Normaal gesproken is een WK allround het grootste toernooi in een schaatsseizoen, in een niet-olympisch schaatsseizoen welteverstaan. De rest van de wereld kijkt eigenlijk altijd al meer naar de WK afstanden, een toernooi dat wordt gebruikt om toe te werken naar het vierjaarlijkse hoogtepunt dat de Olympische Spelen heet.
De budgetten worden afgeven aan de hand van de resultaten die behaald zijn op olympische disciplines. Bestuursleden worden ontslagen indien de olympische resultaten niet bevredigend zijn. Het geeft aan hoe belangrijk die Spelen zijn, zeker de laatste paar decennia. Het gaat om de medaillespiegel. Tijdens de Olympische Spelen kan via de sporttrots het ego van een land eens heerlijk worden opgevijzeld. Bestuurders, BN'ers en politici verdringen zich om mee te glijden op die zeepbaan van aandachtgeilerij. Zo is het nu eenmaal en zo zal het nog wel even blijven.
Ook in Nederland is dit jaar de WK allround een ondergeschoven kindje. Zoals ik het zie zelfs als nooit tevoren. Komend weekeinde is meer een mooie, leuke - enigszins verplichte - afsluiting van een fantastische en enerverende schaatswinter. Sven wordt niet gevraagd wat hij de komende twee jaar wil gaan doen, nee, hem wordt gevraagd of hij de fouten van Vancouver in Sochi gaat doen vergeten. Of Mark Tuitert nu wereldkampioen wil worden? Nee, de vraag of hij zijn titel in Sochi kan gaan verdedigen werd hem al binnen een week na het behalen van zijn olympische titel gesteld. Stefan Groothuis, die zeker weer vier jaar lang getergd is omdat hij fysiek het schip inging in Vancouver.
Kortom, we denken en leven steeds meer olympisch. Medailles willen we zien. Het schaatsen zal een olympische medaillemachine moeten blijven voor Nederland. De praktijk wijst dat natuurlijk al langer uit, maar zo zal het steeds meer worden benaderd. Nederland, lees KNSB en een beetje NOC*NSF, zal een olympische koers moeten gaan bepalen voor vier, acht en twaalf jaar. En die begint nu! De koers van specialisme zal eens te meer moeten worden gekozen. De NK afstanden voor junioren is een goed initiatief. In die lijn zal men ook de juniorenploegen moeten gaan samenstellen en opleiden.
Daarnaast zal Nederland natuurlijk de ploegenachtervolging echt voorop moeten stellen. Een zo zekere medaille als die kan Nederland zich niet wensen. Men zal echter heel duidelijk moeten gaan kiezen, geen halfzacht modderbeleid met wie er wil rijden. Nee, een harde kern aanstellen en die gaat dan ook echt Nederland vertegenwoordigen. Duidelijke keuzes maken! Nederland moet en zal in de finale rijden.
Daarnaast zal Nederland zich als schaatsland hard moeten gaan maken voor een nieuw onderdeel in het schaatsen, de olympische sprint. Nog een ploegenonderdeel, maar dan voor de sprinters. De ISU en het IOC hebben wel gezien hoe populair de ploegonderdelen zijn, ook bij het publiek buiten Nederland. Olympische sprint is een wedstrijd over drie ronden, er wordt gestart met drie rijd(st)ers, de eerste rijdt alleen de openingsronde, verlaat de groep, de tweede rijdt het volgende rondje en de derde finisht het derde rondje alleen.
Een spectaculair onderdeel dat al wel olympisch is bij het baanwielrennen. Weer een onderdeel waarop veel landen mee kunnen gaan doen voor de prijzen. Ook hier kan Nederland voor een vaste plek in de top drie gaan. Nu zal die lobby gestart moeten worden. Het Nederlandse schaatsen is nu eenmaal onze olympische medaillebroedmachine. Zorg er dan voor dat er zo veel mogelijk eieren in het mandje liggen die verguld kunnen gaan worden.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer