Baasankhu, Bolbaatar, Naran en Ariunbold zijn Mongolen. Mongolen op een crossfiets. Het valt niet mee om dat niet bij voorbaat als een vermakelijke attractie te zien. Maar voor het kwartet dappere strijders is veldrijden bittere ernst en de huidige campagne slechts de opmaat naar een toekomst waarin de cyclocrossers van de lage landen wél rekening moeten houden met concurrentie uit andere werelddelen. Eind januari, net voor het verstrijken van hun visum, moet het WK in Tabor de kroon worden op hun missie.
Hilarisch is het wel als Miga (18), Hangkai (21), Bovka (26) en Nara (29), zoals ze worden genoemd, voor het eerst hun opwachting maken in de Vlaamse veldritwereld. Ze mogen trainen op een parcours in Lokeren waar even later een koers voor nieuwelingen en junioren wordt gehouden. Een hele belevenis voor het viertal, maar ook voor de jonge Belgen die zich opwarmen voor hun cross. "Ze voelen zich als krijgers die Dzjengis Khan vertegenwoordigen. Mongolen gaan altijd en overal tot het uiterste", grinnikt Tom Lanhove, de initiator van het project.
Behalve in Gieten rijdt het illustere viertal in ons land in Huijbergen, Hoogerheide en Surhuisterveen. Dit keer nog als underdog, maar de volgende winters om mee te spelen om de knikkers. Lanhove: "De Mongoolse federatie wil zich gaan specialiseren in veldrijden. Op de weg is voor hen niets te halen. De omstandigheden om te crossen zijn er ideaal, maar voor wegwielrennen ontbreekt het aan infrastructuur. Het individuele karakter van veldrijden past beter bij de mogelijkheden. Dit project wordt daarom gezien als een droomkans."
Vanuit het oude gemeentehuis in Kobbegem trekken de Aziaten de paden op en de lanen in. Een gratis verblijfplaats, met geleend serviesgoed en meubilair van de kringloopwinkel. In ruil heeft het logo van de gemeente Asse-Kobbegem een plaatsje op de koerstrui van de Mongolen. "Vanaf nu gaan we naar alle topcrossen. Dan kunnen ze in de zomer in eigen land met de vergaarde leerstof aan het werk", stippelt Lanhove de tactiek uit. Net als Sven Nys en Niels Albert worden de vier naar de koers gereden in een camper. "Maar als ze teruggaan, is het back to basic", weet Museeuw. "De vier jongens trekken rond met hun families en hoeden schapen en paarden. Neem hen de steppe af en ze hebben niets meer", geeft hij aan.
"Daarom komt dit ludiek over", vult Lanhove aan. "Mongolië is onbekend. De sporten daar zijn worstelen en handboogschieten. Maar deze renners zijn geen sukkelaars. Het zijn ruwe diamanten die geslepen moeten worden."
© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer