Rat naar West Ham United
Visser van ADO naar Helmond Sport Professor Peter Van Eenoo, hoofd van DoCoLab, benadrukt dat Aicar nog altijd niet traceerbaar is, omdat er nog geen waterdichte test voor werd ontwikkeld. Net als testosteron gaat het om een lichaamseigen stof. In iedere urine komt de stof voor. Je kan ze dus niet opsporen op basis van haar aanwezigheid, zoals bijvoorbeeld met clenbuterol, waarvan de kleinste hoeveelheid aantoont dat er met verboden middelen is geknoeid.
Naar aanleiding van wetenschappelijke publicaties waarbij het stimulerende effect werd benadrukt, is DoCoLab zich op Aicar gaan richten. „Via internet zijn wij vanaf dat moment gaan kijken of het verkrijgbaar is”, aldus Van Eenoo. „Toen we daadwerkelijk Aicar konden bestellen (voor circa 150 dollar per 100 mg) via de malafide handel, zijn we in actie geschoten. Op basis van de vastgestelde concentraten proberen we een soort drempelwaarde te creëren. We zijn dicht bij de oplossing. In een tweede fase moet echter nog aangetoond worden dat de aangetroffen stof afkomstig is van een pil. Daar is het laboratorium van Keulen mee bezig.”
Van Eenoo benadrukt dat sporters voorlopig nog niet betrapt kunnen worden op Aicar. „Alleen worden de urinestalen tegenwoordig acht jaar bewaard, dus kunnen ze ook nog met terugwerkende kracht gecontroleerd worden. De resultaten op muizen hebben aangetoond dat Aicar een superwerking heeft.”
© 1996-2013 TMG Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Gebruiksvoorwaarden | Privacy | Cookies | Cookie-voorkeuren | Disclaimer