Zoeken
  Zoeken met  
8.6 °C
NW4
 
files 40
44 km.
euro95
diesel
1,799
1,458
 
 
Foto: Jan Paul Kuit
wo 11 jul 2012, 11:00

Connie droomt van speelgoedmuseum

Nostalgie aangeboden

door Erik Morsink
PEY, woensdag - Het winkeltje waar niemand komt. Het zou de titel kunnen zijn van een droevig sprookje, maar het is de bittere waarheid voor Connie Westenberg uit het Limburgse kerkdorpje Pey. Haar antiek- en brocantezaakje aan huis loopt voor geen ene meter.

„En nu hoop ik dat er een prins op het witte paard langskomt die mij kan helpen mijn droom te verwezenlijken: met alle spullen die ik hier heb staan, wil ik een kinderspeelgoedmuseum beginnen”, verklaart de 50-jarige stellig. „Ik zoek alleen nog een geschikte locatie.”

Geen Hond

Shoppen in Pey, het zit er niet bij. „Nee”, grinnikt Connie. „Er komt hier geen hond! Mensen gaan dan toch richting Roermond. Kijk eens om u heen, dit is een heel klein gedeelte van al het oude kinderspeelgoed dat ik al sinds jaren verzamel. Als mensen al binnenkomen, krijgen ze koffie met een bonbonnetje en kopen ze vervolgens niks! Ze zien allerlei dingen uit hun jeugd voorbijkomen, maar schaffen die niet aan. Maar aan opdoeken, denk ik niet. Ik woon immers in mijn eigen museum! Bovendien heb ik mijn winkeltje aan huis. Maar deze ruimte hier is wel veel te klein om mijn totale verzameling te kunnen onderbrengen. Waar laat ik mijn 500 beren, 700 poppen en alle blikken speelgoedjes?”

Creatieve familie

Connie komt uit een zéér kunstzinnige familie, zo vertelt ze in de gezellige pastorie, die ze samen met haar Ron dertien jaar geleden als kraakpand kocht en zelf verbouwde.

„Ons gezin liep over van de creativiteit. Mijn broer is Mozart in een nieuw lijf, mijn zusje maakte eigenhandig 200 marionetten en ik borduur al vanaf mijn vierde. Een gezin van zes kinderen, dus moest ik wel ’s de slaapkamer delen met anderen. „’Jullie mogen best blijven slapen’, zei ik dan. ’Maar de muren zijn van mij’. Daar kon ik mijn prentjes en oude kaarten namelijk op kwijt. Ik had een lessenaartje met een stapeltje briefjes waarop ik ’entree’ schreef. Voor een kwartje mocht iedereen naar binnen. Als er dan een stuk of wat ooms en tantes in mijn minimuseumpje waren geweest, had ik weer 1,50 gulden aan zondagsgeld.”

Verzamelwoede

Kunstzinnige Connie volgde de opleiding modevormgeving, opende haar eigen creatief centrum, was hoofdredacteur van diverse ’knutselbladen’ en schreef zo’n dertig boekjes waarin ze onder meer het werken met kreuklint, het versieren van victoriaanse ornamentjes en mozaïeken belichtte. „Ondertussen was ik bezig met de opvoeding van mijn zoon en dochter. Het creatief centrum heb ik uiteindelijk gesloten, dat kon ik écht niet meer combineren met het moederschap.

„Ik ben overigens heel jong gehuwd. Mijn vader vond dat ik getrouwd het huis uit moest, dus dat gebeurde ook. Op m’n twintigste. We reden rond in een Citroën DS. Mijn man is ook een verzamelaar en op een middag hebben we in Maaseik gewoon een hele winkel in blikken speelgoed opgekocht. Ik kwam daar binnen, keek rond en de eigenaresse vroeg me: ’Is er iets voor u bij?’ Ik zei: ’Doe het me maar allemaal!’”

„Nou”, lacht Conny. „Ik dacht dat die vrouw ter plekke een appelflauwte zou krijgen. Zij belde met de eigenaar en gaf mij hem aan de lijn. Nog dezelfde middag was ik de eigenaresse van duizenden blikken speelgoedjes. Moesten we eerst alles gaan tellen. Vijftig beertjes, 300 eendjes, dit, dat. Acht keer ben ik met die DS op en neer gereden, ons appartementje stond tot de nok toe vol met speelgoed. Wij met al dat spul naar markten toe, en wat denk je? De eerste zondag al los!”

Mooier dan computers

Met haar aanstaande kinderspeelgoedmuseum hoopt Connie de mensheid een stuk nostalgie te kunnen bieden. „Ik heb een aantal unieke stukken. Wat dacht je bijvoorbeeld van een compleet marionettentheater met álle originele poppen er nog bij? Dat is toch allemaal authentiek en veel mooier dan die computers en PlayStations van tegenwoordig? Ik heb een opslag vol prachtig speelgoed, het wordt hoog tijd dat ik anderen daarvan kan laten meegenieten.”