*

Zoeken
  Zoeken met  
wo 29 jun 2011, 16:17

„Achter elk kledingstuk zit een verhaal”

Slow shoppen

GHISLAINE VAN DRUNEN
AMSTERDAM -  Shoppen is meestal een vluchtige aangelegenheid waarbij je hoogstens de verkoop-medewerkers leert kennen, laat staan de makers van de producten. Nu zijn er (web)winkels die laten zien wie de mens achter hun koopwaar is.

Anastasia, Nazoo, Manuela, Naima, wie een trui of jurk bij modelabel i-did Slow Fashion koopt, komt een van deze namen in het waslabel tegen. Een manier om klanten kennis te laten maken met de naaisters.

Sinds kort organiseren de oprichtsters van i-did bijeenkomsten waar klanten de kleermaaksters in de winkel annex atelier ook kunnen ontmoeten. „Dit is echt anders winkelen, dit is slow winkelen.”

Zo noemt Adriane de Graaf (48) de eerste ’vrouwen-voor-vrouwen’-avond van modelabel i-did dat alleen vrouwenkleding produceert, gemaakt door vrouwen. Het Utrechtse bedrijf dat voor kort alleen een webshop had, heeft sinds eind mei een winkel en atelier in de Toonkamer van de Pastoefabriek center for interior design in Utrecht.

De Graaf vervolgt: „Ik vind het ook prettig dat er niet zoveel keuze is als in andere winkels. Het is ontspannend, je hebt meer tijd om rond te kijken.”


Hebberig

Maar bij kijken blijft het niet. Nog voor i-did-oprichtster Mireille Geijsen (45) haar introductiepraatje heeft gehouden, hebben de bezoeksters zich op de kledingrekken gestort en staan er rijen voor de pashokjes.

Marion Poortvliet (49), mede-oprichtster van i-did en ontwerpster van de kleding, kijkt tevreden toe en geeft kledingadvies. Het duurt niet lang voor de kassa rinkelt en dan moet de avond nog beginnen.

Zo vindt Talma Joachimsthal (44) het maar moeilijk om de hand op de knip te houden. „Ik word hier hebberig van”, geeft ze toe. Toch geeft niet alleen kopen bevrediging. „De kleding is in het echt veel mooier dan op de website”, zegt Jacqueline Heijmerink (48) terwijl ze een rokje past. „En het is erg leuk om het enthousiasme van de naaisters te zien. Hoe ze hier met liefde aan het werk zijn. Het inspireert mij.”

Aangenaam

Door de klanten kennis te laten maken met hun werknemers willen Geijsen en Poortvliet plezier terugbrengen in het winkelen. Geijsen: „Door de welvaart is de bezieling verdwenen. Je grist een shirt uit het rek, trekt het drie keer aan, en gooit het weer weg. Daar is toch geen klap aan.” Poortvliet voegt toe: „Wij maken tijdloze kleding. Stukken van kwaliteit, die niet uit de mode raken.”

Daarvoor gebruiken ze reststoffen uit Europese fabrieken en waar mogelijk biologisch katoen en wol. De naaisters zijn allochtone vrouwen die volgens Geijsen „veel talent hebben, maar anders in een schoonmaakbaantje zouden blijven hangen”.

Er is wel selectie aan de poort. Poortvliet: „We zijn een commercieel bedrijf, geen sociale werkplaats.” De geselecteerde vrouwen worden opgeleid door hoofd naaiatelier Manuela Maia, die deze functie eerder bekleedde bij Claudia Sträter. Na de opleiding worden ze volwaardig werknemer.

Ook Carlien Helmink (27) en Jitske Lundgren (30), oprichtsters van duurzaam modelabel Studio JUX, brengen maker en koper dichter bij elkaar. “Voor ons is produceren een hele bewuste keuze. Dat willen we laten zien aan onze klanten”, zegt Helmink. „Als je ziet hoeveel standaard collecties er per jaar doorheen gaan in de confectiemode, lijkt het alsof het allemaal lopendebandwerk is. Veel mensen denken ook echt dat er geen handen meer aan te pas komen. Maar er zit zoveel vakmanschap en werk in. Achter elk kledingstuk zit een verhaal. Van mensen met dromen en ambities, net als wij. Dat willen wij laten zien.”

Trend

De fabriek van het Amsterdamse Studio JUX zit in Nepal, waar ontwerpster Lundgren permanent woont. Een avond organiseren gaat dus niet zo makkelijk als bij i-did. Om de klanten toch kennis te laten maken met de makers van de kleding, interviewden Lundgren en Helmink hun werknemers.

De foto’s en portretten plaatsten ze op de website van de studio. Bij ieder portret hoort een nummer dat weer terug te vinden is in het waslabel. Zo kunnen dus ook de klanten van JUX kennismaken met de makers van hun kleding. „Van de klanten krijgen we hier leuke reacties op”, aldus Helmink.

Daarmee wordt ook gestrooid bij i-did. „Het leuke aan dit samenzijn is dat ik op deze manier veel meer mensen ontmoet dan ik dan in een normale winkel zou doen. En ik krijgt een kijkje in de keuken. Ik heb hier meer gevoel bij dan als ik de H&M inloop”, zegt Suzanne Mol (42).

Talma Joachimsthal ziet hier een trend in. „Winkelen wordt steeds meer een beleving. Voor simpele dingen kun je op het internet terecht. Voor iets extra’s en authentieks ga je naar de winkel toe.” Dat is precies wat Geijsen en Poortvliet voor ogen hebben. Poortvliet: „Dit wordt een ontmoetingsplek.”