De vele bomen die hem omringen op landgoed Wellenseind fascineren hem zeer. Hij kent ze, stuk voor stuk, soort voor soort. Die woudreuzen van De Kempen, ze spookten door z’n hoofd toen hij de met windkracht twaalf over het land razende kredietcrisis een plaats probeerde te geven.
Jan Zeeman, kordaat geposteerd aan een lange houten tafel in zijn bovenal degelijk ingerichte Brabantse landhuis: „Ik zie deze serieuze crisis ook als een herfststorm, die het dode hout wegblaast en dus feitelijk in hoofdzaak positief werkt. Je loopt natuurlijk wel het risico dat een omvallende oude zieke boom een vitaal jong boompje plet; dat is de schaduwkant. Maar over het algemeen is het aangenaam reinigend, vooral met het oog op de gekte, zoals die extreme beloningen voor bestuurders en het oneigenlijke gegraai en gegrijp. En dan heb je nog de grote ontslagvergoedingen die een middenstandsbedrijf de das om kunnen doen.”
Heeft u dat verbaasd?
„Eigenlijk niet. Het is er geleidelijk ingeslopen dat aangestelde bestuurders voor ondernemertje gaan spelen. Een ondernemer is iemand die met eigen geld voor eigen rekening weloverwogen risico’s neemt. Bestuurders doen dat met geld van een ander vaak minder weloverwogen, met alle gevaren van dien. Ik moet dezer dagen ernstig terugdenken aan 1981. Ook toen wankelde de economie en stond ik uitgerekend in dat zware weer op het punt om het bedrijf van Loek Brons over te nemen. Ik had maar 45 winkels; Brons 160. Vastgoedpartijen raakten in de versukkeling, de Tilburgse Hypotheekbank viel om, zelfs de NMB, die de deal met Brons had goedgekeurd, kwam enorm in de problemen. Zaten er plotseling nieuwe gezichten bij de bank tegenover me. Een bankdirecteur uit Alphen aan den Rijn gaf de doorslag. Hij wist de grote bazen in Amsterdam te overtuigen met de tekst: ’Geld leen je niet aan een onderneming, maar aan een ondernemer’. Het was toch het David en Goliathverhaal. De kleine David die reus Goliath opslokte.”
Waarom deed David dat?
„David zag kansen en voelde de drang om constant uit te blijven breiden.”
Voor hem op tafel liggen, zorgvuldig gerangschikt, zijn aantekeningen. Ook in dit decor met verslaggever en fotograaf wil Jan Zeeman gaarne de controle houden. Vriendelijk en vastberaden. Humorrijk en formeel. Hij begon op jonge leeftijd met een eerste winkel in Alphen aan den Rijn, omdat z’n vader in zijn textielzaak niet alleen een rol zag voor Jan, maar ook voor de andere negen kinderen en dat zag hij anders. Binnen zes maanden opende hij een tweede winkel in Zwanenburg, na twintig jaar slokte hij ook de winkels van de familie op.
„Ja, voor te veel geld, maar dat was om de merknaam Zeeman krachtiger te maken. De familie had onder dezelfde naam winkels en ik wilde per se één sterke textielsuperketen Zeeman.”
Wie van jullie had op dat moment het matroosje als logo?
„In reclame is het een ongeschreven wet: beter goed gejat dan slecht bedacht. Mijn vader had in de hoek van zijn advertenties een ouwe zeeman met touw als kader. Vond ik best aardig, dus heb ik een matroosje laten maken.”
Hij schuift twee foto’s over tafel met ’t geelblauwe matroosje op de gevel van een Turkse winkel. „Over jatten gesproken. Koos Matroos bevalt kennelijk ook daar.”
’Je moet je niet laten meeslepen door het doemdenken, je moet je kans grijpen zodra die zich voordoet’, zei u in 1982 tegen De Telegraaf. ’En vooral niet denken dat je in moeilijke tijden niet kunt investeren’. Gaat die wijsheid vandaag, 27 jaar later, nog steeds op?
„Alleen wanneer je heel zorgvuldig met je geld omgaat. Je moet in moeilijke tijden wel blijven kopen, maar er minder voor betalen. Dat was bij Zeeman zo en ook in het vastgoed. Ik heb toen ik stopte als directeur bewust van de ene op de andere dag afstand van Zeeman genomen en dat was achteraf gezien misschien wel een foute beslissing. Heb vrij abrupt de leiding overgedragen.”
Hoezo foute beslissing?
„Ik heb daardoor een voorzitter van de directie verspeeld. Mijn opvolger meneer Schouwenaar heeft het in eerste instantie heel goed opgepakt, maar in tweede instantie ging het toch wat minder en dat had voorkomen kunnen worden als ik op de achtergrond nog aanwezig was geweest. De nieuwe man, Barthold Karis, komt bij Ikea vandaan, net als Zeeman een familiebedrijf. Hij begrijpt het spanningsveld een stuk beter.”
Extra blij dat u de winkelketen niet heeft verkocht? Crisis in het land, dus letten de mensen beter op hun centen, dus komen ze eerder bij Zeeman terecht.
„We hebben veel trouwe klanten, maar je hebt gelijk: als mensen door de nood geboren meer oog krijgen voor verstandige aankopen dan voor status, kunnen wij extra goed gaan scoren.”
Tien jaar geleden zei u: ’Onze klanten zijn mensen met heel veel behoeften en onvoldoende geld’. Dat klinkt als de mens van 2009.
„De tijden zijn veranderd, niet de mensen. De kroostbezitters zijn onze klanten. Zij hebben aan alle kanten kosten en dan is het prettig als je voor de primaire textielbehoefte weinig geld hoeft uit te geven. Zolang de moeder de smaak bepaalt, zitten we goed, maar kinderen die gaan puberen, zijn we even kwijt. We zien ze weer terug zodra ze kleedgeld krijgen en daarmee letterlijk hun eigen broek moeten ophouden. Dan heeft de euro een andere waarde en weten ze Zeeman weer te vinden. Zeker tegenwoordig, want er liggen niet meer alleen maar recht-op-en-neer-onderbroeken in de bakken.”
Heeft u er diep van binnen om gelachen dat sommige mensen zich in allerlei bochten wrongen om niet te hoeven toegeven dat ze hun sokken bij Zeeman hebben gekocht?
„Ja, dat is humor. In dat opzicht lijk ik-van-Zeeman op jullie-vanDe-Telegraaf. Bij lichtelijk academisch misvormden kom je ook een zekere Telegraafontkenning tegen. ’Nee, ik lees die krant niet, ik lees opiniebladen’. Logisch uiteraard. Als je zelf geen opinie hebt, moet je een opinieblád hebben. Bij wijze van dichtbijmarketing liet ik mij regelmatig afzetten aan het begin van een winkelstraat en vroeg dan aan voorbijgangers: ’Kunt u mij vertellen waar ik hier de Zeeman kan vinden?’ Dan was de eerste reactie meestal ’Daar kom ik zelden’, maar als je doorvroeg bleken ze hun complete linnenkast vol te hebben met Zeeman-spullen.”
Uw bedrijf groeide als kool. Gaat dan het ego niet opspelen en wil je winkels met meer status?
„Dat is zelfs een economische wet. Het wheel of retail dat omhoog draait. Steeds mooier, steeds luxer. Het is ook mij echt wel bekend dat een bepaald printje of een bepaald stikseltje mooi maakt, maar als je er euro’s extra voor moet betalen… Ik ben daar nooit gevoelig voor geweest, uit trouw aan onze klanten. Bedrijven als C&A en Hema hebben ruimte gecreëerd aan de onderkant van de markt ten faveure van de Blokkers en de Zeemannen. Zo zijn door hele knappe mensen toch hele grote fouten gemaakt...”
Het marktgevoel is bewust bewaakt: lekker graaien in die bakken.
„Het gaat niet om graaien. Een artikel moet tastbaar zijn. Zodra mensen iets in hun handen pakken, is het al half verkocht.”
Hoe irritant was het dat juist politici van partijen voor de gewone man tegen Zeeman aanschopten, terwijl de winkels vooral bij die gewone man populair zijn?
„Gelukkig niet alleen bij de gewone man, want zoals de Amerikanen zeggen: Poor people need low prices, but rich people like them.”
D66 stelde zelfs Kamervragen over het feit dat u hardop riep alleen meisjes aan te nemen en dan ook nog louter fulltime.
„Ze hebben me tijdens dat debat niet echt op andere gedachten gekregen. Zeeman is een winkel voor vrouwen achter de toonbank en de kassa, maar ook in de top. En als vrouwen in het bedrijfsleven, volkomen terecht overigens, gelijkgesteld willen worden aan mannen, dan moeten ze ook volledig kiezen voor een baan bij Zeeman. Volop kansen, maar dan ook verplichtingen.”
Jongens hebben geen zwangerschapsverlof…
„Ik mag het ongetwijfeld niet hardop zeggen, maar verkopen bij Zeeman is een vrouwenvak. Mannen en vrouwen zijn niet gelijk, wel gelijkwaardig. Er is trouwens ook enorm gezeurd over het feit dat onze dames moesten stáán achter de kassa. Onzin, er stonden stoelen, maar de dames zijn een soort vliegende kiep, moeten ook vaak in de winkel zijn. Ze stootten zo regelmatig hun schenen aan die stoelen dat ze vroegen: kunnen die ondingen niet weg? Dan ben je als ondernemer voor de verlichte geesten van de vakbond dus meteen de feodale gebeten hond. Het zij zo. Iedereen heeft recht op een eigen mening. We zijn ook wel eens beschuldigd en in een enkel geval zelfs veroordeeld voor het nabootsen van merkartikelen. Is nooit bewust gebeurd, maar soms ontkom je er niet aan.”
„Iedere onderbroek is nu eenmaal een driegatenmodel, zoals iedere trui een viergatenmodel is. Gelukkig zijn oorlogen zoals Marlies Dekkers die nu voert ons bespaard gebleven. Die mevrouw stopt in haar lingerie overal elastiekjes waar ze niet horen en dat geeft alleen maar ellende, want dat elastiek gaat op die plaatsen altijd krullen en kan dus onmogelijk mooi blijven. Dan kun je toch echt veel beter je ondergoed kopen bij Zeeman.”
Is er ook in deze moeilijke tijd nog de drang om de grootste textielSuper van West-Europa te worden door het Duits/Oostenrijkse Kik (2200 winkels) van de troon te stoten?
„U hoort mij niet zeggen dat we de grootste van de wereld willen worden, maar wel dat wij graag door willen groeien. We zitten in Nederland, Duitsland, Frankrijk, België en Luxemburg, breiden uit als een olievlek. Ik kom, wanneer ik op wintersport ga, van vertrek tot aankomst onze winkels tegen en dat geeft een aangenaam gevoel. Meer niet.”
Hoe anders is uw leven sinds 1999, toen u stopte als directeur?
„Ik heb meteen een oude hobby opgepakt: vastgoed. Anders zou ik toch maar m’n vrouw gaan zitten vervelen. Ben samen met de jonge makelaar Aart Jan Verdoold Green Real Estate gestart. We kijken net als bij de textielSupers naar duurzaamheid en degelijkheid. Het MTV-gebouw in Amsterdam is van ons, we hebben winkelpanden in de Benelux, een aantal landgoederen, monumentale gebouwen. We kijken naar de lange termijn. Ons vastgoed moet zichzelf bedruipen.”
Voor deze ’hobby’ heeft u voor 100 miljoen aan winkelpanden van de hand gedaan. Panden verkopen om panden te kunnen kopen?
„Ik heb geen panden verkocht, maar vennootschappen waar panden in zaten. Dat waren gebouwen die voornamelijk werden verhuurd aan de textielSupers. Om niet nodeloos in een spanningsveld met de nieuwe leiding te komen over de huur, heb ik gezegd: we doen de panden van de hand. De opbrengst heb ik inderdaad gebruikt voor de nieuwe hobby’s. Green Real Estate en Navitas Capital, voor duurzame en betrouwbare beleggingen. We doen erg veel moeite om de natuur een kans te geven, maar wel vanuit de optiek van een zuinige particulier als ik. Met de investeringsmaatschappij Navitas volgen mededirecteur Cees Janssen en ik de ondernemingen heel serieus, doen grondig onderzoek, kijken niet alleen naar de beurskoersen. Dan is het heel verdrietig om te zien dat goede en winstgevende bedrijven op zo’n schandalige manier worden mishandeld op de beurs. Kwestie van gebrek aan vertrouwen, veroorzaakt door jongens die te snel het grote geld willen pakken. Gevolg daarvan is ook dat in deze crisis, die toch nog vrij jong is, al veel bedrijven omvallen. Ondernemingen die op een onjuiste manier zijn gefinancierd door gelukszoekers.”
Is er overeenkomst tussen de bedrijven waarvan u aandelen heeft? Macintosh, Halfords, Imtech, Erik, OP’G, Wavin, De Telegraaf, om er een paar te noemen.
„De overeenkomst is dat we in alle gevallen vertrouwen hebben in de leiding, omdat die over een langetermijnvisie beschikt. We zitten ook bewust in niet-beursgenoteerde ondernemingen, zoals Kinderopvang Nederland. ”
Volgens Harry Baeten investeert Jan Zeeman vooral in bedrijven waarin hij zichzelf herkent.
„Harry kan het weten, want hij is niet voor niets de voorzitter van de Verenigde Ondernemingen Zeeman, kortweg de VOZee. Ja, een knipoog naar een rijk VOC-verleden, maar het geeft ook aan waar het om draait: nooit te veel eitjes in één mandje leggen. Je moet oog houden voor de kansen, maar ook voor de risico’s. Doe je dat, dan is er geen zee te hoog voor een zeeman.”
Als je te veel risico’s neemt met een bank, heeft Wouter Bos nog wel een potje.
„Wat de regering nu beoogt met openheid, is uitgedraaid op ordinair tegen elkaar opbieden. Als meneer A vertrekt met een premie van tien miljoen, dan moet meneer B toch minstens twaalf miljoen krijgen. Dit soort praktijken holt ondernemingen uit.”
Wat zou u als eerste doen wanneer u minister van Financiën was?
„Ik zou een slechte minister van Financiën zijn, want ik stuurde onmiddellijk de rest van het kabinet naar huis.”
Dat zou toch aangenaam kostenbesparend zijn?
„Heel veel lieden zien dat anders, want ik ben tot op zekere hoogte een verlicht despoot. Heb gelukkig goede mensen om mij heen weten te verzamelen, maar ik huldig het standpunt: praat met velen, beslis met weinigen en als het echt moeilijk is, dan doe je ’t alleen.”

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
Sim Only € 0 | KPN
Relatie.nl Dating
Vakantie Dagdeals
Hete Huisvrouwen
EK '12 arrangementen
Erotische webwinkel
Ik vis pas als
Summersale Knaller!