Inloggen bij Telegraaf.nl
Schaatsen op het randje. Niets mag of kan er fout gaan tijdens het sprinten. Elke hapering, elke verkeerd afgestelde schaats kan het verschil tussen winnen en verliezen zijn. Bij het afstellen van de schaats gaat het om honderdsten van millimeters. De ronding van de buis iets te vlak en je komt geen bocht meer goed door. Of een tikje tegen je buis vlak voor de start en de kromming van de buis is naar z'n mallemoer, waardoor je geen goede afzet meer hebt.
Het langebaanschaatsen van tegenwoordig begint langzaam formule 1-vormen aan te nemen. Vele testuren zijn nodig om de schaatsen op de gewenste afstelling te krijgen. Alleen dan kun je met de juiste vorm en zelfvertrouwen perfect presteren. Daar draait het om, perfectie tot de laatste millimeter. Ik vind dat zo mooi en frustrerend tegelijk, althans dat had ik toen ik zelf bezig was.
Eerst alleen al het vinden van de juiste schoen. Een schoen, dat is zo'n beetje heilig voor je als schaatser. Die dingen verlies je nooit uit het oog. Ooit werden de schoenen van Adne Söndraal gestolen op een Italiaans vliegveld, onderweg naar een World Cup in Baselga. Grote paniek. Het is de nachtmerrie van elke schaatser. Daarna het afstellen van de buizen. Leg tien buizen naast elkaar, geen twee zijn hetzelfde. Maar dan begint het afstellen, buizen komen namelijk nooit recht uit de fabriek. Er zitten altijd wel bochten en slingers in. Die buig je er dan uit. Dat buigen naar de gewenste kromming kan uren, soms dagen duren.
Daarna volgt het afstellen van de schoenen op de stand van de buizen. Kromming en ronding van de buizen, de schoenen en de stand van het klapmechanisme, vier factoren die variabel zijn. Laat daar maar eens een formule op los, hoeveel opties van standen van honderdsten van millimeters daar mogelijk zijn: heel veel!
Dit alles zorgt er wel voor dat de sport zich steeds verder blijft ontwikkelen. Riep ooit niet iemand dat de tijd van Eric Heiden op de tien kilometer tijdens zijn Olympische Spelen van Lake Placid, 14.28, tot de eeuwwisseling zou blijven staan? Maar ja, Eric Heiden reed vaste schaatsen, had van schaatsen buigen niet veel kaas gegeten en reed op buitenbanen.
En vóór hem reden we allemaal op natuurijs. Ja natuurijs, het heeft ooit bestaan. Of het ooit nog komt in NL? Deze winter lijkt het erop dat dat voor altijd verleden tijd is. De ene na de andere zuidelijke stroming dendert over het land heen. De winter heeft zich teruggetrokken, ver weg in Siberië. Voor natuurijstochten en wedstrijden moeten we naar het buitenland. De Weissensee in Oostenrijk is in de maand januari een Hollandse enclave. En wat te denken van de mogelijkheden in Zweden. Ik ben afgelopen week op trainingskamp geweest met mijn Kenianen. Trainen op natuurijs rond Torsby. Hier liggen de meren voor het oprapen.
Zelfs de warmste winter in 100 jaar heeft nog gezorgd voor een ijsvloer waar ieder rayonhoofd in Friesland jaloers op zou zijn. Twintig centimeter zijn de dunne stukken. Een kleine 400 kilometer heb ik hier afgelegd op mijn privémeren. Helemaal alleen jakkeren over gitzwart ijs, oké, een beetje zand erop. Waardoor de schaatsen niet zo scherp meer zijn. Of krom na in een scheur te zijn gedoken. Het maakt allemaal niet uit, het gaat om het schaatsen op echt natuurijs. De koude, het slechte ijs, je één voelen met de natuur! Het schaatsen in zijn puurste vorm. De NK zal mooi worden en het is genieten van de F1-rijders en -rijdsters, maar ondertussen wonen wij in het verkeerde land. Verhuizen naar Zweden als schaatsliefhebber is de enige uitweg om ooit nog eens echt te schaatsen.
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
Of login met