voor Nederland: "van vrijwel nihil in 1996 tot EUR 190 miljard in 2007". Ook: securisatie, effectisering, titrisatie.
De aandeelhouderswaarde benadering stelt dat ondernemingen in de allereerste plaats economische waardecreatie en winstgevendheid moeten nastreven. Alhoewel ondernemingen ook een maatschappelijke rol en verantwoordelijkheid ten opzichte van een brede groep van belanghebbenden (stakeholders) hebben, legt de aandeelhouderswaarde invalshoek de nadruk op 'profitability' (winstgevendheid) boven 'responsibility' (verantwoordelijkheid). Dit wordt ook wel het Angelsaksische model van ondernemen genoemd. Vergelijk: stakeholder value benadering (Rijnlandse model). Rondom de grenzen die gesteld moeten worden aan de creatie van aandeelhouderswaarde bestaat veel discussie; deze discussie is ook weer verder aangewakkerd naar aanleiding van de onrust op de financiële markten in 2007, 2008 en 2009. (kredietcrisis). Zo zegt de voorzitter van De Nederlandsche Bank, de heer Nout Wellink, in een interview met het FD (Het Financieele Dagblad) op 13 oktober 2007: "Er zitten grenzen aan het creëren van aandeelhouderswaarde. De rekeninghouders hebben meer geld in de bank (ABN AMRO, red.) gestoken dan beleggers. Er is een publiek belang mee gemoeid. Het is geen televisiefabriek."
Het verkopen van effecten, valuta's of andere onderliggende waarden die men niet bezit, met als doel deze op een later tijdstip tegen een lagere koers terug te kopen en aldus koerswinst te realiseren. Kortweg:het ongedekt verkopen van effecten of andere onderliggende waarden. Vorm van speculatie. Er zijn verschillende vormen van short selling:
In extreme gevallen kunnen short verkopen een enorme (een al in gang zijnde daling versterkende) invloed hebben op de koersen van individuele aandelen en zelfs het voortbestaan van grote ondernemingen in gevaar brengen. Daarbij wordt het verspreiden van valse berichten vaak niet geschuwd. Ook: in de wind gaan, shorting, short selling of (verbasterd in het Nederlands) short sellen, shorten.
SISA is de afkorting van 'stated income/stated asset'; een 'SISA loan' is een lening (bijvoorbeeld een hypotheek) die wordt verstrekt op een door de leners verstrekte opgave van inkomen en bezittingen. Meestal gaat het om mensen die geen vast salaris hebben, bijvoorbeeld omdat ze op commissiebasis werken. Voor het verkrijgen van de lening is vrij weinig documentatie nodig - soms alleen een aanvraag via een formulier, soms vergezeld van bankafschriften en inkomstenbelastingaangiften van enkele jaren - en daarom wordt ook wel gesproken van 'low-documentation loans'. Het zijn leningen die binnen de zogenaamde Alt-A loans categorie vallen. Vergelijk: NINA loans. Zie verder: Alt-A loans.
Van oorsprong is 'sitcom' de afkorting van 'situation comedy', een genre komedieseries waarin een vaste groep karakters (een vaste 'cast') in een vrij alledaagse omgeving - bijvoorbeeld een huis of een werkplaats - komische situaties meemaken. De naam is echter ook overgewaaid naar de financiële wereld. In de VS worden dit begrip nu ook gebruikt voor 'Single Income Two Children Oppressive Mortgage' of 'Single Income, Two Children, Outrageous Mortgage', ofwel een doorsnee Amerikaans gezin met één inkomen, twee kinderen en een aggressieve hypotheek ('ninja loan').
Zie: bad bank.
Vertaling van het Engelse 'narrow bank' (ook: safe bank). Een gedegen, saaie, maar 'ouderwets' veilige (spaar-)bank, waar klanten geld op zichtrekeningen en deposito's kunnen plaatsen, waarvoor deze klanten als vergoeding rente ontvangen. De tegoeden moeten te allen tijde opneembaar zijn. Deze tegoeden mogen door de smalle bank alleen in zeer veilige activa-categorieën (risicomijdende producten) gestoken worden, dat wil zeggen cash (gewone kredieten), of zeer veilige rentedragende waarden, zoals schatkistcertificaten of staatsleningen). De rentevergoeding aan de klant is gelijk aan de rente op staatsleningen minus een kostendekkend tarief voor het exploiteren van de bank. De smalle bank is een bank met een nutsfunctie, die sterk gebonden is aan regels. Regels die particuliere klant de zekerheid moeten bieden dat er minimale risico’s wordt genomen met zijn spaargelden. Het concept van de smalle bank is een reactie op de universele banken, bankverzekeraars en financiële conglomeraten die in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw zijn ontstaan en de wildgroei op het terrein van (vaak: complexe) financiële producten en riskante beleggingen, die een belangrijke factor blijken te zijn geweest bij het ontstaan van de kredietcrisis (2007-2009). Een van de voorvechters van de smalle bank is Paul de Grauwe, hoogleraar internationale economie te Leuven.
Sociaal bankieren onderscheidt zich van de traditionele vormen van kredietverlening doordat de nadruk ligt op bewust en verstandig lenen. Bij het verstrekken leningen wordt rekening gehouden met de persoonlijke situatie van een cliënt. Een groot belang wordt gehecht aan het voorkomen van overkreditering. Uitgangspunten zijn:
In Nederland is er bijvoorbeeld samenwerkingsverband van (krediet-)banken die zich toeleggen op sociaal bankieren; deze zijn verenigd in het netwerk Sociale Banken Nederland. Engels: social banking.
Hiermee wordt aangegeven in hoeverre een onderneming de financiële verplichtingen aan de verstrekkers van vreemd vermogen kan nakomen op grond van de waarde van alle activa. Anders gezegd: de verhouding tussen het vreemd vermogen (de schulden) en het totale vermogen van een onderneming (eigen vermogen plus vreemd vermogen). Voor de bepaling van de solvabiliteit wordt meestal gebruik gemaakt van de solvabiliteitsratio. Ook: schuldgraad.
Verhouding (als percentage) tussen het eigen vermogen van een onderneming en het totale vermogen. Bij banken heeft dit getal een bijzondere betekenis omdat zij moeten voldoen aan de minimum solvabiliteitseisen van de Bank voor Internationale Betalingen.
Sonderfonds Finanzmarktstabilisierung
Afgekort: SofFin.
Op 17 oktober 2008 door de Duitse federale regering opgezet noodfonds voor de Duitse financiële sector (met
als wettelijke grondslag het zogenaamde '
Elke schuld van of gegarandeerd door een staat, een autonome overheid.
Spottende bijnaam voor noodfonds dat in het kader van de reddingsoperatie voor de Amerikaanse financiële sector in oktober 2008 is opgezet, zie troubled asset relief program (TARP). De bijnaam is een tegenhanger van (verwijzing naar) de Engelse naam voor staatsfondsen, sovereign wealth funds.
Het risico dat een land niet haar schulden of een bepaalde (door haar gegarandeerde) lening kan terugbetalen. Meestal het gevolg van gewijzigd nationaal beleid. Zie ook: landenrisico, politiek risico.
Afgekort: SWF.
Een helemaal sluitende definitie van het begrip bestaat er niet, maar
in het kort zijn het investeringsfondsen die gefinancierd zijn met staatsgeld,
vandaar ook de vaak gehanteerde Nederlandse benamingen staatsfonds,
staatsinvesteringsfonds of staatsinvesteringsmaatschappij
Neveneffecten van een bepaalde actie of gebeurtenis, meestal in negatieve zin. Voorbeelden
Onderlinge besmetting ('contagion') van financiële markten wordt ook gezien als een 'spillover effect'.
Situatie waarin de overheid aandeelhouder van een onderneming is. Een staatsdeelneming hoeft niet noodzakelijkerwijs een genationaliseerde onderneming te zijn. Sommige deelnemingen zijn ontstaan door oprichting van een vennootschap (in Nederland bijvoorbeeld de Bank Nederlandse Gemeenten). Anderen zijn ontstaan door verzelfstandiging van een ambtelijke organisatie tot een vennootschap (bijvoorbeeld TPG en KPN). Een aantal bedrijven bestond al voordat de Nederlandse staat deelnam (bijvoorbeeld de Nederlandse Waterschapsbank). Ook door het splitsen van ondernemingen (zie: opknippen van bedrijven) zijn nieuwe deelnemingen ontstaan (zo is Prorail een afsplitsing van de Nederlandse Spoorwegen). Tenslotte ontstaan staatsdeelnemingen soms als gevolg van steunoperaties.
Zie: sovereign wealth fund.
Ook: overheidsinterventie. Ingrijpen van de staat, de nationale overheid, bijvoorbeeld in de economie. Voorbeeld
'IMF-topman Dominique Strauss-Kahn drong gisteren aan op meer overheidsinterventie om de wereldwijde kredietcrisis onder controle te krijgen. Volgens Strauss-Kahn moeten overheden desnoods rechtstreeks ingrijpen in huizenmarkten en de kredietverlening. De Franse IMF-topman bepleit onder meer het versterken van de balansen van banken met publiek geld als de private sector dat zelf niet snel genoeg voor elkaar krijgt.' Bron: FD.nl - 08-10-2008.
Het nationaliseren van ondernemingen of financiële instellingen.
Ook : staatsfonds. Zie: sovereign wealth fund.
staatsinvesteringsmaatschappij
Zie: sovereign wealth fund.
Maatregelen van een overheid die ondernemingen economische voordelen bieden die zij bij een normale bedrijfsvoering niet zouden ontvangen. Voorbeelden zijn subsidies, belastingfaciliteiten, overheidsopdrachten en regelrecht geld pompen in een bedrijf door de overheid. Binnen de Europese Unie is staatssteun in beginsel verboden (artikel 87 EG-Verdrag), maar er zijn uitzonderingen waarin de Europese Commissie staatssteun goedkeurt.
Situatie waarin in een bepaald land of regio economische stagnatie (nauwelijks of geen reële economische groei, oplopende werkloosheid) gelijktijdig optreedt met (aanhoudende, hoge) inflatie. Dit is ongebruikelijk omdat inflatie over het algemeen samengaat met economische groei. Het begrip ontstond in de jaren 70 van de vorige eeuw; de aanjager van de stagflatie was destijds de verviervoudiging van de olieprijzen door de Organisation of the Petroleum Exporting Countries (OPEC).
Zorgen over, angst voor (dreigende) stagflatie. Voorbeeld "De Amerikaanse ISM-index voor de productiesector was de boosdoener. Deze inkoopmanagersindex, een belangrijke graadmeter voor de economie, was in december voor het eerst in tien maanden gekrompen, bij stijgende prijzen. Beleggers waren verbijsterd en het stagflatiespook doemde op." - bron: Alex Nieuwsbrief, 2008.
Ook: aanjagen van de economie, aanzwengelen van de economie. Het nemen van maatregelen door de overheid en/of centrale bank om de economische groei te bevorderen c.q. een recessie te voorkomen. De belangrijkste middelen hiervoor zijn:
Centrale bank - Een accommoderend monetair beleid door de centrale bank; deze kan de rente verlagen, zie: rentewapen (centrale banken). Sinds de invoering van de euro kunnen de landen in de eurozone dat niet meer zelfstandig doen, omdat de Europese Centrale Bank (ECB) het rentebeleid bepaalt.
Overheid - De overheid kan door middel van begrotingsbeleid de economie proberen te stimuleren, en wel door het verhogen van uitgaven of het verlagen van de lasten; dit kan overigens weer leiden tot een begrotingstekort en het oplopen van de staatsschuld. Het verlagen van de lasten - lastenverlichting - kan bijvoorbeeld betekenen het verlagen van omzetbelasting (BTW), het verlagen van de sociale premies (premies geheven over de bruto lonen, die ten laste komen van de werkgevers) of het doen van een eenmalige uitkering aan burgers. Ook kan de overheid zelf sneller geld uitgeven. Bijvoorbeeld door het verlenen van investeringsaftrek aan ondernemers of door eerder dan voorzien bepaalde uitgaven te doen, zoals in infrastructurele werken.
Bij het stimuleren van de economie gaat het meestal om een combinatie (pakket) van maatregelen. Soms spreken groepen van landen ook onderling af om dit soort maatregelen gecoördineerd, in samenhang te nemen.
Krediet aan een klant met een relatief lage kwaliteit (zie ook: credit rating). Anders gezegd: risicovolle leningen. Dit begrip wordt vaak gebruikt met betrekking tot (Amerikaanse) hypotheekleningen die verstrekt worden aan particulieren waarbij onvoldoende duidelijk of desbetreffende kredietnemers voldoende kredietwaardigheid zijn. Zij hoeven geen gegevens te verstrekken over eventuele schulden, hun vermogen of inkomsten. Bij de meeste subprime hypothecaire leningen mag de instelling die de lening verstrekt de rente na 3-5 jaar verhogen. In het nederlands komen we begrippen tegen als rommelkredieten, rommelleningen, rommelobligaties en rommelhypotheken, maar in vakpublicaties meestal het woord 'subprime'.
Een bank die een dermate belangrijke rol in een bepaalde markt (bijvoorbeeld de Nederlandse of Belgische markt) of economie vervult dat deze niet failliet mag gaan, omdat een faillissement een systeemcrisis zou kunnen veroorzaken en de werking van het gehele financiële systeem c.q. de gehele economie in gevaar zou kunnen brengen. Wat de preciese kenmerken zijn van een dergelijke systeembank zijn is niet aan te geven, maar men zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een een kritieke rol in het internationale betalingsverkeer, een groot aandeel in de binnenlandse spaarmarkt of de markt voor kredieten, enzovoorts.
Het risico dat problemen van de ene bank zich als gevolg van een specifieke gebeurtenis (zie: idiosyncratische schok) volgtijdelijk voortplanten naar één of meer andere banken (domino-effect), waardoor een vorm van systeemrisico - het risico van besmetting ('contagion') - gecreëerd wordt; bij een systeemcrisis komt als gevolg van een schok een een groter aantal banken tezamen en gelijktijdig in de problemen. Zie verder: systeemrisico.
Het risico dat problemen optreden bij één of meerdere financiële instellingen waardoor het goed functioneren van het financiële systeem als geheel in gevaar wordt gebracht. Systeemrisico kan ontstaan doordat meerdere instellingen gevoelig zijn voor dezelfde economische ontwikkelingen. Een tweede bron van systeemrisico vormt onderlinge besmetting ('contagion'), wanneer een eventuele crisis bij de ene instelling overslaat op een andere instelling. Bij grote verwevenheid treden domino-effecten op die de gezondheid van het gehele financiële systeem en de economie in gevaar kunnen brengen. Engels: systemic risk.
Zie: troubled asset relief program. Zie ook: noodfonds (voorbeeld 2).
De term 'testosteronbankier' komt uit een artikel van Henk Noort in het FD van 31-10-2008, en refereert aan sterk risicovol opererende, doorgaans mannelijke bankiers met machogedrag, sterk resultaatgericht en vaak met een onstilbare honger naar geld. In het artikel wordt de vraag gesteld of deze testosteronbankiers medeschuldig zijn aan het ontstaan van de kredietcrisis (2007-2009). Testosteron is een geslachtshormoon waarvan mannen gemiddeld tien keer zoveel aanmaken als vrouwen. Harvard-econome Anna Dreber publiceerde in september 2008 in Evolution and Human Behavior een artikel waarin zij stelde: "Long-term, above-average testosterone levels may perhaps eventually lead to irrational risk taking, and thus lower profits.....This is maybe what we see today." Haar en ander onderzoek suggereren dat mannen gemiddeld meer risico nemen dan vrouwen; dat leidt ook tot hogere rendementen, althans op de kortere termijn; vrouwen produceren minder testosteron, beleggen voorzichtiger, nemen minder risico en zouden op langere termijn gemiddeld beter (bovengemiddeld) presteren.
Een belangrijke maatstaf voor de financiële kracht van een bankbedrijf, gezien vanuit het oogpunt van de toezichthouder. Het begrip 'tier 1-kapitaal' is een maatstaf die vastgelegd is in de kapitaalakkoorden van Bazel (Basle I, Basle II). Zie ook: kernkapitaal, tier 1-ratio.
Kernvermogen van een bank uitgedrukt als percentage van het risicogewogen balanstotaal. Zie verder: kernkapitaal.
De Tobintaks is een (geringe) belasting op valutatransacties, genoemd naar James Tobin, Amerikaans econoom en ontvanger van de Nobelprijs voor de economie in 1981, die in 1972 de aanvankelijke bedenker was van dit belastingheffingsconcept. Het idee ontstond in de tijd dat het stelsel van vaste wisselkoersen (Bretton Woods) was ingestort, nadat de Amerikaanse president Nixon de vaste wisselkoers had losgelaten. Achter de door James Tobin voorgestelde belasting gaat het idee schuil dat met een (geringe) belasting op valutatransacties het speculeren minder aantrekkelijk wordt en het zogenaamde flitskapitaal wordt belemmerd, waardoor grillige en destabiliserende kapitaalbewegingen zouden kunnen worden ingetoomd. Een bijkomende effect zou zijn dat de belasting geld zou kunnen opleveren voor armoedebestrijding in de wereld. Niet iedereen loopt weg met het idee van een Tobintaks, en het idee is ook nooit (op wereldniveau) in praktijk gebracht, maar iedere keer als een financiële crisis ontstaat duikt de Tobintaks weer op. Veel economen zien het idee als zeer lastig realiseerbaar en onwerkbaar. De econoom Tobin nam in 2002 zelf afstand van het idee. Veel critici van de globalisering c.q. 'andersglobalisten' omarmen het idee echter. Engels: Tobin tax.
Nederlandse spotnaam voor een subprime hypotheeklening, een lening die werd verstrekt aan een persoon of partij waarvan het hoogst onzeker is dat die in de toekomst rente en/of aflossingen kan opbrengen. Vergelijk: rommelobligatie.
Term die gebruikt wordt om aan te geven dat financiële autoriteiten (bijvoorbeeld centrale banken) altijd zullen trachten om grote financiële instellingen die in problemen komen te helpen als het risico bestaat dat een eventueel faillissement zou kunnen leiden tot grote onrust op de financiële markten of een kettingreactie bij andere instellingen.
Als een groot deel van de aandelen (of obligaties) van een grote onderneming in handen is van (een kleine) groep grote buitenlandse beleggers (bijvoorbeeld sovereign wealth funds) moet een faillissement als het kan vermeden worden omdat anders het vertrouwen bij die buitenlandse partijen wordt ondermijnd. Zeer welkome toekomstige investeringen zullen dan mogelijk achterwege blijven. In die situatie zal de overheid kunnen ingrijpen door met steun aan die onderneming het voortbestaan veilig te stellen. Variant op too big to fail.
Letterlijk: vergiftigd, giftig of besmet papier; besmette activa. Bedoeld worden leningen en daarvan afgeleide (gestructureerde) producten die waardeloos geworden zijn of waarvan de reële waarde niet te bepalen valt, en die daardoor ook volledig illiquide zijn. Het begrip ‘toxic paper’ valt regelmatig in de context van de Amerikaanse huizencrisis en kredietcrisis van 2007/2008 en de wereldwijde gevolgen daarvan. Met 'giftig papier' of 'giftige financiële producten' worden dan bijvoorbeeld collateralized debt obligations (CDO's), credit default swaps (CDS), andere kredietderivaten en ingewikkelde structuren als'(super-) SIV's bedoeld.
AAA: hoogste rating voor de kredietwaardigheid. In Nederland heeft bijvoorbeeld de Rabobank als enige bankinstelling een triple A rating. Zie: credit rating.
Spottende bijnaam voor pakketten hypotheekleningen die weliswaar een AAA-rating (de hoogste kwaliteit, ook: Triple A) hebben, maar die door de hypotheekcrisis in de tweede helft van 2007 toch fors in waarde daalden. Zie ook: subprime (lening); kredietcrisis; structured investment vehicle.
Afgekort: TARP. Naam van een plan van de Amerikaanse minister van Financiën (US Treasury Secretary) Paulson; kern van dit op 19 september 2008 aangekondigde plan is de oprichting van een noodfonds dat in problemen geraakte Amerikaanse financiële instellingen moet gaan helpen en het vertrouwen in de Amerikaanse financiële markten moet helpen herstellen, onder meer door het overnemen van giftige financiële producten (zoals mortgage backed securities). Dit plan is vervolgens uitgebreid tot een veel omvangrijker plan dat verder gaat onder de naam 'Emergency Economic Stabilization Act of 2008'. Zie: noodfonds (voorbeeld 2).
Een digitale klok, die op Times Square in New York hangt, en die real-time de hoogte van de Amerikaanse staatsschuld toont. De klok werd in 1989 geïnstalleerd door de Amerikaanse onroerendgoedmagnaat Seymour Durst om de toenmalige staatsschuld van 2,7 biljoen Amerikaanse dollars aan de kaak te stellen; de klok is nu eigendom van zijn zoon, Douglas Durst. Bijna twintig jaar later, in oktober 2008, is deze schuld opgelopen tot meer dan 10 biljoen dollar; dat bedrag past niet meer op de klok. Begin 2009 zal de hele klok vervangen worden door een grotere, met 2 extra nullen. Internet: www.debtclock.com.
veilige haven (beleggingsalternatief)
Een veilige haven (Engels: safe haven) is een veilig (waardevast, niet manipuleerbaar) beleggingsalternatief c.q. een belegging waarin beleggers hun toevlucht zoeken in het geval van onrust (onzekere tijden) op financiële markten. Wat een veilige haven is kan van tijd tot tijd verschillen. Soms waren dat obligaties (met name staatsobligaties), dan weer eens goud. Maar ook onroerend goed of grondstoffen kunnen veilige havens zijn. Het moge duidelijk zijn dat wat op een bepaald moment als veilige haven getypeerd wordt, op een ander moment juist een minder veilige belegging kan zijn of blijken te zijn.
Het afnemen van de liquide middelen bij banken (banken zijn krapper bij kas), waardoor ze minder kortlopende kredieten kunnen aanbieden op de geldmarkt. Door de herfinancieringsrente te verhogen maakt de centrale bank (bijvoorbeeld de Europese Centrale Bank) het de banken moeilijker nieuwe kredieten te verstrekken aan bedrijven, gezinnen en overheden. Dit zal de groei van de geldhoeveelheid afremmen. Ook kan de centrale bank de geldhoeveelheid terugdringen door banken te verplichten grotere tegoeden bij haar aan te houden, waardoor de hoeveelheid geld die in omloop is vermindert. Tegenovergestelde van een verruiming van de geldmarkt.
Een afname van het vermogen, bijvoorbeeld door:
Een regeling waarin lopende aandelen-, optie- en bonusregelingen van vertrekkende bestuurders van ondernemingen worden afgekocht. Het gaat hier om regelingen die zijn bedoeld om toekomstige prestaties van bestuurders te belonen. Rondom dit thema loopt een heftige discussie; normaal gesproken zou een bonus aan een prestatie gekoppeld moeten zijn, maar die blijkt in de praktijk vaak te ontbreken (zie: exhibitionistische zelfverrijking). Zo kan de prestatie van de bestuurder worden gemeten op basis van de aandelenkoers; bij een overnamestrijd kan die koers sterk oplopen en zou het niet terecht zijn dat een bestuurder op basis hiervan toch veel incasseert, zonder dat de totstandgekomen koers een echte verdienste van hem- of haarzelf is. Ook worden er aan bestuurders regelmatig vergoedingen toegezegd door partijen die de onderneming willen overnemen; feitelijk kan de bestuurder hierdoor niet meer zonder belangenconflict (onafhankelijke) besluiten nemen over deze overname. Dit zijn slechts enkele facetten van de discussie rondom dit thema. Ook: exitbeloning, ontslagpremie, vertrekpremie, vertrekregeling.
De term 'voodoo' In combinatie met een financieel begrip heeft altijd een negatieve lading en betekent dan slecht onderbouwd, niet academisch onderbouwd, zonder bewezen werking, onduidelijk of schimmig ('black box'), misleidende nonsens. 'Voodoo economics' kan verschillende betekenissen hebben:
Vergelijk: voodoo finance.
Voodoo is een in West-Afrika ontstane godsdienst, die ten tijde van de slavenhandel is meegenomen naar het Caraïbisch gebied en Noord-Amerika; hierin zijn Afrikaanse natuurreligies en het katholicisme samengesmolten (geloof in een schepper, die wordt bijgestaan door goden en godinnen, voorouders en geesten). De term 'voodoo' in combinatie met een financieel begrip heeft altijd een negatieve lading en betekent dan slecht of niet academisch onderbouwd, zonder bewezen werking, onduidelijk of schimmig ('black box'), misleidende nonsens, op goochelkunsten gebaseerd. Met 'voodoo finance' wordt gedoeld op ingewikkelde, door 'quants' en 'financial engineers' ontwikkelde financiële constructies waarvan de werking en risico's voor (de meesten) onduidelijk zijn. Vaak wordt het begrip ook gebruikt in combinatie met producten als derivaten en gestructureerde producten, zoals mortgage backed securities (MBS), collateralized debt obligations (CDOs), credit default swaps. Voorbeeld '“Voodoo finance” is aan het instorten. Niemand zit meer te wachten op indrukwekkende diensten en produkten. De bedenkers van de eindeloze reeks van slimme derivaten, winstverdubbelaars, complexe hypotheek constructies, garantie-beleggingen en ‘verzeker u rijk produkten’ kunnen naar huis. En niet alleen de bedenkers maar ook de adviseurs en financiële dienstverleners tesamen met het back-office personeel dat de ballentent aan de man moest brengen en administreren. En natuurlijk ook de marketeers en reclame mensen die de rommel oppoetsten en via de media met veel tam tam aan het uitventen waren.' Bron: Willem Mastenbroek, ManagementSite.nl - 18-11-2008. Vergelijk: voodoo economics.
Aanduiding voor de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen die niet voldoet aan de wetten van de normale kansverdeling van Gauss, Carl Friedrich. Het zijn gebeurtenissen die volgens de theoretische statistiek bijvoorbeeld een waarschijnlijkheid hebben van slechts 1 op de miljard keer en waarmee dan ook niemand rekening houdt. Juist omdat niemand er rekening mee houdt kunnen zij een zeer grote invloed hebben.
Carry trade op basis van geleende Japanse yens. Door de zeer lage rente in Japan werden in enkele jaren voorafgaand aan 2008 enorme bedragen in yen geleend die vervolgens gemakkelijk in hoger renderende beleggingen in andere valuta konden worden belegd. Toen er als gevolg de in 2007 begonnen hypotheek- en kredietcrises in het derde kwartaal van 2008 grote koersverliezen op de internationale effectenmarkten plaatsvonden moesten veel van deze posities worden teruggedraaid, waardoor de yen in enkele maanden met meer dan 30% in waarde steeg. Opbrengsten in $ en € moesten immers worden verkocht om de yens te kopen die nodig waren voor de aflossing van leningen in de Japanse valuta.
Een voorspelling die zichzelf direct of indirect waarmaakt. Bijvoorbeeld als men bepaalde verwachtingen rond iemand heeft; dit alleen maakt vaak al dat deze persoon zich inderdaad conform de verwachting gaat gedragen (in de ogen van degene met de verwachtingen). Een ander voorbeeld is als iedereen praat over een mogelijk aanstaande recessie; mensen worden als gevolg van dergelijke slechte tijdingen voorzichter met het doen van bestedingen, waardoor de vraag vervolgens terugloopt en overproductie ontstaat, als gevolg waarvan weer ontslagen vallen, mensen nog minder te besteden hebben en de economie weer verder in het slop raakt. Engels: self-fulfilling prophecy.
Afgekort: ZIRP. De Japanse centrale bank, de Bank of Japan (BoJ), hield jarenlang de korte rente (de nominale rente) op of omstreeks de nul procent in een poging de deflatie te bestrijden en investeren financieel aantrekkelijker te maken. Deze strategie van de Japanse centrale bank werd aangeduid met de 'zero interest rate policy' of vaak kortweg als ZIRP. Of deze strategie effectief was is nog maar de vraag; in ieder geval is het een aanpak waarover de meningen zeer verdeeld waren en blijven. Ook in 2008 en 2009 is het onderwerp weer actueel, nu de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve Board en andere centrale banken als gevolg van de kredietcrisis de rente blijven verlagen. Voorbeeld "De bankeconomen houden er zelfs rekening mee dat de rente nog lager kan. 'Er is een groeiende dreiging dat het vorige dieptepunt van 1 procent gebroken wordt in de zomer.' Daarmee komt de Fed dicht in de buurt van de Japanse respons op de eigen crisis van de jaren negentig, die door het leven gaat als ZIRP – zero interest rate policy." Bron: NRC Handelsblad, 18-03-2008. Zie ook: negatieve rentevoet.

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
