Nieuws/Tech

Bank en beurs buigen voor cybercriminelen

Door door Theo Besteman

Op één dag 130 banken digitaal aanvallen en ongemerkt $100 miljoen wegsluizen. Voor cybercrime-organisaties, zoals bij deze gecoördineerde aanval vanuit 49 steden in Europa, Azië en de VS, is dit routine. Het beangstigt toezichthouders. Financiële instellingen in Nederland doen veel te weinig tegen aanvallen die het financiële systeem destabiliseren, aldus minister Opstelten (Justitie en Veiligheid).

„De toezichthouders in Nederland lopen mijlenver achter op flitshandelaren en cybercriminelen”, zegt Albert Benschop, onderzoeker en auteur van ‘Cyberoorlog’. De eerste digitale bankroof dateert al uit 1995. „De capaciteit bij cybercriminelen, in geld en apparatuur, is gigantisch veel groter dan bij de overheid”, zegt hij.

In Nederland is de beveiliging zwak, getuige de inbraak door een 21-jarige Iraanse student in Diginotar, dat de veiligheidscertificaten voor alle overheidssites afgaf, inbraken bij de ov-chipkaartorganisatie en het Elektronisch Patiëntendossier.

Minister Opstelten opende in januari het Nationaal Cyber Security Centrum in Den Haag. Daar blijkt ook de omvang waarmee criminelen creditcard- en bankgegevens stelen. Nederlandse banken beveiligen hun klanten ‘onvoldoende’, velt hij naar aanleiding van het onderzoek ’Nationaal Dreigingsbeeld’ als hard oordeel. Ook De Nederlandsche Bank typeert de digitale bombardementen en stille visacties door anonieme bendes als het grootste gevaar voor consumenten.

Lees verder in De Telegraaf van vandaag.