*

Zoeken
  Zoeken met  
Astrid Hoofs van Stoffenhuis Hoofs in Den Bosch ziet dat verkleden steeds populairder wordt. Ook buiten carnavalstijd, want er worden steeds vaker themafeesten gegeven. Astrid Hoofs van Stoffenhuis Hoofs in Den Bosch ziet dat verkleden steeds populairder wordt. Ook buiten carnavalstijd, want er worden steeds vaker themafeesten gegeven. Foto: Rias Immink
do 16 feb 2012, 10:13

Carnavalsganger gaat voor kant-en-klaar

'Een leuk pekske'

door Ghislaine van Drunen
AMSTERDAM -  In het zuiden van het land is de carnavalsviering deze week al begonnen, maar komend weekend barst het feest pas echt los, als onder meer in Oeteldonk (Den Bosch), Lampegat (Eindhoven), Mestreech (Maastricht) en Jocus Riék (Venlo) de Prinsen Carnaval van deze steden het bestuur van de stad overnemen. Drie dagen drinken en hossen op carnavalskrakers. Met uiteraard ’een leuk pekske’, oftewel een kolderiek feestpak. Maar wat is een goede carnavalsoutfit? En hoe kom je eraan?

Anne Bernsen (l.) en Anouk Wouters (r.) wonen in Amsterdam maar gaan met carnaval terug naar hun ?roots?. De basis voor hun feestuitrusting is de Oeteldonkse rok, die compleet gemaakt wordt met een ceintuur van poppen. Anne Bernsen (l.) en Anouk Wouters (r.) wonen in Amsterdam maar gaan met carnaval terug naar hun ?roots?. De basis voor hun feestuitrusting is de Oeteldonkse rok, die compleet gemaakt wordt met een ceintuur van poppen. Foto: Rias Immink

Bij Stoffenhuis P.W. Hoofs in Den Bosch staan Anouk Wouters (28) uit Gemonde, en Anne Bernsen (27) uit Rosmalen, Oeteldonkse rokken te passen, met een rode, witte en gele strook. De dames wonen allebei in Amsterdam, maar keren ieder jaar terug naar hun geboortegrond speciaal voor carnaval. „Hartstikke gezellig want iedereen die hier is opgegroeid komt terug."

’Oeteldonk houdt oe jong!’

De laatste jaren winkelen Wouters en Bernsen samen. Dat betekent steevast een bezoek aan Hoofs, volgens de dames dé Oeteldonkse winkel om te shoppen voor carnaval. De vriendinnen laten zich inspireren door het thema van de Oeteldonkse carnavalsvereniging: ’Oeteldonk houdt oe jong!’. „Waarschijnlijk kopen we deze rok en maken we er een ceintuur met poppen bij", zegt Bernsen. Waar ze de poppen vandaan zullen halen, weten ze nog niet. „Misschien een tweedehandswinkel of een speelgoedwinkel", oppert Wouters. Meer dan dertig euro willen ze niet uitgeven aan hun ’pekskse’ (dialect voor pakje) dat vier dagen mee moet gaan. „Meestal is er niet veel van over op de laatste dag ", geven ze lachend toe.

IJskoningin

Dat zal Linda Rijke (28) uit Gorinchem niet gebeuren. Zij wil iedere dag een ander kostuum en neemt ook altijd een kijkje bij Hoofs. „Heel Den Bosch komt hier voor carnaval." Ze staat in het pashokje met een wit met zilveren glitterjurk. ’IJskoningin' staat er op het kaartje. Aan de haak hangt nog een exemplaar. „Die is voor een vriendin. We dragen altijd hetzelfde." Via Whatsapp overlegt ze nog ’of dit ’m wordt’. „Er komt nog een zilveren legging, en dito pruik en schoenen bij. Maandag ga ik als cancandanseres. Wat ik zaterdag aantrek, dat weet ik nog niet." Kosten? „Ik geef maximaal honderd euro per jaar uit voor alle dagen bij elkaar."

Kant-en-klaar

„Klanten maken het zo bont als ze zelf willen", zegt Astrid Hoofs, eigenaar van de befaamde winkel. „We verkopen accessoires van vijftig cent, maar ook maskers met veren van honderd euro." Volgens Hoofs willen de meeste mensen wel kant-en-klare pakken. „Carnavalsgroepen maken vaak nog wel hun eigen kleding. Maar vaak hebben mensen geen tijd meer om achter de naaimachine te kruipen. Ze kunnen het ook niet meer, want er wordt geen naailes meer gegeven. Daar is het misgegaan."

Not done

Vandaar dat P.W. Hoofs in de loop der jaren is veranderd van stoffenwinkel naar feestwinkel. „We hebben nog wel een afdeling met feeststoffen, maar die ligt nu helemaal stil." Het valt Hoofs op dat verkleden steeds populairder wordt. „Niet alleen met carnaval, maar het hele jaar door zijn er themafeesten. Mensen doen er echt hun best voor. Niet verkleed komen is blijkbaar 'not done'."

Verschillen vervagen

Dat geldt zeker voor carnaval. In Limburg gaat men van oudsher voor een al dan niet zelf in elkaar gedraaid feestpak. In Brabant was een boerenkiel lang de standaard. „Maar tegenwoordig komt daar een 'pekske' bij. Mensen willen er ook hier steeds mooier uitzien. Wat dat betreft vervagen de verschillen tussen Brabant en Limburg", zegt Hoofs. Voor carnaval geldt: hoe zuidelijker, hoe feestelijker. „In Maastricht is inderdaad veel aandacht voor de kostuums", weet carnavalsganger Anouk Wouters. „Mensen maken daar ook meer zelf. Dat heb ik nooit gedaan. Ja, ik heb mijn moeder wel eens aan het werk gezet, maar dat kan natuurlijk niet ieder jaar."

Boerenkiel

Astrid Las, eigenaar van feestwinkel Las in Den Bosch, zag de vraag naar uitgebreide carnavalskledij ook toenemen. „Toen mijn ouders deze winkel begonnen, vierden we carnaval in een boerenkiel, met een feestneus, een brilletje en een snor. Nu willen mensen als filmster of zanger gaan, of als film- of tekenfilmpersonage. We verkopen vooral veel hoeden en pruiken." Een populaire outfit dit jaar is het Amy Winehouse-pakje: een kokerrok met tijgerprint, een rood topje met weelderig decolleté, en uiteraard een zwarte suikerspinpruik.

Uniform

Bij Hoofs is een jas van eigen makelij de hit van het jaar. Een soldatenmodel met panterprint, opgeleukt met kikkers, het symbool van Oeteldonk. „Makkelijk en warm", weet Hoofs. Verder willen vrouwen sexy zijn, en mannen stoer. Hoofs: „Met carnaval mag het net iets meer zijn." Bij beide seksen doen uniformen het altijd goed. Matrozen, piloten, stewardessen, u komt ze dit weekend allemaal tegen in de straten van Oeteldonk.

Gerelateerde artikelen