In devote vervoering staan ze tegen het dranghek geperst, de armen uitgestrekt naar een man met vrolijke bruine ogen in een bezweet wit overhemd. ’Armin, please’, piepen stemmen. Niet hard, want het is lastig om geluid voort te brengen wanneer lucht uit je lichaam wordt geperst, omdat drankhekken niet meegeven als achter je geestverwanten ook ten koste van heel veel een handtekening willen.
Zondagmorgen half zes, het International Exhibition Centre van Kiev. De man in het witte overhemd neemt afscheid van zijn publiek, 17.000 jonge Oekraïners die hij met z’n muziek vier uur lang in een welhaast spirituele greep heeft gehouden. Draaide hij de geluidsknop even dicht en hief hij z’n armen, dan was het muisstil. Klapte hij in z’n handen en gaf hij z’n vrolijk makende klanken weer vrij spel, dan stuiterde de hal door een orkaan van geluid. God is a deejay, beweerde Faithless en hier op een vroege zondagmorgen in de hoofdstad van de Oekraïne zou je het bijna gaan geloven. Armin van Buuren, zoon van een huisarts te Koudekerk aan de Rijn. De artiest in hem absorbeert gretig de adoratie, de mens in hem voelt zich er een tikkeltje beschaamd door. Haast verontschuldigend meldt hij, om kwart over zes eindelijk onttrokken aan de gekte:
„Zo is het niet ieder weekeinde hoor.’’
Waarom zeg je dat, ongevraagd?
„Omdat het zo is.’’
Welke Nederlandse artiest heeft dit dan wel, ieder weekeinde?
„Ja, als je het zo bekijkt is het wel bijzonder.’’
Korte tussenbalans na de eerste twee maanden van 2009: Oud en Nieuw met 35.000 fans in Los Angeles, Mexico op stelten, kolkende massa in Athene, Arabieren uit hun dak in Quatar, carnaval in Brazilië, Peru op z’n kop, Argentinië in extase. Zeventig landen in acht jaar, diep in z’n hart vindt hij het zelf ook onwerkelijk. Meester in de rechten, mag hij zich noemen, hij kan morgen als advocaat beginnen, maar waarom zou-ie, zolang de wereld nog aan z’n dj-voeten ligt.
„Ik kan me niet voorstellen dat ik nooit meer zal draaien, dat is een verschrikkelijke gedachte. Dit is kicken, honderd keer per jaar. Ik ben misschien wel de grootste fan van mijn muziek en sta altijd eerste rang als ’t wordt gedraaid. Ik durf te zweren dat ik dit op m’n vijftigste nog doe. Niet meer in grote hallen wellicht, maar in clubs. Het is verslavend. Al moet ik er geld op toeleggen, ik ga door.”
Reval Hotel Ridzene in Riga, een dag eerder, zes uur ’s avonds. Om half twee vannacht moet er gedraaid worden in de Essential Club, straks gegeten met de gastheren en daarna een paar uur noodzakelijke slaap, maar nu heeft hij even tijd. Ontspannen met een voorzichtig biertje in een soort opkamertje van het hotel, zorgvuldig z’n woorden kiezend als reactie op het juryrapport van de Popprijs 2007: Zelden zie je in de Nederlandse popcultuur creativiteit en zakelijk inzicht tot zulke vruchtbare resultaten leiden als bij Armin van Buuren.
„Ik denk dat je in deze business pas wat kunt bereiken als je de juiste mensen om je heen hebt verzameld en ik denk dat die jury daar op doelde. We waren een paar jaar eerder met ons bedrijf Armada begonnen. Voor mij was dat noodzaak om de muziek te kunnen blijven maken die ik mooi vind, maar de jury zag dat kennelijk als een slimme zet.”
Zakelijk inzicht… Je was blij dat je met Jan Vayne de hit Serenity scoorde, maar hebt als rasartiest ook een tikkeltje aversie tegen de pure business: ’Ik ben niet langer Armin van Buuren, maar de Nr. 1 DJ, waar gaat het dan nog over.’ Tweestrijd?
„Ja, continu. Aan de ene kant wil je succesvol zijn en geld verdienen, aan de andere kant voel je de verantwoordelijkheid als artiest. Dat botst chronisch. Geld en muziek gaan eigenlijk niet samen.”
Hoe ziet die verantwoordelijkheid eruit?
„Als je het puur en alleen doet voor het geld, werk je in dit vak op 25 procent van je kunnen. Vind je het echt leuk wat je doet, dan zit je op 200 procent. Ik probeer daarom bewust geld bijzaak te laten zijn. Ik heb bijvoorbeeld geen idee hoeveel er vanavond betaald wordt voor mijn optreden. Heb een afspraak met mijn manager dat hij ’t me niet vertelt. Money corrupts the mind. Zit in de mens, we willen allemaal zoveel mogelijk geld verdienen. Dat is prima, maar ik wil als artiest zo puur mogelijk bezig kunnen zijn en dan moet je geen bedragen in je hoofd hebben. Geld kan je spontaniteit beïnvloeden. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het heerlijk om een vette bankrekening te hebben, maar als ik optreed, telt alleen de muziek. Ik heb bewust m’n rechtenstudie afgemaakt om niet afhankelijk te zijn van inkomsten uit de muziek. Heb op die manier druk bij mezelf weggehaald. Ik hóef niet succesvol te zijn als dj, kan altijd nog m’n geld verdienen in de rechtszaal. Die wetenschap geeft mij een enorme vrijheid.”
Twee tafeltjes verderop steekt een mevrouw een sigaret op.
Van Buuren: „Heb jij ooit gerookt? Ik ook niet, om de doodeenvoudige reden dat ik het geld nodig had voor m’n muziek. Ik was de enige in mijn vriendenkring op school die niet rookte. Werd geaccepteerd: Armin draait, moet platen kopen, 19 gulden 90 voor een twelf inch en dat is veel geld.”
In alle opzichten dus self made. Je maakte videobanden van een schoolreisje naar Rome en verkocht ze voor 25 gulden per stuk aan je klasgenoten om van de opbrengst nieuwe muziekapparatuur te kunnen kopen.
„Ik had een camera geleend van m’n vader. Dacht: al die suffe monumenten, het zal wel, laat ik maar gaan filmen. Het was voor ons zo’n beetje de eerste kennismaking met alcohol. Jongens vielen dronken in de Trevifontijn of hingen boven de wc en ik maar filmen. Bleek een succes. Een hit bij de klasgenoten.”
De poen ging meteen weer in de muziek?
„Ja, alles. Ik heb de tijd meegemaakt dat het voor een normaal mens nog onbetaalbaar was om modale studioapparatuur te kopen, dus ik kon wel een extra potje gebruiken. M’n vader was huisarts en ik bracht de rekeningen rond voor de helft van wat een postzegel waard was. Krantenwijk, folderwijk. Walkman op en gaan. Toen m’n moeder een heuse computer won, was het voor mij echt feest. Dat ding week nogal af van de modellen die m’n vriendjes hadden. Als ik net als zij computerspelletjes wilde spelen, dan moest ik ze zelf programmeren. Via de zwager van een oom kwam ik erachter hoe je met muziek kon spelen in zo’n toverdoos. Ik wist meteen: dit is wat ik wil. Werd ook al snel fan van Ben Liebrand, die op de radio met In The Mix een compleet nieuwe vorm van muziek schiep. Hij heeft voor onze generatie de weg vrijgemaakt.”
Liebrand hoorde jouw werk en sprak geïmponeerd: ’Het is alsof Armin met een ordinaire typemachine een rijk geïllustreerde bijbel in elkaar heeft gezet’.
„Hij heeft ook gezegd: ’Als je succesvol wilt zijn in deze business, moet je met beperkte apparatuur heel veel kunnen’. Het idee, de passie, dat is het belangrijkste en niet: kijk mij eens met al m’n apparatuur en al m’n software.”
Leg het de leek eens uit: je draait aan knoppen, mixed, zet geluiden achter elkaar speelt met effecten en je hebt een show waarmee je urenlang mensen enthousiast houdt.
„Als gitarist of pianist zijn er de beperkingen van het instrument. Voor een deejay zijn er geen restricties. Elk geluid dat ooit is vastgelegd kun je in principe gebruiken om mensen mee in extase te brengen en dat maakt het tot zo’n boeiend vak. Spanning opbouwen, met klanken een verhaal vertellen. Vorig jaar heb ik de Imagine-show gedaan. Begonnen in Utrecht, door naar Melbourne, Sydney, Potznan, Hasselt in België, Boekarest en Los Angeles. Ieder optreden begon met het geluid van een hartslag en daar doorheen het gesproken woord IMAGINE. Eén hartslag en één woord en toch een enorm spanningsveld. Ik neem geluiden op in treinen en verwerk ze in mijn nummers. Klotsend zeewater… Als iemand op weg naar een saai kantoor luisterend naar mijn muziek daarmee wordt geconfronteerd, zit hij toch even in een andere wereld.”
John Lennon zei in de gloriedagen van The Beatles: ’Wij zijn beroemder dan Jezus.’ Heb jij dat gevoel ook wel eens gehad?
„Die tekst is uit z’n verband getrokken. Het ging om het aflopende geloof en lege kerken in combinatie met het cynisme van Lennon. Gekscherend bedoeld en ook een vleugje ironie over de onwerkelijke populariteit van zijn band. Ik zelf voel me nooit boven het publiek staan. Integendeel, ik bén het publiek. Voor veel mensen is wat wij doen heel abstract. Vandaar dat ik heb meegewerkt aan een boek dat volgende week over mij verschijnt, Eén Op Eén, een jaar lang de nummer 1 dj gevolgd. Trance is voor veel mensen een manier geworden om even te ontsnappen aan de dagelijkse sleur, een cultureel fenomeen. Dat heeft niet zozeer met mijn persoon te maken. Daarom vind ik de persoonsverheerlijking wel eens jammer. Het gaat om de mensen die zo’n optreden beleven, het gaat om de muziek. Ik draaide in Dubai, waar ze Joden haten, en een dag later gingen de mensen in Israël bij mij uit hun dak op dezelfde klanken. Dat is een bizarre beleving.”
Hoe zag je meest bizarre weekeinde eruit?
„Mexico City, Los Angeles, Ibiza en Tel Aviv in twee dagen. In Mexico stond ik in de Top Tien tussen namen als Madonna en Robbie Williams. Kan daar niet ongestoord over straat. We hadden een handtekeningsessie in een platenzaak. Achthonderd man binnen, buiten vierduizend die er niet in konden. Dan denk ik wel: waar gaat dit over? Maar ik heb ook een ego en vind het prachtig.’’
Hoe hou je de reizende bv Armin van Buuren fit?
„Dit leven vraagt een enorme fysieke inspanning. Ik drink matig alcohol, gebruik geen drugs en ben veel bezig met hardlopen. iPod op en de bossen in.”
Niet in die bossen gewoon even lekker de stilte?
„Nee, want muziek is mijn eigen wereld geworden. Ik zie het leven als een film en muziek als de bijpassende soundtrack. Heb een eigen wereld gecreëerd, een eigen veiligheid. Sommige muziek die ik dravend door de bossen beluister is bijna met stilte te vergelijken. Zes minuten knapperend haardvuur… Met dat in je oren krijgt het bos een heel andere dimensie. Muziek kan dingen zo anders kleuren en het is een genot om daar als dj mee te kunnen spelen.”
Je hebt gezegd dat je kunt genieten van het boerentruttige van Nederland. Geen stulpje dus in Malibu.
„Ik word niet gelukkig van een groot huis met een zwembad, ik word gelukkig van mensen om me heen, van gezelligheid. Lekker eten met vrienden, lekker lachen. Ik zou ’m kunnen kopen, maar ik hoef niet zo nodig een Ferrari.”
Waarom laat een dj zich sponsoren door een automerk?
„Omdat Seat past bij mijn publiek. Hip en voor de gewone man. Het is een bewuste keus geweest.”
Denk je nog wel eens terug aan de tijd in de Leidse studentenclub Nexus toen je na het draaien nog even de toiletten moest schoonmaken?
„Ik maak die grap soms als ik heb opgetreden voor 20.000 man: En nu nog even de wc’s een beurt geven. Was heel normaal in die tijd. De dj stond in de rangorde net iets boven de barkeeper. Hij kreeg 60 gulden, ik 65 gulden. We zijn die status ontgroeid, maar het is goed om onder ogen te blijven zien waar je vandaan komt. Dance is een subcultuur geworden, een beleving voor mensen die uit willen gaan en daarin speelt de dj een rol. Het is een droomwereld. Mijn droomwereld.”
Vrijdagnacht, één uur. Buiten staan honderden Letten te wachten tot ze de Essential Club in mogen, binnen is het al stampvol. Via de achteringang bereiken we de kleedkamer. ’Kun je tien minuten later beginnnen?, vraagt de promotor. ’Er moeten nog zoveel mensen naar binnen.’ Van Buuren vindt ’t prima. „Gek toch, hoe groter de kredietcrisis, hoe meer mensen naar clubs komen voor een nacht als deze. De behoefte om even te vluchten in een andere wereld is groot.” Om half zes laat hij een tevreden publiek achter, vier uur later gaat de wekker, want er moet naar Kiev worden gevlogen. „Ontbijten?’’, herhaalt de dj onze vraag. „Ik weet niet eens hoe je het schrijft.’’
Op de luchthaven van Riga doet een douanier z’n colbert uit en z’n dienststropdas af om zonder bedrijfskleding met zijn held op de foto te kunnen. In Kiev worden we uit een lange rij voor de paspoortcontrole gehaald: er staan tv-ploegen voor Van Buuren in de aankomsthal en die moet je niet laten wachten. Om half vijf ’s middags in hotel Radisson zegt de artiest: „Zullen we gaan lunchen, want straks komt er niets meer van eten.” Hij doet nog even een persconferentie, kruipt in z’n bed en meldt zich om half één bij de achteringang van het indrukwekkend grote International Exhibition Centre. Nog een laatste interview met MTV en dan het podium op.
Om half zeven ’s morgens zijn we hem kwijt. Waar was je?, vragen we later. „In de McDrive’’, antwoordt Armin van Buuren. „Nog even een vette hap voor het slapengaan. Ze hadden er niet eens meer een hamburgertje. Ik heb iets naar binnen gepropt, waarvan ik nu absoluut niet meer wil weten wat het was.” Tevreden blik in de bruine ogen: „Maar man, wat zeur ik nou? Het was toch weer een prachtig weekeinde?’’

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.
Alle rechten voorbehouden.
e-mail: redactie-i@telegraaf.nl
Privacy | Disclaimer
Sim Only € 0 | KPN
Relatie.nl Dating
Vakantie Dagdeals
Hete Huisvrouwen
EK '12 arrangementen
Erotische webwinkel
Ik vis pas als
Summersale Knaller!